Bekijk het origineel

Gedachten over Psalm 119 vs. 17 vv.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gedachten over Psalm 119 vs. 17 vv.

3 minuten leestijd

„Doe wel bij Uwen knecht, dat ik leve en Uw Woord beware. Ontdek mijne oogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uwe Wet".

Vs. 17. „Doe wel", zoo spreekt de Psalmist tot den Heere, ,,bij Uwen knecht", d. w. z., wil mij genadiglijk vervullen met Uwe weldaden, Uwe gunstbewijzen en vertroostingen. Uw knecht is wel een onnutte knecht, die op niets aanspraak maakt, nochtans is hij Uw knecht, en hij dient U gaarne; hij is wel is waar in zichzelven arm en kan zichzelven niet heerlijk stellen, opdat Gij geëerd wordt; hij is in zichzelven ook zoo zwak, dat hij niets kan doen. — ,,Dat ik leve"; — als Gij bij mij wel doet, dan zal ik leven, en in het leven blijven, zal sterk zijn en alles kunnen doen door Uwe weldadigheid, ik, die anders sterven moet, want in mij is niets dan de dood. — ,,En Uw Woord beware", hetgeen ik, die een Adamskind ben, toch niet vermag, want van nature ben ik eigenwijs, hoor maar half, denk aan iets anders, en ben Uw Woord spoedig vergeten, en dan loop en werk ik te vergeefs. In hetgeen Gij zegt, ligt Uwe eer, Uw raad; al mijn doen, al mijne rust en mijn geluk, en daarin is geen naberouw. Wees mij daarom genadig, opdat ik Uw Woord beware, en er niet aan denk, om mijzelven te bewaren en te behouden, of ook het mijne. Indien ik maar bij Uw Woord mag blijven, en daarvan niet afga, dan zal ik aan geen eigen werk denken, en dan zult Gij mij en het mijne wel bewaren.
Vs. 18. „Ontdek mijne oogen." Van nature is er voor mijne oogen een bewindsel, of ik zie maar alleen op datgene, wat voor oogen is; ik zie verdoemenis, vloek, omkomen, den vijand en allerlei nood en gevaar. Ik ben blind en zit in de duisternis, ik zie alles behalve U en Uwen Gezalfde; en ik weet niets van U, niets van Uwen Goddolijken wil, waarin alleen mijn waarachtig geluk bevestigd en mijne zaligheid verzekerd is. — „Dat ik aanschouwe" — het is eene bede als 2 Kon. 6 vs. 17: „Heere! open toch zijne oogen, dat hij zie;" — dat ik goed en onafgebroken het oog gevestigd houd op — „de wonderen": hoe het gaat van het kruis in de heerlijkheid, door den dood in het leven, per angusta ad augusta, door de engte tot de ruimte, — hoe er is een kracht ontvangen in de uiterste zwakheid, — een genoeg hebben, ja rijk zijn, een veel vergaderd hebben in armoede, — voorwaar, wonderlijk gaat het altemaal toe, als de Heere Zijn Woord waar maakt bij de Zijnen. — ,,Van Uwe Wet." De wonderen, die in Uw Woord liggen en uit Uw Woord te voorschijn komen, — hoe meer ik aanschouwen mag, des te meer vind ik; en dan zie ik vóór alle dingen dit meer en meer in, dat het juist mijne vrijheid is, die mij ongelukkig maakt. O hoe meer het Woord Gods ons duidelijk wordt, des te meer erkennen wij de dwaasheid van ons bekommerd-zijn, van ons zorgen, loopen en draven.
( Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Gedachten over Psalm 119 vs. 17 vv.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken