Bekijk het origineel

Openbaring van Johannes 17 : 14. (Slot.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Openbaring van Johannes 17 : 14. (Slot.)

7 minuten leestijd

Deze zullen tegen het Lam krijgen. en het Lam zal hen overwinnen, (want het is een Heer der heeren, en een Koning der koningen) en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en geloovigen.

De krijg tegen het Lam is wel machtig en geweldig , vol woede en stoutheid, maar het Lam overwint. Het moge den schijn hebben alsof de wederpartijders van den „Heere en Zijnen Gezalfde" zegepralen; de Gemeente Gods moge vaak sidderen en beven, ziende den voorspoed en euvelmoed van de vijanden des Lams; zij moge menigmaal in angst en benauwdheid verkeeren, in lijden en gevaar, — moedeloos moge zij worden bij de gedachte: „nog één slag en wij zijn verloren," — dit i s haar troost, GODS troost: „en het Lam zal hen overwinnen." Eigenlijk is de overwinning door het Lam reeds behaald eu inderdaad, de slag is geleverd op GOLGOTHA; aan het kruis „de overheden en machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar ten toon gesteld en heeft door hetzelve over hen getriumfeerd. (Col. 2: 15.) Toen heeft Hij duivel en zonde en dood, wereld en hel overwonnen. In die overwinning, — door Zijn bloed en dood,— heeft Hij zich Zijne Gemeente gekocht en van alle geweld des duivels verlost en haar alzoo Zich ten eigendom gemaakt.
Zóó heeft Hij ze Gode gekocht uit alle geslacht, tale, natie en volk, zoovelen als er de Vader aan den Zoon gegeven heeft. Toen heeft Hij als Middelaar, Borg en Hoogepriester den strijd alléén gestreden, de overwinning alléén behaald. Daar heeft Hem Zijn arm geholpen, en Zijne rechterhand Hem heil beschikt. Maar d ie overwinning handhaaft Hij in Zijne Gemeente alzóó, dat Hij met Zijn Woord haar ter overwinning voert over al Zijne en hare vijanden, die wel tegen Hem den slag verloren hebben, maar nu, uit nijd, haat en vijandschap tegen het Lam, dat overwon, zich keeren tegen al de gekochten en verlosten door Zijn bloed. Met list en geweld vervolgen zij de Gemeente en zijn er daarom steeds op uit om het Evangelie Jesu Christi weg te rukken, er af te houden, öf, waar het nochtans plaatse kreeg, er weer af te trekken. Zóó, in deze verdrukking der Gemeente, zoeken zij het rijk en de heerschappij des Lams afbreuk te doen, Zijn troon omver te werpen. Maar of zjj ook nog zoo listig en geweldig krijgen, — zij vergaderen en verzamelen zich tot hunne verwoesting; het Lam zal hen overwinnen. Christus leeft eeuwiglijk en Zijne verlossing is eene eeuwige. Zijn Woord houdt stand, het is een levend Woord. Zijne waarheid is onverwinlijk. Al wat in de wereld bloeit, verderft en vergaat; de koningen, de machtigen, de geweldhebbers dezer eeuw en alle tegenstrevers van het Eeuwige Woord worden te schande en gaan te gronde, maar de Waarheid blijft, Christus is Koning in der eeuwigheid; „want Hij is een Heer der heeren en een Koning der koningen." Daarom zullen allen, die legen het Lam krijgen, onder Zijne voeten gelegd worden. Wat machten, troonen en heerschappijën zich ook tegen Hem stellen, — Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Dies mag Zijne Gemeente onbevreesd zijn, want „haar Hoofdman , Heere en Koning is almachtig, onsterflijk, onverwinlijk ; welhaast komt Hij op de wolken des hemels om te oordeelen de levenden en de dooden." (H. Bullinger).
Heeft nu het Lam alreeds overwonnen aan het kruis, van af Zijn kruis gaat Hij overwinnende voort, door het handhaven op de aarde van Zijne getuigenis, van Zijne waarheid; door Zijn Woord en Geest Zijne Gemeente vergaderende, beschermende, onderhoudende, bewaart en vermeerdert Hij Zijne Kerk, verstoort de werken des duivels en alle geweld, dat zich tegen Hem verheft, mitsgaders alle booze raadslagen, die tegen Zijn heilig Woord bedacht worden. (Heid. Cath. Zond. 48). Zóó handhaaft Hij, „de Heer der heeren, de Koning der koningen," Zijne heerschappij tot in eeuwigheid; en als, — na zoovele oordeelen, die reeds gekomen zijn en nog komen zullen over alle werkers der leugen en der ongerechtigheid , — de dag Zijner toekomst genaakt, wanneer de stem weergalmt: „HET LAM HEEFT OVERWONNEN," dan worden al Zijne vijanden en die Zijner Gemeente in de eeuwige verdoemenis geworpen, maar tot eeuwige blijdschap en heerlijkheid geleid allen, die in hun leven op aarde, door Z ij n e liefde veroverd, hunne wapenen tegen Hem hebben afgelegd, die door Zijn woord getroffen en verslagen, van vijanden vrienden zijn geworden, die alzoo gemeenschap aan Zijn lijden verkregen en met Hem, in Zijne gemeenschap, den strijd om der gerechtigheid wille doorworsteld hebben. Zij deelen in Zijne overwinning; met het Lam toch overwinnen: vdie met Hem zijn, de geroepenen, uitverkorenen en geloovigen."
„Die met Hem zijn," d. w. z. die het Lam volgen waar Het ook heen gaat; die het Lam alléén kennen als hunne heiligmaking, rechtvaardigmaking en verzoening; die op dat Lam gezonken zijn met al hunne zonden en wonden, die in den strijd en het lijden om des Woords wil geen' anderen steun, geen' anderen toevlucht, geen' anderen troost hebben dan dit Lam.
Maar hoe zijn zij, waar toch alle menschen van nature naar Satan begeerig en van den Christus Gods afkeerig zijn, er toe gekomen om met Hem te zijn, in Zijne gemeenschap?
Zij zijn „geroepenen," d. w. z. geroepen door 's Heeren Woord en Geest; de Heilige Geest heeft het levende, eeuwig blijvende Woord als het „onvergankelijke zaad der wedergeboorte" in hunne harten gelegd; zoo zijn zij door onwederstaanbare macht tot den Christus getrokken; zij konden het in hun verzet tegen Zijne genade en waarheid niet meer volhouden. De Heere is hun te sterk geworden, heeft hen overmocht, en toen hebben zij zich op genade en ongenade in Zijne handen overgegeven, — evenals het b.v. met Paulus op den weg naar Damascus ging, die door de almacht des Lams overwonnen werd, en nu van een strijder tegen een strijder voor het Lam gemaakt werd.
Deze roeping nu, waar zij toch innerlijk geschiedt, is zulk eene machtige, sterke stem, dat een mensch ze niet wederstaan kan; of men ook niet wil, men moet hooren; het Woord des Heeren boeit, houdt vast. En zij geschiedt overeenkomstig en krachtens het eeuwig voornemen der genade; daarom wordt er hier bijgevoegd: „de uitverkorenen," zooals de apostel Paulus schrijft Rom. 8 : 30: „die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen." De roeping eens zondaars heeft dus geen grond of oorzaak in eenige waardigheid of verdiensten zijnentwege, maar geschiedt naar het welbehagen Gods, uit eeuwige vrije genadeverkiezing. God ontfermt Zich, diens Hij Zich ontfermt en is genadig dien Hij genadig is. En gelijk de roeping haren grond heeft in de verkiezing, zoo vloeit uit de verkiezing het geloof voort. „Geloovigen," d. w. z. die op het Lam zich verlaten, die in Christus Jesus zijn en in Hem blijven. Het geloof sluit ook in zich de trouw, de volharding.
„Geloovigen" zijn dan ook getrouwen, die volharden tot den einde; m. a. w. die bij aan- en voortgang niet zonder den Heere Jesus kunnen leven.
„Geroepenen, uitverkorenen, geloovigen ," deze samenvoeging is als een drievoudig snoer, dat niet breekt; onverbrekelijk, niet wegens eenige menschelijke kracht en wijsheid, maar zij heeft hare vastheid in den Christus, de wijsheid en de kracht Gods.
Zoo is het heil der Gemeente eeuwig welverzekerd in JESUS CHRISTUS, haar Hoofd en Heere, het LAM , om Wien en tegen Wien de strijd op aarde voortgaat tot aan het einde der eeuwen; want, al heeft zij om Zijnentwil in deze wereld niet anders te verwachten dan bestrijding en verdrukking, — welke machten zich ook tegen haar stellen, — geen nood: „het Lam zal hen overwinnen, en die met Hem zijn!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Openbaring van Johannes 17 : 14. (Slot.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 februari 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken