+ Meer informatie

Kerkregering

5 minuten leestijd

BLANCO STEMMEN

Toen we in een drietal artikelen de vraag behandelden, wanneer, bij verkiezingen voor ambtsdragers, iemand gekozen is, kwam ook de kwestie van de blanco stemmen aan de orde. Het laatste van het genoemde drietal artikelen was aan deze zaak gewijd, waarbij het, hopelijk, aan ieder duidelijk is geworden dat de blanco briefjes bij de vaststelling van de volstrekte meerderheid niet mogen worden meegeteld. Aan het slot van dat artikel beloofden we nog iets te zullen zeggen over het indienen van blanco briefjes. Hier volgt dan het beloofde.

Het zal wel niet dikwijls voor komen dat er geen enkel blanco briefje bij een verkiezing wordt ingeleverd. Het gebeurt natuurlijk wel dat alle ingeleverde briefjes geldig zijn, en misschien is dit in sommige gemeenten wel bijna een algemene regel, waarop slechts zelden een uitzondering voorkomt, maar in vele gemeenten is het toch zo dat er bij elke verkiezing één of meer blanco briefjes geoogst worden. Dat behoeft meestal voor een kerkeraad geen reden te zijn om zich op dit verschijnsel te bezinnen. Wanneer er pas leden van andere gemeenten met attestatie zijn ingekomen, dan is het wel te begrijpen dat deze pas nieuw ingekomen leden of zich geheel van deelneming aan de verkiezing onthouden door weg te blijven of, indien ze wel aanwezig zijn, blanco stemmen, om de doodeenvoudige reden dat zij geen van de voorgestelde kandidaten kennen. Zij kunnen dan immers niet kiezen.

Maar het staat anders indien bijv. zoals wel gebeurt, een groot aantal leden der gemeente blanco briefjes inlevert, en dit, zoals wel is voorgekomen, bij verschillende verkiezingen herhaalt. Bij de verkiezingen stemt dan slechts een klein deel der gemeente, waarbij het dan ook nog kan gebeuren dat iemand met slechts één stem meerderheid wordt gekozen. Dan wordt dus iemand ambtsdrager die maar door een zéér klein gedeelte der gemeente als ambtsdrager wordt begeerd.

Doet zich deze situatie voor dan is het wel zaak voor een kerkeraad zich ernstig te bezinnen, want er blijkt uit dat er een ernstig verschil is tussen kerkeraad en gemeente over de vraag wie als ambtsdragers de gemeente moeten dienen. De oorzaken van dit verschijnsel kunnen uiteraard zeer verschillend zijn, maar welke de oorzaken ook mogen wezen, dit verschijnsel mag geen enkele kerkeraad onberoerd laten. Het is ons niet mogelijk hier alle mogelijke gevallen en omstandigheden te bespreken. Wij willen volstaan met enkele opmerkingen.

In de eerste plaats moet voor elke kerkeraad voorop staan dat de voorgestelde kandidaten moeten voldoen aan de eisen die de Heilige Schrift ten aanzien van ambtsdragers stelt, welke eisen wij thans niet nader behoeven te noemen — men kan ze inzonderheid vinden in de zgn. pastorale brieven van de apostel Paulus, d.w.z. de brieven aan Timotheus en aan Titus.

In de tweede plaats merken wij op dat daarna de kerkeraad wel terdege rekening dient te houden met de toestand, gesteldheid en begeerten der gemeente. Want zeer zeker zijn de ambtsdragers in hun ambt dienaren van God, of wil men, van de Koning der kerk, maar zij zijn toch ook vertegenwoordigers der gemeente, ja, dienaren der gemeente, hetgeen weer niet betekent dat zij, in independentistische zin, uitvoerders zijn van de wil van de meerderheid der gemeente, maar hetgeen wel betekent dat zij naar goed gereformeerde opvatting, zoals die ook altoos in de kerken der reformatie in ons land gold, rekening hebben te houden met het gevoelen der gemeente, omdat zij immers niet als heerschappijvoerders over Gods erfdeel, Gods eigendom, mogen optreden, zoals de apostel Petrus schrijft, 1 Petr. 5 : 3. De ambtsdragers vertegenwoordigen dus maar niet een bepaalde groep uit de gemeente, uit welke groep alleen de kandidaten gerekruteerd mogen worden. Wordt dit wel gedaan, terwijl er bij hen die nu juist niet tot deze eenmaal „op het kussen zittende” groep behoren, ook wel personen zijn, die de door de Schrift geëiste gaven bezitten, dan kweekt de kerkeraad verdeeldheid in de gemeente, een verdeeldheid die tot allerlei verschrikkelijke gevolgen kan leiden. De ambtsdragers zijn dienaren van heel de gemeente en zij vertegenwoordigen heel de gemeente, en niet maar de een of andere groep.

In de derde plaats merken we op dat elke kerkeraad, natuurlijk bij elke kandidaatstelling, maar inzonderheid als er zich een situatie voordoet zoals we boven stelden, met grote wijsheid en voorzichtigheid te werk dient te gaan. Het is soms voor een kerkeraad buitengewoon moeilijk, want hier ligt een terrein vol voetangels en klemmen, maar des te meer hebben de kerkeraden nodig te bedenken, dat zij zich niet mogen laten leiden door persoonlijke sympathieën of antipathieën, maar enkel en alleen door Woord en Geest, ziende op het waarachtige heil, op de vrede en de welstand, niet van hun, maar van Gods gemeente. Ook hier geldt echter: Indien iemand van U wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, die een iegelijk milde-lijk geeft, en niet verwijt, en zij zal hem gegeven worden, Jac. 1:15.

En tenslotte merken wij op, dat men zich (kerkeraad zowel als gemeenteleden) zich tot de kerkvisitatoren kan wenden om advies in moeilijke situaties, en zo nodig tot de kerken der classis in classicale vergadering bijeen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.