+ Meer informatie

Russische christenen hebben dringend publiciteit nodig

Michael Bourdeaux van Keston College

9 minuten leestijd

HILVERSUM — Michael Bourdeaux werd in het Zuid-Westen van Engeland geboren. Hij studeerde Engels, Frans en theologie aan de universiteit van Oxford. Tijdens zijn studietijd kwam hij in 1959 in aanmerking voor een uitwisselingsprogramma waarbij hij gedurende één jaar aan de universiteit van Moskou kon studeren. Tijdens zijn verblijf in de Sovjetunie kwam hij in aanraking met Russische christenen. Deze contacten veranderden zijn leven diepgaand. Tot dusverre, was er in het Westen vrijwel niets bekend over het lot van deze christenen en Bourdeaux kwam met hen in aanraking op een moment dat net hevige vervolgingen begonnen los te breken.

Hij besloot alles in het werk te stellen deze christenen te helpen. Veel christenen vroegen hem aan de feiten over de vervolgingen bekendheid te geven, want hoe meer publiciteit er kwam, hoe meer garanties zij hadden dat hun lot zou worden verlicht. „Wees onze stem," zo smeekten zij Bourdeaux meermaals.

Daarop ging Bourdeaux zich diepgaand met het leven der christenen in de Sovjetunie bezighouden. Zijn eerste boek hierover verscheen in 1965, al spoedig gevolgd door talloze artikelen en andere boeken. Daardoor werd de publieke opinie in het Westen ten gunste van de Russische christenen beïnvloed. In 1969 viel het besluit om een speciaal Centrum voor de studie van godsdienst en communisme op te richten dat de naam kreeg ,,Keston College".

Er werd een oud schoolgebouw aangekocht en met heel eenvoudige middelen werd een aanvang gemaakt. Geleidelijk breidde het werk zich uit en nu is er een vaste staf van 20 mensen die voor hun werk een minimale vergoeding vragen.

Keston College draait uitsluitend op particuliere giften, dit ondanks het feit dat tal van kranten en tijdschriften en zelfs de Britse regering (er is een staflid van Keston opgenomen in de Britse delegatie naar Madrid) meermalen van de diensten van dit instituut gebruik maken. Bijgaand interview met Michael Bourdeaux had drs. J. A. E. Vermaat tijdens zijn verblijf in Engeland.

Welke rol heeft Keston College gespeeld bij de vrijlating van dg. Georgi Vins?

Het is geen overdrijving wanneer ik zeg dat wanneer Keston College er niet was geweest, heel weinig mensen ooit van Georgi Vins gehoord zouden hebben of misschien in een veel later stadium. Al zes a zeven jaar vóór iemand aan Georgi Vins aandacht schonk, hielden wij ons al met zijn zaak bezig. Ik begon over hem te schrijven in het midden der zestiger jaren.

Mijn boek over de Russische baptisten, dat in 1968 uitkwam, geeft een duidelijk beeld van zijn werk en van zijn denkbeelden. Omtrent zijn persoon wisten we toen nog niet zo heel veel af, maar des te meer wisten we over de beweging die hij stichtte, nl. een beweging voor een vrije, niet door de staat gecontroleerde kerk.

Dit boek nu geeft een goed beeld van de ontwikkeling van die organisatie! Pas omstreeks 1973/74 begon de wereld te beseffen hoe belangrijk zijn geval was; dat was toen hij voor de tweede maal veroordeeld werd.

Toen hij in 1966 voor het eerst tot drie jaar veroordeeld werd, schreven de kranten daar helemaal niets over. Na zijn arrestatie in 1969 zeftte hij zijfl aktiviteiten ondergronds voort en schreef hij brieven naar het Westen, maar ook toen was er heel weinig over hem bekend.

Pas toen hij in 1974 weer gearresteerd en in 1975 veroordeeld werd ging de wereld zijn zaak serieus nemen. Toen Vins zijn tweede termijn uitzat zocht ik zijn gezin op. Tot mijn verbazing bleek dit gezin in grote financiële moeilijkheden te verkeren, ondanks het feit dat in het Westen veel geld t.b.v. Vins was ingezameld.

Zijn vrouw had dringend medische hulp nodig en dus lieten wij een dokter komen, waarna ze langzaam aan weer herstelde. Ik heb de familie beloofd dat, mocht Vins ooit vrijkomen, ik alles in het werk zou stellen om hem te helpen. Toen ik hoorde dat Vins tegen zijn wil verbannen was, vloog ik direkt naar Washington waar ik hem bij president Carter introduceerde.

Hoe staat het met de mensenrechten op dit moment in de Sovjetunie?

De situatie is aanzienlijk verslechterd, vooral dit jaar. De belangrijkste oorzaken zijn Afghanistan en de Olympische Spelen. Er was over Afghanistan zoveel te doen dat de Sovjetunie talloze dissidenten maar ook vele honderden leiders van vrije kerken arresteerde.

De wereldpers had op dat moment echter vrijwel uitsluitend interesse voor zaken als Iran, Afghanistan en wat daarop volgde, zodat het lot van deze gearresteerden betrekkelijk weinig aandacht ontving. Toen ik vorig jaar december in de VS een lezing over de recente arrestatiegolf in de Sovjetunie hield, was de opkomst, anders dan bij vorige keren, heel gering, vooral omdat alle aandacht zich verschoven had naar wat zich in Iran afspeelde.

Daardoor kreeg de zaak van de mensenrechten in de Sovjetunie niet die aandacht die nodig was. Gevolg was ook dat ons werk minder steun ontving dan nodig was.

Keston College staat er financieel slecht voor. Wat is daarvan de belangrijkste oorzaak?

De belangrijkste oorzaak is de inflatie. Wij hebben geen specifiek nieuwe projecten gelanceerd, kunnen dat helaas ook niet doen, maar komen toch, hoewel we evenveel geld binnenkregen als vorig jaar, zo'n 225.000 gulden tekort dit jaar. Het levensonderhoud en de inflatie hebben alles opgeslokt, ondanks het feit dat onze medewerkers geen hoge salariseisen stellen. Wij hebben dus dringend financiële steun nodig en wel op zeer korte termijn, anders zullen enkele belangrijke aktiviteiten moeten worden geschrapt.

Onlangs heeft de Wereldraad van kerken gepleit voor de vrijlating van een Russisch-Orthodox priester, Gleb Jakoenin. Opvallend was dat het Patriarchaat van Moskou niet direkt negatief op die brief uit Geneve reageerde. Hoe verklaart U dat?

Wat er gebeurd is, is dat de Wereldraad Van Kerken door mij persoonlijk uitgedaagd is over 't feit dat men over de arrestatie van Gleb Jakoenin gezwegen heeft. Waarom koos ik juist het geval van Jakoenin uit? Omdat het hier gaat om een oecumenisch gezind christen van grote bekendheid, een man die de moed had in 1975 een open brief aan de Wereldraad van kerken te schrijven, toen deze in Nairobi bijeen was, waarin hij de Raad opriep meer te doen voor de vervolgde christenen in de Sovjet-Unie.

Ik stuurde een telex naar Geneve en ontving daarop een antwoord dat mij diep teleurstelde. Dit antwoord was kort en letterlijk: „Inzake Jakoenin: Aktie op dit moment niet overwogen".

Ik vond dat heel erg, want deze Jakoenin is iemand die eigenlijk een leider van de oecumenische beweging had moeten zijn, omdat hij zich zo inzet voor het christelijk geloof over de gehele wereld - en dan durft de Wereldraad van kerken het niet eens voor hem op te nemen....

Ik besloot daarop aan deze kwestie ruchtbaarheid te geven en bladen als Church Times (een bekend anglicaans tijdschrift) en ook de BBC besteedden er de nodige aandacht aan. Ik voerde over de radio nog een discussie met een staflid van de Wereldraad in Geneve over deze kwestie. Het resultaat was dat men in Geneve onder zo hoge druk kwam te staan, dat men wel iets moest doen.

Toen is het besluit gevallen over de zaak Jakoenin een brief naar de Russisch-Orthodoxe Kerk te sturen. De Wereldraad zal natuurlijk nooit toegeven wat de achtergrond van die brief geweest is, maar zo zat de vork in de steel. Opvallend was dat het antwoord uit Moskou helemaal niet negatief was. Metropoliet Juvenali van het Patriarchaat van Moskou had wel op enkele detailpunten kritiek, maar was niet direkt afwijzend.

Er is een dialoog gaande en die moet worden voortgezet, zo schreef Juvenali. In vergelijking met eerdere reakties is dat al een heel belangrijke stap vooruit. Waarmee ik maar zeggen wil: als de Wereldraad een duidelijk standpunt inneemt, dan behoeft de reaktie nog niet direkt afwijzend te zijn - dan maakt dat meer indruk dan omgekeerd.

Denkt U dat de houding van de Russisch-Orthodoxe Kerk ten aanzien van de regering aan het veranderen is?

Dat is nu nog moeilijk te zeggen. We houden de ontwikkelingen nauwlettend in het oog. Het probleem is dat de Russische kerkleiders in privégesprekken zich gewoonlijk positiever uitlaten over de dissidenten dan in hun openbare verklaringen het geval is. Dat hangt natuurlijk samen met het feit dat ze door de staat geïntimideerd worden.

Ze weten dat, wanneer ze openlijk de waarheid zouden zeggen, ze dan hun banen zouden verliezen en daarom zijn ze bereid tot dergelijke compromissen. In privégesprekken gaan ze iets verder, maar ik denk dat wat hun politieke uitingen betreft er voorlopig weinig zei veranderen.

Keston College heeft onlangs een lijst van gevangen christenen in de Sovjetunie gepubliceerd. Wat is de zin daarvan?

Ja, tot dusverre zijn wij de enigen geweest, die een lijst van bijna alle christenen die in de Sovjet-unie gevangen zitten, bijhouden en publiceren. Wij zijn daarmee al in 1977 begonnen en hebben die lijst in 1979 opnieuw bijgewerkt en uitgegeven. Maar na 1979 zijn er ontzettend veel nieuwe arrestaties verricht, zodat we nu weer een nieuwe lijst willen uitgeven, maar dat kost geld en de fondsen schieten momenteel tekort.

Toch is dit iets waar iedere christen belangstelling voor moet hebben. Het is immers van bijzonder groot belang wanneer namen van geloofsgenoten die omwille van het Evangelie lijden, bekend worden gemaakt zodat er voor hen kan worden gebeden en er druk op de autoriteiten kan worden uitgeoefend.

Bovendien is het een enorme bemoediging voor onze broeders en zusters ginds, wanneer ze weten dat hun zaak bekend is en dat er voor hen gebeden wordt. Het geeft hen de kracht om vol te houden tegen alle druk in. De langetermijneffekten van deze publikatie zijn niet gering. Het feit dat wij zoveel aandacht aan de zaak van Vins konden geven heeft ongetwijfeld veel geholpen.

Hoe beoordeelt u de situatie in Polen?

De situatie in Polen heeft zeer grote gevolgen voor de kerken - alle kerken, en niet alleen de Rooms-katholieke Kerk - in dat land. De kerken spelen een verantwoordelijke en matigende (stabilliserende) rol. Ze lopen niet op de ontwikkelingen vooruit en zetten de dissidenten niet aan tot al te vergaande aktïes. Ze lopen een beetje achter de ontwikkelingen aan, maar dit is op zich heel belangrijk, want niemand heeft iets aan een tegen-revolutie waarbij het Sovjetleger gedwongen wordt in te grijpen.

Natuurlijk wil ook de kerk, evenzeer als iedereen, verandering maar dan wel langs weloverwogen en geleidelijke weg. De Rooms-katholieke Kerk in Polen heeft een rijp denkend christelijk leider in de persoon van kardinaal Wyschinsky, terwijl de paus zich ook onthoudt van uitspraken die de gemoederen zouden kunnen opstoken.

Het gevolg is dat er een betrekkelijk grote mate van vrijheid is, waar ook anderen gebruik van kunnen maken. Het is voor de Sovjet-unie heel moeilijk de klok terug te zetten, behalve met geweld, maar dat zou enorme risico's en nadelen met zich brengen.

Hoe staat de R.K. Kerk in Polen tegenover, minderheden, zoals Baptisten en Lutheranen?

In het verleden hebben zich wel voorbeelden, van intolerantie voorgedaan, maar op dit moment is mij daarover wéinig bekend. Ik heb eerder de indruk dat de R.K. Kerk in Polen zich vrij tolerant tegenover andersdenken opstelt, maar als we harde bewijzen krijgen van het tegendeel, zullen we die zeker openbaar maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.