Bekijk het origineel

Jesus van den duivel verzocht.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jesus van den duivel verzocht.

Tot verklaring van het Evang. Matth. IV : 1—11.

7 minuten leestijd

I. De werkelijkheid en mogelijkheid dezer verzoeking.
Vóór alle dingen moet dit bij ons vaststaan, dat wij te doen hebben met eene ware, wezenlijke gebeurtenis, die eenvoudig zoo is te nemen en te verklaren, als de Heilige Geest ze ons heeft doen opteekenen.
„Toen," alzoo begint de Ev. Mattheüs deze geschiedenis; „werd Jesus van den Geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel.'" (Matth. 4 : 1). „En Jesus, vol des Heiligen Geesles lieerde wederom van (le Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;" enz. (Luc. 4 : 1, 2).
„Vol des Heiligen Geestes" ging de Heere Jesus, gereed om het werk der verlossing te volbrengen, in de eenzaamheid om gemeenschap te oefenen, — gemeenschap dos geloofs en des gebeds — met Zijnen Vader, en te overdenken het werk, waartoe de Vader Hem in do wereld gezonden had. Wij lezen het meermalen van den Heer gedurende Zijne omwandeling op aarde, dat Hjj Zich in de eenzaamheid begaf, d. w. z. Zich afzonderde tot het gebed en tot overdenking van het Woord Gods; wij zien daaruit niet alleen, dat de Zoon — één met den Vader — niets zonder den Vader deed, maar ook dat Hij, Die een „Zoon des menschen" wilde zijn, in dezen onzen van God geheel afhankelijken staat behoefte had aan de wijsheid en kracht, de sterkte en vertroostingen Gods: dat Hij niets doen kon noch wilde zonder Zijnen Vader, zonder Zijn Woord, gelijk Hij Zich dan ook in Zijnen doop als een „in onze plaats machtelooze en van God ontledigde" aan God Zijnen Vader had overgegeven, verwachtende van Dezen, wat er van Hem en in Zijne gemeenschap van het volk, voor hetwelk Hij Zich ten Borg had gesteld, worden zou.
Deze behoefte nu aan de eenzaamheid, om in gemeenschap Zijns Vaders ongestoord Diens wil en weg te overdenken, dreef Hem naar de woestijn; intusschen was het de leiding des Heiligen Geestes, die Hem derwaarts voerde, opdat Hij als de tweede Adam, als de mensch in onze plaats, aan het geweld van satan's verzoekingen zou worden overgegeven , tot o v e r w i n n i n g v a n de h e l en al h a r e k r a c h - t e n , en t o t v e r h e e r l i j k i n g v a n d e n N a a m Gods.
Maar Jesus, Hij, „de Heilige", de „Zone Gods", verzocht van den duivel? is het dan werkelijk verzoeking geweest?
J a , zij is werkelijkheid geweest. De Heere Jesus heeft metterdaad in waarheid al de macht der verzoeking, al de listen en het geweld , al de tooverij en verlokking des duivels ervaren, ondervonden.
Evenals de eerste Adam verzocht is geworden door den vader der leugenen — en hij is bezweken voor de verleiding van dien „menschcnmoorder van den beginne", — evenals de duivel nog heden rondgaat als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden, — en geen mensch is in zich zeiven bestand tegen zijne geweldenarijen en listen, — e v e n z o o w e r k e l i j k is de v e r z o e k i n g t o t J e s us g e k o m e n . Niet maar in visioen, niet als in een droom, maar m e t t e r d a a d was de nood der aanvechting, der bestrijding en verleiding aanwezig; in de w e r k e l i j k h e id stond hier de Heere Jesus voor de k e u z e tot g e h o o r - z a a m h e i d aan God, tot trouwe volharding aan Zijn Woord, öf om Z i c h a a n den d u i v e l o v e r t e g e v e n, om d i e n s wil en b e g e e r t e t e d o e n . Geen levendige voorstelling in Jesus' gemoed is hier de strijd, in welken Hij gevoerd wordt — dat is nog geene verzoeking — maar de duivel, als de lasteraar Gods, als de vijand van God en Zijnen Christus, maakt hier van den toestand, waarin de Heere Jesus Zich na een vasten van 40 dagen en nachten bevond, gebruik om Item te bewegen, te verleiden, te vervoeren tot het luisteren naar zijne logenwoorden, in schijn van waarheid gesproken. Voorwaar, van deze geschiedenis, ons opgeteekend in allen eenvoud der waarheid, getuigt ons de Heilige Geest: geen schijn of vertooning maar w e r k e l i j k - h e i d is deze verzoeking.
Maar hoe was zij m o g e l i j k ? Jesus, de alléén-reine en heilige kan door eigene begeerlijkheid niet worden afgetrokken. In Zijne reine ziel konden geene gedachten opstijgen, aan welke satan zijne verzoeking vastknoopte. O, beslist onvoorwaardelijk wijst Gods getuigenis, de Heilige Schrift elke meening af, die in Jesus, al ware het nog zoo gering, iets zondigs vooronderstelt. Van Hem staat geschreven: „Hij heeft geene zonde gekend." (2 Cor. 5 : 21.)
Op de vraag naar de mogelijkheid dat Jesus verzocht werd, moet in de eerste plaats in het oog gehouden worden, dat de verzoeking van b u i t e n af tot Hem gekomen is, dat de duivel Jesus verzocht heeft. Jesus, vol des H e i l i g en G e e s t e s z i j n d e , was op en in Zich Zeiven onvatbaar, ontoegankelijk voor de verzoeking; een Hem v r e e m de g e e s t , de b o o z e k w a m v a n b u i t e n af tot Hem, voor Hem te eerder merkbaar, voor Zijne ziel te gevoeliger, omdat Hij de „onbesmette" was (llebr. 7 : 26). Dat Hij nochtans voor zoodanige verzoeking toegankelijk was, dat vindt de verklaring in Zijn „zonde-gemaakt-zijn voor ons". De Heer uit den hemel — een Zoon des menschen geworden zijnde, wordt hier den duivel tegenover geplaatst geheel in onze plaats, als de in vleesch gekomene, Die geheel is ingetreden in onzen van God afgevallen toestand , den staat der zonde, onzer ellende en verdoemenis. En gewis zoude Hij in deze zwakheid des vleesches in de verzoeking zijn bezweken, zoo Hij, dragende Gods heilige Wet in Zijn binnenste ingewand, niet in den wil des Vaders had volhard, zoo Hij, het „ongeschapene Woord", niet aan het g e s c h r e v e n e Woord Zich had vastgehouden.
In betrekking tot al den arbeid, het lijden en strijden des Heeren Jesus in de dagen Zijns vleesches, kunnen wij dit niet genoeg in gedachtenis houden, dat Hij in het vleesch gekomen, een „in het vleesch gekomene" is. In de woestijn den duivel, den verzoeker tegenover, stond Hij niet als de Heer uit den hemel, maar als was Hij mensch uit de aarde aardsch, ook hier moest Hij, dragende onze zonden, in o n z e z w a k h e i d, in onze k r a c h t e l o o s h e i d den strijd strijden, in welken de gansche hel op Hem losstormde. Onze toestand, waarin Hij ja — vrijwillig — doch in werkelijkheid gezonken was, gaf den duivel toegang tot Hem; als onzer een, een zwak, ellendig mensch, stond Hij daar, maar terecht is opgemerkt: „de duivel verachtte die zwakheid, dat schijnbare niets-zjjn des Heeren; hij zou echter de macht ervaren."

Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 maart 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Jesus van den duivel verzocht.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 maart 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken