Bekijk het origineel

Verklaring van Ezechiel 3. (Vervolg.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verklaring van Ezechiel 3. (Vervolg.)

5 minuten leestijd

Vs. 12. Toen nam de Geest mij op, en ik hoorde achler mij eene .item van groote ruisching, zeggende: Geloofd zij de heerlijkheid des II EER EN uit Zijne plaats! De Geest nam hem op, dreef hem. Want waarlijk noodig was de drijving des Heiligen Geestes en Zijne macht, als de Profeet deze zending getrouw zou vervullen. Zou hij niet met vleeschelijken ijver zijn werk verrichten, of ook terugdeinzen , waar het hem toch te voren was aangekondigd, dat al zijn prediken te vergeefs zijn zou, dat hij niets zou uitrichten, — zou hij niet den moed opgeven, waar hij zag, dat het volk, stijf van voorhoofd en hard van hart, zijn woord niet aannemen, veeleer in eigengerechtigheid zich verharden zou tegen alle bestraffing, dan moest a l m a c h t i g e kracht hem stieren en sterken. De Profeet is niet lichamelijk opgenomen en door de lucht heengevoerd, maar zonder twijfel is hij op zijne voeten gegaan, zooals dit ook geschied is met onzen Heere, van Wien wij lezen: „Toen werd Jesus door den Geest weggeleid in de woestijn;" en het heeft geene andere beteekenis, wat wij lezen van Filippus (Handel. 8 : 39) „Toen nam do Geest des Heeren Filippus weg, en de kamerling zag hem niet meer, want hij reisde zijnen weg met blijdschap. Maar Filippus werd gevonden te Azote." Van eene dergelijke leiding en drijving des Geestes spreekt Ezechiël hier. Hij is vervuld van de woorden zijns Gods, vervuld met den Geest des Heeren; gedreven en gedragen door dien Heiligen Geest, is er bij hem de gehoorzaamheid des geloofs; zonder met vleesch en bloed te rade te gaan, zonder door allerlei bedenkingen zich te laten ophouden, is hij bereid, zijnen last te volbrengen, en te gaan tot het volk, tot hetwelk zijn God hem zendt. Geheel overgegeven aan de leiding des Geestes laat hij zich voeren naar Zijnen wil. Zoo overgegeven aan den wil des Heeren in het doen van Zijn bevel, hoort hij dezelfde ruisching, als in Hoofdst. 1 ons beschreven is. Hij gaat niet alleen, de heerlijkheid des Heeren omgeeft hem. De stem van groote ruisching, die hij hoort, is als de ruisching, die op Iiot Pinksterfeest weid vernomen, waarvan wij Handel. 2 lezen: „En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid als van eenen geweldigen, gedrevenen wind." Het is de wind des Geestes, die alle 's Heeren knechten vervult met het heilig Pinkstervuur, oin te verkondigen des Heeren groote daden en te vermelden Zijnen lof.
Do stem dezer ruisching is als één lofzang: „Geloofd zij de heerlijkheid des Heeren uit zijne plaats." Dat is het wat hij hoorde met het oor des geestes, dat is het wat hem vervulde: de heerlijkheid, de eere des Heeren! De Heere moet verheerlijkt worden in het volk. Deze heerlijkheid des Heeren had hij in het beeld gezien Hoofdstuk 1, en zooals in dat beeld de Geest des levens de raderen dreef, dat zij gingen zonder zich om te keeren, en alzoo de raad Gods uitgevoerd werd, zoo dreef hem dezelfde Geest, die niet is te weerstaan, dat hij in de kracht van dien Geest, zonder zich om te keeren, voorwaarts ging, waarheen de Heere hem zond.
Vs. 13. En ik hoorde het geluid van der dieren vleugelen, die de een den ander raakten, en het geluid der raderen tegenover hen , en hel geluid eener groote ruisching. Zoo hoort hij hier dan ook weder het geluid der dieren vleugelen, der vleugelen der Cherubim, gelijk hij die het eerst had gehoord; 't is bij hen als het geluid van één vleugelslag, waar zij in de bereidwilligheid der liefde van het hemelsche heir tot de verheerlijking Gods zich henenspoeden om Christus'werk te verbreiden over de aarde. Dat is naar den raad Gods; want de uitvoering van dien raad moet op aarde geschieden. Daarom hoort de Profeet ook wederom het geluid der raderen, die zich op de aarde bevinden, en waarin de Geest [der dieren] des levens leeft, want de Geest der dieren was in de raderen. Wat in den hemel waarheid is in de Cherubim, in Christus, dat zal ook op aarde waarheid zijn in de geloovigen. Dit merkten wij reeds op in de uitbreiding van Hoofdstuk 1. Er is een eenstemmig akkoord, alles drijft naar één doel henen, en het is een sterk geluid, eene groote ruisching; 't is de drjjving van eenen en denzelfden Geest, die maakt dat het oor voor niets anders open is, en alle bedenkingen van vleeseh en bloed moeten verstommen; deze macht heeft dan ook den Profeet aangegrepen en dringt hem om met haaste te gaan tot den werkkring, door den Heiligen Geest hem aangewezen.
Welgelukzalig, mogen wij wel zeggen, zijn de oprechten van wandel, die in de Wet des Heeren gaan. Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent, o Heere! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen. Immers van hem, die zoo vervuld is van den Geest des Heeren Heeren, die zulke blikken slaan mag in den hemel der heerlijkheid Gods en in de heerlijkheid Zijner uitverkorene Gemeente, mag wel gezegd worden, dat hij wandelt in het licht van het aanschjjn van Hem, Wiens Naam is: HEERE HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid! Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, die de ongerechtigheid, en overtreding en zonde vergeeft; die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen en aan de kindskinderen in het derde en in het vierde lid! (Exod. 34 : 6, 7.)
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 mei 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Verklaring van Ezechiel 3. (Vervolg.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 mei 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken