+ Meer informatie

TER OVERWEGING

11 minuten leestijd

E. Meijering, Mijn tijd is mijn leven. Doordenken op Augustinus. Uitg. Meinema Zoetermeer 2005, 139 blz., € 12,90

De auteur is predikant geweest in verschillende remonstrantse gemeenten en was van 19762001 lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden. In die laatste hoedanigheid heeft hij al eerder een boek geschreven over de Confessiones (belijdenissen) van Augustinus. In de publicatie die nu verschenen is, neemt Meijering gedachten van Augustinus als uitgangspunt om er zelf verder over door te denken. Verrassende doorkijkjes van toen naar nu zijn het gevolg.

K.A.D. Smelik, Zij doet hem goed en geen kwaad. Man en vrouw in de bijbel. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 202 blz., € 18,90

In de serie ‘Bijbelse Zaken’ heeft dr. Smelik nu een boek gewijd aan de plaats van man en vrouw in de bijbel. Het is een vlot leesbaar boek geworden, met af en toe verrassende vertalingen van bekende teksten (zoals past in de stijl van de Amsterdamse School waar de auteur bij hoort). Grote nadruk legt de auteur op de historische en culturele afstand tussen het Oude Testament en de tegenwoordige tijd. Verder is een sterk accent op de menselijke kant van de openbaring merkbaar in de tegenstelling die dr. Smelik veronderstelt tussen Paulus en de meerderheid van de overige bijbelschrijvers, p. 172–196.

Drs. H.G. de Graaff, Dopen is diep. Handreiking voor gesprek over doop en opvoeding. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 48 blz., € 4,90

Deze handreiking is in de loop der jaren ontstaan vanuit de pastorale praktijk van de schrijver. De invalshoek is niet zozeer de voorbereiding op de doop, maar een terugkijken met ouders op de doop van hun kinderen. Wat betekent de doop in de praktijk van de opvoeding? Wat proberen ouders over te dragen op hun kinderen over God, geloof en kerk? Hoe kunnen zij daarbij te werk gaan? Deze vragen zijn niet alleen nuttig als terugblik, maar ik zou me kunnen voorstellen dat ambtsdragers dit boekje ook uitstekend kunnen gebruiken als vooruitblik op het dopen. Van harte aanbevolen.

H. ten Brinke, J.W. Maris e.a., Geestrijk leven. Uitg. De Vuurbaak Bameveld 2006. 269 blz., € 17,50

Deze bundel opstellen is het vervolg op het boek ‘Meer dan genoeg’. Het accent in ‘Meer dan genoeg’ lag op het waarschuwen tegen gevaren van charismatische invloeden. De auteurs van ‘Geestrijk leven’ willen laten zien hoe rijk het leven door de Heilige Geest mag zijn. Enkele opstellen zijn wat meer theologisch getoonzet, maar de meeste bijdragen zijn heel praktisch en toegankelijk geschreven. In aansluiting bij de klassieke gereformeerde theologie komen onderwerpen aan de orde als: leiding door de Geest, groeien in geloof, bijbellezen, maar ook lofprijzing en profetie. Kerkenraden en gemeenteleden zouden zichzelf tekort doen wanneer ze dit boek ongelezen laten.

Drs. M.H.T. Biewenga (red.), Informatieboekje 2006 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2006, 272 blz., € 9,50.

Uit de cijfers in het nieuwe Informatieboekje van de NGK blijkt dat de gestage voorzichtige groei van dit kerkverband zich doorzet; het telt nu 32.250 leden, enkele honderden meer dan begin 2005. Net als in de CGK voegde zich een nieuwe gemeente bij het verband, uit het verband van de voortgezette Geref. Kerken. Het betreft de vanouds confessionele gemeente uit de Geref. Kerken in Haarlem, in die omgeving bekend als de ‘Wilhelminakerk’. In de jaren ‘80 organiseerde de CGK van Haarlem-C al gezamenlijke zomeravondzangdiensten met deze gemeente en de contacten waren allerhartelijkst. Het jaaroverzicht heeft als thema meegekregen: ‘enthousiast’, een woord ontleend aan Rom. 12:11 (vertaling 1951: ‘ijver’). Een aansporing om voluit kerk van Jezus Christus te zijn in deze tijd. Dat dit niet onaangevochten is, blijkt uit verschillende gedeelten van het overzicht. De vragen rond homoseksualiteit zorgen (net als bij ons) voor beroering, zij het dat ook hier weer blijkt dat de manier van kerkverbandelijk samenleven in de NGK zorgt voor plaatselijke beslissingen waarvoor onder ons toch eerst het kerkverband geraadpleegd zou worden. Het op de agenda van de landelijke vergadering 2007 zetten van dit thema, nádat verschillende kerkenraden al vergaande beslissingen hebben genomen, lijkt mij geen wenselijke route. Ook overigens, zo blijkt uit een gehouden enquête, zijn er veel moeiten rond relaties in de gemeente. Gelukkig, zo blijkt uit verschillende voorbeelden, is er ook veel reden om de ‘ijver’ te onderstrepen.

Ds. C. den Boer e.a., Pastorie online. De meest gestelde vragen@refoweb. Uitg. De Groot Goudriaan- Kampen 2006, 169 blz., € 12,50.

De meeste catecheten en jeugdleiders zullen ondertussen wel gemerkt hebben dat jongeren hen graag via de mail of MSN of andere moderne vormen van mediacontact willen bereiken. Ze stellen hun vragen, zeker als die erg persoonlijk zijn, gemakkelijker op deze wijze dan in een gesprek (ik spreek natuurlijk in algemene zin). In dit boekje worden dergelijke vragen gesteld en behandeld (door o.a. ds. P.D.J. Buijs, mevr. A. Hoek-van Kooten, ds. C.G. Vreugdenhil en ds. W. van Vlastuin). Ze gaan over seksualiteit en relaties, ontsporingen op dat gebied, belijdenis en avondmaal, gebedsgenezing, uitverkiezing, zonde en bekering etc. De antwoorden zijn verrassend direct én eerbiedig. Ik heb er veel respect voor en ik weet zeker dat het veel jongeren zal helpen om dit boekje te lezen, vooral wanneer ze zelf de vragen uit verlegenheid niet durven stellen.

Ds. J.H. Velema, Christen zijn en blijven door geloof, gebod en gebed. Een Telos-boek. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2006, 96 blz., € 9,50.

Ds. Velema schreef in zijn langdurige ambtsdienst vele boekjes voor het onderwijs op de catechese. Ook dacht hij aan het feit dat rond het belijdenisdoen vaak een boekje wordt uitgereikt. Opnieuw voegde hij aan de laatste reeks een boekje toe. In kort bestek worden de 12 artikelen van het christelijk geloof (t.a.v. het thema geloof), de tien geboden (t.a.v. het thema gebod) en het Onze Vader (t.a.v. het thema gebed) nagegaan. De auteur verstaat de kunst om in kort bestek heel veel informatie door te geven. Dat is echt een gave. Puntig en strak wordt de stof behandeld en telkens worden daarbij persoonlijke geestelijke lijnen getrokken. Zo krijgt men in kort bestek heel veel. Toch heeft dat ook een schaduwzijde: soms worden zaken wel aangeduid, maar niet nader uitgediept, waar dat toch gewenst zou zijn. Het homohuwelijk wordt — terecht — afgewezen (blz. 59), maar de nood van de homofiele christen wordt niet benoemd. De noodzaak van vergeving wordt onderstreept, de auteur weet (blz. 87) dat dit in situaties van ernstig misbruik grote vragen oproept bij slachtoffers, maar gaat daar niet wezenlijk op in; dat is jammer. Het zijn immers tere zaken.

Ds. A.J. Mensink, Genade als erfgoed. Het bijbelse recht van de kinderdoop. Uitg. Groen Heerenveen 2006, 100 blz., € 9,95.

Er is moed voor nodig om een boek als het bovenstaande te schrijven, als je de ervaring hebt dat vele gesprekken over het goed recht van de kinderdoop vaak op z’n best de uitspraak opleveren: ‘Ik kan er niets tegen inbrengen, maar u hebt me niet overtuigd’(blz. 11). Ik denk dat vele collega’s hier een moment van herkenning zullen hebben. Het heeft o.a. te maken met de vraag welke plaats het gevoel mag en moet hebben bij het geloof en het doornemen van de bijbelse gegevens (naast alle andere verschillen tussen evangelischen en reformatorischen). Toch ben ik blij met het feit dat de auteur heeft doorgezet. Het resultaat mag er echt zijn: de bijbelse gegevens in OT én NT over het verbond, het verband tussen doop (eerder: besnijdenis) en geloof, het gegeven dat de Here altijd voorop gaat enz. Op grond van de boeken uit de kringen waar de kinder(beter: huis-)doop niet in praktijk is wordt de discussie op waardige wijze gevoerd (met één uitzondering, op blz. 78, waar ineens wel érg scherp wordt geschreven over de plaats van gehandicapten in de gemeente). De waarde van het boekje ligt ook in de doorkijkjes in thema’s als de doop van Johannes, die onderscheiden moet worden van de doop die door de Heiland in Matt. 28 bevolen is. U zult aan de aanschaf van het boekje niet bekocht zijn. Kerkenraden kunnen geholpen zijn door het gedeelte over ‘kerkelijk beleid’, waarbij ook de CGK genoemd worden (blz. 90).

Ds. A. Schot, Totdat de dag aankomt en de schaduwen vlieden. Dertien overdenkingen over het Hooglied. Uitg. Den Hertog Houten 2006, 224 blz., € 16,90.

Dit boek zal men óf schitterend vinden, óf men zal er niets mee kunnen. Een tussenweg is er eigenlijk niet. Dat komt door de keuze die de auteur (predikant van de Geref. Gemeente te Nunspeet) maakte m.b.t. de uitleg van het Hooglied. Die wordt (en dat is eerlijk) meteen al in het voorwoord verteld: ‘De tekstverklaring van de behandelde stoffen is gebaseerd op de allegorische benadering van het boek Hooglied’ (blz. 9). Even verder wordt de betekenis daarvan vermeld: ‘…alle beelden hebben een geestelijke betekenis’. Welnu, dat gebeurt dan vervolgens ook in de overdenkingen, zonder enige aarzeling. En dat geeft ruimte voor heel diepzinnige gedachten (dat zeg ik met respect), maar voor mij is het ook aanleiding om telkens te vragen: ‘Zou de Heilige Geest dat nu echt bedoeld hebben?’ Wat jammer, dat niet meer gerekend is met de waarde die de Schepper aan een gezonde seksuele relatie in een huwelijk heeft gegeven en die in een christelijk huwelijk mag opbloeien, waarbij de waarden van dat huwelijk dan (naar de woorden van Paulus in Efeze o.a.) als beeld van de hemelse Bruidegom met zijn bruid, de gemeente, mag worden gezien. Daarom kan ik zelf helaas niet veel met dit boek, hoe spitsvondig het soms ook is.

Drs. P.J. Vergunst (red.), Christus, onze hoop. Het Paasappèl toegelicht. Uitg. Groen Heerenveen 2006, 93 blz., € 9,95.

Een jaar geleden, rond Pasen 2005, stuurden de besturen van de Confessionele Vereniging, de Gereformeerde Bond, het Confessioneel Gereformeerd Beraad en het Evangelisch Werkverband het appèl met bovenstaande titel naar 2550 kerkenraden binnen de PKN. Dat was een jaar na de vorming van die kerk, voortgekomen uit de Ned. Herv. Kerk, de Geref. Kerken in Nederland en de Evang. Lutherse kerk. Nu, opnieuw rond Pasen, komt dit boekje uit, waarin de tekst van het appèl stukje voor stukje eruit gelicht en nader toegelicht wordt. Door heel het boekje heen voelt men het oprechte verlangen van de auteurs om het Woord van God in dit tijdsgewricht onverkort vast te houden, open te staan voor de aanvechtingen van deze tijd, maar die ook te weerstaan, en ook een open kerkgemeenschap te vormen waarin iedereen welkom is die zich herkent in dat wat men voor ogen staat: het werk van Christus centraal stellen in de gemeente, omdat er immers geen andere naam is die meer waarde heeft dan die van Hem. Het boekje is voor diepere bespreking toegankelijk gemaakt d.m.v. de toevoeging van gespreksvragen.

Jasper Klapwijk, Gelukkig gereformeerd! Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2006, 118 blz., € 9,90.

Het moet een wonderlijke gewaarwording zijn: je studeert aan de Theol. Universiteit van de Geref. Kerken (vrijg.), je kunt je moeilijk vinden in de wijze van kerk-zijn die daar en dan gebruikelijk is, gaat in op een verzoek om predikant op Curasao te worden en denkt daar een stuk geestelijke ruimte te vinden, komt daar in gesprek met allerlei evangelischen, ziet daardoor de waarde van echt gereformeerd zijn meer en meer, komt terug in Nederland en… merkt dat je opnieuw een buitenbeentje dreigt te worden, maar nu net aan de andere kant. Want… de ontwikkelingen in de GKv hadden tijdens je buitenlands verblijf hun eigen spoor getrokken. En veel zekerheden van toen blijken vandaag omvergehaald te zijn. Dat is de basis van de inhoud van dit boekje, dat gaat over de wortels van het gereformeerde denken: sola gratia, sola fide, sola scriptura, met als deel twee een analyse van ‘gereformeerd bijbellezen’, dat wil zeggen: het NT op de fundamenten van het OT, met Christus als verbindende schakel. Een boekje dat niet alleen de GKv vandaag, maar ook de CGK goed kunnen gebruiken, want ook bij ons geldt dat er soms een ‘bijna argeloze en naïeve openheid is ontstaan voor alles wat uit evangelische of charismatische hoek komt’, blz. 51.

Dr. A.N. Hendriks, Groeien in kennis. Thema’s uit de geloofsleer. Cahier Woord en wereld nr. 65. Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2005, 120 blz., € 8,75 (bij abonnement € 6,65).

Een boek van dr. Hendriks staat voor degelijkheid en grondigheid in velerlei opzicht; in het kader van de verwerking van de Schriftgegevens, van de belijdenis der kerken én van de actuele ontwikkelingen op allerlei theologische en kerkelijke fronten. Daar geeft dit boekje onmiskenbaar blijk van. Enkele onderwerpen: Gebedsverhoring, verzoeking, volharden, God en ons lijden, geloof en gevoel, binding aan de belijdenis, charismatische bijstelling?, aandacht voor de engelen. Treffend is de balans die de auteur telkens weer zoekt tussen het werk, de trouw van God enerzijds en de verantwoordelijkheid van de mens anderzijds; zo zal het chr. gereformeerden én ‘vrijgemaakten’ kunnen aanspreken en samenbindend kunnen werken. Bij de bespreking van de onderwerpen gaat hij de discussie aan met hen die andere lijnen trekken op de betreffende fronten. En het is goed om niet aan zijn argumenten voorbij te gaan. Verwerkt men de inhoud van dit boek, dan gebeurt wat de titel zegt. Ook kringen kunnen hun winst ermee doen; ze krijgen discussievragen mee als handreiking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.