+ Meer informatie

Plan Lievense unieke kans

Haast is geboden om wereldmarkt met windenergie te bestormen

6 minuten leestijd

DEN HAAG — Deze week is het rapport Windenergie en Waterkracht, een nadere haalbaarheidsstudie van het plan-Lievense, aan minister Van Trier aangeboden. De conclusies uit het rapport zijn onverdeeld gunstig. Het unieke van het plan-Lievense is volgens de opstellers van het rapport dat er gebruik wordt gemaakt van zowel windenergie als waterkracht. In het rapport komt men tot de slotsom dat de Markerwaard het meest geschikt is voor uitvoering van het plan.

Het plan van ir. L. W. Lievense voor een windenergie- en elektriciteitsspaarbekken (WESP) bestaat uit een spaarbekken: een door hoge dijken omsloten vvatermassa waarin potentiële energie kan worden opgeslagen. Daarnaast een aantal groepen windturbines op of rond het spaarbekken, waarvan de opgewekte elektriciteit direct op het openbare net komt en tevens kan dienen voor het oppompen van water in het spaarbekken. In een aantal in de dijken geplaatste waterkrachtcentrales kan elektriciteit worden gewonnen door het water van het hooggelegen spaarbekken te laten stromen naar lagere niveaus.

Koppeling

Het is vooral de koppeling tussen waterkracht en windenergie die het plan in de wereld tot dusver uniek maakt. Windenergie is namelijk een grillige energiefactor. Dit omdat men afliankelijk is van de wind, die het ook in ons land wel eens laat afweten. Volgens het plan-Lievense worden de tekorten, die ontstaan door windstille dagen, opgevangen door het gebruik van waterkracht.

Het ligt in de bedoeling de windenergie rechtstreeks te koppelen aan het openbaar elektriciteitsnet. Wanneer nu windstille dagen zouden optreden dan vallen er opeens grote hiaten in het openbare net. Om die tekorten weer op te heffen zullen de conventionele elektriciteitscentrales meer vermogen moeten leveren. Met als gevolg dat de bereikte besparing door windenergie teniet wordt gedaan door een meerverbruik van fossiele brandstoffen.

Potentiële energie

Het plan-Lievense komt echter met een oplossing voor dit probleem. Een gedeelte van de windenergie wordt gebruikt om water uit het Markermeer op te pompen naar het hoger gelegen spaarbekken. Op deze wijze verkrijgt men een vorm van potentiële energie. Wanneer de wind het laat afweten gaat men over tot het gebruik van waterkracht. Het water uit het spaarbekken laat men dan via een tweetal waterkrachtcentrales naar een lager niveau stromen. Door het gebruik van de centrales levert dit dan ook weer elektriciteit op. Hiermee kan worden gewaarborgd dat het elektrisch vermogen van het plan-Lievense constant is zodat er geen pieken optreden in het openbaar elektriciteitsnet.

Elders in de wereld is men ook naarstig bezig met plannen voor een koppeling tussen windenergie en waterkracht. In die landen gaat het-meestal om hydro-elektriciteit door middel van stuwmeren. Toch is men nergens zover dat er al een uitgewerkt plan is. Onze voorsprong hebben wij ook te danken aan het feit dat het plan-Lievense bestaat uit componenten die Hollanders eigen zijn: wind, water en dijken. De conclusies van de opstellers van het rapport wijzen er op dat het plan zonder meer haalbaar is.

Zwakkere punten

Daarbij komen echter een aantal aspecten aan de orde die zeker nadere bestudering en overweging verdienen.. Een van de zwakkere punten in het plan is het gebruik van windmolens. De kennis binnen ons land op het gebied van windmolens is theoretisch aardig gelijk met het buitenland. Wij missen echter een praktische ervaring met het bouwen van dergelijke molens. Voor een uitvoering van het plan gaat men uit van een windenergievermogen van 1600 Megawatt, hetgeen te vergelijken is met twee conventionele elektriciteitscentrales.

Wil men dat praktisch kunnen halen dan zijn er ongeveer 250 windmolens nodig. De gedachten gaan daarbij uit naar windturbines van staal met een lengte van 80 meter en een rotorbreedte van eveneens 80 meter. Het zal duidelijk zijn dat het een planologische aanpassing zal vragen om een park van 250 windmolens ergens in Nederland te kunnen installeren. Bovendien zal men bepaalde afstanden moeten aanhouden om het zogenaamde ,,zogeffect" te voorkomen.

Produktie

Anderzijds doet zich nog een ander probleem voor, namelijk om voor een park van 250 windmolens na verloop van tijd een serieproduktie uit Nederlandse fabrieken te laten komen. Dit betekent dat er in Nederland vanuit de industrie belangrijke stappen moeten worden ondernomen. Men kan het zich bij de uitvoering van het plan niet veroorloven om buitenlandse windmolens aan te schaffen. Het is zonder meer duidelijk dat hier voor de noodlijdende Nederlandse industrie grote mogelijkheden liggen voor werkgelegenheid en het Opdoen van kennis. Zaken waar men ook, gezien de ontwikkelingen op de internationale markt, de boer mee op kan. Zo heeft Amerika ook grootse plannen met windenergie. Dat zou een unieke kans zijn om de Amerikanen af te troeven door al eerder en betere windmolens aan de lopende band af te leveren. Voorwaarde bij dit alles is wel dat we niet zullen moeten treuzelen, omdat de Nederlandse industrie dan de kansen zal moeten laten liggen.

Een verdere uitvoering van het plan zoals het bouwen van het spaarbekken zal in de praktijk weinig technische problemen opleveren. Dit omdat door middel van de Delta- en Zuiderzeewerken een enorme kennis is opgedaan. Aangezien de studiecommissie van oordeel is dat de Markerwaard de meest geschikte plaats is stuit men direct op een ander probleem. Hoe zal een dergelijk planLievense ooit ingepast kunnen worden in een Markerwaard? De uitslag van het onderzoek doorkruist in wezen de kabinetsbeslissing tot inpoldering van de Markerwaard.

Markerwaard

Nu is het zo dat de eerste mogelijkheid, een vermogen van 1600 Megawatt, in te passen valt binnen een ingepolderde Markerwaard. Bij een dergelijk vermogen heeft men een spaarbekken nodig van 55 vierkante kilometer. Men is in dat geval uitgegaan vari een scenario van een stijging van twee procent per jaar van het energiegebruik. Wanneer deze prognose echter aan de lage kant mocht zijn en men bijvoorbeeld uitgaat van een stijging van vier procent dan zal een spaarbekken nodig zijn van 1650 vierkante kilometer, iets wat in geen enkel geval ingepast kan worden in een Markerwaard. Wil men wat dat betreft de mogelijkheden open houden dan zal dat ook letterlijk met het Markermeer moeten gebeuren, hetgeen een herziening van het kabinetsstandpunt met zich zal moeten brengen.

Duidelijk is in ieder geval wel dat het plan technisch te realiseren valt. Het wachten is nu op een politieke beslissing. De leden van de onderzoekscommissie hebben minister Van Trier duidelijk gemaakt dat haast geboden is. Men meent dat in 1985 uiterlijk zal moeten worden begonnen om het plan in 1995 operationeel te hebben. Voortvarendheid is noodzaak om in technisch opzicht onze voorsprong op de wereldmarkt te behouden en uit te breiden. In het belang van onze noodlijdende economie lijkt dit een eerste vereiste. Bovendien zal het plan ook belangrijke besparingen opleveren. Bij een twee procents energiestijging per jaar zal het plan-Lievense in het jaar 2000 een besparing opleveren van 657 miljoen. Bij een grotere stijging wordt dit meer dan een miljard per jaar.

Een ander aspect is dat wanneer men geen keuze doet voor het plan-Lievense men andere elektriciteitscentrales nodig zal hebben. Welke soort centrales, kolen of kernenergie, dit ook mogen zijn, de milieubelasting zal vele malen hoger liggen dan het plan Lievense terwijl ook een stijging van de brandstofprijzen in de plannen berekend zal moeten worden.

Ook zal het duidelijk zijn dat een plan-Lievense niet alleen voordelen biedt. Er zullen ook in deze keuze offers moeten worden gebracht. Al was het maar het feit dat men een paar honderd windmolens zal moeten opstellen of dat ook het milieu in het Markermeer zal moeten „inleveren". Het is aan de politiek een verantwoorde keuze te doen waarbij alle aspecten op hun juiste waarde worden beoordeeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.