+ Meer informatie

ONTBREEKT DURF OF WIJSHEID BIJ DE PREDIKING VAN GODS GEBODEN?

6 minuten leestijd

Een precair onderwerp

Deze vraag werd in de redactievergadering gesteld. Er ging nog een vraag aan vooraf: Hoe ingehouden wordt er over de wet gepreekt?

De vraagstelling maakt duidelijk, dat er onzekerheid bestaat over de concrete prediking van Gods wet. Durven predikanten zonden met naam (en toenaam) te noemen? Durven ze tegen de gemeente te zeggen: In deze situatie (sociaal, politiek of privé) vraagt God dit van u?

Aan de beantwoording van de vraag zit nogal wat vast. Laat ik enkele dingen mogen noemen. Allereerst de vraag: Hoe concreet moet de dominee in zijn preek zijn? Enkele jaren geleden heb ik hierover in De Wekker enkele artikelen geschreven. Mijn antwoord is in elk geval: De preek moet, ook in verband met de geboden, concreet zijn.

Toch is hiermee niet alles gezegd. Een predikant mag de preekstoel niet als een “steekstoel” gebruiken. Dat wil zeggen, als hij in het leven van een bepaald gemeentelid zonden ziet, moet hij niet via de preekstoel die broeder of dat gezin vermanen.

Laat hij er dan zelf op afgaan en persoonlijk met de mensen spreken.

Een dominee moet evenmin steeds weer dezelfde zonden of verzoekingen ter sprake brengen (disco, abortus, euthanasie). Het kan nodig zijn ook deze onderwerpen in een preek te behandelen. Een predikant moet dat niet doen om bij een zeker deel van het kerkvolk zijn imago wat op te poetsen. De mensen zeggen dan: het is weer eens goed gezegd vandaag. Neen, er moet een duidelijke aanleiding zijn vanuit de tekst of in verband met de tekst, vanuit de situatie waarin de gemeente zich bevindt.

De predikant moet ook niet steeds dezelfde zonden noemen en aan andere voorbij zien.

Volledigheid uitgesloten

Anderzijds: een predikant kan nooit volledig zijn in de toepassing. Wat hij noemt, heeft altijd iets weg van een illustratie. Een predikant kan niet alle situaties of momenten of ervaringen uit het leven van ieder gemeentelid in de preek ter sprake brengen. Dat hoeft ook niet. Er wordt tijdens de preek wel eens op gewezen, dat de kerkganger zelf mag invullen of aanvullen, wat de predikant ongenoemd laat. Ik noem dat “het meepreken van de gemeente tijdens de dienst (uiteraard in stilte)”.

Wel moeten de te noemen zaken of voorbeelden zo karakteristiek zijn, dat gemeenteleden de overstap naar hun eigen situatie (gemakkelijk) kunnen maken. Er moet concreet gepreekt worden. De concretisering is wel aan enig voorbehoud onderworpen.

Nu opnieuw de vraag uit de titel. Ontbreekt het aan moed of wijsheid, of misschien aan beide? Het is mij niet mogelijk deze vraag gefundeerd te beantwoorden. Ik ben niet in staat te oordelen over de prediking van Gods geboden in onze kerken. Ik hoor te weinig preken om het recht te hebben daarover iets te zeggen.

Verschillende oorzaken

Ik kan wel over de vraag zelf iets zeggen. Juist toen ik met de voorbereiding voor dit artikel bezig was, las ik - in verband met een lezing die ik moet houden - nog eens het boek: “Geboeid door geld en goed. De gereformeerde gezindte tussen materialisme en vreemdelingschap.” (Groen, Leiden 1991). Op blz. 54 wordt gezegd, dat in onze dagen in bevindelijke kringen concrete waarschuwingen vanaf de kansel tegen weelde en overdaad vrij zeldzaam zijn. Dit wordt in verband gebracht met de toegenomen welstand van de predikanten met name in die kringen. Dat is een vrij scherpe uitspraak.

Ze wijst erop dat predikanten die op gevaren en verzoekingen wijzen, in hun levenswandel moeten tonen daartegen te waken en zich aan te veroordelen praktijken niet schuldig maken.

Hier zou een oorzaak kunnen liggen van gebrek aan concreet vermaan. Een andere oorzaak kan zijn, het feit dat een predikant er bang voor is, bepaalde mensen pijn te doen of zelfs tegen zich te krijgen door zonden met name te noemen.

De oorzaak kan ook liggen in gebrek aan kennis van feiten. Gebrek aan wijsheid kan ook een oorzaak zijn. Hiermee is bedoeld dat een predikant eigenlijk niet weet hoe hij het moet aanpakken. Hem ontbreekt dan de fijngevoeligheid, waarover Paulus in Filippenzen 1:9 spreekt.

Een predikant kan ook terughoudend zijn, omdat er over een bepaalde kwestie verschil van mening is onder de gemeenteleden. De een heeft een ruimer geweten dan de ander. Hij kan ook terughoudend zijn, omdat hij vindt dat een dominee de gemeenteleden de beslissing niet uit handen moet nemen. De mensen moeten zelf maar zien hoe ze de concretisering invullen.

Het gevaar om te veel voor te schrijven is niet denkbeeidig. De preekstoel is niet het actie- (of propaganda-) centrum van een politieke partij of van een maatschappelijke actiegroep.

Een handreiking

Van verschillende kanten heb ik in dit artikel tegen de vraag aangekeken. Laat ik proberen samenvattend enkele conclusies te trekken. Ze zijn ook bedoeld als een handreiking naar de praktijk, zowel voor de predikant als voor de kerkganger.

- De prediking moet concreet zijn, ook in het aanwijzen van wat God vraagt en verbiedt.

- Een predikant moet wat hij op de preekstoel zegt, ook in een persoonlijk gesprek tegen ieder gemeentelid durven zeggen. Soms moet dat zelfs gebeuren, voordat het in een preek wordt gezegd.

- Een predikant moet de preekstoel niet misbruiken om in controversiële kwesties de één de mond te snoeren en de ander gelijk te geven. Als daar aanleiding voor zou zijn, moet in kleiner kring met de betrokkenen gepraat worden.

- Een predikant moet naar vele kanten kijken en niet steeds op een of twee zonden wijzen. Hij hoeft die twee niet ongenoemd te laten.

- Vermaan vanuit de wet is primair een zaak van het pastoraat. Onderwijs met betrekking tot de wet (haar reikwijdte en toepassing) hoort zeker ook in de prediking thuis.

- Soms kan het van wijsheid getuigen om terughoudend te zijn in het concretiseren van bepaalde geboden. Het kernpunt van de kwestie is niet voldoende duidelijk. De predikant heeft nog niet voldoende kennis van zaken.

- Er is moed voor nodig om zaken die sommige gemeenteleden gewoon zijn gaan vinden, aan te merken als niet passend bij of niet bevorderlijk voor het leven van een christen. Men schuwe dit punt niet, maar vrage zich af of er niet ook, misschien zelfs allereerst, op andere wijze met de gemeente over gesproken moet worden.

- Vermaning in de prediking zal alleen plaatsvinden met betrekking tot zaken die duidelijke zonden zijn (in begeerte, houding, overtrading of nalatigheid). Zaken die in discussie zijn, moeten niet in de preek een plaats krijgen, tenzij de predikant zich van Gods wege geroepen weet om over die bediscussieerde zaken een beslissend woord te spreken. De preekstoel is geen discussieforum.

- Concrete prediking van Gods geboden vraagt wijsheid en ingetogenheid, tegelijk ook kennis van het mensenhart en van situaties in het mensenleven. Bij dat alles de duidelijke overtuiging: zo wil God dat ik het zeg.

- Van de predikant en de gemeente mag worden verwacht dat zij intensief bidden om de leiding van de Heilige Geest juist met het oog op dit onderwerp.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.