+ Meer informatie

ÉÉN BIJBEL, VELE BOEKEN

7 minuten leestijd

Vóór mij ligt een zakbijbeltje, formaat bladzijden 116 bij 75 mm, 25 mm dik. Ik kreeg het op mijn verjaardag van mijn ouders in 1993, op verzoek, omdat het vorige exemplaar, dat ik ontving bij het verlaten van de zondagsschool in Zie rikzee, tot op de draad versleten was. En dat was mijn eerste eigen Bijbeltje ! Met moeite kon ik afstand doen van dit onooglijke hoopje papier, het heeft nog jarenlang ergens in een kastje gelegen voordat ik het bij een verhuizing toch maar bij het oud papier heb gedaan.

‘ONS BIN ZUNIG’?

Met Zeeuwse zuinigheid had dit niets te maken. Het was meer de idee dat je Gods Woord niet zomaar kan weggooien. Als klein jongetje was ik er eens getuige van, hoe een hele verzameling nooit meer gebruikte kerkbijbels uit een kast in het vergaderzaaltje van de kerk tevoorschijn werd gehaald door enkele broeders die daar aan het opruimen waren. De Bijbels zagen er niet meer uit, ze waren in aanraking gekomen met zilt vocht in de tijd van de ramp van 1953. Maar één ambtsdrager kon het eigenlijk niet over zijn hart verkrijgen de onbruikbaar geworden Bijbels op te ruimen, herinner ik me. Dit maakte indruk op me: die diepe eerbied voor Gods Woord.

DE BUITENKANT ZEI IETS OVER DE INHOUD

Mijn Bijbeltje was gehuld in een zwarte stijve kaft. Voorop alleen een klein goudkleurig monogram met de XP van Christus gevuld met links de A en rechts de Ω. Het papier ontzaglijk dun, en tegelijk oersterk. Het ging niet frommelen en kreukelen voorin, wat het onvermijdelijk lot lijkt te zijn van alle nieuw uitgegeven Bijbels nu. Deze bijzondere outfit droeg bij tot het gevoel dat dit boek een uniek boek was, niet met enig menselijk geschrift te vergelijken. Het was niet voorzien van inleidingen per Bijbelboek, zodat je, al bladerend tijdens een te moeilijke of lange preek, niet zomaar op de gedachte kon komen dat er allerlei mensen in allerlei perioden bij de totstandkoming van dit boek betrokken waren geweest. Zulke informatie kreeg je ook niet mee op de catechisatie, waar ik na de zondagsschool verder ingewijd werd in de christelijke leer. Niet dat zulke informatie de catechisanten bewust werd onthouden: de nadruk lag nu eenmaal op de inhoud van de Bijbelboeken en bij het gegeven, dat de Schriftwoorden door God zijn geinspireerd. Hooguit leerde je onderscheiden in historische, profetische en dichterlijke boeken. Wat bleef hangen: al die boeken samen vormen één, en een wel zeer heilig boek.

DE ONTDEKKING VAN DE VERSCHEIDENHEID

Eigenlijk realiseerde ik me pas gaandeweg mijn studie theologie dat de Bijbelboeken afzonderlijk toch wel heel divers zijn. Ik kan mij althans niet herinneren dat dit besef eerder tot me doordrong, gedurende mijn middelbare school periode d.m.v. de lessen godsdienst. In Apeldoorn leerde ik veel over de achtergronden van elk Bijbelboek m.n. bij het vak canoniek. Daardoor ging ik anders tegen dat zwarte Bijbeltje aankijken. Ik herinner me dat ik soms heel bewust dacht met enige spijt: ik heb door wat ik nu te weten gekomen ben minder het gevoel, dat dit bijzondere boekje een heilig boekje is dat bij God uit de hemel vandaan komt.

Het zou heel goed kunnen, dat jonge kerkleden tegenwoordig eerder oog krijgen voor het menselijk aspect van de Bijbel via de middelbare schoolopleiding. Maar nog steeds besteden de catechisatiemethoden er nauwelijks aandacht aan. Misschien is dit ook niet zo heel nodig. De catechisatietijd is relatief beperkt en er is veel te bespreken met voorrang !

HET ZIET ER ZO ANDERS UIT NU

Er is voor het doorsnee kerklid toch wel veel veranderd sinds de tijd die ik hierboven ter sprake bracht. Er worden binnen ons kerkverband, om me daartoe maar te beperken, niet slechts twee Nederlandse vertalingen gehanteerd maar minstens zeven, zij het niet allemaal als kanselbijbel. Veel recente vertalingen zijn verkrijgbaar in vrolijke kleuren. Dat heeft natuurlijk zo zijn zin, maar het doet het onderscheid met ieder ander boek optisch vervagen. Ook het papier is lang niet altijd meer wat het was. Bovendien is een veelgebruikte vertaling als de NBV naar wens verkrijgbaar in een versie met inleidingen per Bijbelboek. Dat had de oude NBG-vertaling ook, weliswaar, maar de recentere inleidingen zijn kritischer. Zo waren de brieven aan Timotheüs volgens de oudere NBG-vertaling zonder meer van Paulus, terwijl de NBV de mogelijkheid openlaat dat ze van andere hand zijn. Het gaat mij er niet om dat dergelijke inleidingen niet nuttig zijn, alleen dat hun plaats binnen de kaften van die ene Bijbel maakt dat er gemakkelijk anders tegen zo’n Bijbel aangekeken gaat worden dan vroeger.

DE BIJBEL EEN ALLEGAARTJE VAN TEKSTEN?

Daarbij komt dat de mening dat Bijbelschrijvers elkaar soms tegenspreken of dat de Bijbel eigenlijk maar verzameling is van vrij willekeurig en tamelijk toevallig bij elkaar gebrachte geschriften uit uiteenlopende tijden gemakkelijker en breder te horen valt dan voorheen. Deze mening op zichzelf genomen is al eeuwenoud, maar werd in voorgaande eeuwen vooral geuit in kleine en specifieke kringen. Tegenwoordig zijn deze geluiden meer gemeengoed en worden breder gepropageerd. Zo schreef iemand nog vrij recent over het Nieuwe Testament: ‘De diverse schrijvers vertellen allemaal op hun eigen manier wat volgens hen de essentie van het geloof is. Hun opvattingen verschillen wezenlijk van elkaar. Ze gebruiken een verwarrende hoeveelheid beelden en metaforen die soms ronduit tegenstrijdig zijn’.

Als dit al gezegd kan worden van de boeken van het Nieuwe Testament, die binnen een tijdsbestek van slechts enkele generaties ontstaan zijn, hoeveel temeer wanneer ook het Oude Testament erbij betrokken wordt dat geschreven is over een periode van misschien wel 2000 jaar !

HET IS SOMS OOK WEL LASTIG

Deze kritiek kan gevoelige snaren bij onszelf raken. Ook wanneer wij niet weglopen met kritische geschriften, ontkomen wij niet altijd aan het ongemakkelijke gevoel dat de ene Bijbelschrijver iets zegt wat in tegenspraak lijkt met de uitingen van een ander. Bekend is natuurlijk de grote moeite die Luther had met de brief van Jakobus die naar zijn idee inging tegen de kerngedachten van Paulus.

En de wijsheid zoals geëtaleerd in Spreuken lijkt wel haaks te staan op die van het boek Job.

En beroepen vrije gemeenten zich wat de inrichting van het kerkelijk leven betreft niet bij voorkeur op Paulus’ Eerste brief aan de Korinthiërs met zijn aandacht voor charisma’s en inkijk op een vrije inrichting van de eredienst, terwijl de pastorale brieven meer in trek zijn bij kerken die wat meer hang naar kerkorde hebben? Het is niets voor niets dat het gezegde ontstond dat elke ketter z’n letter heeft. En dat vrijwel alle kerken ook interne strubbelingen kennen omdat de een accenten hier legt en de ander daar.

Voor sommigen is die last op den duur onhoudbaar. Zij vinden al die verschillen tussen en binnen kerken steeds moeilijker te hanteren. Wanneer zij dan “gepakt” worden door een vrijzinnig geschrift dat zij eens uit nieuwsgierigheid often einde raad ter hand nemen en dat benadrukt dat al die Bijbelboeken niets anders bevatten dan menselijke en uiteenlopende meningen over God en mens,

dan zijn ze verkocht.

NIET TE ZWAAR AAN TILLEN!

Schreef ik hierboven dat ik tijdens mij studietijd met enige weemoed terugkeek op de tijd dat ik de Bijbel nog heel naïef beleefde als één lange heilige tekst van Boven (ik reflecteerde niet over de oorsprong), dit betekent niet dat mijn idee van zijn goddelijke oorsprong verloren ging. Wel ging ik meer en meer verstaan, hoe groots het is dat één Geest gebruik kon (en kan) maken van zoveel verschillende persoonlijkheden uit zulke uiteenlopende leefmilieus en perioden uit de geschiedenis. Zoals de windvoorziening binnen één groot orgel talloze verschillende pijpen (van soms heel ongelijke ouderdom) tot klinken kan brengen. En zo, dat elke stem afzonderlijk een heel eigen geluid kan voortbrengen terwijl alle stemmen samen evengoed accorderen.

Zelf heb ik ook nadat ik meer oog kreeg voor de diversiteit binnen die ene Schrift nooit het idee gekregen van interne tegenspraak. Ik ben me ervan bewust dat dit een persoonlijke grondovertuiging is die voor een ander nooit iets bewijst, maar het is geen strikt individuele grondovertuiging. Ik weet me daarin namelijk verbonden met de Kerk die belijdt (Artikel 5 NGB): ‘Wij aanvaarden al deze boeken…’ en ‘de Heilige Geest geeft ons getuigenis in onze harten, dat zij (d.i. deze boeken) van God zijn’. Dit betekent niet dat vergelijkend Bijbelonderzoek geen grote vragen kan oproepen. Wel, dat de Geest deze vragen blijkbaar wil laten opkomen. Zo wil Hij niet dat wij te vergaande conclusies trekken uit de wijsheid van het Spreukenboek (God zegent degene die goed doet doorgaans), omdat Hij ons ook nog een boek Job heeft nagelaten (de mening dat ieder die door rampen getroffen wordt altijd wel zwaar gezondigd moet hebben is verwerpelijk).

En inderdaad kan de Geest van Christus iemand die leeft in het vertrouwen dat de goddeloze gerechtvaardigd wordt door geloof alleen, sterk prikkelen met die (vrijwel uitsluitend vermanende) brief van Jakobus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.