+ Meer informatie

De gelovige Thomas

4 minuten leestijd

Thomas, een van de discipelen van de Heere Jezus, heeft het moeilijk. Hij leeft in zijn gedachten bij een dode Jezus. En hij is toch al zo zwaarmoedig van aard. De Paasdag is voor hem een heel moeilijke dag. Hij is niet eens bij de discipelen, die in hun angst achter gesloten deuren zittenDat betekent echter wel dat Thomas de Heere niet ontmoet, als Deze de discipelen opzoekt. Maar in dit alles klinkt toch een diep heimwee door, een verlangen naar vastheid, naar zekerheid. Thomas heeft ondanks alles tóch de Heere lief Kan het ook van ons gezegd worden? Of voelt u zich soms ook zon twijfelaar, heen en weer geslingerd door vele gedachten, die we niet in bedwang kunnen houden?

Het is acht dagen later. En Thomas is terug in de kring van de discipelen! En wat hebben de andere broeders hem reeds veel verteld! Jezus is opgestaan! En waar kun je een aangevochten, tobbend mens beter mee vertroosten dan met het woord van de opgestane Levensvorst? Temeer, waar de discipelen zelf óók die strijd gekend hebben. Ze hadden toch ook vol angst achter die gesloten deuren gezeten? Ze hebben het Thomas in alle blijdschap van hun hart toegeroepen: We hebben de Heere gezien! Maar wat een teleurstelling. Thomas gelooft het niet! Hij heeft allerlei bezwaren. Hebben de discipelen het wel goed gezien? Waarom hebben ze niet aan Hem gevoeld, of er littekens waren? We horen het Thomas zeggen: „Ik zou dat wèl gedaan hebben!" Waren de anderen niet té goedgelovig? Waarom zegt Thomas dat? Uit zijn verlangen naar zekerheid! Hij is niet het type van de moderne, twijfelende mens, zoals hij wel eens getekend wordt. Hij wil op een goed fundament bouwen. Want stel je vóór! Als het eens niet waar was! Als Jezus in werkelijkheid nog in het graf lag! Wat een vreselijke teleurstelling zou dat zijn. Dan zou je voor een peilloos diepe afgrond staan. Nee, Thomas laat zich niet zomaar overtuigen. Zover kunnen de discipelen hem niet krijgen. Het zal wel een teleurstellende ervaring voor hen zijn geweest. Ze zouden er zelf nog door in het donker terechtkomen. En wat bemerken we dat menselijke woorden, hoe gunnend ook, niet kunnen overtuigen. 

En dan, op die achtste dag, is de Heere Jezus er weer. Als de grote Herder der schapen. Zo heel anders dan in deze wereld. Daar is alleen een naamloze massa, die een of andere held moet vereren. Maar hier zien we de Heere Jezus, met innerlijke ontferming bewogen over dwalende schapen. Hij neemt Thomas apart. Dat is zegenrijk. Maar daar kun je óók wel eens van schrikken. Soms houden we ons maar liever op de achtergrond en horen we het Woord van de Heere liever wat vrijblijvend aan. Voelde u zich ook al eens heel persoonlijk aangesproken? Wonderlijk: de Heere vraagt niet waar Thomas het zo moeilijk mee heeft. Hij blijkt alles al te weten! Wat kan dat troostvol zijn. Je loopt met vragen in het hart en ze komen in de predi- Door ds. W. Arkeraats, Werkendam king aan de orde. Is dat niet de wonderlijke leiding des Heeren? En wat doet de Heere? Hij gaat Thomas niet bestraffen. Er klinken geen harde woorden. Integendeel. Hij willigt de "eisen" van zijn leerling zomaar in: „Voel de wonden maar, Thomas!"

Maar dat is niet meer nodig. Er weerklinkt een vreugdevolle belijdenis: „Mijn Heere en mijn God!" Wat de discipelen niet konden, wat het verstandelijk beredeneren niet bereikt, dat doet de Heilige Geest. Hij opent oog en hart voor de levende Heere en vaagt alle nevels weg. Nu is Thomas de andere discipelen nog ver vooruit ook! Het is voor moedeloze en aangevochten mensen goed om de geschiedenis van Thomas aandachtig te lezen. Daarin ziet u dat voor de Heere niets te wonderlijk is, ook niet om u uit die soms zo diepe kuil te verlossen. De meest zwaarmoedige discipel heeft de grootste vreugde. En hij had er eigenlijk niet eens om gebeden! Mijn Heere en mijn God! Het wonder wordt alleen maar groter, als de onmogelijkheid zo diep moest worden ingeleefd. Zeker, dan volgt de bestraffing ook. Thomas wordt ernstig door de Heere vermaand vanwege zijn kleingeloof Maar zijn belijdenis is er niet minder heerlijk om.

En de grootste vreugde ligt daarin, om dat éne woord toe te voegen: „Mijn!" Dat is de taal van het hart. Dat is het getuigenis van de zondaar, die in hartelijke liefde van Zijn Borg mag spreken. U kent stellig die uitdrukking wel: „Een ongelovige Thomas." Laten we het zo maar nooit zeggen, want er klopt niets van. Hij is een gelovige Thomas! En: kan dat ook van ons gezegd worden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.