+ Meer informatie

Terzijde

7 minuten leestijd

Klare taal

Het siert ds. M. Golverdingen, dat hij klare taal heeft gesproken over de gebeurtenissen in de synode van 1953 die de aanleiding vormden tot de droeve scheuring in de Gereformeerde Gemeenten.

Hij deed dat 6 oktober tijdens de herdenkingsbijeenkomst in Dordrecht ter gelegenheid van honderd jaar Gereformeerde Gemeenten. Vanwege het belang van de zaak laten wij het gedeelte van zijn lezing waarin hij over de synode van 1953 sprak, in zijn geheel volgen.

Ds. Golverdingen: 'De kerkelijke vergadering kwam op 3 juni 1953 bijeen. Bij de bespreking van het rapport van het Curatorium werd er scherpe kritiek op dr. Steenblok als docent geuit. De preses, ds. A. Verhagen, onthield hem elke mogelijkheid om iets tot zijn verdediging te zeggen. Er was sprake van een 'brede en verwarde bespreking.'

Een afgevaardigde deed het voorstel om de docent te ontheffen van zijn functie, hoewel dit punt niet was geagendeerd. De synode ging geheel voorbij aan de bepaling in de statuten van de Theologische School dat bij benoeming of ontslag van docenten vooraf het oordeel van het College van Curatoren moest zijn ingewonnen. Vervolgens maakte de synode een ernstige beleidsfout. De vergadering werd niet verdaagd om de gemoederen tot rust te laten komen. Men stelde evenmin een commissie van onderzoek in, die op een vervolgsynode met een weloverwogen oordeel zou kunnen komen. Uiteindelijk besloot men over te gaan tot een schriftelijke stemming in een besloten zitting. Daarop verlieten de predikanten D.L. Aangeenbrug, M. van de Ketterij en F. Mallan, alsmede de ouderlingen D. Hage en H. Bas 'onder luid protest' de zaal. Dr. Steenblok die geen afgevaardigde was, volgde hen. Vervolgens onthief de synode bij schriftelijke stemming dr. Steenblok van zijn functie als docent aan de Theologische School wegens diens eenzijdigheid in het geven van onderwijs.

Uiteindelijk richtten op 7 juli 1953 37 gemeenten of gedeelten van gemeenten zich tot de synode met een uitvoerig schrijven. Daarin werd benadrukt dat achter de ontheffing van dr. Steenblok een ernstig leergeschil schuil zou gaan. Het welmenend aanbod van genade dat tot alle hoorders komt, zou een onbijbels gevoelen zijn. Het stuk eindigde met een verzoek om een gesprek in het midden van de synode. Die sprak echter uit dat men de genomen besluiten wilde hand-haven. Daarmede was op 27 juli 1953 een uitermate trieste breuk een feit. In het licht van de geschiedenis kan men niet anders oordelen dan dat het ontslag van dr. Steenblok door de synode van 1953 werd geforceerd. Het ontslag was in strijd met de eigen regels van de kerk en moet daarom onwettig worden genoemd.' Tot zover ds. Golverdingen.

Dat is niet niets. Tijdens de officiƫle herdenkingsplechtigheid van honderd jaar Gereformeerde Gemeenten is het synodebesluit om dr. Steenblok als docent te ontslaan, onwettig genoemd. Dat valt te meer op, omdat ds. Golverdingen even tevoren in zijn lezing ten aanzien van de schorsing van ds. Kok in 1950 de procedure wel 'aanvechtbaar' en 'gebrekkig' noemde, maar daarin niet zo ver ging dat de door hem gesignaleerde tekortkomingen gevolgen zouden hebben voor de wettigheid van het synodebesluit betreffende ds. Kok.

Wel moet men bedenken, dat ds. Golverdingen ten aanzien van 1950 en van 1953 uitsluitend een kerkrechtelijke beoordeling heeft gegeven van de gevolgde procedure. Inhoudelijk is hij op de beide zaken en op de leergeschillen die er achter zaten, niet ingegaan.

Maar hoe dan ook, met wat hij gezegd heeft, kunnen we verblijd zijn. Dat heeft wel consequenties. Want in dit licht bezien is het verlaten van de synodevergadering door de genoemde drie predikanten en twee ouderlingen onmogelijk meer af te keuren. Wat stond hun nog anders te doen, toen de synode ondanks herhaalde waarschuwingen voortging op een onkerkrechtelijke weg?

En wat is de consequentie van de conclusie van ds. Golverdingen voor de brief die het synodemoderamen op 9 juni 1953 aan de kerkenraden van Alblasserdam, Sint-Annaland, Bruinisse en Terneuzen stuurde met de eis: de weglopers afzetten of je wordt uit het verband gezet? Het moderamen schreef:

'N. N. uw leraar (c.q. ouderling) heeft de generale synode verlaten en na herhaald verzoek om weder te keren met betuiging van leedwezen, geweigerd de wettig genomen besluiten te aanvaarden. Door deze daad en de volharding er in heeft hij zich gesteld buiten het verband der kerken. U, als kerkeraad, zijt geroepen, om indien ge binnen het verband der Gereformeerde Gemeenten wenst te blijven, uw leraar (c.q. ouderling) de voortzetting van zijn ambtelijke werkzaamheden in uw gemeente te ontzeggen. Ge gevoelt, dat deze noodzakelijkheid ons met diepe droefheid vervult, maar de halsstarrigheid van uw leraar (c.q. ouderling) noopt ons in het belang van de gemeenten tot dit optreden. Zo ge uw leraar (c.q. ouderling) toch handhaaft, stelt ge u hierdoor buiten het verband der gemeenten.'

De vaststelling dat de 'wettig genomen besluiten' in werkelijkheid onwettige besluiten waren, kan tot geen andere conclusie leiden dan dat niet de heengegane synodeleden, maar de schrijvers van deze brief metterdaad de scheuring in het kerkverband teweeggebracht hebben.

Ook citeren we letterlijk wat ds. Golverdingen heeft gezegd over de synode van 1950: 'Ds. R. Kok sprak op 12 januari 1950 in de generale synode nadrukkelijk uit 'dat de beloften gelijk staan met de aanbieding van het Evangelie.' Daarop werd hij met algemene stemmen geschorst met name vanwege 'de vereenzelviging van de beloften met het aanbod van genade.' Deze gedachte had hij reeds in 1948 op de classis Barneveld in het openbaar teruggenomen. Dat moet in de synode zwaar hebben gewogen. De algemene overtuiging binnen de Gemeenten was dat de beloften van het genadeverbond alleen aan de uitverkorenen zijn vermaakt, terwijl de aanbieding van het Evangelie tot allen komt die het Woord horen. De gevolgde procedure was echter heel gebrekkig en aanvechtbaar. De synode zelf was op geforceerde wijze vervroegd. Dr. Steenblok had namens het curatorium van de Theologische School in De Saambinder de kerkelijke organen opgeroepen om de synode te vervroegen. Het curatorium miste echter elke bevoegdheid tot een dergelijke oproep. Er was geen rapport over de opvattingen van ds. Kok, dat de afgevaardigden konden gebruiken bij hun beraad. De preses, ds. D.L. Aangeenbrug (1891-1984), gaf bij het begin van de tweede synodedag aan ds. Kok geen gelegenheid meer om iets voor te lezen uit een door Ds. Kersten verzorgd boekje van de gebroeders Erskine en J. Fisher, dat heel duidelijk het aanbod van de genade vertolkte. Elke nadere fundering van de uitspraak in Schrift en belijdenis ontbrak in de Handelingen van de synode. De behandeling van de Veenendaalse predikant die vijfendertig jaar de gemeenten met grote trouw en toewijding had gediend, was beslist onzorgvuldig.' Tot zover ds. Golverdingen.

Wat betreft het bijeenroepen van de synode kan worden gezegd, dat iedereen mag verzoeken om een vervroegde synode wanneer men steeds groter wordende verwarring inzake een belangrijk leerstuk in het kerkverband constateert. Zeker het curatorium was gerechtigd dat te vragen, dat immers een bijzondere plaats in het kerkelijk leven inneemt terzake van de handhaving van de zuivere leer. En dan, een verzoek blijft maar een verzoek. Wanneer de roepende kerk daar echter gevolg aan geeft, kan niemand de geldigheid van die synode in twijfel trekken. 'Er was geen rapport over de opvattingen van ds. Kok.' Neen, maar de eigenlijke theologische discussie had al plaatsgevonden in de classis Barneveld op 1 juni 1948. De vrede die daar gesloten was, werd al gauw door ds. Kok doorbroken, doordat hij opnieuw uitdrukkingen ging gebruiken waarover hij op de classis schuld had beleden, zoals dat het voor hem vaststond, dat de beloften gelijk staan met de aanbieding van het Evangelie. Daar was geen rapport voor nodig; dat hebben alle synodeleden ter vergadering uit zijn eigen mond kunnen horen. Ds. Kok

heeft beide synodedagen de gelegenheid gekregen zijn standpunt te verdedigen en nader te verklaren. Onderscheiden predikanten hebben hem gesmeekt de gewraakte woorden terug te nemen. In de Handelingen van de synode (de scriba was ds. L. Rijksen) staat inderdaad geen fundering van het bezwaar tegen de leer van ds. Kok in Schrift en belijdenis, maar die was al uitvoerig te vinden in de notulen van de classis Barneveld. En compact staat er wel degelijk: 'Met algemene stemmen wordt besloten Ds. Kok voor zes maanden te schorsen, omdat hij vasthoudt aan de reeds eerder gebleken leergeschillen, onder meer: de vereenzelviging van de beloften met het aanbod der genade.' Van onzorgvuldigheid was o.i. geen sprake. Hooguit kan men de aanmerking maken, dat de expliciete verwijzing naar de notulen van de classis Barneveld gemist wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.