+ Meer informatie

’t Kan zo, maar ’t kan ook anders

5 minuten leestijd

Meer dan ooit is in onze tijd nodig, dat er rechte lijnen getrokken worden voor het leven.

Geen lijn naar links en een lijn naar rechts.

Geen lijn naar de wereld en een lijn naar de kerk.

Geen lijn naar het toelaatbare en een lijn naar het ontoelaatbare.

Geen lijn van het halfslachtige: „het kan zó, maar het kan ook anders”!

Onze tijd vraagt voor oud en jong rechte lijnen naar Schrift en belijdenis, want „zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben”.

Zou de verwarring in het maatschappelijk en kerkelijk leven niet grotendeels te wijten zijn aan het feit, dat de rechte lijnen zoek zijn? Dat wij het richtsnoer van Gods Woord kwijt zijn? Dat wij als onze gemeenschappelijke schuld moeten belijden wat staat in Ps. 106: „Wij hebben God op ’t hoogst misdaan, wij zijn van ’t heilspoor afgegaan”?

Is heel het maatschappelijk en kerkelijk leven niet geïnfekteerd door de bacil van: het kan zó, maar het kan ook anders? Met als gevolg: een ieder doe maar wat goed is in zijn ogen.

Het kan zó, en dan wordt met een medelijdende blik getolereerd dat men aan de oude lijnen wil vasthouden, waarbij de kerk der Reformatie heeft geleefd en veel zegen heeft genoten.

Het kan ook anders! en men trekt allerlei nieuwe richtlijnen voor het leven. Nieuwe richtlijnen, waarbij al het oude onder de voet wordt gelopen, alle remmen worden losgeworpen en het leven een gedaante krijgt van een schijngodsdienstig vertoon, van een godsdienst zonder God!

Dit alles wordt dan vaak gedekt met het woord: de vormen worden wel veranderd, maar het wezen willen wij behouden!

De grote vraag is echter of men het wezen niet lang heeft prijs gegeven en men daarom niet ophoudt de vormen te veranderen. De geschiedenis is daar om te bewijzen, dat juist in een tijd van grote geesteloosheid allerlei nieuwe vormen werden opgeroepen om zichzelf met wat surrogaat in het leven te houden. Wanneer werden de gezangen in het leven geroepen? Uit welke hoek kwam de vraag naar een nieuwe vertaling en naar de opvoering en vervolmaking van de liturgie?

Bij dat al leven wij nu in een tijd van grote verwarring, waarbij de rechte lijnen zijn zoek geraakt. In een tijd van: het kan zó, maar het kan ook anders!

U kunt de oude psalmen zingen, u kunt ook de nieuwe psalmen zingen.

U kunt de oude vertaling lezen, u kunt ook de nieuwe vertaling lezen.

U kunt de vrouw laten stemmen, u kunt de vrouw ook niet laten stemmen.

Het kan zó, maar het kan ook anders!

Waar is de rechte lijn?

Waar is het positief gericht zijn in het leiding geven aan oud en jong? Waar is het positief naar Het Woord Gods getuigenis geven, dat de vreze des Heeren vraagt: „om de wereld te verlaten, onze oude natuur te doden, om in een nieuw godzalig leven te leren wandelen”. Trekt de Schrift dan niet duidelijk de rechte lijn als zij spreekt over een brede en een smalle weg? Twee wegen! Geen drie of vier! Geen vermenging van twee tot één. Maar twee wegen! En met het oog op die twee wegen geldt nog steeds: Kiest u heden wie gij dienen wilt! Is de Heere God of is Baäl God!

Mag de keuze in ons hart zijn gelegd tot God en Zijn dienst, dan zal ons hart ook naar God en Zijn dienst uitgaan. O zeker, dan zal onze oude natuur altijd blijven trekken naar de zonde, en ook naar het kompromis: God wat en de wereld wat; maar spreekt het nieuwe leven, dan vindt dat zijn beleving in het woord van de dichter: „Mijn hart roept uit tot God, Die leeft, en aan mijn ziel het leven geeft”.

Wat brengt de vreze Gods dan een rijk leven. Een leven waarvan eens iemand gezegd heeft: dan mag men doen wat men wil, zo vrij is dan dat leven als ons willen op het willen Gods mag zijn afgestemd.

Dan kunnen wij ons ook niet vinden in het kompromis, in het halfslachtige, maar dan ziet de vreze Gods de rechte lijn in alles wat op God en op Zijn dienst en op Zijn eer gericht is. Dan kan het zingen in de ziel: Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen die Uw Naam ootmoedig vrezen, en leven naar Uw Goddelijk bevel.

De gemeente van Laodicea wordt ons in het Woord van God getekend als een gemeente, die de rechte lijn niet meer zag. Zij was noch heet noch koud en daarom sprak de Heere: omdat gij lauw zijt, en noch heet noch koud. Ik zal u uit Mijn mond spuwen.

Passen wij daarom op voor de halfslachtigheid van het noch heet noch koud zijn, maar zoeken wij in de weg van een worstelend strijden en een strijdend worstelen naar het bewandelen van die ene smalle weg, die ten leven leidt. Dan moge het leven in onze ziel:

Dat mij ’t betreên dier paden vreugd’ verschaff’, Bevestig toch aan Uwe knecht de zegen, Waartoe Uw Woord hem blijde hope gaf, Hij is oprecht tot Uwe vrees genegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.