+ Meer informatie

BIJ DE BEGRAFENIS VAN EEN KIND DAT VOOR OF BIJ DE GEBOORTE STERFT

5 minuten leestijd

Een teer onderwerp

Het onderwerp is mij voorgelegd vanuit de praktijk. Het komt steeds vaker voor, dat aan de kerkeraad gevraagd wordt een begrafenisdienst te beieggen als een kind bij de geboorte of vlak voor de geboorte sterft. Ik heb begrepen dat ook buiten onze kerken in zulke gevallen steeds vaker om een officiële begrafenisdienst wordt gevraagd.

Laat ik mogen beginnen met de opmerking dat ik het moeilijk vind hierover te schrijven. Het gaat om heel verdrietige ervaringen. Er is leed en rouw; verlies en verdriet moeten verwerkt worden.

In zo’n situatie een artikel zoals dat nu volgt, te lezen, kan pijn doen en het verwerken extra moeilijk maken. Toch kan ik er niet omheen enkele dingen in verband met deze vraag aan de lezer voor te leggen. Daarbij zeg ik met nadruk dat het om mijn persoonlijke mening gaat. Men kan over het navolgende anders denken en er ook anders in handelen.

Ik vind het belangrijk dat er in de gemeente, en met name in de kerkeraad, tijdig overleg plaatsvindt over de te volgen gedragslijn. Daarbij heeft de predikant een niet onbelangrijke inbreng. Als er een rouwdienst gehouden wordt, komt de taak op hem te rusten.

Dat kinderen die vlak voor of bij de geboorte sterven, begraven worden, spreekt voor zichzelf. De wet verplicht daartoe. Een menselijke vrucht die na een zwangerschapsduur van tenminste vierentwintig weken ter wereld komt, moet bezorgd worden (dat is begraven of gecremeerd worden). Er is de laatste jaren zowel in het Nederlands Dagblad als in het Reformatorisch Dagblad een discussie over de vraag wat er moet gebeuren met de vrucht, die eerder ter wereld komt. Op die vraag ga ik nu niet in. Het gaat mij in het bijzonder om een kind dat levenloos geboren wordt of wel bij de geboorte sterft.

Ervaringen

In de jaren van mijn predikantschap heb ik die verdrietige situatie enkele malen meegemaakt. In overleg met de ouders hebben we het als volgt gedaan: Ik ben naar het huis of het ziekenhuis gegaan. Daar hebben we samen met de ouders gelezen en gebeden. Toen ben ik met de vader naar het kerkhof gegaan. Ik zie nog voor mij, hoe nu ruim vijfendertig jaar geleden een vader het kistje zelf naar het graf droeg. Daar heb ik de apostolische geloofsbelijdenis uitgesproken en het Onze Vader gebeden. Daarna zijn we teruggegaan naar de moeder. Aan haar hebben we verteld wat we gedaan en beleefd hadden. Toen hebben we opnieuw samen in Woord en gebed kracht gezocht. Dit zijn ervaringen van vele jaren geleden.

Is er in zo’n situatie ook plaats voor een officiële begrafenisdienst, hetzij in de kerk of een van haar bijzalen dan wel in de aula op de begraafplaats?

Als ik mijn gedachten mag weergeven, moet ik zeggen dat ik dat als predikant moeilijk zou vinden. De genoemde rouwplechtigheden heb ik heel sterk ervaren als een gezinsof eventueel familiegebeuren. Alles vond plaats in de beslotenheid van het gezin. Hoezeer ik overigens steeds weer (en steeds meer) voor openheid pleit, in deze situates was de beslotenheid van het gezin mij welkom. Ik kon als predikant persoonlijker spreken dan wanneer velen, onbekenden of van het gezin verder verwijderden, daarbij aanwezig waren.

Een gezinsgebeuren

Als ik terugdenk aan deze ervaringen, is er nog altijd een gevoel van: zo was het in die droeve dagen het beste. Natuurlijk hebben de ouders, en ook ikzelf, later wel aan gemeenteleden hiervan verteld. Dat die er niet bij waren heb ik - hoezeer ik ook op gemeenschap en gemeenschapsbeleving ben gesteld - niet als een gemis ervaren. Integendeel, wat mij betreft was het goed zo. Ik meen me te herinneren dat dat ook voor de ouders gold.

Wanneer zou ik voor een meer officiële begrafenisdienst willen pleiten? Als het kind door kennisgeving van de geboorte via een kaartje en door dankzegging in de gemeente ook in de gemeente opgenomen is geweest. Ik zeg niet dat er voordien geen meeleven van de gemeente geweest zal zijn. Toch speelt de komst van het kind (de verwachting, de geboorte, en het direct sterven) zich af in het gezin.

Voor mijn besef ligt de grens daar waar het geboren kind door de hierboven genoemde handelingen een plaats in de gemeenschap heeft gekregen. Ik weet niet of anderen deze overwegingen kunnen delen. Wat mij betreft zou ik niemand iets willen opleggen of verbieden. Veel hangt ervan af hoe de ouders het beleven en wat voor hun rouwverwerking het meest dienstbaar is.

We moeten voorzichtig zijn. Ik hoorde van een gemeente, waarin een kindje was geboren, dat na twee dagen heel onverwachts en zonder voorafgaande ziekte is gestorven. Dat ouders en gemeente dan behoefte hebben aan een samenkomst, is goed denkbaar.

Bezinning is nodig

Het is goed dat er in een kerkeraad en eigenlijk ook in een gemeente over dit onderwerp gesproken wordt, voordat zo’n verdrietige situatie zich voordoet. Dit artikeltje wil alleen maar een aanzet tot zo’n bezinnend gesprek zijn. Nogmaals zeg ik, dat ik het een teer en daarom ook moeilijk onderwerp vind. Laat ik nog eens mogen herhalen dat veel afhangt van hoe ouders het ervaren en graag zouden willen. Dat de predikant en de kerkeraad daarbij leiding geven, lijkt mij gewenst. Dat zij hierover nadenken en met elkaar spreken, lijkt mij noodzakelijk.

Bij een gesprek in kleine kring over dit onderwerp werd de gedachte geopperd, dat het verlangen van ouders om een officiële begrafenisdienst te houden, ingegeven is door de eerbied voor het leven in een samenleving, waarin abortus zeer breed geaccepteerd is. Deze overweging heeft een diepe zin. Persoonlijk veranderen mijn gedachten hierdoor niet. Ik zou de wens van de ouders wel des te meer willen respecteren.

Kan ook nog een reden zijn, dat de grens tussen gezinsgebeuren en wat daarbuiten plaatsvindt, vager wordt? Dat er tussen beide steeds minder onderscheid wordt gemaakt, lijkt mij duidelijk. Er is ook in dit opzicht iets van een toenemende openbaarheid.

Mochten lezers behoefte gevoelen om te reageren, dan zal ik reacties graag in een volgend artikel verwerken. In elk geval hoop ik dat het bovenstaande tot een gesprek over het onderwerp mag stimuleren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.