+ Meer informatie

‘WIE NEEMT MIJ ZÓ VAN MIJZELF AF DAT IK MIJZELF NIEUW TERUGKRIJG?’

8 minuten leestijd

MAAKT GELOVEN VRIJ?

Stel, Paulus wordt uitgenodigd in cultureel centrum De Rode Hoed in hartje Amsterdam. Hij zal een verhaal houden over vrijheid als kern van het christelijk geloof. Wie christen wordt, is geen slaaf meer, onderworpen aan allerlei beknellende machten, maar is vrij. Vrij om werkelijk jezelf te worden, te worden zoals je bedoeld bent. Liefde is dan het grondwoord. Jezelf worden hangt daarom samen met gericht zijn op de ander. Gids en voorbeeld is Jezus Christus, Hij is het beeld van God, werd één van ons en één met ons en heeft laten zien hoe God ons bedoeld heeft. Als we Hem volgen, gaan we een weg waarin Hij ons door zijn Geest vernieuwt naar zijn beeld, een weg van vallen en opstaan, want de zelfgerichtheid zit diep. Maar zó wil God wonen bij de mensen. Op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Nieuw is dit verhaal niet voor Paulus. Hij heeft het al vaak verteld, laatst nog op tournee in Turkije. Hij is er zelf helemaal door gegrepen want hij heeft Jezus Christus zelf in zijn leven ontmoet. Een radicale wending was het gevolg.

STAPHORST

Het publiek in De Rode Hoed zal het niet begrijpen. Die Paulus lijkt wel op een Indiase goeroe. Maar met het christendom zoals dat op hun netvlies staat, heeft het weinig te maken. Christendom kennen ze als Staphorst, dat is klederdracht en folklore, niet van deze tijd, christendom kennen ze van priesters die hun handen niet thuis kunnen houden. Christendom kennen ze van rare gedachten over schepping. Kortom, christendom is een stijf korset van achterhaalde opvattingen, goed voor de biblebelt en andere wereldvreemden, maar met een leven in de 21-ste eeuw heeft het weinig te maken. Laat staan dat het een perspectief biedt voor lastige vragen die ze zichzelf en elkaar stellen op momenten dat ze serieus doorpraten. Hoe werk en privé te combineren, wat de wereld te wachten staat rond klimaatverandering en globalisering, hoe hun kinderen zo te vormen dat ze niet alleen voor de lol leven maar ook echt ergens voor gaan, hoe om te gaan met tegenslag in relaties. Dat het leven schaduwzijden heeft, weten ze maar al te goed. Ik schrijf dit artikel in de maand van de spiritualiteit, november (de middeleeeuwen hadden hun talloze heiligendagen die het leven stileerden, maar een geseculariseerde samenleving kan er ook wat van), een uitvinding van dagblad Trouw en de Radbouduniversiteit in Nijmegen.

KLUUN

De schrijver Kluun is de auteur van het voor de maand van de spiritualiteit geschreven essay ‘God is gek’. Dat kan wel eerbiediger, maar Kluun wil het juist opnemen voor het besef dat er meer is tussen hemel en aarde dan de hardcore atheïsten menen. Hij bedoelt de titel zoals kinderen die het niet meer kunnen winnen van iemand die slimmer of sterker doen. Dan gaan ze zo iemand uitjouwen.

Kluun (1964) is van katholieke huize, misdienaar geweest. Een bruin leven geleid in Amsterdam, en dan, rond het jaar 2000 wordt zijn vrouw ernstig ziek. Kanker. Twee zeer ingrijpende jaren volgen. Op 14 mei 2001 overlijdt ze, euthanasie. De laatste 11 dagen van haar leven beleven ze als de mooiste van hun leven. ‘We hadden het over ons leven, onze relatie, onze liefde, onze dochter, maar voor het eerst ook over waar we in geloofden (…) In die laatste dagen ging er een voelbare liefde van haar uit, een groot mededogen voor iedereen die bij haar was “Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest”, waren haar letterlijke woorden. De ogen in dat ingevallen gezicht straalden een kracht uit die onvoorstelbaar was’. Sinds het begin van de ziekte van zijn vrouw is Kluun weer gaan bidden. Sinds zijn tiende had hij dat niet meer gedaan. Over deze ervaringen schreef hij het boek Komt een vrouw bij de dokter.

NIEUWE SPIRITUELEN

Ik ken dat boek niet, zo min als ik Kluun kende (wel vagelijk van de naam gehoord) maar hij komt tot een aantal typeringen die interessant zijn. Ongeveer 35% van de bevolking valt volgens hem te rekenen tot de zogenaamde ‘nieuwe spirituelen’, zoals hijzelf. De 14% atheïsten moeten daarom volgens hem een beetje dimmen. Vooral in de media hebben ze meer impact dan getalsmatig gerechtvaardigd kan worden vindt hij. Pauw en Witteman rekent hij hiertoe en in hun programma begin november heeft hij hen daarom ook fijntjes te verstaan gegeven dat ze een te grote broek aantrekken.

Maar die nieuwe spirituelen waar Kluun zichzelf dus ook toe rekent, dienen niet verward te worden met mensen die naar de kerk gaan. Want ‘zij voelen zich niet thuis in de verstikkende starheid van het kerkelijke geloof. De kerk heeft decennialang gebouwd aan het imago van religie als domhoudertje. De kerk wist wie God was, vertelde wat wij wel en vooral wat wij niet van hem mochten doen en was duidelijk over hoe, waar, wanneer en - in het geval van zijn collega Allah - hoe vaak en in welke houding we met hem moesten communiceren. Kerk, Bijbel en God (en belendende gebedshuizen, boeken en voormannen) zijn in mijn sociale omgeving volledig passé’.

MAATSCHAPPELIJKE PROCESSEN

Wat is er toch gebeurd in Nederland en andere landen van West-Europa, vraag je je af als je dit allemaal leest? Ik kan daar onmogelijk diep op ingaan en volsta met een enkele opmerking. Dan moet genoemd worden de overgang in één, twee generaties, van een wat statische industriële samenleving, naar een netwerksamenleving met binnenkort ongeveer 50% hoog opgeleiden. Woorden als ontwikkeling, aan je zelf werken, etc. zijn in die netwerksamenleving onderdeel van het standaardvocabulaire. Individualisering en mobiliteit zijn trefwoorden. Plus consumptie en aan je trekken komen. Deze overgang voltrekt zich ook tussen de gaande en komende CGK-generaties. Geert Mak laat in zijn De eeuw van mijn vader zien hoe dit proces zich voltrokken heeft.

Het is goed om de beschouwingen van Kluun op ons te laten inwerken. Wat leren ze ons? Hoe bij iemand als Kluun aan boord te komen met Paulus’ ervaring van vrijheid en tegelijk gehoorzaamheid? Geen gehoorzaamheid direct aan allerlei uitwendige regeltjes, Paulus is daar duidelijk in, maar een besef dat het leven een proces is waarin we mogen afsterven van onze ik-gerichtheid en mogen opstaan in een leven van ontvankelijkheid en liefde tot God en onze naaste. En dat juist dat proces in de omgang met de Bijbel en Jezus Christus tot leven komt, gevoed, en versterkt. Een proces dat niet buiten het leven staat, maar juist helemaal opgenomen in de gang van het leven van alledag.

OVERGAVE

Misschien kan een ander recent verschenen boek ons daarbij helpen. Ik doel op ‘De minnaar, de monnik en de rebel - Dagelijks leven met Jezus Christus’ van Suzanne van der Schot (1973). Zij is een neerlandica, vmbo-docent in Amsterdam. En ze heeft tussen 2003 en 2006 in een klooster gezeten in Parijs. Maar daar hield ze het niet uit. Ze is ongeveer van Kluuns leeftijd, maar heeft geen religieuze wortels van huis uit. Haar hervormde ouders deden al niets meer met hun achtergrond.

In haar boek doet ze verslag van haar lezing van de Evangeliën. Alhoewel ze als rationele westerling moeite heeft met bijvoorbeeld de wonderverhalen in de Bijbel - hoe kan dat nou, dat is rationeel toch niet mee te maken, vindt ze - gaat ze wel heel serieus de Bijbel lezen. Op een onbevangen manier. En zij komt tot ontdekkingen en inzichten die verfrissend zijn. ‘Ik heb ervaren hoe het is als niet ikzelf het centrum van de wereld ben (..) Het heeft alles te maken met het leren luisteren naar Gods wil en die van jezelf op het tweede plan zetten. Dat proces is geen feest, maar het maakt je wel vrij (…) Het Evangelie blijkt geen handleiding te zijn hoe ik, als ik dat zou willen, van mijn slechte gewoontes af kom. Het is een les in overgave’.

Prof. G.C. den Hertog heeft in een lezing eens kernachtig gezegd dat in het hart van het christelijk geloof de vraag staat: ‘Wie neemt mij zó van mijzelf af dat ik mijzelf nieuw terugkrijg?’.

SPIEGEL

Dat is inderdaad de centrale vraag. Kluun en zijn nieuwe spirituelen houden ons een spiegel voor. Ze ervaren de Bijbel niet als een boek dat over hun leven gaat. Maar als een suf boekje dat rijp is voor het museum. Het leven is hun belangrijkste leerschool. De opdracht is dan ook helder. Hoe de Bijbel weer zo op het leven betrekken dat het een boek van vlees en bloed wordt en dat Jezus Christus weer een Persoon van vlees en bloed wordt. Iemand die de poort naar de vrijheid is. Kluun en zijn vrienden zijn als de schare die de christelijke vrijheid niet kent. Maar zijn orthodoxe christenen dan de farizeeën die van die vrijheid ook een karikatuur gemaakt hebben?

Suzanne van der Schot wijst ons een weg. Zonder Schriftlezing, meditatie en gebed zal het afsterven van de oude mens en het opstaan van de nieuwe niet gaan. De vruchten van de Geest zijn niet los verkrijgbaar. Krijgt Jezus Christus gestalte in mijn leven, dat is de centrale vraag. “Dat proces is geen feest, maar maakt wel vrij”, inderdaad. Vrij, om bijvoorbeeld weer oog te krijgen voor de schare.

Mr. H.M. Oevermans (1965) is als docent en opleidingsmanager verbonden aan de Academie Mens en Organisatie van de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is lid van de christelijke gereformeerde kerk van Bennekom. Van 2005 tot 2009 was hij ouderling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.