+ Meer informatie

Dag in, dag uit

Beslommeringen van Jolanda, een moeder van vier kinderen

3 minuten leestijd

„Zullen we straks gezellig samen de wintercatalogus doorkijken, mam?", vraagt Esther (16) na het avondeten. „Ik moet nodig een paar nieuwe truien." „Een páár nieuwe truien?", schrik ik,, je hebt nog een kast vol truien." „Mm ", zegt Esther, „die zijn allemaal oud."

„Niet allemaal", werp ik tegen, „je hebt vorig jaar nog twee nieuwe truien gekregen." Esther slaakt een diepe zucht. Het wordt knokken voor haar gelijk deze keer, merkt ze wel.  Normaal gesproken zou ik ook niet zo moeilijk doen over een paar nieuwe kleren, maar we willen dit jaar zo vreselijk graag Rebekka (20) gaan opzoeken in Noorwegen.

En omdat ze er naar alle waarschijnlijkheid maar één jaar blijft kunnen we er ook niet al te lang voor sparen. ledere cent, of liever gezegd gulden, wordt dus apart gelegd en in de Noorwegenpot gestopt. Ook Esther doet van harte mee, maar vindt het desondanks toch nodig om haar garderobe fors uit te breiden.

„Die truien van vorig jaar zijn uit de mode", zegt ze voorzichtig „ze hebben allemaal van die felle kleuren en dat vind ik zo kinderachtig nu." Spijtig kijk ik Esther aan. Jammer, denk ik, die kleuren stonden haar juist zo goed. „ Wat moet het dan zijn? ", vraag ik. „Nou, grijs of zo.

En kort", zegt ze er vlug achteraan, „lang kan echt niet meer." „O", zeg ik, iets enthousiaster nu, „ik heb nog twee korte truien. Een grijze èn een witte. Zullen we even kijken boven?"

Kritisch staat Ester even later voor de passpiegel op onze slaapkamer en ik kijk toe vanaf de rand van het bed. „Ik weet het niet", weifelt Esther, terwijl ze onzeker de trui iets omhoog en dan weer omlaag trekt en zich in allerlei bochten wringt om ook haar achterkant te kunnen bekijken, „eigenlijk zou ik óók nog een paar nieuwe rokken moeten."

„Toe maar", zeg ik, „zo komen we nooit in Noorwegen." „Èn ik wil ook iets anders met mijn haar", voegt ze er nog aan toe, „ik ben zo uitgekeken op deze vlecht." Opgelucht laat ik me nu achterover op het bed vallen. Het is duidelijk dat Esthers probleem niet met haar garderobe, maar veeleer met haar leeftijd te maken heeft.

Als Esther ziet dat ik in de lach schiet, bromt ze: „Ik vraag wel aan Anne-Ruth of het kan of niet." „Nou, niemand ziet dat deze trui uit 1934 is, hoor", plaag ik haar. „Huh, wat, uit 1934?", schrikt Esther. „Nééééé, nee hè? Dat is niet waar, he mam?" En ze weet niet hoe gauw ze de trui weer uit moet trekken.

„Nee, natuurlijk niet, mallerd", schater ik, terwijl ik bijna op de grond rol van het lachen, „dat kan toch nooit. Ik ben zelf pas van 1947." Verlegen lacht Esther mee. O, dat gezicht van haar. Dat was wel tíen truien waard!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.