+ Meer informatie

Naar de Catechisatie

6 minuten leestijd

42

GODS BESLUITEN (vervolg)

Na enige onderbreking van onze artikelen door ziekte- en verhuizingsomstandigheden willen we nu onze lessen weer voortzetten in ons blad en stelle de hoogste Profeet en Leraar der gerechtigheid, Christus Jezus, Die tot opscherping van de noodzakelijke kennis der Goddelijke waarheden, ons in Zijn Woord geopenbaard, en bovenal ten eeuwigen zegen. We hebben met u mogen handelen over enkele voornaamste eigenschappen van Gods besluiten, als wijs, vrijmachtig, onafhankelijk, algemeen (alles omvattend) en onverandelijk. Nu nog iets over Gods besluiten betreffende het feit, dat zij ALGEMEEN zijn d.w.z. alles omvattend.

Er is dus niets, wat buiten Gods besluiten ligt. Dit kan ook niet, want dan zou er iets kunnen zijn, wat met eerbied gezegd, God zou onbekend zijn gebleven en Hem hebben verrast. Neen, „Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend”. Hand. 15 : 18.

Dit geldt ook van de zonde en de zonde-val in het paradijs. God heeft ook deze besloten, in Zijn eeuwig besluit opgenomen, maar onderscheidt u wel: niet tot Zijn verlustiging, maar tot betoning van Zijn rechtvaardigheid, die strafeisend en vergeldend is. In die zin valt zij onder het Goddelijk „moeten”, niet als dwang in God, maar als openbaring van Zijn heilige wil tot besturing en bestraffing, tot overwinning van de zonde.

Gods besluiten gaan over alle dingen, zowel over de grote dingen als over de allerkleinste: „Ja ook de haren uws hoofds zijn alle geteld”, Lukas 12 : 7a.

De allervoornaamste besluiten betreffen die van Gods VERRIEZ ING en VERWERPING, omvattend de PREDESTINATIE of VOORVERORDINERING.

We komen hier bij een allergewichtigst en ondoorgrondelijk stuk in Gods besluiten, dat velen tot ergernis bevonden wordt en daarom door hen verworpen wordt met de betuiging: is dat rechtvaardig en billijk, is dat een God van liefde, mensen te verwerpen?

Deze besluiten zijn ook dikwijls punten van bange bestrijding: „O, als ik toch niet zou uitverkoren zijn!” Hoe kan de vorst der duisternis vooral bekommerde zielen in dezwaarste benauwdheid en vertwijfeling brengen door in te werpen in hun hart: „Gij zijtgeen uitverkorene, u bent een verworpene, want God hoort u niet!” Wijlen prof. Wisse verhaalde eens van een vrouw die de Heere vreesde, die bepaald werd bij de „schare, die niemand tellen kan”. Zij vroeg in haar bekommernis: ach, zou ik er nog bij kunnen? Zijn antwoord was: „Vrouwtje, dit getal staat vast, u kunt er niet meer bij, maar.... het behoeft ook niet, want.... u staat er al bij; het werk der genade in u is hiervan een bewijs”. Een treffend antwoord, al is het ook waar, dat zulke bekommerde zielen dat werk der genade wel eens niet kunnen bezien bij zichzelf en wat zij wel eens rijk mogen ervaren, dit later zo bestreden wordt, zodat zij het niet durven houden voor het echte werk des Heeren. Dan smeken zij met David: „Zeg Gij tot mijn ziel: Ik ben uw heil”.

Wat nu het stuk der VERKIEZING en VERWERPING zelf betreft, moeten we eerst de vraag beantwoorden wat verstaat u onder het besluit der verkiezing?

Het besluit Gods van eeuwigheid: sommigen uit het gevallen menselijk geslacht in Christus zalig te maken. Het besluit der verwerping: dat God van eeuwigheid heeft besloten, wie Hij in hun val en verderf laat liggen om hun zonde eeuwig te straffen. (Hand. 13 : 48; Rom. 9 : 23; Efeze 1 : 4a; Rom. 8 : 30; Rom. 9 : 22; Nederl. Geloofsbel. art. 16; Dordtse leerregels hfdst. I; Heidelb. Cat. Zond. 21.)

In de geschiedenis der kerk is door alle eeuwen een grote strijd gevoerd over deze predestinatie. Hoe heeft de kerk zich steeds moeten verweren tegen de dwalingen ten opzichte van dit stuk, dat toch „het cor ekkl’esia”, het „hart der kerk” is. De dwalingen komen uiteindelijk hierin uit, dat zij het zalig-worden geheel legI gen in de hand van de mens zelf, de mens zelf kiest door zijn vrije wil.

Zo volgen de remonstranten het voetspoor van Pelagius ten aanzien van zijn leer over de vrije wil van de gevallen mens. Hun leer bedoelt een verkiezing te stellen UIT VOORGEZIEN GELOOF EN GOEDE WERKEN. Dit standpunt komt hierop neer, dat God besloot, omdat Hij wist.

Nu zijn Gode wel Zijn werken bekend van eeuwigheid naar Hand. 15 : 18, maar die wetenschap Gods valt nooit buiten Gods besluit. God wist, omdat Hij besloot.

Wat betekent „uit voorgezien geloof en goede werken?” Dat God van eeuwigheid wist, wie er zouden geloven en goede werken doen. Is dit dan niet zo? Zou er iets buiten Gods wetenschap staan? Neen, maar de remonstranten leren, dat de mens uit zichzelf kan geloven en goed doen. Dit wist God en daarom besloot Hij die uit te verkiezen. Wat houdt dit in? Wel, dat Gods verkiezingsbesluit afhankelijk was van de mens, van zijn geloof, Maar de Schrift leert echter heel duidelijk, dat het geloof vrucht is van Goddelijke verkiezing. Efeze 2 : 8: „Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave”. Dordtse leerregels 1/6: „Dat God sommigen in de tijd met geloof begiftigt, sommigen niet begiftigt, komt voort van Zijn eeuwig besluit”.

Efeze 1 : 11: „Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil”.

De remonstranten leren ook, dat de ZONDE de oorzaak is van de „verwerping”. Ook dit is onjuist, want dan zouden alle mensen verworpenen moeten zijn. Neen. De oorzaak van de verkiezing en de verwerping ligt in GODS VRIJMACHTIGE SOEVEREIN WELBEHAGEN! „Het is niet desgenen, die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods”, Rom. 9 : 16.

De Roomse kerk is in haar beschouwing over de verkiezing semi-pelagiaans, d.w.z. de wil, de natuur van de mens is verzwakt. Met behulp van de genade kan de mens zelf goede werken doen. Arme leer, want ook zij laat het zalig-worden geheel afhangen van de mens.

De machtige invloed van het hedendaagse modernisme en van het Barthianisme doet haar verdervende kracht gelden door de totale verwerping van de verkiezing Gods tot zaligheid en van de „verwerping” tot het verderf. Zie terug bij les 40. Men spreekt ook van een „algemene verkiezing”. De Schrift leert echter klaar, dat de verkiezing gaat over met name bij God bekende personen: Rom. 9 : 13: „Jakob heb ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat”. Maakt deze leer geen „zorgeloze mensen”? Inderdaad zijn er zorgeloze mensen ten aanzien van de leer van vrije genade en Gods vrijmachtige verkiezing. Maar dat ligt niet aan de leer, maar aan de mensen zelf, omdat zij die leer misbruiken tot valse lijdelijkheid, terwijl de Bijbel toch ook zo duidelijk wijst op de verantwoordelijkheid van de mens. Doch hierover een volgende keer D.V.

Welk een rijke bron van vertroosting voor Gods kinderen, wanneer de Heere Zijn volk eens terug leidt naar de stilte der eeuwigheid en ’t door het geloof dan mag roemen in die eeuwige verkiezende liefde Gods!

„De Heere is mij verschenen van verre tijden. Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid”, Jer. 31 : 3.

Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.