+ Meer informatie

Preekbespreking binnen de kerkenraad

11 minuten leestijd

Het is de taak van de kerkenraad - met name de ouderlingen - om toezicht uit te oefenen op de prediking in de gemeente. De kerkenraad draagt immers verantwoordelijkheid voor de eredienst! Het symbool hiervan is de handdruk die de ouderling en de predikant elkaar geven aan het begin en het einde van de dienst.

Het is een goede zaak wanneer de kerkenraad aan deze verantwoordelijkheid invulling geeft door met een zekere regelmaat de inhoud van de prediking met de predikant te bespreken. De ouderling doet principieel niet onder voor de herder en leraar. Dit gesprek mag zeker plaatsvinden binnen de voltallige kerkenraad, waarbij ook de diakenen aanwezig zijn.

De ouderling heeft ook zorg voor de dienaren van het Woord.. Als hij in de kerk zit te luisteren, luistert hij ook voor de gemeente. Daarom mag hij met zijn dominee best eens praten over de inhoud van diens preek. Iedere rechtgeaarde dienaar van het Woord zal zich dit laten welgevallen. Laat vooral de prediking op zijn tijd ook een agendapunt van de kerkenraadsvergadering zijn. En laten de broeders ouderlingen na afloop van de kerkdienst ook maar eens praten in de consistorie. Een hartelijk en liefdevol gesprek over de gehoorde preek kan de man, die op de kansel zo heel alleen heeft gestaan, goed doen. Nee, geen vleierijen, op de manier van: ‘Wat was uw preek mooi.’ Maar mag een predikant verwachten, dat de mannenbroeders, die geacht worden zelf uit de schatten van het heil te leven, daar ook eens hun mond over opendoen en van hart tot hart met hem erover spreken? Het overkomt een predikant ook wel, dat hij ergens heeft gepreekt en dat men hem na de dienst geen woord gunt. Alleen een handdruk en een groet. Een dominee kan dan gaan denken: ‘De preek is wellicht voor kennisgeving aangenomen? We gaan over tot de orde van de dag.’

Moet het geestelijke gesprek in de consistorie dan altijd plaatsvinden? Soms is er alleen maar het beslag van het Woord. Soms is er ‘alleen maar’ dat warme hartelijke dankgebed van de dienstdoende ouderling. Waarom zouden we dan altijd ook nog praten, praten om te praten.

Maar moet een ouderling die het niet eens is met de preek altijd, heet van de naald, reageren? Laat hij bedenken dat de man op de kansel ook geen volmaakt persoon is. Een predikant kan op dat moment meestal niet zoveel meer hebben. Hij heeft een zware opdracht mogen vervullen. Het is dus niet zo moeilijk om hem in zwakke ogenblikken te overvallen met kritiek. Maar als wij dan wellicht onze grote vragen hebben ten aanzien van de gehoorde preek en de meegemaakte dienst zouden wij die dan niet (vragenderwijs wellicht) naar voren mogen brengen? Ja, dat zijn we zelfs verplicht. We dragen immers medeverantwoordelijkheid (denk aan de handdruk). Maar dit alles wel op gepaste tijd en wijze.

Zijn er niet ook andere gelegenheden om eens rustig en op de man af, maar vooral vanuit het Woord met elkaar te spreken? Menige dienaar van het Woord is in de goede zin van het woord mede gevormd, vooral in zijn eerste gemeente, door wat hij van godvrezende broeders in zijn kerkenraad heeft mogen ontvangen. Als een ouderling wat mist bij zijn dominee, laat hij dan doen wat Aquila en Priscilla deden bij de redenaar Apollos in Efeze (Hand. 18:24 ev.): ‘Zij legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.’

Preekbespreking verdient tijd en aandacht

Hoe kan een preekbespreking tijdens de kerkenraadsvergadering een opbouwend en openhartig gesprek worden? Het antwoord op deze vraag zal heel verschillend zijn. Soms blijft het agendapunt ‘preekbespreking’ heel formeel en wordt een lijst met aandachtspunten afgevinkt. Soms krijgt de preekbespreking onverwacht een kritische wending. Soms wordt het gebruikt om de eigen visie op preken, predikant of gemeente te ventileren, zonder dat er een gesprek ontstaat. Een andere keer blijft het gesprek beperkt tot waardering en bemoediging voor de predikant, maar levert het hem geen stimulansen op. Het gevaar is dan aanwezig dat het gesprek gemakkelijk in algemeenheden blijft steken, zonder dat het persoonlijk wordt.

Voorwaarde voor een goede preekbespreking is een broederlijke sfeer tussen predikant en kerkenraad! Daarom is de typering ‘broederlijk beraad’ geschikt voor het karakter van de preekbespreking. Preekbespreking heeft geen enkele zin als de onderlinge communicatie vastzit, als het wederzijdse vertrouwen aangetast is of als er openlijk of verborgen een conflict is.

De verantwoordelijkheid voor de prediking ligt niet alleen bij de predikant. Het is een verantwoordelijkheid van de kerkenraad, waarbij de ouderlingen een eigen roeping hebben (Hand 20:28-32, 1 Tim 4:14). Tot het gereformeerde kerkrecht behoort dat de ambtsdragers op elkaars ambtelijk werk toezien, waarbij de ouderlingen in het bijzonder toezicht hebben op de prediking. Het is geen periodieke controle, maar een middel om de predikant te dienen en samen de verantwoordelijkheid voor de prediking te nemen. Bij dit uitoefenen van toezicht is het belangrijk om de predikant positief te benaderen en hem te bemoedigen en concreet de weg te wijzen vanuit het Woord. Het werkt stimulerend voor een predikant om voorbeelden te ontvangen van zijn kerkenraad over hoe er gepreekt zou kunnen worden. Vaagheden dienen te worden vermeden. Het is goed wanneer een ouderling kan wijzen op bepaalde geestelijke boeken of preken, die de predikant zouden kunnen helpen.

Uiteraard dienen ambtsdragers ook zelf thuis te zijn in goede geestelijke lectuur. Ze dienen ‘Gods Woord naarstig te doorzoeken, en zichzelf gedurig te oefenen in de overlegging van de verborgenheden van het geloof’ (een citaat uit het klassieke formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen).

Kerkenraadsleden moeten waken voor een negatieve instelling en voor een negatief kritische geest. Er moet onderlinge liefde en respect zijn. Ook moet er begrip zijn voor de worstelingen van een predikant; vooral in de voorbereiding op de prediking. Wat een zegen voor de predikant als hij mag weten dat er een kerkenraad is die achter hem staat, die hem steunt en met liefde bemoedigt. Bovenal hem ook opdraagt in het persoonlijk gebed. Vroeger werd er wel gezegd: ‘Een predikant moet volgebeden worden anders kunnen de uitgaven niet volgen.’ Een dienaar van God kan zich wel eens eenzaam voelen. Een gesprek over de preek kan helpen om eenzaamheid van de predikant te voorkomen.

Opzet en inhoud van de preekbespreking

Tijdens de preekbespreking op de kerkenraad gaat het om preekanalyse. We zitten hier bij de kern van het kerkenraadswerk: de geestelijke leiding die aan de gemeente gegeven wordt. Het agendapunt ‘preekbespreking’ mag niet in de knel komen door tijdsdruk. Het heeft recht op zijn eigen plaats in het vergaderrooster. Wijdt er tenminste één keer per jaar een volledige kerkenraadsvergadering aan! Ook is er de mogelijkheid om de kerkenraadsvergadering enkele keren per jaar te openen met een korte bespreking van de preek die de zondag daarvoor is gehouden. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. Een kerkenraadsvergadering met preekbespreking vraagt uiteraard een gedegen voorbereiding.

De eerste vraag die aan de orde moet komen is de vraag wie de vergadering zal leiden als voorzitter. Uiteraard niet de predikant zelf. Laat het gebeuren onder leiding van de tweede voorzitter of de algemeen adjunct van de kerkenraad.

Wanneer een gehouden preek door de predikant volledig digitaal is uitgewerkt, is het een goede zaak deze preek tijdig de kerkenraad ter beschikking te stellen. Op deze wijze komt er een concrete preek aan de orde en kan de kerkenraad zich op een goede wijze voorbereiden. Op een bepaalde zondag wordt de preek beluisterd. Dat vraagt om een biddende, geestelijke luisterhouding. Gods Woord wordt bediend! Wat is hier het werk van de Heilige Geest toch onmisbaar! Daarna volgt de verwerking. Laat dat ook op een geestelijke wijze gebeuren. De persoonlijke verwerking geeft niet alleen een geestelijke verbondenheid, maar geeft een predikant ook inzicht in het effect van de prediking. Zeker als hij zijn preek heeft gemaakt met een duidelijke doelstelling. Daarna kan het gesprek doorgroeien naar een systematischer preekbespreking, die verder gaat dan algemeenheden.

Welke werkvormen kiezen we?

Het lijkt mij een goede zaak dat de kerkenraad of het moderamen van tevoren een aantal standaardvragen beschikbaar stelt. Een paar voorbeelden:

1. Waarin hebt u Gods aanspraak ervaren?

2. Wat neemt u voor uzelf als boodschap van deze preek mee?

3. Welke woorden hebben u in het bijzonder getroffen?

4. Vindt u de psalmen passend bij de preek?

5. Wat vindt u van de lengte van de preek?

6. Zijn alle onderdelen voldoende aan de orde gekomen en hoe was de voordracht?

Laten we wel oppassen dat we predikanten gaan vergelijken met “begaafde” voorgangers die we kunnen beluisteren via internet. De Heere laat Zijn Woord verkondigen door mensen, die in zichzelf niets anders zijn dan aarden vaten.

Als het gesprek goed verloopt, liggen er wederzijdse openingen. Alleen al het hebben van een goed gesprek werkt al stimulerend: ambtsdragers en predikant staan samen achter het verantwoordelijke werk van de prediking en dienen elkaar met wijsheid en liefde. We mogen van een predikant verwachten dat hij goed luistert naar kritiek op zijn preken. Kerkenraadsleden mogen hem ook zeker vragen stellen, zoals bijvoorbeeld:

1. Welke vragen hebt u zelf naar aanleiding van preken die u hebt gehouden?

2. Welke reacties hebt u in de gemeente gehoord? Hoe gaat u daarmee om?

3. Hoe ervaart u op dit moment de preekvoorbereiding?

Verdiepingsvragen

Het lijkt mij goed voor kerkenraden een soort overzicht aan te dragen als voorbeeld van een preekbespreking.

Vragen over de vorm van de preek

1. Hoe is de preek opgebouwd; zit er een heldere lijn in, veel of weinig herhaling?

2. Wordt er te veel of te weinig informatie in een preek gestopt, hoe is de lengte?

3. Hoe is het taalgebruik; modern of ouderwets, moeilijk, slordig of correct?

4. Hoe wordt de preek gebracht; hard/zacht, traag/snel, saai/levendig, oogcontact?

5. Is het te merken dat de predikant achter zijn boodschap staat; bezieling?

Vragen over de inhoud van de preek

1. Hoe is de tekstkeuze; is er gelijke aandacht voor het Oude en Nieuwe Testament, of wordt er uit een beperkt soort teksten gepreekt? Hoe is het met de catechismusprediking? Is er goed studie gemaakt van de preek?

2. Is de preek Schriftuurlijk, dogmatisch en confessioneel? Dit heeft te maken met de exegese, de leer en de belijdenis.

3. Is de preek appellerend? De oproep tot bekering en geloof dient duidelijk aanwezig te zijn.

4. Komt het werk van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest aan de orde?

5. Staat het werk van Christus voldoende centraal? Dit dient wel het hart van de prediking te zijn. Denk aan Johannes 3 vers 16.

6. Is de preek voorwerpelijk of onderwerpelijk? Er is één Naam tot zaligheid, er zijn twee wegen (brede en de smalle weg) en er zijn drie stukken (ellende, verlossing en dankbaarheid). Deze oude uitdrukking is de moeite waard om over na te denken, ook als het over de preekbespreking gaat. Het heeft te maken met de weg waarlangs een zondig mensenkind tot bekering en geloof kan en moet komen. Dit is geloofsbevinding! Door genade en het toepassende werk van de Heilige Geest overgezet worden van de brede weg op de smalle weg. Overgezet van de duisternis in het Licht. Dat is genade rijk en vrij! Dat vraagt om geestelijke leiding in de preek. De preek dient Schriftuurlijk – bevindelijk te zijn!

7. Is de preek onderscheidenlijk? Binnen de Verbondsgemeente is er een tweeërlei zijn in het Verbond. God komt in de aanbieding met Zijn beloften met bevel van bekering en geloof. Belofte en eis dienen beide aan de orde te komen. Het Verbond is geen rustgrond maar een pleitgrond.

8. Is er de oproep tot waarachtige bekering? ‘Je moet bekeerd worden, je kunt bekeerd worden en de Heere wil het u en jou zo graag schenken!’

9. Worden zaken als: oordeel en vrijspraak, zonde en genade, wet en evangelie op een evenwichtige wijze aan de orde gesteld?

10. Is de prediking actueel? Het is niet verkeerd om vanuit de preek concreet leiding te geven in dagelijkse omstandigheden.

11. Is er voldoende aandacht voor ouderen, jongeren en kinderen binnen de gemeente?

Er zou nog wel meer te noemen zijn, maar elke kerkenraad is uiteraard vrij om zelf inhoud te geven aan de preekbespreking. Toch is het wel noodzakelijk dat wezenlijke, principiële zaken aan de orde komen. Predikant, kerkenraad en gemeente zijn hiermee gebaat! Ook in deze tere zaken zijn we zo afhankelijk van de zegen van de Heere en de leiding van de Heilige Geest.

Laat het ons aller gebed zijn, wat we lezen in het oude gebed voor het uitspreken van de preek: ‘Open thans de mond van Uw dienaar, en vervul die met Uw wijsheid en kennis, opdat hij Uw woord zuiver en vrijmoedig verkondige. Bereid ook ons aller harten, opdat wij dat horen, verstaan en bewaren mogen.’

De schrijver is in 1950 geboren te Putten en woont nu in Veenendaal. Hij is van 1971 – 2013 werkzaam geweest in het onderwijs. Vanaf 1979 met onderbrekingen ouderling in de CGK te Werkendam en te Veenendaal – Pniël.

Hij is diverse keren afgevaardigd naar de vergaderingen van de Classis, P.S en G.S. Verder is hij secretaris van de Chr. Geref. Mannenbond en redacteur van de rubriek Kerk-Actueel van De Wekker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.