+ Meer informatie

Welvaart en criminaliteit

3 minuten leestijd

Meer dan een op de drie Nederlanders wordt jaarlijks het slachtoffer van een of meer delicten. Althans, dat is het geval in de wat grotere gemeenten die gemeentepolitie hebben. Op het platteland, waar de rijkspolitie opereert, zal het slachtofferpercentage lager liggen.

Toch is —zo blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van het ministerie van binnenlandse zaken is gehouden— driekwart van de bevolking tevreden of zeer tevreden over het optreden van de politie. Maar ze zou meer moeten doen aan misdaadbestrijding, aan handhaving van de openbare orde en handhaving van de verkeersregels. Niet zonder betekenis is ook dat de gevoelens van onveiligheid het grootste zijn bij vrouwen en bejaarden, terwijl mannen en jongeren vaker het slachtoffer worden van misdrijven. Kennelijk leidt het gevoel van onveiligheid bij bepaalde groepen mensen er toe dat zij voorzichtiger zijn en minder risico's nemen, waardoor zij inderdaad minder vaak het slachtoffer worden.

Toch moeten we ons wel realiseren dat gevoelens van onveiligheid, hetzij binnenshuis of buitenshuis, in belangrijke mate afbreuk doen aan het welzijn van mensen. Bij woninginbraken gaat het niet alleen om de materiële schade die geleden wordt, hetzij aan gestolen goederen of door de aangerichte vernielingen. Een inbraak in je eigen huis betekent ook een aantasting van je privacy en kan er toe leiden dat mensen (met name ouderen en alleenstaanden) zich in hun eigen huis niet meer veilig voelen.

Daarnaast is er de onveiligheid op straat. De afgelopen jaren is de openbare ruimte steeds meer in bezit genomen door vandalen en criminelen. De burger trok zich terug in zijn eigen huis. Dat is een ongewenste ontwikkeling. Mensen (hetzij ouderen of jongeren, hetzij mannen of vrouwen) moeten ook 's avonds onbevreesd op straat kunnen lopen.

In dit verband is niet zonder betekenis wat Leidse criminoloog prof Van Dijk gisteren in zijn rede bij de aanvaarding van het hoogleraarschap opmerkte over de relatie tussen welvaart en criminaliteit. In een welvarende samenleving, aldus prof Van Dijk, is er minder reden om uit economische nood te gaan stelen. Dat geldt zeker voor een maatschappij zoals de onze, waarin een uitgebreid systeem van sociale voorzieningen bestaat.

Maar tegelijkertijd is er in zo'n welvarende maatschappij ook een veel groter aanbod van te stelen goederen. Bovendien worden die goederen, omdat arbeid duur is, minder goed bewaakt dan vroeger het geval was. Degenen die als gevolg van die misdrijven schade lijden, tillen daar minder zwaar aan. Hetzij omdat zij de schade toch vergoed krijgen door de verzekeringsmaatschappij, hetzij omdat hun financiële positie hen gemakkelijk in staat stelt de schade te dragen. Zo is de omvang van de misdaad in een maatschappij afhankelijk van een heleboel factoren. Datzelfde geldt voor de vraag wie er voornamelijk het slachtoffer van worden en wie een grotere kans hebben om buiten schot te blijven.

Toch mag daarbij de morele factor niet uit het oog worden verloren. In een maatschappij waarin het gebod "gij zult niet stelen" grotendeels zijn kracht verloren heeft, is een belangrijke drempel naar crimineel gedrag (in dit geval vermogenscriminaliteit) verdwenen. Dat geldt voor de burgers, maar niet in de laatste plaats ook voor het politieapparaat zelf, waar zich dan eerder gevallen van corruptie zullen voordoen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.