+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Calvijn over Genesis 1-3.

Uitgeverij Holland Vlaardingen

Dit js een heruitgave van een werk van Calvijn in samenwerking met de Gereformeerde Bibliotheek te Meeuwen. Het werk.bevat eerst een opdracht aan prins Hendrik, hertog van Vendôme, erfprins van het koninkrijk Navarre, gedateerd 31 juli 1563. Deze opdracht is al belangrijk. Calvijn zegt daarin o.a., dat Mozes’ boek verdient beschouwd te worden als een ongeëvenaarde”schat. Tenminste - zo schrijft hij - hij wekt bij ons een ontwijfelbaar geloof aan de schepping der wereld. En zo wij dat geloof laten varen, verdienen wij niet dat de aarde ons drage, blz. 10.

Dan volgt een „inhoudsopgave”, een inleiding, die aldus begint: „Wijl Gods oneindige wijsheid in dit verwonderlijk kunstgewrocht van hemel en aarde doorstraalt, is het er verre vandaan, dat de geschiedenis van de schepping der wereld overeenkomstig haar waardigheid naar behoren zou kunnen beschreven worden. Immers, de mate van ons verstand is te klein, dan dat het zaken van zulk een omvang zou kunnen bevatten. Ook onze taal is evenmin in staat om deze dingen volledig en grondig te verhalen. Doch ook hem, die zich bescheiden en eerbiedig oetent in de beschouwing der werken Gods, komt lof toe, al verstaat hij niet zoveel daarvan, als wenselijk is. Daarom vertrouw ik, dat mijn werk, indien ik mij beijver naar de mate der mij geschonken gaven, zowel door de vromen zal worden goedgekeurd als doorGodzalworden aangenomen”, blz. 16.

We willen nog een belangrijke passage uit de inleiding overnemen, die we vinden op blz. XXI en XXII: „Toch kan men mij tegenwerpen, of hiermee overeen te brengen is, wat Paulus leert: Nademaal in de wijsheid Gods de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken, die geloven, 1 Kor. 1 : 21. Want hij verzekert hiermede, dat men tevergeefs God zoekt metbehulp van de zienlijke dingen, en dat ons niets anders overblijft, dan rechtstreeks tot ’Tiristus te gaan. Hieruit volgt, dat men niet moet beginnen met de grondstoffen der wereld, maar met het Evangelie, dat ons alleen Christus en Zijn kruis voorstelt en ons daarbij doet blijven. Ik antwoord hierop, dat men wel tevergeefs redeneert over de schepping der wereld als men nieteerst door de prediking des Evangelies is vernederd, en geleerd heeft alle scherpzinnigheid des Verstands te onderwerpen aan de dwaasheid des kruises (gelijk Paulus haar noemt 1 Kor. 1: 21).

Nergens elders zullen wij iets vinden, dat ons opvoert tol God zolang ’’hristus ons niet in Zijn leerschool heeft on derwezen.

Dit nu kan niet anders geschieden dan doordatwij uit df diepte der hel worden opgetrokken en op de wagen Zijns kruises boven alle hemelen worden opgevoerd, om daar door het geloof te leren verstaan wat het oog nooit heeft gezien, noch het oor heeft gehoord, en wat ons hart en verstand verre te boven gaat”.

Calvijn geeft een eigen vertaling van de eerste hoofdstukken van Genesis. En deze vertaling is weer in onze taal overgezet. Daardoor bestaat de mogelijkheid, dat niet geheel weergegeven is wat Calvijn heeft bedoeld. Ons trof de overzetting van Gen. 3 : 15: „En Ik zal vijandelijkheden zetten tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad; dat zal u verwonden aan dekopen gij zult het verwonden aan de keel, blz. 80. In de verklaring vinden we echter de ons bekende vertaling terug: Datzelvezal u de kop vermorzelen en gij zult het de verzenen vermorzelen, blz. 107.

Over het spreken van de slang schrijft Calvijn: ”En zij zeide tot de vrouw”. Deze plaats vallen goddeloze mensen met hun spotternijen aan, omdat Mozes een dier laat spreken, dat slechts met zijn in tweeën gespleten tong onduidelijk sist. En allereerst vragen zij van wanneer af de dieren zijn begonnen stom te zijn, als zij toen duidelijk en met ons gemeenschappelijkspraakvermogenhadden. Hetant woord ligt voor de hand, dat de slang niet van nature welbespraakt is geweest, maar dat, toen de satan onder Gods toelating een instrument totzijn beschikking heeft gekregen, hij ook met zijn tong woorden heeft gevormd, wat God eveneens heeft toegelaten. Ik twijfel niet, of Heva heeft gevoeld, dat dit buitengewoon was, en daarom vernam zij des te begeriger, wat zij bewonderde. Als zij nu fabelachtig verklaren, wat ongewoon is, zal het God daarom niet vrij staanenigwondertedoen?Door enig werk te openbaren, dat buiten ’t gewone gebruik staat, dwingt God ons tot bewondering Zijner macht. Zo wij onder dit voorwendsel Gods macht bespotten, omdat ze ons niet gewoon voorkomt, zijn wij dan niet meer dan onbeschaamd: blz. 86/87.

We zijn wat uitvoerig geweest, maar daar was wel reden voor. In deze tijd van ondermijning van het Schriftgezag is nog van belang wat Calvijn over de eerste hoofdstukken vah Genesis schrijft. Het isindezeüjd nodig om nog of weer naar de stem van deze grote reformator te luisteren.

We bevelen het werkje van harte aan. Het is keurig uitgegeven, hoewel met dezelfde drukfouten als de vorige uitgave, maar dit is te danken aan de wijze van herdruk. De uitgever treft geen verwijt.

Het boek kost f 3,25. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.