+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong!

8 minuten leestijd

33

Steeds dieper wordt de Pelgrim geleid in de heerlijkheid van het Paleis Liefelijkheid tot onderhouding en onderwijzing in de gemeenschap der heiligen.

Het is zo groot de liefde des Vaders, het beeld van Christus en het werk van de Heilige Geest in elkanders hart en leven te mogen aanschouwen. Paulus zegt van de Galaten: „En zij verheerlijkten God in mij”. Daar het werk van Gods genade schitterde in het geloof van Paulus, werd de Heere verheerlijkt in de wonderen van Zijn genade, tot onderhouding van de gemeenschap der heiligen. Bij het horen van deze kostelijke toespraak: „Kom in, gij gezegende des Heeren; dit huis is gebouwd door de Heere des heuvels met het doel zulke pelgrims binnen te laten”, kwam deze late gast in verwondering, daar hij als huisgenoot werd begroet en behandeld. En dat deed hem het hoofd buigen voor Gods nederbuigende goedheid.

Denk eens aan de dag, die achter hem ligt, en aan al de tegenstand, die hij op zijn reis naar Sion al van verschillende kanten heeft ontmoet. Satan is zowel met al zijn bestrijdingen, als het ongeloof met al zijn verdenkingen, beschaamd gesteld. De Heere deed hem door Zijn genade over al die tegenstand triomferen. Zie hem nu eens rustig zitten in een blij gezelschap van enkele kinderen Gods. Hier is geen leeuw die brult, geen duisternis, die het hart bezwaart. Bij het blij zijn in de Heere is het ook een blij zijn met elkander. De engelen verheugen zich er over. En de drank, die hij mag drinken, betuigt het hem, dat de Heere de wateren der verdrukking heeft veranderd in wijn van zoete en zalige vertroostingen. Hier wordt de gelukkige Pelgrim door des Heeren Geest geleid van heerlijkheid tot heerlijkheid en dat met een ongedekt aangezicht. Godsvrucht, Voorzichtigheid en Liefde werden aangewezen om met de Pelgrim te spreken van de wegen des Heeren.

Laat ons aandachtig luisteren naar de gesprekken vanuit het geestelijke leven. En of zij zich benaarstigen te behouden de enigheid des Geestes door de band des vredes. Want het gaat in de onderhouding van de gemeenschap der heiligen om de vervulling van deze belofte:„En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen”. Door het luisteren naar deze zaken kunnen wij in het gemis daarvan gesteld worden, opdat zij daarom biddend zouden worden gezocht. Maar het kan ook licht verspreiden over hetgeen u van de Heere mocht leren tot versterking in het geloof, en dan is het tot bevestiging in de staat der genade.

In deze gesprekken gaat het dus om hetgeen geleerd is op de leerschool van Christus. Om het verstaan van de waarheid tot vrijmaking van alle dienstbaarheid, die is voortgekomen uit onze diepe val in Adam. „Wel waarde Pelgrim - zo vangt Godsvrucht aan - nu wij u liefderijk in ons huis hebben ontvangen om hier de nacht door te brengen, willen wij gaarne eens met u spreken over al die dingen, die u tot nu toe op uw pelgrimstocht zijn overkomen”. Getroffen door de vriendelijkheid van de huisgenoten des geloos, is de Pelgrim ten volle bereid aan het vriendelijk verzoek van Godsvrucht te voldoen.

Op de vraag: „Wat bewoog u het eerst, om het leven van een pelgrim te gaan leiden?” werd geantwoord: „Ik kwam er toe, mijn geboorteplaats te gaan verlaten door een ontzettende tijding, die ik vernomen had,” namelijk, dat een onvermijdelijke ondergang mij bedreigde, indien ik bleef in de stad, waar ik woonde”. Vanuit het Woord ’ontvangt elk mens de ontzettende tijding, dat het niet mogelijk is vanuit de staat van onze geboorte, 1 de staat der ellende, in te gaan in de stad, ’ die fundamenten heeft.

Maar nu is het de vraag of wij deze ontzettende tijding voor waarachtig hoïiden, om het aangezicht te keren naar Sion. Bij de Pelgrim werd het een wenend en biddend zoeken van de dingen, die boven en eeuwig zijn, een roepen tot de Heere om ontferming. Hij had onderwijs nodig en het werd bij hem een komen op de leerschool van Christus. „Maar waarom zijt gij juist hierheen gekomen, toen gij uw geboorteplaats ontvlucht zijt?” werd gevraagd door Godsvrucht. Want zij wist wel, dat allen die de stad van hun geboorte kwamen te verlaten, niet allen door de enge poort op de weg naar Sion kwamen, daar de wederbarende werkingen van de Heilige Geest door velen van hen niet gezocht werden.

„Nee, het is niet door mijn handigheid of kundigheid, dat ik hier in het Paleis Liefelijkheid een plaats heb ontvangen. God heeft dat zo beschikt, want toen ik vervuld van angst en schrik niet wist waarheen ik zou vluchten, kwam mij een man tegemoet, wiens naam is Evangelist. Toen hij zag hoe ik beefde en weende, wees hij mij de weg naar de enge poort, die ik anders niet gevonden zou hebben, en zo ben ik op de weg gekomen, die mij naar dit huis voerde”.

Maar met zoveel klaarheid zag de Pelgrim dat niet in, toen hij wenende in het veld voor het eerst gewezen werd op de weg naar de enge poort. Bij het licht van de Heilige Geest heeft hij steeds meer klaarheid verkregen in Gods wonderlijke zorg over hem. En nu hij in de gemeenschap der heiligen is opgenomen, door een plaats te ontvangen van de Heere in het hart en huis van Zijn kinderen, gaat dat alles steeds meer schitteren in zijn ogen.

Uit het kernachtig vragen van Godsvrucht naar de reis van de Pelgrim, vanuit de stad van zijn geboorte naar het paleis, waar hij nu mag vertoeven, blijkt dat zij uit diezelfde stad afkomstig is. Wie mag leven in een innige geloofsgemeenschap met de Heere en Zijn volk, weet dat hij door de Heere daarin is gesteld.

Op deze reis is de Pelgrim niet alleen langs het huis van Uitlegger gekomen, maar hij is er ook in geweest. En dat getuigt van zijn leergierigheid omtrent de dingen der eeuwigheid.

„Ja zeker - antwoordt hij Godsvrucht - ik ben er in geweest en ik heb er dingen gezien, waarvan de herinnering mij zal bijblijven zolang ik leef. En wel voornamelijk drie zaken, n.l. hoe Christus, satan ten spijt, het werk Zijner genade in de ziel onderhoudt; hoe de mens alle hoop op Gods genade kan verzondigen, en ook hoorde ik de droom van de man, die meende, dat de dag des oordeels reeds gekomen was”.

Vertroostend was het voor mijn hart, dat de Man achter de muur het vuur door Hem ontstoken brandende houdt. De Heere laat niet varen het werk Zijner handen. Maar wee de mens, die alle hoop op Gods genade komt te verzondigen, om dag en nacht gekweld te worden door de kwellingen van satan en de verdenking van het ongeloof.

„Zo, hebt gij hem zijn droom ook horen vertellen? En wat deed u dat?” „Ja, ’t was een ontzettende droom. Het sneed mij door de ziel, toen hij het mij vertelde, maar toch ben ik blijde hem gehoord te hebben”.

Uit de vraag van Godsvrucht is af te leiden, dat haar oog gevestigd was op de wederkomst van Christus, om altijd bij Hem te zijn. ’t Is groot als dat verlangen naar de Heere in Zijn volle heerlijkheid de stand is van ons innerlijk leven. Dan zijn wij hier echt gast en vreemdeling.

En toch was dat niet alles, wat hij gezien heeft in het huis van Uitlegger.

„Hij nam mij mede om mij een prachtig paleis te tonen, welks bewoners in gouden gewaden gekleed waren; hij toonde mij een moedig man, die zich een weg baande tussen de gewapende mannen door, die buiten de deur stonden om hem tegen te houden, en hoe hij daarop genodigd werd binnen te komen en eeuwige heerlijkheid te genieten. Al die dingen verrukten mijn hart. Ik had er wel altijd willen blijven, maar ik wist, dat ik verder moest gaan”.

Met verwondering mocht de Pelgrim toen blikken in het paleis van des Heeren heerlijkheid. Het vervulde zijn hart met een innig verlangen medeburger der heiligen en huisgenoot Gods te mogen worden.

En zie, nu zit de Pelgrim wel gekleed, gekleed met de sierlijke klederen des heils, in het Paleis Liefelijkheid, als medeburger en huisgenoot Gods. Wat de Heere ons laat zien in het geloof bij het licht van Zijn Geest, laat Hij ons zien in de beloften, om de vervulling biddende te zoeken. En dat is hij nu deelachtig, in het zoet en zalig genot van dat heil mag hij nu delen.

Kom, blijf toch niet langer van verre staan. In de grote Doorbreker Jezus Christus is uw kracht, om door alle tegenstand heen te breken en te komen tot de vrijheid die in Hem is. Schep moed uit de vreugde van de Pelgrim, die nu is gezeten in het Paleis Liefelijkheid als een koningskind van Gods genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.