+ Meer informatie

Zending in Rhodesia

Kom over en help ons

4 minuten leestijd

Kleine oorzaken hebben vaak grote gevolgen. Het slavinnetje van Naaman de Syriër werd het middel, dat de generaal van zijn melaatsheid werd genezen. De Heere gebruikt zo vaak eenvoudige middelen om grote zaken uit te richten.

Zo is het ook gegaan ten opzichte van de daadwerkelijke zending, die uitgegaan is van de Free Presbyterian Church of Scotland. Onwillekeurig vragen we ons af, hoe die Kerk er toe is gekomen om te gaan arbeiden in Rhodesia.

In het voorgaande artikel werd iets gezegd over het heilrijke werk van Coillard. Een groot deel van de bevolking werd christen. Velen zullen het christendom uitwendig hebben aangenomen, maar we mogen ook aannemen, dat het goede zaad ook gevallen zal zijn in een door God toebereide aarde des harten. Daar zal de eeuwigheid van getuigen. Eén van die door God opgezochten, John Mpofu, die onder de wrede koning Mzilikazi (zie vorig artikel) tegen de blanken had gestreden, had de wapenen tegen de Heere moeten neerleggen. Het gevolg was, dat hij de gekenden des Heeren ging opzoeken, om de gemeenschap der heiligen te beoefenen. Al meer en meer kwam bij hem de begeerte op naar de „beschaafde" wereld te gaan. Van die wereld was het evangelie tot hen gekomen en de man dacht, dat daar niets dan „heiligen" te vinden waren. Hoe zou hij zich daar kunnen verlustigen in het gezelschap der vromen, om de Heere groot te maken!

John Mpofu reisde naar Londen, de grote wereldstad, brandpunt van beschaving en godsdienst. Maar ach, wat viel dat de arme man tegen. Was uit deze streek het levende Woord des Heeren naar Rhodesia gebracht? Hoe was het mogelijk! De mensen aten en dronken en waren vrolijk; leefden in de zonde zo rustig en onbekommerd, alsof er geen God in de hemel was. In vele opzichten overtrof de goddeloosheid in de engelse hoofdstad de heidense levenswijze van de bewoners van Rhodesia. Was John daarvoor uit zijn land gereisd om dit te moeten aanschouwen? Hoe geeft de beschaafde wereld toch vaak aan de getrokkenen uit het heidendom een vreselijk voorbeeld!

Zou Mpofu maar teruggaan? Was alles tevergeefs geweest? De man wist niet dat hij voor iets anders op reis was gegaan dan voor hem zelf, maar dat wist de Heere, Die alle gangen bestuurt naar Zijn wijze wil.

Om godvrezende mensen te vinden, moet je in Schotland zijn, was John ter ore gekomen. Dan maar naar het noorden reizen. Waar moest hij aankloppen? Hij kende niemand en kwam als een zwerveling in Glasgouw terecht. Wat moest hij hier doen? Wie kon raad geven? Dat was de Heere alleen en met een gebed in het hart liep de zwerver door de grote schotse stad.

Daar liep een jonge man. Zou hij hem eens aanspreken? In gebrekkig engels vroeg hij de jonge man iets. Er kwam een gesprek en er waren maar weinig woorden toe nodig voor de aangesprokene, om te voelen, dat die vreemdeling in dezelfde geest sprak, zoals hij thuis gewoon was te vernemen, en zoals zijn moeder sprak. De jonge man Was lid van de F. P. Kerk. Wat lag er beter op zijn weg om de vreemde man naar zijn ouderlijk huis te brengen? De godvrezende moeder was al spoedig in een diepgaand gesprek gewikkeld. Ook met de predikant kwam Mpofu nu in contact. In de pastorie vertoefde hij enige tijd. Wat kon hij daar van hart tot hart spreken!

En wonderlijk, hoe meer hij sprak over de dingen, die het koninkrijk Gods aangaan, des te meer moest hij denken aan zijn arm volk in Rhodesia. O, mochten er zulke predikanten zijn onder mijn stamgenoten! John kon niet aflaten om de predikant te smeken tot hen over te komen en het volk te helpen.

Het gevolg was, dat de synode zich er mee ging bemoeien. Er werd ernstig over de zaak der zending in Rhodesia van gedachten gewisseld. De uitslag was, dat dominee Tallach met Mpofu zou meereizen naar het verre land, om daar een poging te wagen tot zendingsarbeid te geraken. Zo is het begonnen. Daarvoor moest Mpofu de reis naar Londen ondernemen.

Als een klein stekje is de zending daar begonnen en nu is het stekje tot een plant uitgegroeid, die tekenen van levensvatbaarheid geeft.

De grondslag van de Leer van de F. P. Kerk is als volgt:

a. De algehele genoegzaamheid van de Heilige Schrift in alle zaken betreffende geloof en leven.

b. De drieënige God (de souvereiniteit van God, de Goddelijke natuur en de volkomen menselijke natuur van de Heere Jezus Christus, de Heilige Geest een persoon en niet slechts een kracht).

c. De algehele val van de mens. d. Predestinatie van eeuwigheid.

e. Geen algemene verzoening, maar persoonlijke verlossing.

f. Inwendige, onwederstandelijke roeping.

g. Rechtvaardigmaking door toerekening van de dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.