+ Meer informatie

Huisbezoek-een moeilijk onderwerp

Een gesprek met ambtsdragers over huisbezoek

15 minuten leestijd

In veel gezinnen is er enige spanning als er huisbezoek gaat komen. Ook jongeren die graag naar de catechisatie en vereniging gaan, vinden het meestal niet gemakkelijk op huisbezoek te praten. Dat blijkt uit onderzoek dat onder jongeren gehouden werd. Nu moeten we voorzichtig met onderzoekcijfers omgaan. Toch kunnen we er uit leren. Wanneer we over dit onderwerp verder willen nadenken, willen we dat doen in het besef dat het enerzijds een wonder is wanneer er bij (jonge) mensen plaats is voor het spreken over de dingen van Gods Koninkrijk. Er is immers niemand die vanuit zichzelf daarvoor open staat. Anderzijds moeten we beseffen dat het gaat over de meest wezenlijke dingen van het leven. Daarom moeten we alles doen om het gesprek zo goed mogelijk te laten verlopen.

Een gesprek met een drietal ambtsdragers over huisbezoek: ouderling). D. Kalkman uit Gouda, ouderling G. de Waard uit Rhenen onder leiding van redaktielid en ouderling j.H. Mauritz. In de kaders staan reakties van jongeren van een zomerkamp op de vraag hoe zij huisbezoek ervaren. Het gaat hier steeds om reakties van jongeren, die opgeven dat ze wel over geestelijke zaken praten. Hoe de 'gemiddelde' jongere uit de Gereformeerde Gemeenten denkt over huisbezoek, zou nog wel eens anders kunnen zijn. Tevens is een samenvatting gemaakt van de uitslag van een onderzoek onder jongeren over hun houding ten aanzien van huisbezoek.

Ambtelijke zorg

De heer Mauritz opent het gesprek en neemt als uitgangspunt Handelingen 20, waar het afscheid van de apostel Paulus van de ouderlingen te Efeze beschreven wordt. Onderstreept wordt vers 28: 'Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden.'

De ouderlingen worden geroepen om te waken over de kudde. Dat is een opdracht van de Koning van de Kerk. Wie is daartoe bekwaam? Geen enkele ambtsdrager immers. En toch wordt een ambtsdrager geroepen om de gemeente te leiden. Dat kan alleen als ambtsdragers de voetstappen mogen drukken van de grote Ambtsdrager jezus Christus.

David sprak tot Goliath: 'Ik kom tot u in de naam des HEEREN...' Zo mag ook de ambtsdrager op pad gaan. Als we met onszelf komen, dan is er geen verwachting. Ook een ambtsdrager is immers een zondig mensenkind.

Waar komt eigenlijk onze huisbezoekpraktijk vandaan? Komt 'huisbezoek' ook in de Bijbel voor?

De heer Kalkman (K): De heer Mauritz heeft deze vraag al gedeeltelijk beantwoord. In het Oude Testament komen we het persoonlijke onderwijs door profeten en priesters tegen. In Efeze 4 lezen we dat God sommigen in het ambt gesteld heeft met als doel de opbouw van het lichaam van Christus. In dit licht moeten we het huisbezoek een plaats geven.

Onze huisbezoekpraktijk heeft zich in de kerkgeschiedenis ontwikkeld. We kunnen lezen dat de synodes van Embden (1578) en die van Dordrecht (1618/19) stellen, dat het huisbezoek gedaan moet worden. Het heeft dan een heel direkt ver-

band met het Heilig Avondmaal: onderzoek naar het persoonlijk geloof en toezicht op leer en leven.

Zielszorg

De heer Mauritz (M): Huisbezoek is in de eerste plaats zielszorg. Bij Brillenburg Würth heb ik gelezen dat Calvijn het huisbezoek heeft ingesteld om de ambtsdrager in staat te stellen de gemeente herderlijk te verzorgen. Huisbezoek heeft dus niets te maken met nieuwsgierigheid van ambtsdragers, maar heefteen pastoraal doel.

Wat is eigenlijk het doel en de funktie van het huisbezoek?

K: Het huisbezoek beoogt het welzijn van de hele gemeente. Eigenlijk is huisbezoek een bezoek aan de enkeling, om onder vier ogen met elkaar te spreken over de vraag: 'Is het wel tussen u/jou en God? '. De heer De Waard (W): Huisbezoek heeft mijns inziens twee doelen. Het is goed als bij de kerkeraad bekend is of het in maatschappelijk opzicht goed gaat, of er zorgen zijn in het persoonlijke of gezinsleven. Een ander doel is het nagaan of er vrucht is op de prediking. Dit is eigenlijk de belangrijkste vraag. Als we deze vraag niet stellen, dan staan we schuldig. Hierbij moeten we niet heendraaien om de kernvraag, namelijk hoe de persoonlijke verhouding met God is. Bij de ouders en de wat oudere kinderen vraag ik dit dan ook.

K: Eigenlijk kun je het huisbezoek vergelijken met een boer die naar zijn akker gaat. Er is het hele jaar gezaaid door de prediking van Gods Woord. Het is dan goed als ambtsdragers eens gaan kijken of er al plantjes boven de grond uitkomen. Een boer zorgt ook voor zijn gewas, zoveel als in zijn vermogen ligt en kijkt ook wat dat gewas steeds weer nodig heeft. Petrus zegt ook ergens: 'Weid de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover.' We moeten als ambtsdragers het aangezicht van de schapen kennen. De Heere bestraft ook de ontrouwe herders (Ezechiël 34). Het is dan ook belangrijk te proberen iedereen elk jaar langs te gaan. W: Je hoort als ambtsdragers en predikant te weten wat er leeft in de gemeente. Dit krijgt dan weerklank in de preek. Alleen zo kan het dat de preek niet over de hoofden van de gemeenteleden heengaat, maar aansluit bij de levensvragen. Er ligt dus ook een heel direkt verband tussen huisbezoek en preek.

Grondhouding

M: Een ambtsdrager moet de liefde uitstralen naar de gemeenteleden. Als het goed is is de grondhouding van de ambtsdrager: de liefde van Christus dringt ons. Opdat we de mensen telkens weer zouden bidden: laat u met God verzoenen. De liefde maakt ook eerlijk. De ambtsdrager heeft ook te waken dat de gezonde leer in de gemeente blijft. Ook daarover zal gesproken moeten worden. De ambtsdragers zullen er ook op toezien of de levenstijl in de gemeente overeenkomstig Gods Woord is.

Een van de voorwaarden vooreen goed huisbezoek is een wederzijdse goede voorbereiding erop. De reagerende jongeren blijken dit veelal 'biddend' te doen. Hoe bereidt u als ambtsdrager uzelf voor?

K: Je ziet er eigenlijk elke keer weer tegenop. Salomo zei bij het begin van zijn koningschap: 'Ik weet niet in of uit te gaan'. Ditzelfde ervaar je als ambtsdrager elke keer weer. Daarom is allereerst het gebed een noodzakelijke voorbereiding. Verder is ook een oprechte belangstelling voor het gezin of de persoon bij wie je op bezoek gaat heel belangrijk, je komt niet alleen om te vragen: 'Hoe is uw persoonlijke verhouding met God? ' Voor de bezochte moet duidelijk zijn dat de ambtsdrager tegenover hem zich daadwerkelijk voor hem interesseert en zich in hem verdiept. Ik vind

het belangrijk om te weten wie er in huis zijn en om de roepnamen van de kinderen te weten. Ook bereid ik me op het huisbezoek voor door na te gaan of er bijzondere gebeurtenissen, zoals rouw, jubilea en ziekte gepasseerd zijn. Als er problemen van maatschappelijke of geestelijke aard bij het vorige huisbezoek aan de orde gekomen zijn, dan moet daar bij het volgende huisbezoek weer bij aangehaakt worden.

Methode

Nu het eigenlijke huisbezoek zelf. Welke dingen zijn belangrijk voor het welslagen van een huisbezoek?

K: leder mens is verschillend, leder gezin heeft een aparte benadering nodig. Een algemeen schema is hiervoor niet te geven. We kunnen niet bij alle gezinnen en bij elk individueel persoon hetzelfde zeggen, hoewel bepaalde elementen zoals Gods Woord ons leert niet mogen ontbreken (Nicodemus, brieven van de apostel Paulus).

M: De Heere jezus heeft in het gesprek met de Samaritaanse vrouw een voorbeeld gegeven van een huisbezoek. Vier belangrijke dingen vallen in dat gesprek op. De Heere Jezus sluit aan bij de situatie waarin de vrouw verkeert (1): "Roep uw man..." Er is sprake van een vertrouwensrelatie (2): de Heere heeft echte belangstelling voor haar. Hij stelt de vragen niet uit nieuwsgierigheid, maar tot ontdekking. Het gaat er Hem om dat het voor haar tot zegen zal zijn. De Heere jezus luistert (3) meer dan dat Hij spreekt. Hij stelt een vraag en luistert naar haar antwoord. Hij gaat niet in debat met de vrouw maar geeft leiding aan het gesprek (4).

Dit is de 'theorie', nu de praktijk. Het zal niet altijd keurig volgens het boekje gaan. Welke dingen ervaart u zelf als een probleem tijdens huisbezoek?

K: Als in het gezin de onderlinge relaties verstoord zijn, is het erg moeilijk huisbezoek te doen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om onenigheid tussen man en vrouw, of tussen ouders en kinderen. De vertrouwelijke sfeer " die nodig is, is er dan niet. Ook kom je het wel eens tegen dat ouders het niet met de prediking eens zijn en dit uiten waar de kinderen bijzitten. Als ouders ben je zo niet opbouwend bezig, maar leg je bij je kinderen het zaad van de twijfel.

Hoe gaat u als ambtsdrager hierop in?

K: Als men het niet eens is, is het in ieder geval wel belangrijk door te spitten en het probleem helder te krijgen. Toch mag je ook vragen, of men wel goed luistert. Niet iedere preek bevat alle facetten van de heilsorde. In de loop van een bepaalde tijdsperiode komt, als het goed is, wel alles aan de orde. In elk geval zit in elke preek voldoende om onder te buigen. Daarom moet je in zo'n geval wel eens zeggen: nu leggen we even alle problemen terzijde, hoe is het nu met u persoonlijk, met uw verhouding tot God?

W: Het is wel zo dat we niet de kritiek zelf uit de weg willen gaan, maar het huisbezoek is niet de aangewezen en meest verstandige plaats om te komen met kritiek. Je moet als ambtsdrager oppassen het gesprek niet te ver deze kant op te laten gaan. Je bent dan verkeerd bezig. Als men echt iets heeft, moet je er wel altijd op terug komen, bijvoorbeeld een keer in de consistorie, waar de kinderen niet bij zijn.

M: Bij elk huisbezoek moet voor ogen

worden gehouden dat het gaat om de wezenlijke zaken en niet om de kritiek.

Welke problemen ontmoet u nog meer?

K: Je komt soms ook bij mensen, die het huisbezoek 'saboteren' op cruciale momenten. Men vraagt bijvoorbeeld op het moment waarop je gelegenheid hebt een persoonlijke vraag te stellen, of je nog koffie wilt. Zo maak je het ambtsdragers wel erg moeilijk huisbezoek te doen. Wat ik ook moeilijk vind, is het bezoek bij mensen die erg zwijgzaam zijn, wanneer het gaat over geestelijke zaken.

Het kan schroom zijn, maar in een aantal gevallen heeft het toch ook heel direkt te maken met onkunde en weinig bezig zijn met de dingen van Gods Koninkrijk. Je probeert dan toch de dienst des Heeren aan te prijzen. Dit betekent konkreet: zoek de Heere terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is in je jonge jaren. Het natuurlijke manna moest 's morgens vroeg gezocht worden, voordat de zon heet werd, want dan versmolt het. Het geestelijke manna moet je zoeken in je jonge jaren voordat de zon heet wordt, dus voor de kwade dagen, voor het voor jou versmolten is ... te laat is.

W: Deze problemen kom ik niet zo vaak tegen. Wat ik wel eens erg moeilijk vind, is hoe je het gesprek om kunt buigen naar het geestelijke, als het stil valt na het 'gewone' gesprek. Dat is vaak een moeilijke overgang.

K: Als je het goed beschouwt, dan gaat ook het gesprek over de 'gewone' dingen zonder meer niet over 'gewone' dingen. Ook in die dingen blijkt de trouw en goedheid van de Heere. Je kunt hier vaak al heel wat 'geestelijke' momenten uithalen: 'God is goed geweest daar en daar in', 'u bent gespaard', 'er is nieuw leven geschonken'.

Problemen die jongeren aangeven met betrekking tot huisbezoek zijn bijvoorbeeld 'meer uithalen dan er in me zit'en 'opengeven op een verplicht moment'. Herkent u dit? Hoe gaat u daarmee om?

W: Ja, dat herken ik. 'Meer uithalen dan in me zit' vind ik een erg moeilijk aspekt van huisbezoek. Je kunt zo snel met jouw manier van vragen de mond snoeren. Jouw manier van vragen bepaalt het antwoord. Als je bijvoorbeeld vraagt: 'Heeft de prediking in jouw leven ook vrucht? ', dan interpreteert de jongere dit als: 'Ben je bekeerd? '. Die jongere klapt dan dicht. Er komt dan ook niet meer uit, wat er misschien op de bodem van de ziel leeft. Het is vaak mijn gebed: 'Heere, geef mij de juiste woorden.' Dan geeft de Heere dat je vraagstelling niet bot is. Je mag dan toch wel eens verwonderd naar huis gaan, als je merkt dat je het hart van de ander gaande gekregen hebt. Jongeren willen op een fijne manier aangesproken worden. Zelf ben je daarin maar al te vaak een grote sta in de weg.

M: je kunt misschien dit probleem verkleinen door te vragen in uitnodigende zin. Bijvoorbeeld: 'Zou je de Heere willen vrezen? ' Je krijgt dan soms toch wel eens een verlegen antwoord.

W: Bij jongelui, die de leeftijd bereikt

hebben, waarop ze eens na zouden moeten denken over het belijdenis doen, kun je hierin soms een aanknopingspunt vinden: 'Groei je er al naar toe? ' jongeren waarin wat leeft zijn vaak stil. Als je dan te diep doorvraagt, verknoei je soms alles. Als je ziet dat iemand stil luistert, ga je die persoon niet in de klem zetten. Dat is onpastoraal.

Op het rijtje af

W: Vaak kunnen jongeren het ook bedreigend vinden als op het rijtje af wordt gegaan: vader is geweest, dan krijgt moeder een beurt, en dan komen ze bij mij... jongeren zijn beducht voor persoonlijke vragen. Toch moeten we de oudere jongere niet voorbijgaan, maar naar gelang leeftijd en situatie hen bij het gesprek betrekken.

K: Je moet er zoveel mogelijk naar streven een gesprek met het gezin te voeren, waarbij zo nu en dan een keer een vraag aan iemand persoonlijk gesteld kan worden. Het gesprek krijgt zo een meer natuurlijk verloop. Je neemt de gedwongenheid ermee weg. leder op zijn beurt levert vaak een cliché-matige benadering op.

Je mag komen zoals je bent Wat doet u als u merkt dat een jongere huisbezoek moeilijk vindt? Soms

kun je merken, dat een jongere niet veel zegt, omdat hij/zij niet durft, maar toch graag eens over bepaalde dingen spreken wil, zoals blijkt uit een reaktie. Wat moet zo'n jongere doen?

K: Als zo'n jongere een gesprek wil hebben, dan kan dat. Graag zelfs! Ze mogen komen zoals ze zijn. Elke ambtsdrager moet hiervoor open staan. W: Jongeren weten denk ik wel dat dat kan, maar doen ze het ook? Als een jongere een dominee of ouderling belt, dan is men vaak al maanden ermee bezig. Er ligt denk ik vaak een hoge drempel. Daarom zou ik tot alle jongeren willen zeggen: 'Bel! Zoek kontakt! Bel diegene met wie je prettig kontakt hebt. Prettig kontakt is erg belangrijk. Als ouderling moetje dan niet direkt over uiterlijkheden beginnen. Daar komt zo'n jongere niet voor. Daar moetje tijd en wijze voorweten. M: In het pastorale gesprek met jongeren gaat het om wederzijds vertrouwen. De ambtsdrager zal zich proberen in te leven in de situatie waarin jongeren verkeren: hoe het gaat op school, met de studie, in het werk, welke moeilijkheden zich voordoen, enzovoort. Hij zal proberen om jongeren heen te wijzen naar de Heere en hen jaloers te maken op de dienst des Heeren.

jongeren voelen zich soms niet begrepen door ambtsdragers, zoals blijkt uit enkele reakties. Als u dit probleem tegenkomt, hoe gaat u daarmee om?

K: In ieder geval wacht ik ervoor om populair te zijn. Dat komt niet echt en geloofwaardig over. Wel probeer ik hun taal te spreken, dus niet in moeilijke termen. Soms vraag ik me ook wel eens af, begrijpen ze nog wel de 'termen' zoals die in GodsWoord en in de prediking genoemd worden. Moeilijke termen gebezigd in de maatschappij, komputer (en in de sport) hebben zij zich al gauw eigen gemaakt. Waarom zich dan niet een weinig inspannen om geestelijke termen te begrijpen. Dat levert misschien goede vragen op voor het huisbezoek.

W: We moeten in ieder geval luisteren, hen serieus nemen en hun probleem niet wegpraten. Als ze je een probleem voorleggen, dan is het hun probleem en daarmee een echt probleem. Als ambtsdrager moet je zo'n vraag niet uit de weg gaan, maar er in ieder geval over praten. Daarmee toon je, dat je hen serieus neemt. Jongeren moeten te allen tijde de gelegenheid krijgen om vragen te stellen. Ik heb dan ook geen moeite met kritische vragen. Ook daarmee kan ik blij zijn, omdat ze het tegen je uitspreken. Als ik niet direkt weet te reageren, beloof ik dat ik er later op zal terugkomen.

Tot slot zou ik jongeren willen oproepen de ambtsdragers biddend te verwachten, of er eens een woordje voor hen bij zou mogen zijn en of de ambtsdragers hen zullen begrijpen. Als zowel de ambtsdrager als de bezochte beiden oprecht in gebed zijn, dan kan de Heere horen: 'Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar zal Ik in uw midden zijn.'

Gebed belangrijk

K: Het is mijn wens dat de jongeren van onze gemeenten veel met het ene nodige bezig zijn. Ik haal altijd de Prediker aan: Zoek de Heere eer dat de kwade dagen komen. Dat kan ook als je jong bent. Er staat namelijk ook 'eer dat het rad aan de bornput aan stukken gestoten wordt'. Dat betekent: midden in het volle leven. Het is heel belangrijk dat steeds op huisbezoek naar voren te halen.

De heer Mauritz besluit het gesprek met de volgende oproep: 'Mag ik de jongeren vragen om het gesprek met de ambtsdragers niet uit de weg te gaan? Neem kontakt om met je dominee of met een ouderling als je vragen hebt waarover je tijdens het huisbezoek niet durft te spreken. Vergeet niet voor de ambtdragers te bidden. De Heere heeft ze in de gemeente gesteld om te waken over de gehele kudde, daar behoren ook de lammeren bij!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.