+ Meer informatie

Samen-op-Wegproces struikelt voort ondanks vele frustraties

Sociale en emotionele verschillen spelen vooral in dorpen een rol

8 minuten leestijd

Het Samen-op-Wegproces wordt belemmerd door een groot aantal bezwaren en strubbelingen. Zo zelfs, dat de hervormde synode er van opkeek dat er nog zo veel knelpunten zijn. Dat zegt mr. T. Rademaker, voorzitter van de commissie Inventarisatie Knelpunten Samen op Weg. Vorige maand kwam het rapport van die commissie op de synode aan de orde. Echte mislukkingen zijn er volgens Rademaker alleen incidenteel. Maar er leven wel talrijke weerstanden. Met name bij hen die gehecht zijn aan de 'vaderlandse kerk'.

Van mislukkingen bij gemeenten van hervormd-gereformeerde signatuur is geen sprake. Om de simpele reden dat deze nooit begonnen zijn met Samen op Weg, aldus Rademaker. Wel zijn er enkele jaren geleden serieuze gesprekken geweest met de gereformeerden. Maar de kloof was dermate groot, dat ze op niets zijn uitgelopen, zo vult ds. C. van den Bergh, voorzitter van de Gereformeerde Bond, aan.

Psychologie

Drs. B. J. Aalbers, tot 1 april van dit jaar secretaris deputaten Samen op Weg, kan geen echte mislukkingen opnoemen, althans „waar de oorzaak écht het Samen-op-Wegproces is". Hij noemt wel het geval van Oldemarkt (in Overijssel), waar hij zelf in tegenwoordigheid van de plaatselijke fanfare de federatie feestelijk mocht inluiden. Maar de zaak is daar helemaal scheef gegaan. „Men zegt natuurlijk dat het een modaliteitskwestie is. Maar het ging gewoon om de tegenstelling tussen een grote Overijsselse plattelandsgemeente en een vitale kleine gereformeerde groep. Voor 98 procent is het psychologie".

Frustraties vanwege persoonlijke en culturele verschillen spelen volgens ds. Aalbers een veel belangrijker rol dan modaliteitsverschillen. Over het algemeen stelt het verschil tussen hervormd en gereformeerd niets voor, maar plaatselijk blijven er „kolossale" verschillen. „Het zijn totaal verschillende werelden, de grote hervormde volkskerk en de gereformeerde vrijwilligerskerk, die toch vaak een Fremdkörper in het geheel van het dorpsleven is. Het is erg interessant die boeiende verschillen, maar je hebt vaak last van het aardige, zo zeg ik het altijd".

Streekkerken

Ook een hinderpaal is het feit dat de gereformeerde kerken grosso modo streekkerken zijn. Ds. Aalbers noemt als voorbeelden de regio's Doesburg en Eefde/Gorssel, waar de hervormden en gereformeerden in de verhouding 4:1 tot elkaar staan. Daar kan het Samen-op-Wegproces alleen doorgaan als „de gereformeerden uitverkoop houden".

Ondanks al die historische en culturele verschillen vindt ds. Aalbers dat men „de geestelijke en innerlijke allure" moet hebben om het proces door te zetten, vooral in het licht van de voortschrijdende ontkerkelijking en secularisatie. Dan verbleken al die interessante negentiende-eeuwse kerkelijke achtergronden.

Moeizaam

Vanouds is ook Friesland een provincie waar het proces van Samen op Weg moeizaam verloopt. Vorig jaar verscheen er een gereformeerd rapport waaruit bleek dat de grote gereformeerden kerken in Friesland maar weinig voelden voor een federatie met de plaatselijke hervormde gemeenten. Verschillen in 'mentaliteit' en praktische zaken speelden daarbij een rol. Samen op Weg lukte eigenlijk alleen goed in nieuwbouwwijken en in plaatsen waar de hervormde gemeente en de gereformeerde kerk te klein zijn om zelfstandig verder te gaan. Volgens de gereformeerde predikant ds. C. A. Verhoog, voorzitter van de provinciale commissie van Samen op Weg in Friesland, komt men in de provincie „nog steeds de kerk van Hoedemaker en Kuyper tegen", al is de tijd dat een hervormde niet met een gereformeerde kon trouwen voorbij.

Ook speelt de volksaard een rol. In de plaatsen Hallum, Stiens en Hallumerbroek willen mensen „liever op zichzelf blijven". Volgens ds. Verhoog rijzen er eveneens problemen omdat men vaak een stuk bezinning op wezenlijke theologische vragen aan zich laat voorbijgaan. Dat was de reden waarom het in Beetsterzwaag stokte. Hij wijst daarom op de noodzaak van een stappenplan.

Friese 'combisynode'

Ondanks de negatieve berichten vertelt ds. Verhoog met trots dat de eerste Friese 'combisynode' op 14 september gehouden zal worden. Hij heeft overigens veel begrip voor de Gereformeerde Bond. Omdat nogal wat gereformeerden hele stukken van de belijdenis „bij het grof vuil zetten". Het proces moet men niet forceren, vindt hij, maar het mag ook niet te lang duren.

Soms is er ook geen behoefte aan Samen op Weg hoewel het —theoretisch gezien— goed zou kunnen passen. Dat is het geval in Yerseke, waar een confessioneel getinte hervormde gemeente en een verontruste gereformeerde kerk zijn. Van deze laatste kerk is drs. J. Staat predikant; tevens is hij voorzitter van het Confessioneel Gereformeerd Beraad.

Elan er uit

Ds. Staat zegt dat de verhouding met zijn hervormde collega goed is („We komen regelmatig bij elkaar over de vloer), maar de gemeenten zelf hebben geen behoefte aan Samen op Weg. „Iedereen vindt het zo prima. Samen op Weg zou hier meer doen verliezen dan dat we zouden winnen". Hij erkent dat sociologische en gevoelsmatige bezwaren een rol spelen.

Een van de motieven van de commissie Inventarisatie Knelpunten Samen op Weg was, na te gaan waarom het Samen-op-Wegproces „niet als een vuur om zich heen grijpt, waarom het niet met wat meer elan en wat vlugger gaat", aldus voorzitter mr. Rademaker. Volgens de commissie zijn er onder andere mislukkingen als men bij voorbeeld kinderen aan het avondmaal toelaat waar de andere partij weer bezwaar tegen heeft.

Maar dat zijn „slechts incidentele dingen", die het Samen-op-Wegproces niet markeren, zo vindt Rademaker. Een van de belangrijke weerstanden vindt hij wel de idee van de vaderlandse kerk, die vaak als een sacraal instituut wordt gezien waar je geen paaltjes om heen mag zetten. Hij is „geneigd" om te denken dat het op de dorpen moeizamer gaat (vergeleken met de steden), omdat daar immers de grote hervormde kerk het dorpsleven beheerst. Het verschillende kerkgevoel wordt vooral in de kleinere plaatsen beleefd.

Als oorzaak van strubbelingen noemt hij ook theologische factoren. Door de komst van de gereformeerden vreest men met name in gereformeerde-bondskringen een nieuwe belijdenis. Maar volgens Rademaker zijn de vaderlandse kerk en de belijdenis altijd nauw met elkaar verbonden geweest.

Afgestuit

Er zijn vanuit hervormd-gereformeerde gemeenten in het verleden wel serieuze aanzetten geweest tot gesprekken met gereformeerden, zo meldt ds. Van den Bergh. Maar al vrij snel zijn die ontmoetingen afgestuit op principiële bezwaren aangaande Schrift en belijdenis. Die gesprekken zijn serieus en eerlijk bedoeld, beklemtoont ds. Van den Bergh, zonder enkele politieke gedachte. Maar de gesprekken stuitten af op de praktijk.

Dr. J. Hoek, hervormd predikant in Veenendaal en lid van het hervormd moderamen, vindt dat de Gereformeerde Bond zich intens moet bezinnen op de ernst van de situatie. Er heerst nogal eens de gedachte van „Ze doen maar", maar dat is een congregationalistisch standpunt, vindt hij. Dat zal de kerken op de duur ook lelijk opbreken. Op zijn minst moet men een gesprek aangaan met de plaatselijke gereformeerde kerkeraad. Dat valt onder de verantwoordelijkheid van de hervormde kerkeraad. Ook het meedenken met het ontwerpen van een nieuwe kerkorde vindt hij belangrijk.

Splitsing

Soms veroorzaakt het Samen op Wegproces een duidelijke splitsing, zoals in Wijk bij Duurstede. Daar is de zaak uit elkaar gebarsten, zo zegt ouderlingkerkvoogd D. Spelt. Er was eerst een consensus, maar toen men met onder meer spandoeken van het IKV in de kerk begon te werken, is de hervormde gemeente gesplitst in een gewone hervormd(- gereformeerde) gemeente en een buitengewone wijkgemeente, die nu wel met gereformeerden samen op weg is.

Over het algemeen blijven er genoeg hervormde gemeenten die geen enkele gereformeerde 'partner' hebben, zoals in Sint Maartensdijk, zo meldt de plaatselijke predikant, ds. G. J. van Loon. Hij merkt op dat de hervormde kerk in Zeeland behoudender is dan de gereformeerden, die nogal wat bloed hebben verloren hebben aan andere afgescheiden kerken. Volgens mr. Rademaker blijft voor dit soort zelfstandige hervormde gemeenten het Samen-op-Wegproces een „buitenlands gebeuren", omdat men er gewoon niet direct mee te maken heeft.

Minderheidspositie

Samen op Weg 'loopt' in Zeeland en Groningen het minst. Daar is het aantal federaties ook het minst. Volgens ds. Aalbers zijn het weer de culturele en sociologische verschillen die hier doorwerken. De volkskerk tegenover de vrijwilligerskerk. Daarentegen gaat het wel goed in Noord-Brabant en Limburg, omdat men daar als protestanten in een minderheidspositie verkeert, zo zegt ds. D. J. Monshouwer, voorzitter van de PKV Noord-Brabant en Limburg.

Zo'n 75 procent van de gemeenten is daar al gefedereerd. Dat is duidelijk boven het landelijk gemiddelde. Want van de 1400 hervormde en 800 gereformeerde kerken, zijn er nog maar 300 gefedereerd. Volgens ds. Aalbers is wel de helft van de kerken „op een of andere manier" bezig met Samen op Weg.

Optimistisch

Volgens mevrouw A. M. B. Kassies-Liscaljet, al meer dan vijftien jaar assistent-secretaris bij de Raad van deputaten Samen op Weg, gaat het best goed met Samen op Weg. Het aantal federaties binnen Samen op Weg neemt volgens haar snel toe. „Aan de basis van Samen op Weg sluimert veel waarvan de deputaten weinig of niets van weten. Heel veel kerkeraden zijn met deze materie bezig en op een gegeven moment barst het los".

Slecht gaat het volgens mevrouw Kassies nergens met Samen op Weg. Maar in streken waar hervormd-gereformeerde gemeenten domineren „gaat het wel het minst", zo moet zij erkennen. De Raad van deputaten hoopt in oktober een werkdag te organiseren voor gereformeerde-bondsgemeenten, met het doel ook hen te interesseren. „We hopen dat er dan meer begrip komt". Per slot van rekening krijgen ook gereformeerde-bonders steeds meer te maken met gefedereerde gemeenten in gefedereerde classes.

Dat de Gereformeerde Bond een „spelbreker" zou zijn, vindt zij wat te cru uitgedrukt. „De Bond heeft recht op zijn eigen bezorgdheid". Dat het proces geforceerd verloopt, wil zij zeker niet zeggen. „Want hoe kun je elkaar beter leren kennen dan wanneer je werkelijk door het huwelijk bij elkaar woont. En dat is toch ook veel praktischer dan het in stand houden van twee huishoudens?".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.