+ Meer informatie

Is het Kerstfeest christelijk?

Viering Christus' geboortedag wordt niet in de Bijbel geboden

11 minuten leestijd

De Heere Jezus is niet werkelijk op 25 of 26 december geboren. De datum voor de kerstviering is een rechtstreeks gevolg van allerlei heidense gebruiken, zoals hetzonnewendefeest. In de Bijbel wordt nergens gerept over het vieren van kerkelijke feestdagen. Alle puriteinen en vele Hollandse oudvaders waren absoluut tegen het vieren van het Kerstfeest. Hoe christelijk is het Kerstfeest?

In artikel 12 van de kerkorde van de Nededandse Hervormde Kerk lezen we dat de kerk niet alleen de zondag viert, maar ook bijzondere dagen onderhoudt; de Kerstdagen, de Goede Vrijdag, de Paasdagen, de Hemelvaartsdag en de Pinksterdagen. Hoort dit in het bijzonder bij de vervallen vaderiandse kerk? Is dit soms een overblijfsel van de beruchte reglementenbundel van 1816? Het antwoord blijkt negatief te zijn. Ook de Dordtse Kerkorde van 1618-' 19 spreekt over feestdagen:,,De Gemeenten zullen onderhouden, benevens de Zondag, ook de Kerstdag, Pasen en Pinksteren, met de navolgende dag; en dewijl in de meeste steden en Provinciën van Nederiand, daarenboven nog gehouden worden de dag van de Besnijdenis en die van de Hemelvaart van Christus, zullen de Dienaars overal, waar dit nog niet in gebruik is, bij de Overheden arbeiden, dat zij zich met de anderen mogen conformeren" (art. 67). Uit het bovenstaande proeven wij niet slechts een accepteren van (tweede) feestdagen, maar bovendien een bevorderen ervan. De vraag die op ons afkomt, is: is dat bijbels? Waarom op 25 en 26 december preken over de geboorte van de Zaligmaker en in de rest van het jaar niet? We willen in dit artikel nagaan waar het Kerstfeest vandaan komt en hoe er door de puriteinen op gereageerd is.

Heidense gebruiken
Kerst was oorspronkelijk een heidens Babylonisch feest op 25 december ter ere van de geboorte van Thammuz(Ez. 8:14). Semiramis, de Babylonische koningin van de hemel, is zijn moeder. Bekend is de afbeelding van moeder en kind. De festiviteiten omvatten het zingen in de straten, losbandig feestvieren, dronkenschap, sfeerverlichting en het uitwisselen van presentjes. Ook het versieren van een naaldboom behoorde bij de afgodische gebruiken. Eind december gaan de dagen lengen; de zon gaat het als het ware weer winnen van de duisternis. De 25e december is dan ook in veel heidense godsdiensten een belangrijke datum geweest. De geboorte van de zonnegod van de winter stond dan in het middelpunt. Het motief van een moeder-god met de zoongod is eveneens wijd verspreid. Ook het Romeinse Saturnalia vertoont overeenkomsten. De onoverwinbare zonnegod (Sol Invictus) stond hierbij in het middelpunt. Deze zonnegod werd afgebeeld als een klein kind. Jezuïtische missionarissen waren zeer verbaasd toen zij in de binnenlanden van Tibet, China en Japan het evenbeeld van Madonna en haar kind tegenkwamen. De eerste compleet met stralenkrans.

Roomse strategie
De eerste drie eeuwen van het christendom is er nog niets te bespeuren van kerstfeestvieringen. Origenes gaf in het midden van de derde eeuw een lijst van feest- en vastendagen, waarin Kerst niet genoemd wordt. In de vierde eeuw is de kerstfeestviering door de Roomse Kerk overgenomen om de geboorte van Christus te gedenken. Kerst-mis is een combinatie[> van de mis en de naam Christus. In plaats van Semiramis met het kind Thammuz kwam de Madonna met het kind Jezus op de armen. In plaats van het kind Sol Invictus kwam de kribbe met een pop als het kind Jezus. Wie enigermate op de hoogte is van de roomse strategie weet dat deze kerk altijd zo te werk gegaan is; heidens bijgeloof vervangen door kerkelijke instellingen.

Calvijn
In de zestiende eeuw veroorzaakten de kerkelijke feestdagen (Engels: holy days) veel onrust. Luther slaakte in 1520 de verzuchting dat toch de zondag de enige feestdag mocht zijn. Desondanks heeft hij bepaalde feestdagen overgenomen. In Straatsburg schafte men in 1524 alle kerkelijke feestdagen af. Toen Calvijn in 1536 in Genève kwam, had men in deze stad alle feestdagen afgeschaft. Dit was het werk van Farel en Viret. Zij wilden alleen de zondag in ere houden en afstand nemen van alle menselijke instellingen. Ook Calvijn stond op dit standpunt. De tegenstanders van Farel en Calvijn probeerden ook op het gebied van de feestdagen hun zin door te drijven. Met hulp van het stadsbestuur lukte dit. De nieuwe bestuurders van Genève wilden in 1538 o.a. de feestdagen opnieuw invoeren. De beide reformatoren meenden dat hierdoor de vrijheid van de kerk in het geding kwam. Zij lieten zich door het stadsbestuur niets voorschrijven. De raad verbood hun daarop te preken en zo werden zij in april verbannen. Daarna voerde de raad het onderhouden van de feestdagen door.

Geen beginselkwestie
Hoe handelde Calvijn toen hij in 1541 opnieuw in Genève kwam? Het eerste wat hij deed, was niet het afschaffen van de feestdagen. Hij zegt er zelf van: „Bij mijn terugkeer had ik in één ogenblik onder bijval van de meerderheid omver kunnen halen, wat in mijn afwezigheid besloten was, maar ik heb mij stil gehouden." We zien hierin dat Calvijn van de feestdagen geen beginselkwestie maakte. Zelfwas hij ertegen, maar uit praktische overwegingen wilde hij erin toestemmen, om de zaak van de reformatie niet te benadelen. Toch zijn later in Genève alle feestdagen geheel afgeschaft. Na het einde van 1550 hield men zich nog slechts aan de zondag. Dit hield niet in dat Calvijn totaal geen aandacht had voor het kerkelijke jaar. De feestdag die aan de geboorte van Christus gewijd was, werd naar de eerstvolgende zondag verzet. Fel trok Calvijn van leer tegen allerlei bijgeloof. Zo preekte hij op donderdag 25 december 1550 in de normale doordeweekse kerkdienst, die echter beter dan gemiddeld bezet was: ,,Als u denkt dat Jezus Christus vandaag is geboren, dan zijt ge beesten, ja wilde beesten. Zo ook, wanneer u met deze dag God een bijzondere dienst bewijzen wilt, dan richt u daarmee een afgodenbeeld op. U zegt weliswaar: het is ter ere Gods, maar het is ter ere van de duivel." In zijn verklaring van het vierde gebod merkt Calvijn op: ,,Ikzalde kerken niet veroordelen, die andere feestdagen willen onderhouden voor hun samenkomsten, als ze maar vrij zijn van bijgeloof."

John Knox
Bij de puriteinen vinden we een strikter standpunt dan bij Calvijn. Dit is ook wel te begrijpen vanuit hun strijd. Zij moesten vechten tegen allerlei roomse overblijfselen in de eredienst. Zodoende is het te begrijpen dat zij rigoureuzer waren dan de reformatoren. John Knox was de eerste die het zogenaamde'' regulatieve principe van de godsdienst" naar voren bracht. Dit houdt in dat het geheel van Gods dienst in het Woord van God gefundeerd moet zijn. Er mag niet toegedaan en niet afgedaan worden. Tegenover Rome zegt hij het zo: ,,Het is duidelijk dat Gods Woord jullie ceremoniën verdoemt. Het heldere en eenduidige gebod van God is: ,,Nietdatwatgoedinuw ogen is, zult u doen voor de Heere uw God, maar dat wat de Heere uw God u geboden heeft: voeg hier niets bij en laat niets weg." Alles wat niet uitdrukkelijk geboden is, is verboden. In 1560 wordt dit standpunt van de Schotse kerk verwoord in "The First Book of Discipline". Als Beza in 1566 instemming vraagt voor de tweede helvetische confessie, antwoordt de algemene vergadering van de Schotse Kerk betreffende de feestdagen: ,,Deze feesten hebben geen plaats onder ons; wij durven geen enkele andere godsdienstige feestdag te vieren dan die welke Gods openbaring voorschrijft.''

George Gillespie
In 1637 verscheen het boek " A Dispute Against the English-Popish Ceremonies, Obtruded upon the Church of Scotland" van Gillespie (1613-'49). Fel ageert hij tegen de feestdagen. Hij noemt als argumenten: 1) Het tweede gebod verbiedt God te dienen naar menselijke inzetting. 2) Alle resten van afgoderij moeten verwijderd worden (Ex. 34:13; Num. 33:52; Deut. 7:5, 25-26; 12:2-4, 29:32; Jes. 30:22). 3) Deze feestdagen herinneren niet alleen aan de vroegere afgoderij van Rome, maar houden die nog in stand. 4) De kerk en de traditie hebben geen macht om feestdagen in te stellen. 5) Alle ceremoniële feesten zijn sinds het NT voorbij (Gal. 4:10; Kol. 2:16). 6) De kerkelijke ceremoniën kunnen in betekenis en gebruik de plaats van de sacramenten gaan innemen. 7) De didactische rol van deze gebruiken ontkent de genoegzaamheid van de Schrift. 8) Bijzondere feestdagen ondermijnen het ware onderscheid van de zondag. 9) Heidense overdaad staat centraler dan de herinnering van Christus' geboorte. Welke puriteinen we verder ook onderzoeken, allen komen hierin overeen dat bijzondere feestdagen nergens in Gods Woord geboden zijn, berusten op menselijke inzettingen en alles te maken hebben met ongeloof en bijgeloof. Teksten die verder nog aangehaald worden zijn: Ex. 23:13; Lev. 10:1-2; 1 Sam. 13:9-13; Jer. 10:2 en 2 Kor. 6:16-17. Nog een argument komt naar voren: Kerstfeest is een bron van verwarring over de feitelijke gebeurtenissen, hetgeen vooral blijkt uit illustraties e.d.

Jacobus Koelman
Het zal duidelijk zijn dat de puriteinse invloed in Nederland bij onze oudvaders ook op dit punt doorgewerkt heeft. Het duidelijkst is dat het geval bij Koelman te Sluis. Hij was niet alleen fel tegen formulierendwang, maar ook tegen allerlei feestdagen. Op tweede kerstdag 1672 maakte Koelman in een preek zijn afkeuring duidelijk kenbaar: ,,Waaromzoudtge op deze maandag meer naar de kerk gaan dan op de vorige of op de volgende maandag? Zeker niet omdat er gepreekt wordt: want op anderen dagen wordt er ook in de week gepreekt en dan komen velen van u zelden of nooit!... (...) Het is omdat het heden de tweede kerstdag is. En er is een oude gewoonte in ons land om, evenals op de eerste, de winkels te sluiten, de arbeid na te laten en naar de preek te gaan, om dan naar zulke zaken te luisteren en naar zulke teksten te preken, waaraan men van ouds op zulke dagen gebonden is. Maar wij moesten ons eens onderzoeken of wij daarmede wel doen en God behagen. Zou de Heere die reden goedkeuren en ons daarvoor prijzen?" De tekstkeuze was veelzeggend: ,,Gij onderhoudt dagen en maanden en tijden en jaren. Ik vrees voor u dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb" (Gal. 4:9-11). In 1675 verscheen deze preek (uitgebreid) in druk onder de titel: "Reformatie nodigh ontrent de Feestdagen, naaktelijk vertoont, ende bewezen, door Jacobus Koelman, dienaar des. H. Evangeliums, tot Sluys in Vlaanderen". Veel namen worden geciteerd, om aan te geven dat Koelman niet alleen stond, o.a. Luther, Calvijn, Bucer, Beza, Zanchius, Piscator, Voetius en Hoornbeeck. Niet minder dan een kleine twintig auteurs weet hij te noemen. Ook de eerste kerkelijke vergaderingen in Nederland stonden op dit standpunt. Koelman wilde niet buigen voor hetjukvande overheid op de kerk. Feestdagen waren immers een verplichting van de overheid! Hij wilde slechts buigen onder het juk van Koning Jezus!

Westminster
De Angelsaksische weerstand tegen feestdagen is niet alleen in Schotland officieel en kerkelijk verwoord, ook in de vergadering van Westminster is dit officieel vastgelegd. Vraag en antwoord 109 van de Grote Catechismus en hoofdstuk 21 van de Belijdenis zijn ondubbelzinnig duidelijk. Bovendien voegden de Westminster godgeleerden nog een document over de eredienst bij hun belijdenisgeschriften "The Directory for the Publiek WorshipofGod". Hierin lezen we: ,,Erisinde Schrift geen dag heilig genoemd dan de dag des Heeren, die de christelijke sabbath is. Feestdagen, algemeen bekend als heilige dagen (holy days) hebben geen grond in het Woord van God en moeten daarom niet voortgezet worden." In Engeland, Schotland en Amerika is dit altijd de officiële en kerkelijke lijn geweest tot en met de negentiende eeuw. Eenduidelijke getuige uit de vorige eeuw isSpurgeon: ,,Wij geloven niet in de tegenwoordige kerkelijke instelling die Kerstfeest genoemd wordt; (...) We vinden nergens in de Schrift grond om de dag van de geboorte van de Zaligmaker in acht te nemen en daarom is deze instelling bijgeloof, omdat het geen Goddelijk gezag heeft." Rondom de eeuwwisseling gingen verschillende kerken overstag. Sinterklaasfeesten drongen op zondagsscholen door, de kerstboom deed zijn intrede en in de jaren vijftig van deze eeuw kwam Kerst zelfs voor op de kalender van kerken die formeel vasthouden aan Westminster. Het is veelzeggend dat deze verschijnselen samenhangen met de toenemende invloed van het liberalisme.

Free Presbyterian
De kerk die nog steeds aan de oude lijn vasthoudt, is de Free Presbyterian Church of Scotland. Deze kerk is in ons land wel bekend door de vele contacten met de gereformeerde gezindte. In 1962 gaf deze kerk een verklaring uit waarin de verschillen met andere presbyteriaanse kerken aan de orde komen. Een van de verschillen betreft het vieren van kerkelijke feestdagen. Kerstfeest is niet vanzelfsprekend. Het verraadt sporen van bijgeloof en overheidsinvloed in de kerk. Nuchterheid met de kerstfeestviering is zeker geboden. Of reformatie? Drs. W. van Vlastuin is hervormd predikant te Wouterswoüde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.