+ Meer informatie

Sire: Maatschappij beknot jongens in hun ontwikkeling en leergedrag

4 minuten leestijd

UTRECHT. Opletten, stilzitten, niet naar buiten kijken, niet tikken met je balpen, niet wippen, niet dromen. Jongens mogen geen jongens zijn in de huidige maatschappij. Sterker, jongens worden beknot in hun ontwikkeling; ze moeten juist bewegen om iets te kunnen leren.

„Ze proberen wel goed te luisteren. Maar als dat niet lukt, levert dat de jongens een negatief zelfbeeld op. Het aanpassen van hun gedrag kost hun zo veel energie dat ze ten slotte veel minder leren”, zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring uit Utrecht.

„Zodra ze zich niets meer van hun juf aantrekken, ontstaat er echt een probleem; want de jongens moeten wel wat leren en zij hebben haar of andere volwassenen nodig om uit te groeien tot mannen die hun weg vinden in een maatschappij die enorm is veranderd.” Woltring is nauw betrokken bij de SIRE-campagne ”Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?” die morgen van start gaat.

Opvoeders zijn risicomijdend geworden, constateert Lucy van der Helm, directeur van SIRE. „Jongens ravotten, experimenteren en nemen risico’s. Kortom, ze vertonen gedrag dat wij niet waarderen in onze maatschappij. Jongens hebben de ruimte echter wel nodig om zich te kunnen ontwikkelen.”

Hoewel niet elke jongen hetzelfde is, wijst Woltring wel op een grote gemene deler. „Jongens zijn spontaner, beweeglijker en impulsiever dan meisjes. Jongens moeten zichzelf en hun energie leren kennen. Een schaafwond is voor hen de mooiste uitvinding van de natuur: ze bloeden als een rund, het doet vreselijk pijn, maar het is niet erg.”

Ook ontwikkelen jongens zich onregelmatiger dan meisjes. Jongens zijn later in hun taalontwikkeling, in zelfreflectie en in plannen, maar eerder in hun grote motoriek en ruimtelijk inzicht.

Woltring: „Voor de doorbloeding van hun hersenen zijn jongens –meer dan meisjes– afhankelijk van beweging. Door het doen, door vallen en opstaan, ontwikkelen jongens hun hersenen en leren zij zichzelf te reguleren. Dat is een cruciaal punt. Ik zeg weleens: als een meisje stilzit, is ze geconcentreerd bezig; maar als een jongen stilzit, slaapt hij.”

De problematiek is nijpend en de cijfers spreken boekdelen. In het onderwijs blijven ze op bijna alle niveaus achter. Woltring: „Nederland kennisland kunnen we zo wel vergeten.” Ten opzichte van meisjes krijgen jongens vier keer vaker de diagnose ADHD en vijf keer vaker medicatie voor druk gedrag dan meisjes. In het passend onderwijs voor kinderen met leer- en gedragsproblemen zitten drie keer zo veel jongens als meisjes. En meisjes krijgen vaker een hoger schooladvies dan jongens.

Positief

Woltring doet daarom de klemmende oproep: Laat jongens meer bewegen. „Ik was onlangs in Florida op een school waar jongens mogen bewegen. De een zat op een zitzak, de ander op een fietsstoel en een derde lag op de grond. Ze waren erg geconcentreerd bezig en hadden veel meer plezier op school. De leerkrachten gaven aan dat ze er erg aan moesten wennen. Maar deze manier van leren pakte voor de jongens heel positief uit.”

De discussie over het jongensgedrag duurt inmiddels al 30 jaar, weet SIRE-directeur Van der Helm.

„Met onze campagne willen wij het onderwerp definitief op de kaart zetten. Opvoeders moeten met elkaar in gesprek: wat gaan zij hieraan doen? Als beleidsmakers, ouders, leerkrachten hier serieus werk van gaan maken, is onze actie geslaagd.”


>>laatjijjouwjongengenoegjongenzijn.nl/


„Moeder moet soms best even slikken”

LE BRUSC. Mariska Dijkstra, moeder van drie jongens (7, 11 en 14 jaar), herkent het typische jongensgedrag in haar gezin. „Ik moet soms best even wennen aan het gedrag van mijn jongens.”

In de maatschappij in het algemeen en op school wordt jongensgedrag niet erg gewaardeerd, weet de auteur van het boek ”Tsjonge jongens” (De Banier, 2015), die vanmorgen reageerde vanaf haar vakantieadres in Le Brusc in Zuid-Frankrijk.

„Als een van mijn jongens in een boom klimt, krijg ik bij wijze van spreken de buurvrouw op mijn dak. Als moeder slik ik dan weleens. Eigenlijk wil ik hen continu onder mijn hoede hebben. Zo van: kijk je uit, pas je op? Zo zit onze maatschappij ook in elkaar, maar dat is niet gezond. Ik heb inmiddels wel geleerd: laat ze maar experimenteren. Ze leren toch door doen en fouten maken.”

Jongens moeten bewegen, is de ervaring van Dijkstra. „We laten ze maar even los gaan, even uitrazen, nadat ze lang stil hebben moeten zitten, bijvoorbeeld in de kerk. We gaan dan een stuk met ze wandelen.”

Ook op vakantie zoekt het gezin Dijkstra actieve uitjes op. „We gaan kanoën en mountainbiken. Niet mijn eerste idee, maar achteraf is het vaak wel leuk. En ik zie mijn jongens genieten.”

Ook in het zwembad op haar vakantieadres ziet Dijkstra de verschillen tussen jongens en meisjes. „De meisjes trekken meestal baantjes; de jongens duwen en sjorren aan elkaar en zijn continu in beweging.”

Het is belangrijk dat ouders weten hoe hun kind in elkaar steekt, benadrukt Dijkstra. „Er zijn ook jongens die graag met een boek op de bank zitten, en er zijn meisjes die liever stoere dingen doen. Mijn advies aan ouders is: geef jongens de ruimte. Laat het maar gewoon gebeuren. Dan lopen ze het risico maar dat ze met een schram of bult thuiskomen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.