+ Meer informatie

DE DOOD VAN DRESDEN

8 minuten leestijd

De Tweede Wereldoorlog loopt ten einde. Duitsland ligt in puin. Slechts enkele grote steden, waaronder Dresden, zijn gespaard gebleven voor de aanhoudende bombardementen door de geallieerden. Honderdduizenden vluchtelingen hebben in de RodeKruisstad een toevlucht gezocht. Onbewust van het apocalyptische drama dat hen wacht. Het verhaal van een ooggetuige, na 50 jaar.

Eind augustus 1943 stapt Engel Boender uit Rotterdam voor het eerst van z'n leven in een trein. Het zou een evenement zijn geweest wanneer de reden niet zo triest was. Als gastarbeider vertrekt hij naar een onbekende bestemming in Duitsland. Relaties op het arbeidsbureau kunnen niets meer voor hem doen.

In de achterliggende drie maanden is de kantoorbediende omgeschoold tot bankwerker. „Ik kan nóg niet vijlen, maar goed." Een broer is hem voorgegaan. „Die was in een klein dorpje in de buurt van Kassel terechtgekomen en had het heel goed getroffen. Omdat de meeste Duitsers waren gemobiliseerd, hielden de Hollanders daar zo'n beetje de middenstand op de been.

De een was bakker, de ander slager en over en weer zorgden ze goed voor elkaar." Engel is minder gelukkig. Hij wordt ondergebracht in Blasewitz, een "Lager" in Dresden. De twee barakken bergen zo'n 120 buitenlandse arbeiders, onder wie veel Belgen en Fransen. Ze zijn te werk gesteld in verschillende fabrieken waar onderdelen voor de oorlogsindustrie worden vervaardigd.

Isolatiemateriaal
Na verloop van tijd weet de Rotterdammer een transportbaantje te bemachtigen. Een riante functie, zeker in vergelijking met het werk van de Oekraïense meisjes uit het Lager. „Die zaten op een geïsoleerde afdeling waar materieel in een bad vol tri (trichloorethyleen, een oplosmiddel - HdV) werd gedompeld, om het vetvrij te maken."

Zaterdagmiddag wordt een "Schwarzbrot", een stuk witbrood en een hompje boter uitgereikt. Daarmee moeten de arbeiders een week doen. Tussen de middag is er knollensoep en koolsoep. De onvrede over de kwaliteit van het voedsel ontlaadt zich na verloop van tijd in een spontane staking. Zonder enig resultaat. Het verzet wordt neergeranseld door de gealarmeerde Polizei.

De gangmakers worden meegenomen en keren na een week totaal afgetakeld terug. Engel verkeert in een bevoorrechte positie. Zijn broer, die als geen ander kan "organiseren", zendt hem regelmatig bonnen waarmee hij bij de middenstand in de stad voedingsmiddelen kan inslaan.

Op een dag krijgt hij zelfs bericht dat bij het station een zak met "isolatiemateriaal" is gearriveerd. Hij is vooraf door zijn broer op de hoogte gebracht en gaat met kameraad Jan Jumelet de aardappels ophalen.

Ander leven
Zondagsmorgens gaan de twee Hollanders, beiden afkomstig uit de Gereformeerde gemeente van Rotterdam-Zuid, naar de evangelische Trinitatiskirche.

„Bijna wekelijks was het, wat wij noemen, rouw in de kerk brengen. Weer iemand gevallen "für Volk und Heimat". Je ging daardoor beter beseffen hoeveel verdriet de oorlog ook in Duitsland teweegbracht."

De zondagmiddag brengen ze als het enigszins mogelijk is aan de oever van de Elbe door, om daar rustig wat te lezen. De Belgen doen vanaf zaterdagavond niet anders dan kaarten. Als hij een halfjaar in Duitsland is, krijgt Engel bericht dat een zusje van hem is overleden aan difterie.

Hij krijgt toestemming om naar huis te gaan, op voorwaarde dat iemand borg staat voor zijn terugkeer. Meteen stelt Jan Jumelet zich beschikbaar. In Nederland vindt hij het gezin verslagen door verdriet. Ook een tweede zusje is aan de ziekte overleden en al begraven. Het is het vierde kind dat de zwaar beproefde ouders naar het graf hebben gebracht. Hun leven is gestempeld door moeite en zorg.

De waterstokerij van Boender is in de crisisjaren gesneuveld. Huis en huisraad zijn bij het bombardement van Rotterdam verloren gegaan. „Maar m'n vader had een Adres waar hij met z'n noden terecht kon. Een makkelijk karakter had hij niet, maar het was wel een man met een ander leven."

Tekeningen
De "Lagerführer" van Blasewitz, een oorlogsinvalide uit de Eerste Wereldoorlog, is een overtuigde anti-nazi, die de buitenlandse arbeiders behoorlijk wat bewegingsvrijheid laat.

Als in de zomer de temperatuur in de benauwde barakken tot grote hoogte stijgt, gooien ze de matrassen naar buiten en maken van stokken, touw en dekens een tent. Er zijn er die door het ontwortelde bestaan snel afglijden.

Engel heeft het voordeel dat hij in Jan Jumelet niet alleen een geestverwant, maar ook een creatieve vriend heeft, die door zijn artistieke aanleg het spook van de landerigheid het hoofd weet te bieden.

„Uren zat hij te tekenen. Zo was er een Deen die in een concentratiekamp had gezeten en na vrijlating nog dwangarbeid moest verrichten. Meteen na het eten ging hij naar bed. Als wij ons tegen half elf gereed maakten, kwam hij er weer uit en zat dan de hele nacht voor zich uit te staren. Zo is hij door Jan meer dan eens geportretteerd.

Een andere opvallende figuur was een voormalige professor uit Sint-Petersburg. Die zat met z'n hele gezin in Blasewitz. Daar heeft Jan ook tekeningen van gemaakt. Van een tekening van het Lager is zelfs een ansichtkaart gemaakt."

Broodjes dynamiet
Aan het eind van '44 wordt duidelijk dat de capitulatie van Duitsland in zicht is. Dresden wordt overspoeld door honderdduizenden vluchtelingen uit het oosten, die in panische angst voor de oprukkende Russen alles hebben achtergelaten.

„Op de meest vreemdsoortige voertuigen zag je ze binnenkomen. Voor de ene kar een paard, voor de andere een koe..." De buitenlandse arbeiders zien het nieuwe jaar met vertrouwen tegemoet. In Blasewitz maakt een Belg die een naaimachine heeft georganiseerd uit overals en een kapotte drijfriem rugzakken, waarin de mannen zo nodig wat bagage mee kunnen nemen.

Engel heeft daarnaast voor zichzelf en Jan Jumelet een helm en een stofbril versierd. „De anderen lachten daarom, maar ik had het bombardement van Rotterdam meegemaakt."

Als de twee vrienden op zondag 11 februari 1945 hun wekelijkse wandeling naar de Elbe maken, zien ze hoe Duitse militairen een enorme voorraad "broodjes" met dynamiet onder de grote Elbebrücke bevestigen. Voor Engel is het een teken dat er zwaar weer op til is. Het zal niet lang op zich laten wachten.

Bombardement
„Dinsdagavond kregen we bezoek van Nico Bel, een zoon van ds. Bel. Een geslepen jongen, die papieren voor overplaatsing naar Hamburg had weten te bemachtigen. Daar zou hij voor de marine gaan werken. In de Elbe lag al een raderboot gereed waarmee hij de reis zou maken. Die avond kwam hij afscheid nemen.

We zaten rustig met elkaar te praten, toen luchtalarm werd afgegeven. We renden naar buiten en zagen hoe vliegtuigen boven de stad een gebied afbakenden met "kerstbomen" van fosfor. Daarachter hoorden we de bommenwerpers al aankomen. Ik heb m'n papieren in m'n rugzak gepropt en ben met wat dekens, m'n helm en stofbril naar het "Splitterraum" gerend, een met betonplaten afgedekte loopgraaf buiten het Lager."

De bewoners van Blasewitz hebben de schuilplaats nog maar net afgesloten, als het geweld losbarst. De loopgraaf siddert door de kracht van de bommen, die bij honderden tegelijk neerkomen. „De grootste vloekers hoorde je toen bidden. Als de dood zo dichtbij is, komt het zo persoonlijk op je aan. Ik heb gepleit op dingen waar ik anders nooit op had durven pleiten. O God van m'n vader..."

Bunker
Als het geweld van het bombardement afneemt, openen de arbeiders de toegang van het Splitterraum. Het Lager is van de aardbodem verdwenen. Een nabijgelegen ziekenhuis brandt als een fakkel. Alle omringende bedrijfsgebouwen en woonhuizen zijn verwoest of staan in lichterlaaie.

„Het gegil en gekrijt dat overal opsteeg, klinkt nog steeds in m'n oren." Met een deken om het hoofd wagen Engel en zijn kameraden de run door het verstikkende rookgordijn dat naderbij komt. Op voorstel van Nico Bel trekken ze naar de raderboot in de Elbe, maar daar is het zo mogelijk nog gevaarlijker.

Terwijl een nieuwe formatie bommenwerpers nadert, wijken ze uit naar een van de weinige bunkers van Dresden, aan de rand van de stad. „We hoorden de bommen steeds dichterbij vallen, en renden voor ons leven. Net op tijd bereikten we de bunker. Direct achter ons werd de deur dicht getrokken.

Erachter hoorde je mensen wanhopig gillen. Doe open! Tot een enorme dreun het geroep in één keer verstomde. Na anderhalfuur durfden we de toegang te openen en zagen hoe pal ervoor een bom was ingeslagen. Je liep letterlijk over de lijken. De stad was één vlammenzee. Toen het bombardement de volgende dag werd voortgezet, ging de zon volledig schuil achter een dichte zak van rook."

Wonder
Overal dolen daklozen en gewonden rond. Velen zijn de waanzin nabij. Ieder is op zoek naar lijfsbehoud. Ook Engel Boender en Jan Jumelet hebben maar één gedachte: weg uit de apocalyptische spookstad, waar de zon is verduisterd en de maan veranderde in bloed.

Na veel omzwervingen worden de twee kameraden door de Polizei opgepakt en teruggevoerd naar Dresden. Hoewel inmiddels weken zijn verstreken, is het verwerken van de naar schatting 135.000 doden nog in volle gang. „Bij de "Altmarkt" had je een enorme krater. Daar werden de lichamen in gegooid door Oekraïners in Duitse dienst, die vooraf een fles "Schnapps" kregen om het vol te kunnen houden.

Over de lijken werd ongebluste kalk gestort. Je kunt je afvragen of dat bombardement nodig was. Er is niet bewust op militaire doelen gericht, maar gewoon gezaaid. Om het Duitse verzet te breken, want Churchill was behoorlijk benauwd voor het geheime wapen waar Hitler steeds over sprak.

Als de strijd nog langer had geduurd, waren er wellicht nog meer doden gevallen. Het bombardement is door de Duitse top uitgelokt. Talloze burgers zijn het slachtoffer geworden van de waanzin van een handvol misdadigers. Het is voor mij nog steeds een wonder dat ik eruit ben gekomen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.