+ Meer informatie

ALS GESCHEIDEN MENSEN EEN NIEUW HUWELIJK AANGAAN EN OM KERKELIJKE BEVESTIGING VRAGEN………

11 minuten leestijd

Dat volgens de statistieken één op de vier huwelijken vroeg of laat schipbreuk lijdt, weten we. Dat het echtscheidingsprobleem de kerken niet voorbijgaat, weten we evenzeer. Exact is niet aan te geven hoe de cijfers binnen en buiten de kerk zich verhouden, maar zowel in de rooms-katholieke als in de protestantse kerken zijn echtscheidingen al lang geen zeldzaamheid meer. Ook onze kerken weten er hier en daar flink over mee te praten. In een betrekkelijk kleine gemeente, ergens in de randstad, deden zich in tijd van tien jaar maar even zeven gevallen van echtscheiding voor.

Gescheiden mensen gaan niet zelden nieuwe relaties aan. Uit angst voor een nieuw debacle wordt daarbij buiten de kerk nogal eens gekozen voor de vorm van samenleven zonder officiële huwelijkssluiting. En zo die angst er niet is, zijn het soms overwegingen van materiële aard die deze keuze bepalen. In de kerken van gereformeerde signatuur - en zeker in de onze - gaan gescheidenen dikwijls officieel toch weer een nieuw huwelijk aan. In de regel worden uitbundige festiviteiten daarbij vermeden. De feestelijke omlijsting beperkt zich dikwijls tot een etentje in klein familieverband. Voor gescheiden mensen met kerkelijke binding blijkt kerkelijke bevestiging van een nieuw huwelijk dikwijls ook dan een begeerde zaak. Steeds meer kerkeraden zijn in het verleden en zullen in de toekomst worden geconfronteerd met het verzoek om huwelijksbevestiging in gevallen, waarin één of beide partners een mislukt en ontbonden huwelijk achter de rug hebben.

Voorgeschiedenis bekend

Soms gaat het om mensen wier echtelijke voorgeschiedenis bij een kerkeraad bekend is, doordat de ellende van de huwelijksontwrichting en de uiteindelijke ontknoping zich binnen de waarneming en met medeweten van de kerkeraad voltrokken. Men kent dan achtergronden van wat eerder in het leven van de betrokkene(n) passeerde en beschikt, voor zover in de huwelijksmisère van intensieve pastorale begeleiding sprake is geweest, dan wellicht over bruikbare indicaties voor de beoordeling van de intenties van de trouwlustige(n) in het verlangen om ook over de nieuwe huwelijksonderneming in de officiële kerkelijke weg Gods zegen in te roepen.

Men kan ook te maken krijgen met mensen die van elders nieuw de gemeente zijn binnengekomen en wier voorgeschiedenis men niet kent.

Verzoeken om huwelijksbevestiging door of voor kerkleden die een scheiding achter de rug hebben, kunnen in allerlei variaties op een kerkeraad toekomen. Beide partners liepen met een eerder huwelijk vast; een gescheiden man probeert het nu met een niet eerder getrouwd geweest zijnde vrouw; een gescheiden vrouw vond een nieuwe huwelijkskandidaat in een man die eerder met een vriendin heeft samengewoond, maar wat ook op niets uitliep; een weduwe hoopt haar vereenzaamde leven verder te kunnen delen met een gescheiden man; een gescheiden jongeman, wiens vrouw ontrouw bleek te zijn, wil met een jong en onbesproken meisje uit de gemeente een nieuw begin maken en het verleden als het kan, vergeten; na enige tijd te hebben samengewoond wil een jong stel waarvan de man eerder getrouwd was en scheidde, toch de burgerlijke huwelijkssluiting als officiële verbintenis en de kerkelijke bevestiging als religieuze bezegeling. Er zouden meer voorbeelden van combinaties te bedenken zijn.

Hoe dienen kerkeraden hier te handelen?

Kerkorde laat nogal veel aan de prudentie van de kerkeraad over

Voor de beantwoording van deze vraag zullen we eerst even willen kijken naar de uitspraken die onze kerken over echtscheiding en tweede huwelijk op synodaal niveau hebben gedaan. Ze zijn te vinden in artikel 70 sub 4 van de kerkorde. Wat daar wordt gezegd, biedt een kerkeraad eigenlijk alleen concreet houvast in gevallen van echtscheiding die op overspel teruggaan. Gaan de daarin onschuldige partijen een nieuw huwelijk aan en wensen zij de kerkelijke bevestiging daarvan, dan zal een kerkeraad dat in beginsel zonder bezwaar kunnen toestaan. In alle gevallen die daarna in de kerkorde worden genoemd wordt veel, om niet te zeggen alles, aan de prudentie van de kerkeraad overgelaten. Of kerkelijke bevestiging van een huwelijk, waarbij één van de partijen een echtscheiding religionis causa (godsdienstige oorzaak/ongelovige partner) achter de rug heeft, toegestaan is, kan - zegt de kerkorde - niet met voldoende zekerheid bevestigend worden beantwoord. Hetzelfde geldt in situaties van kwaadwillige verlating. Als de verlaten partij hertrouwt en huwelijksbevestiging vraagt, wordt tot grote voorzichtigheid gemaand. Verder wordt dan nog gesproken over de toepassing van de kerkelijke tucht indien sprake is van echtscheiding op onschriftuurlijke gronden en over de onmogelijkheid van kerkelijke medewerking aan nieuwe huwelijken na ongeoorloofde scheidingen, zolang de vorige echtgenoot (echtgenote) nog leeft en nog niet is hertrouwt. Hoe in de ambtelijke praktijk met het begrip „ongeoorloofde scheidingen” moet worden omgegaan valt uit wat in de kerkorde staat niet precies af te leiden. Dat zal in alle gevallen een kwestie zijn van serieuze toetsing aan de Schrift en van eerlijke weging van alle omstandigheden en factoren die in een concreet geval van echtscheiding een rol spelen, voor zover deze bij een kerkeraad althans genoegzaam bekend zijn. Want ook voor de ambtsdrager blijft hier soms veel verborgen. Schuld is niet altijd duidelijk aanwijsbaar en men slaagt er lang niet altijd in om alle en de diepste oorzaken aan de oppervlakte te brengen. Dat is ook niet verwonderlijk. Het ambtelijk bezig zijn op dit terrein vraagt niet alleen grote communicatieve vaardigheid maar ook besef van de noodzaak van grote terughoudendheid. Men begeeft zich namelijk in wat men zou kunnen noemen het intiemste verband waarin mensen met elkaar samenleven.

Over het huwelijk na echtscheiding ligt de schaduw van de mislukking van het eerste

Wanneer dit artikel, naast de beperkte handreiking die de kerkorde op dit terrein biedt, enkele gedachten ter overweging aanreikt, dan is daarin vooral de persoonlijke visie van de schrijver verwoord. Anders gezegd: die gedachten zijn niet direct gebaseerd op of ontleend aan gangbare ambtelijke praktijk. Er bestaat voor de behandeling van aanvragen tot kerkelijke bevestiging van huwelijken na echtscheiding (nog) geen vaste gedragscode. Toch lijkt het mogelijk voor de beoordeling van deze aanvragen enkele vaste en principiële uitgangspunten te kiezen. Na er enkele genoemd te hebben, zal de conclusie van dit artikel zijn, dat kerkeraden slechts in zeldzame gevallen kerkelijke huwelijksbevestiging na echtscheiding kunnen toestaan.

Allereerst de betrokkene(n) zelf maar ook een kerkeraad die er in pastorale bewogenheid en eerlijkheid over te oordelen heeft, zullen moeten beseffen dat over een huwelijk na echtscheiding de schaduw van de mislukking van het eerste ligt. Ongeacht bij wie de (grootste) schuld of andersoortige oorzaak lag, er ging iets stuk wat gaaf had behoren te blijven, er bleef iets onvoltooid wat onder Gods zegen tot een (goed) einde had behoren te worden gebracht, er werd iets ontbonden wat God voor altijd wilde samenbrengen (zie ook de aanhef van het dankgebed van het bevestigingsformulier) en waarvoor de gemeente van Christus in een dienst van Woord en gebed bijeen werd geroepen, daarmee uitdrukking gevend aan het besef dat de eenheid in het huwelijk een groot geheimenis is en naar het woord van de apostel betrokken is op de eenheid tussen Christus en de gemeente. Als dit goed wordt beseft, zal men het met een verzoek om kerkelijke huwelijksbevestiging na eerdere scheiding maar wat moeilijk (moeten) hebben, degenen die erom vragen zowel als degenen die erover moeten oordelen en beslissen. In elk geval zullen deze dingen door een kerkeraad, door de pastor of de wijk- ouderlingen met de betrokkenen grondig moeten worden doorgesproken. Daarbij zal de diepste beweegreden tot het verzoek om huwelijksbevestiging duidelijk moeten worden, want laat ons wel wezen, zijn er in het algemeen niet veel kerkelijke huwelijksbevestigingen die, gezien vanuit de behoefte en het gevoel van de getrouwden, niet boven het niveau van de religieuze omlijsting uitkomen, die alleen bedoeld zijn om de trouwdag extra, in dit geval godsdienstige luister bij te zetten?

Welnu, als er bij één of misschien beide partners verdriet is over wat eerder werd afgebroken respectievelijk werd opgebroken dan zal men zich bewust zijn, dat men een nieuw engagement maar moeilijk met dezelfde glans en luister kan (laten) omgeven als de eerste keer. Kan de gemeente maar zo even voor een tweede keer worden bijeen geroepen om opnieuw Gods zegen af te bidden? Kan het onder ons gangbare huwelijksformulier onverkort en zonder aanpassing bij een tweede huwelijk van gescheiden broeders en zusters van toepassing worden verklaard? Zal iemand in het „ja” van nu niet de echo van toen horen doorklinken? Zonder gescheidenen in hun verleden gevangen te zetten en te houden zal een kerkeraad aan deze dingen niet voorbij mogen gaan. Er zal in ernst met de betrokkenen over gesproken moeten worden.

Een complicerende omstandigheid hierbij kan zijn, dat deze dingen slechts één van beide partners raakt en dat de ander het huwelijk voor het eerst aangaat en op goede gronden bevestiging van zijn of haar huwelijksverbintenis begeert. Met die omstandigheid zal een kerkeraad zeker rekening moeten houden. Aan het gerechtvaardigde verlangen van die andere partij mag niet worden voorbijgegaan. Maar wie een gescheidene trouwt zal zich bewust moeten zijn, dat de gemeente van Christus maar niet zo een-twee-drie lichtvaardig over de hobbel van het verleden kan heenstappen. Haar Hoofd Jezus Christus heeft uiteindelijk de verbreking van het huwelijk veroordeeld. Daarom zal men er begrip voor moeten hebben, wanneer een kerkeraad adviseert of maant tot terughoudendheid en soberheid. Als het op zonden en tekortkomingen in ons leven aankomt, mogen wij weten dat er bij de Here God vergeving is; een nieuw begin mag in ons leven altijd worden gemaakt en de zegen van de Here hoeft daarbij niet uitgesloten te zijn, maar tegelijk zullen we ons bewust moeten zijn dat het bij hertrouwen na echtscheiding om een situatie van bijzondere aard en met heel bijzondere aspecten gaat.

Opstelling en gevoelens van kinderen

De zojuist genoemde terughoudendheid en soberheid is zeker ook geboden, wanneer uit een ontbonden huwelijk kinderen werden geboren, die bij de scheiding van de ouders òf voor moeder òf voor vader kozen, mogelijk voor beiden. Natuurlijk hoeven hertrouwende ouders hun beslissingen niet direct van hun kinderen afhankelijk te stellen, maar zij mogen zich wel bewust zijn dat door de wijze waarop zij een nieuw huwelijk aangaan, goede verhoudingen (zo daarvan nog ten volle sprake is) kunnen worden verstoord. Te weinig wordt beseft welk spoor van vernieling echtscheiding in een gezin achterlaat en welke mentale beschadigingen kinderen soms oplopen, zeker als ze nog niet volwassen zijn. Daartoe zijn echt niet direct gezinsontwrichtende taferelen van physiek of verbaal geweld nodig. Ook als de ouders in rustige wilsovereenstemming uit elkaar gaan, grijpt dat in het leven van kinderen soms heel diep in. Dikwijls komen later pas de geestelijke (of lichamelijke) breakdowns.

Er zijn gevallen bekend van kinderen die het trouwen van vader met een andere vrouw niet konden verwerken, omdat zij dat (opnieuw) als een miskenning en belediging van hun moeder ervoeren. De omgekeerde situatie is uiteraard ook mogelijk. Ook aan deze menselijke kant van de zaak mag door een kerkeraad niet worden voorbijgezien. De opstelling en de gevoelens van de kinderen mogen hem niet onverschillig zijn en zullen dan ook niet buiten het gesprek met de trouwlustigen mogen worden gehouden.

Met een waarschuwing tegen te gemakkelijke inwilliging van verzoeken tot huwelijksbevestiging van eerder gescheiden broeders en zusters mag een artikel als dit natuurlijk niet eindigen. De gemeente kan ook niet volstaan met van het blote feit van hun nieuwe verbintenis alleen maar kennis te nemen. Er is niets op tegen - en zelfs alles voor - dat in de zondagse samenkomst van de gemeente of in het gemeentelijke orgaan wordt meegedeeld dat in de voorbije week Diederikus Nergensrust en Clara Rustiger zich door huwelijkssluiting aan elkaar hebben verbonden en dat in de voorbede wordt gevraagd of zij in deze verbintenis voorspoedig mogen zijn. Maar wat in het leven van één van hen of van beiden eerder plaatsvond, is principieel gezien eigenlijk onherhaalbaar.

Misschien mocht worden verwacht dat dit artikel duidelijker zou aangeven in welke gevallen een kerkeraad huwelijksbevestiging na echtscheiding wel of niet kan toestaan. Die vraag is eigenlijk wat zwevend gebleven. Zelf heb ik dat gevoel ook. Men beschouwe deze bijdrage als een aanzet tot bezinning op deze moeilijke materie, waarin vooral gevoelsmatige aspecten zijn belicht. Deze eerste bijdrage moet zeker een vervolg krijgen, als het zou kunnen nadat kerkeraden er vanuit hun ambtelijke praktijk een eerste reactie op hebben gegeven. Het zou mij zeer welkom zijn wanneer kerkeraden of individuele ambtsdragers mij hun vragen of meningen zouden willen laten weten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.