+ Meer informatie

Natuurfotografie: het juiste moment, de juiste plaats en de goede apparatuur

Eropuit om de natuur, niet in de eerste plaats om foto's te maken

8 minuten leestijd

Er komt meer kijken dan je denkt om een ree of een vos op de gevoelige plaat vast te leggen. Als je op het juiste moment op de juiste plaats bent met de goede apparatuur maak je een kans. Voor die kansen moet je veel op pad, kennis van het gedrag van de dieren is noodzakelijk om verantwoord te fotograferen, en enige kennis van diafragma's en sluitertijden is ook nooit weg. Natuurfotografie bevat veel onderdelen zoals wildfotografie, landschapsfotografie, vogelfotografie, het fotograferen van bloemen, planten en insekten.

Het fotograferen van dieren trekt mij het meeste aan. Al zo'n zes jaar ga ik wekelijks met de camera op pad om de natuur uit mijn omgeving vast te leggen. Die omgeving is de Veluwe. Uitgestrekte bossen en heidevelden met de daar levende dieren zorgen voor genoeg fotografische onderwerpen. Al vanaf mijn vijftiende was ik daar regelmatig te vinden, vaak in dezelfde bospercelen. Je zag edelherten, reeën, wilde zwijnen en af en toe een vos. Hoe vaker ik er kwam, hoe meer ik van het bos en de dieren ging zien en begrijpen. Vanaf mijn achttiende ben ik gaan fotograferen en ik heb in zes jaar tijd veel gezien, beleefd en vastgelegd.

Ochtend
Voor het fotograferen van dieren is de ochtend de beste tijd van de dag. Eigenlijk moet je voor zonsopkomst op de plek van bestemming zijn. In de winter is dat vaak geen proEen vliegend hert is te vinden in oude eikebossen, maar deze kwam ik ergens anders tegen. bleem. De zon komt in januari pas om 8.45 uur op. Anders wordt het in de zomer, als de zon in juni al voor half zes boven de horizon verschijnt. Wil ik dieren in het bos fotograferen, dan ga ik meestal lopen met de camera op het statief Camera met statief, een fototas met wat lenzen en een verrekijker worden meegesleept. Je kleren hebben de kleur van het bos, en maken geen schurend lawaai tijdens het lopen. Het lopen doe je bij voorkeur tegen de windrichting in, zodat de dieren je niet kunnen ruiken. Waar loop je dan naar toe? Proefondervindelijk moet je er achter zien te komen waar de dieren zich op bepaalde tijdstippen van de dag ophouden. Dit is ook afhankelijk van het jaargetijde. Door vaak naar hetzelfde gebied te gaan leer je de dieren en hun gewoonten en daarmee ook de plekjes kennen. Doordat je met dieren hebt te maken ben je nooit uitgekeken en uitgeleerd.

Herkenning
Sommige dieren ga je herkennen, zoals bij voorbeeld een zwarte reegeit met een witte vlek op haar nek, of een reebok die niet zo bang is voor mensen. Zo stond ik eens aan de rand van een rustgebied een weg in te kijken. Er kwamen wat mensen bij staan en na een tijdje kwam een donker reekalfje op het pad staan. Het kalfje had ik een paar dagen eerder gefotografeerd samen met de moeder, die geheel zwart was. Ik zei tegen de mensen: „Let op, zo meteen steekt er een zwarte reegeit over." Het duurde niet lang of de zwarte reegeit stak het weggetje over. De mensen keken een beetje verbaasd en vroegen zich af hoe ik dat zo kon weten. Het fotograferen is spannend, maar tegelijk ontspannend: je gaat eropuit voor de natuurbeleving en niet in de eerste plaats om foto's te maken. Soms maak je heel bijzondere dingen mee, zoals een vos en een wild zwijn die, naar het leek, met elkaar in gesprek waren, of een boommarter die vier maal een jong konijntje uit een hol haalt en in de boom gaat opeten. Momenten die je je leven lang niet zult vergeten. In februari dit jaar kwam ik in de vroege ochtend twee parende vossen tegen, midden op een grindpad. Ik kon nu het verschil tussen een rekel en een moer goed zien. Ik maakte er van een afstandje wat foto's van, maar dichterbij wilde ik niet gaan, anders zou ik het vrijende stel verstoren. Het zijn mooie en zeldzame momenten, die je nooit zult vergeten. Maar je komt ook minder leuke dingen tegen, zoals een hertekalf dat door een jager is ziekgeschoten, of een ree die haar kop kapot loopt tegen een wildraster.
Het fotograferen van zoogdieren kost veel tijd. Er zijn ochtenden dat je niet veel foto's maakt. Maar er zijn ook ochtenden dat het perfect loopt, en dat je een mooie plaat maakt.

Bronst
Zo'n ochtend was bij voorbeeld 15 september. Ik was op pad om de edelhertenbronst te fotograferen. Op een kaalslag waar wat jonge lariksen stonden liep een bronstroedel, een fors hert met vier hinden en wat kalveren. Het hert burlde af en toe en de hinden waren druk bezig met het zoeken van lekkere grassen.

Door de lariksen kon ik de dieren niet zo goed zien, en zij mij niet. Ik volgde ze langs de kaalslag, in de hoop dat ze de weg over zouden steken. En wat ik hoopte gebeurde ook. Ik stond met de camera op statief klaar toen een hinde aan de rand van de weg kwam staan. Ze zag mij en bleef verstijfd staan. Ik wachtte met fotograferen totdat er meer dieren bij zouden komen, want ze was zo dichtbij dat ze zou schrikken van het geluid van de camera. Er kwam nog een hinde met een kalf bij staan. Ze stonden bewegingloos naar me te kijken en toen ik afdrukte strekten ze de nekken en snoven ze de lucht nog dieper op. De wind stond goed, maar ze zagen me en het geluid van de camera maakte dat ze ervandoor gingen.

Enkele jaren geleden wilde ik de dieren zo dichtbij mogelijk fotograferen, maar de laatste tijd ga ik het fotograferen van dieren in een boeiend landschap steeds mooier vinden.

Vogels
Voor het fotograferen van vogels maak ik vaak gebruik van een vaste hut of een tentje dat bij voorbeeld bij een nestholte van een specht kan worden geplaatst. Een vaste hut heb ik ergens in een bosje half ingegraven. Op anderhalve meter van de hut is een vijvertje gegraven waar vogels kunnen baden en drinken. Rond het watertje heb ik een paar houtstobben geplaatst, waar ik voer in doe en waar de vogels op kunnen gaan zitten. In zo'n hut zit je echt te wachten op de vogels die komen. Met warm weer in de zomer vhegt het er af en aan; talloze vogels komen een bad nemen. In de winter voer ik ze daar met allerlei lekkere hapjes om ze zo voor de lens te krijgen. Een tentje gebruik ik om bij een spechtegat of een plekje waar een ijsvogel vaak komt, te gaan zitten. Zo'n tentje werkt goed. Zo had ik ergens een nestholte van een zwarte specht gevonden en ik besloot om in de ochtend er met het tentje bij te gaan zitten, want 's morgens was er het beste licht op de boom. Toen ik er arriveerde waren de spechten druk in de weer Mijn aanwezigheid maakte ze zenuwachtig en ze gingen op een afstandje kijken hoe ik mijn tentje aan het opzetten was. Af en toe maakten ze alarm. Het tentje was opgezet, ze zagen dat ik er in ging zitten, en toen ik eenmaal goed zat en het fototoestel gericht was op het gat in de boom, waren de spechten mij vergeten en gingen ze weer door met de nestholte wat fraaier te maken. Als er niets gebeurt, is het zitten wachten in zo'n tentje oervervelend. Je gaat er echt voor zitten om die ene plaat te maken, en als dat dan ook nog lukt, geeft je dat een fijn gevoel. Lukt het na de eerste keer niet, dan moet je niet opgeven, maar het nog eens proberen; misschien lukt het op een ander tijdstip bij ander weer. Of je had gewoon pech die dag, want je vraagt jezelf wel af waar het misschien aan heeft gelegen dat het niet ging zoals je verwacht had.

Apparatuur
Wil je goede platen maken dan is een goede foto-uitrusting nodig. Voor het fotograferen van zoogdieren en vogels heb je een telelens nodig; zelf gebruik ik een 300 mm met daarbij een 1,4 maal converter en een 2 maal converter. Zo kan ik van de 300 mm in een handomdraai een 420 mm en een 600 mm maken. De converters zijn klein, zodat je niet te veel mee sjouwt, want dat doe je toch al gauw. Een ander belangrijke factor voor een geslaagde foto is het weer. Met mist vind ik beukebossen mooi, zeker als later in de ochtend de zon erdoor komt; met donkere luchten ben ik graag in open terrein, om landschappen te maken waarbij luchten een belangrijke plaats innemen. Een mooie plaat is meestal geen toeval, want er is wel degelijk rekening gehouden met vele factoren zoals: waar ga je naar toe, bij welk weertype en in welk jaargetijde. Door er veel op uit te trekken krijg je er steeds meer gevoel voor hoe je in bepaalde situaties moet handelen en waar je moet zijn, je raakt nooit uitgekeken en uitgeleerd want er is nog zoveel te zien en het is steeds weer anders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.