+ Meer informatie

SLOTWOORD VAN DE AMBTSDRAGERSCONFERENTIE van 1 april 1995

3 minuten leestijd

Eerst is gelezen Markus 4:26-29.

We spraken vandaag over de prediking als de stem van God Zelf. Op een gegeven moment ging het over Maarten Luther. Van hem hoorden we, dat hij een keer zei: Wat heb ik nu in al die vijfentwintig jaar bereikt? Maar bij een andere gelegenheid zei hij: Terwijl ik met Philippus Melanchthon een biertje drink, doet de Heilige Geest het werk. Ik heb gezaaid en nu mag ik het overgeven.

Luther zal daarbij ongetwijfeld aan deze korte gelijkenis gedacht hebben.

Brengt de grond vanzelf vrucht voort? Neen en ja. Neen, want er moet en mag hard gewerkt worden. En ja, want niet wij zijn het die voor de vrucht zorgen, maar de Geest. En de sikkel gaat er in, als de oogsttijd is aangebroken. Laten we niet vergeten, dat alle werk, prediking en toezicht op de prediking, staat onder de spanning van de oogst.

Daarna is gelezen Romeinen 16:25-27.

Paulus durft te zeggen: mijn evangelie. Niet omdat hij zo’n belangrijke figuur is. We weten hoe hij over zichzelf dacht. Ik ben niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb. Dagelijks brengt hem dat nog tot schaamte. Dagelijks brengt het hem ook tot verwondering, blijdschap en zekerheid. Want het is de prediking van Jezus Christus.

Broeders, wat ontzaglijk, om in die eeuwenoude lijn te mogen staan. Want de apostel schrijft: naar de openbaring van het geheimenis, dat eeuwenlang verzwegen is geweest, maar thans geopenbaard. Geopenbaard. De sluier is van het geheim afgegaan. De profetische schritten spraken er al van. Ze waren allang vol van Christus. Maar nu wordt dat pas klaar en helder. De eeuwige God voert in de loop van de geschiedenis zijn voornemen uit. Het zal zeker tot voltooiing komen.

Gehoorzaamheid des geloofs onder alle volken, alle heidenen. Er is één weg tot behoud voor Jood en Griek.

In de bespreking is onder meer gevraagd, of wij niet nog veel meer de Joden een Jood en de Grieken een Griek moeten zijn. In de zin van Paulus’ manier van werken, ja. Niet in de zin dat we niet zouden weten welke kant we op moeten kijken. Want het gaat om gehoorzaamheid.

Gehoorzaamheid des geloofs, die term is onder ons vroeger nog al eens verdacht gevonden. Zij zou teruggaan op veronderstelde wedergeboorte. Maar niets daarvan. De apostel gebruik hem hier, evenals in hoofdstuk 1:5.

Die gehoorzaamheid moet blijkens dit woord ook bewerkt worden. En dat is het, waarover we vandaag gesproken hebben.

Wat is het onuitsprekelijk heerlijk, en tegelijk vol van ernst, dat we in de prediking, in de evangeliearbeid, bezig zijn met een geopenbaard geheimenis. Het is echt waar. Wie dit leert, leert alles. De apostel eindigde er zijn brief mee. De inhoud, de parel, is als het ware gevat in deze gouden houder.

Daarom kan hij ook alleen maar in de lofprijzig eindigen: Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.