Bekijk het origineel

Brief uit Oostenrijk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Brief uit Oostenrijk.

7 minuten leestijd

Hooggeachte heer en Vriend!
Gij schrijft mij, dat er besloten is tot de uitgave van een nieuw Blad, bij de vele reeds bestaande, en dat Gij de redactie daarvan op U genomen hebt.
Ik kan dit slechts onder voorbehoud goedkeuren. Waartoe nog nieuwe bladen, waar de oude ternauwernood hunne lezers vinden? Gevoelt Gij echter werkelijk daarvoor eene innerlijke roeping, kunnen die, welke tot heden bestaan, U niet bevredigen , — welaan, dan moet Gij het doen — ik ben altijd vol hoop en bereid met ieder mede te gaan, die het goede wil. Sta inij echter toe, U bij het begin als vriendelijke raadgever te gemoet te komen! Wacht U voor vergoding van het oude, omdat het oud is, en rechtvaardig het optreden van Uw Blad daardoor, dat Gij altijd nieuwe en frissche zaken brengt, vol levenskracht.
In Uw land is er reeds eene richting, die er op uit is, de gereformeerden — „het volk", „de broeders" — als eene bijzondere, op zich zelve staande soort of klasse van menschen aan te zien, — een uitverkoren volk — eene schare van kinderen Gods, afgezonderd van de anderen. Wie hen durft aantasten, die begaat eene heiligschennis. Men scheidt deze soort van menschen, — de buitenlanders zouden zeggen DE HOLLANDSCIIE, — geheel af van de groote door God uitgevoerde Reformatie. Men wil dit daardoor bereiken, dat men Luther en Melanchthon wel is waar hoogschat, hunne werken prijst, maar toch dezelve als een Duitsch produkt aanstonds weder tot eenen lageren rang terugzot.
Luther, — ja, hij was een groot man, — maar, een Hollander was hij toch niet. Dat is een fijne soort van Farizeïsme, nationaal Farizeïsme ! En wanneer men dan Calvijn, die toch ook geen Hollander was, zich toeeigent, — als de mond Gods voor alle niet-Duitsche volken, — dan scheidt men wat God te zamengevoegd heeft, en vergeet, dat Calvijn zonder Luther niet zjjn zoude, wat hij is. De nieuwere kerkgeschiedenis bewijst dit; en wij kunnen niet bij oude traditiën blijven staan, naar welke er eene reformatie van Wittenberg is geweest, — een andere in Zwitserland, en alsof die beiden elkander maar met de verrekijker bezien hadden. En dat gaat zoo verder voort. De Dordtsche vaderen van de 17d e eeuw zijn als eene gansch afzonderlijke menschensoort te bewonderen; deze zjjn als het ware door luthersch land, als door vijandeljjk land, doorgeslopen, — zijn dan op eens in Dort als uit deii grond opgekomen, — en hebben daar de toch alleen voor Holland bruikbare, goede kerkorde, mitsgaders de vijf Artikelen opgesteld! Zoo doet men het volk gelooven, dat een geheel bijzondere weg aan de vaderlandsche kerk in Holland is ten deel gevallen, — dat het een uitverkoren volk is geweest onder de volken, —en terwijl alles daarbuiten in duisternis verzonken lag, was hier enkel licht!
Zulk eon Farizeïsme moet Uw Blad bestrijden. De nieuwere geschiedkundige navorschingen van Ritschl en Heppe kloppen met maeht ook aan Hollands poorten en roepen: Herziet uwe geschiedenis, of verdedigt u! Nestelt u echter uiet vast in de droombeelden eenei' valsche voorstelling, dat gij een uitverkoren volk zijt. Zulk een volk is er niet meer, sedert de Heere Matth. 28 : 19 heeft gesproken ; en al zou er ook zulk een volk voor een tijd geweest zijn, — gelijk God groote dingen aan Nederland heeft gedaan in den tachtigjarigen oorlog, — zoo heeft toch dit land sedert dien tijd aan den algemeenen afval ruimschoots deelgenomen, en aan een eenvoudig weder ophalen (repristineeren) van het oude is niet te denken! Veeleer: „Braak ulieden een braakland!" zegt de Profeet. Zij zijn allen afgeweken, en samen zijn zij onnut geworden, — en hierop zal de Hollandsche natie geene uitzondering maken. Zoo moet dus een ieder vermaand worden, zich onder het juk te buigen, en elk voor zijn deel stil te zorgen, dat het hem en anderen door het Evangelie Gods dragelijk worde gemaakt. Het Evangelie is er, om ook de meest bedorvene zaak weder terecht te brengen, en om de diepst gezonken menschen te redden of als een brandhout uit het vuur te rukken.
In geen geval echter schijnt het mij toe de tijd te zijn, dat zich de Orthodoxen van de Kerk scheiden. Maar zij moeten het weten en bekenden, dat zij en hunne vaderen daaraan schuld hebben, dat het er in de Kerk zoo jammerlijk uitziet.
Daniël zegt in Iloofdst. 9 : 5 — 9 : „Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, — wij hebben niet gehoord naar Uwe dienstknechten, de Profeten, — bij U , o Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons is de beschaamdheid der aangezichten.—
Maar bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergeving!" — Moeten daarom de vromen niet met den tollenaar op de borst slaan en zeggen: Door onze schuld is het daarheen gekomen! ?
Heeft het dan geene beteekenis, en is het niet eene ernstige prediking voor dezen tijd, dat sedert het jaar 1700 het schip der kerk eigenlijk op het drooge ligt — en dat geene vrome pogingen, ook gedurende deze eeuw, bij machte waren het schip weder vlot te krijgen? Heeft niet het woekerend kwaad van het Piëtisme en Methodisme, gelijk door Ritschl en Heppe is aangetoond, zijne eerste vrucht in Nederland en Groot-Brittannië geopenbaard ? Was het niet de veel gesmade Staatskerk , die de kerk voor hare eigene vrienden beschermde, die de uiteenloopende elementen als met eenen ijzeren band omklemde, die oorzaak was, dat niet alles is verbrokkeld, en er thans slechts atomen zouden te vinden zijn in plaats van een geheel, hetwelk toch nog op verbetering heeft te hopen, indien wij maar de rechte middelen, die ons nog zijn overgebleven aanwenden? Is er in de bewaring van onze kerk op den bodem der aloude belijdenis, ondanks de vernietigende aanvallen, die op haar geschiedden, in deze zoowel als in de vorige eeuw, niet de hand der Goddelijke Voorzienigheid op te merken ? En van waar nemen zij, die heden ten dage het hardst roepen over „kerkherstel", den moed? Hebben zij vergeten , dat een zoo van den rechten weg afgedwaald ding, als onze kerk is, niet op het gebod van.eenen enkele weder op orde komt, tenzij men zulke middelen aanwendt, die niet uit de waarheid zijn, sluwe middelen, of zóó dat men de slechte neigingen van een volk vleit en slechts de oogenblikkehjke gevolgen huldigt, zonder te bedenken, hoe vele zielen daardoor beschadigd, verlegen gemaakt en teruggestooten worden. Een tijd, als die der reformatie komt niet alle eeuwen terug, en de mannen daarvoor komen maar niet zoo uit den grond op!
Een weinig heeft de Heere der heirscharen nog aan Zion overgelaten (Jesaia 1 : 9 ) , anders zouden wij geworden zijn, als Sodom en Gomorra.
Baruch wilde ook eens groote dingen (Jeremia 45). Toen'kwam het woord des Heeren tot hem door den mond van Jeramia vs. 5: „Zoek ze niet! want zie, Ik breng een kwaad over alle vleesch, spreekt de Heere; maar Ik zal u uwe ziel tot eenen buit geven, in alle plaatsen waar gij zult henentrekken."
Dit standpunt zij het standpunt van Uw Blad. Begeer ook Gij geene groote dingen — indien maar een overblijfsel, waar zich dat ook moge bevinden, gered wordt, — dan is het genoeg!
Daarmee ook voor ditmaal genoeg; een andermaal meer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 januari 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Brief uit Oostenrijk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 januari 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken