Bekijk het origineel

Schetsen uit Oostenrijk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schetsen uit Oostenrijk.

(Vervolg van Schetsen in No. 16 *)).

24 minuten leestijd

Ziehier nu de F a m i l i e - k r o n i j k :
Auspice S. S. Triade.
Den 2den Februari des jaars 98 heb ik met de welgeborene jonkvrouwe Elisabeth Ungnad, Vrij vrouwe van Sonneck ') mijn huwelijkseerefeest in de burcht Eferding gevierd. God geve ons hier Zijnen tijdelijken en hiernamaals Zijnen eeuwigen zegen. Amen.
Den 11den Maart des jaars 99 heeft de almachtige God mijne geliefde gemalin drie kwartier uurs voor éénen na middernacht met eene dochter zeer gelukkig gemaakt. Deze is den [onleesbaar] door mijn prediker alhier, Heer Magister Nikolaas Haselmaier 2) ten doop gebracht, en Eva Regina genaamd. Peters en Meters zijn geweest: Heer Hans, Wilhelm von Zelking benevens zijne echtgenoote; Heer Georg von Tschernembl; Heer Reichardt, mijn broeder, benevens zijne gemalin; mijne zuster, Vrouwe Margaretha von Polheimb; Vrouwe Potentia von Tschernembl, weduwe, geborene von Schünkirch en Sigismund Vyscher. God geve aan dit kind Zijnen Goddelijken zegen, opdat het tot alle goeds opwasse. Amen.
Den 21ste" Juni Anno 1601 heeft de Almachtige God nogmaals mijne lieve echtgenoote om 11 uur des voormiddags met eenen jongen zoon verheugd, die den volgenden d a g . . ..
[Hier ontbreekt een blad. Eene kantteekening zegt, dat deze zoon Heinricli Gundacker was, die, volgens Schiverdling, 1603 stierf. — Dan komt de geboorte van Elisabelh Juliana. — liet manuscript gaat aldus voort:] . . . . l i e v e broederszoon Wolf, Wilhelm von Volkerstorf met zijne gemalin; Heer Jakob von Haag, Vrijheer. Bij den doop zijn getuigen geweest: Heer Prammer v. Schrattenbach en Christoph Praunfalk 3).
God de Almachtige verleene aan dit kind Zijnen tijdelijken en eeuwigen zegen, opdat het tot Zijnen lof en tot Zijne eere opwasse, en de vreeze Gods ten allen tijde voor oogen houde. Amen, Amen, Amen. Dat verleene de hooge Drievuldigheid.
Den 23ste" April van het loopende jaar 1606 heeft de rechtvaardige God naar Zijnen onnaspeurlijken raad en wil, bovengenoemd mijn en mijner lieve echtgenoote lief dochterken tusschen 6 en 7 uur 's voormiddags wederom tot Zich in de eeuwige vreugde opgeroepen. Zooals het den Heer des levens heeft behaagd, alzoo is het geschied, des Heeren Naam zij geloofd. Hij zie ons ouders wederom met de oogen Zijner barmhartigheid aan, en vergoede ons dit leed met verheuging, indien het Hem welgevallig is. Amen. — Den 25sle" heb ik dit mijn lief kind in haar rustbedje laten leggen en in den grafkelder van Heer Rüdiger hier in de Parochiekerk laten bijzetten. Daarbij zijn mijn vriendelijk lieve Heer broeder Reichardt met zijne echtgenoote; Heer Siegm. Ludwig von Polheimb met zijne eclitgenoote, mijne zuster; Heer Peter Christoph Praunfalk met zijne huisvrouw; Heer Georg Sig- Schiffer's weduwe, geb. van Oedt tegenwoordig geweest. God verleene aan dit kind eene vroohjke opstanding en ons achterblijvenden een zalig navolgen. Amen. Amen. Amen.
Den 6den Februari van dit loopende jaar 1607 heeft de almachtige God mijne zeer lieve eclitgenoote op nieuw genadiglijk van haren vrouwelijken last verlost en om half z e s ' s namiddags met eene jonge dochter verheugd. Lof en dankzegging zij den almachtigen God voor Zijn' zegen gebracht. Den 13de" dezer maand heb ik dit mijn kind in de burcht Eferding 's voormiddags door mijn' predikant Magister Ehrenfried Murschell ' ) laten doopen en Anna Dorothea genaamd. Peters en Meters zijn geweest: Heer Siegmund, Ludwig von Polheimb met zijne eclitgenoote; Heer Wolf, Siegmund von Losenstein met zijne echtgenoote; Heer Wolf, Wilhelm von Yolkerstorf met zijne echtgenoote; Vrouwe Anna, Suzanna, Trouwe von Zelking, mijne vriendelijk lieve zuster; ook Vrouwe Ungnad, geb. Vrijvrouwe von Perg; Juliana, Vrouwe van Slarhemberg, mijns broeders echtgenoote, en eenige styrische Heeren en Vrouwen, zooals Vrouwe v. Schrottenpach; Vrouwe v. Schratt; Vrouwe v. Höritsch, die ook dit christelijk werk hebben bijgewoond.
God, de Almachtige, verleene aan dit kind Zijne genade en goeden Geest, dat het tot de vreeze Gods worde opgeleid en hier tijdelijk gezegend worde, en na dit leven met ons ouders liet eeuwige leven bezitte, en den Heer der Heerlijkheid love en prijze. Amen. Amen.
Den 16den Juli van het jaar 1608 heeft de barmhartige, goedertierene God mijne lieve echtgenoote nogmaals verheugd, van haren zwaren last met vaderlijke genade verlost, en ons beiden met een' jongen zoon kwartier over zevenen 's voormiddags genadiglijk begiftigd. Deze is den 20ste" na de Zondagsvroegpredikatie gedoopt en Christus den Heere opgedragen en Johannes Reichardt genaamd. Peters en Meters zijn geweest Heer Siegm. Ludwig von Polheimb met zijne IHier zijn 2 of 3 bladen verloren gegaan. In 1611 2) werd Georg Heinrich geboren. In 1(513 Kalharina Salome. De voortzetting van liet Manuscript doelt zeker op de geboorte van Margaretha Magdalena in 1615, daar Vrouwe Juliana van Starhemberg nu als weduwe ') voorkomt] Bartholomaeus. Vrijheer von Diotrichstein met zijne echtgenoote; Heer Hans Joachim Aspan, Vrijheer, met zijne echtgenoote; Vrouwe Juliana v. Starhemberg, weduwe, geb. Vrij vrouwe von Roggendorf. De almachtige God verleene aan dit kind, dat het in Zijne ware vreeze en christelijke deugden tot Zijn lof worde opgevoed, en hier tijdelijk gelukzalig, daarboven echter eeuwig zalig worde. Amen. Amen.
Den 3den Mei van het jaar 1616 heeft de barmhartige God mijne vrouw op nieuw met eene lijfsvrucht gezegend, en ons beiden met eene jonge dochter kwartier over 8 uur 's voormiddags verheugd, die ik den 10lle" van deze maand heb laten doopen en Suzanna Elisabeth noemen. Peters en Meters zijn geweest: Heer Wolf, Wilhelm von Volkerstorf, landvoogd, met zijne gemalin ; Heer Siegmund Ludwig von Polheimb met zijne echtgenoote ; Heer Andreas Ungnad met zijne echtgenoote ; Heer Lodewijk Hohenfels ; Heer Georg, Dieter von Losenstein ; Heer Georg, Vrijheer von Roggendorf; beide mijne neven: Heer Heinrich Wilhelm en Heer Gundacker, Vryheeren van Starhemberg 2); Heer Wolf von Horn met zijne echtgenoote; Heer Hans Joachim Aspan, Vrijheer, met zijne gemalin ; mijne vriendelijk lieve schoonzuster Juliana, vrouw van Starliemberg, geb. Vrijvrouwe van Roggendorf, weduwe; Vrouwe von Schellenberg, weduwe. De almachtige God verleene aan dit kind alle tijdelijke en eeuwige bestendige welvaart naar lichaam en ziel hier tijdelijk, daarboven eeuwiglijk. Amen. Amen. Amen. De doop is in de nieuwe bovenzaal door mijn tegenwoordigen predikant Johannes Friderici 3) verricht.
Den 30sto' Juli van het jaar 1017 heeft de vrome God mijne lieve echtgenoote nogmaals genadiglijk van haren zwaren last verlost en ons beiden met een jongen zoon om 6 uur des voormiddags verheugd; dien ik den lale" Augustus heb laten doopen en David noemen. Peters en Meters zijn geweest: Heer Georg Andreas von Hofkirchen, Overste der Staten; Heer Georg van Tschernembl; Heer Andreas Ungnad, mijn lieve Heer Zwager: Heer Peter Christoph Praunfalk en Christoffel Höritsch met hunne vrouwen; Vrouwe Juliana, Vrouwe van Starhemberg, weduwe; Vrouwe felder, weduwe. De almachtige sterke God houde Zijne almachtige hand over dit kind, opdat het tot Zijne eer en des naasten welzijn in de vreeze Gods opwasse, en hier tijdelijk, daarboven eeuwig gezegend zij. Amen.
Den 9den April van het jaar 1620 heeft de goedertieren God mijne lieve vrouw wederom genadiglijk van haren zwaren last verlost, en ons beiden met eene jonge dochter, tusschen 3 en 4 uur, tegen het aanbreken van den dag, begiftigd. Deze is vervolgens in mijne afwezigheid , toen ik mij te Weenen bevond in eene gewichtige zending, mij door do achtbare vier Staten van dit gewest opgedragen ') in de burcht Eferding en in de opperzaal door mijn tegenwoordigen predikant Magister Samuel Hermann 2) gedoopt en Maria Barbara genaamd. Peters en Meters zijn geweest: Heer Helmhard Jörger, Vrijheer, met zijne geliefde vrouw Gemalinne en Heer Andreas Ungnad met zijne echtgenoote ; Vrouwe van Herberstein , weduwe ; Vrouwe Juliana van Starhemberg, weduwe, geborene Vrijvrouwe van Roggendorf en Heer Gundacker van Starhemberg ; de moeder Felicitas Hörifsch en Vrouw Susanna Catharina van Schellenberg, geb. Vrijvrouwe van Eek. — De Allerhoogste God verleene aan dit kind, wat haar naar ziel en lichaam heilzaam is, opdat zij in de ware vreeze en kennisse Gods opwasse en hier tijdelijk gezegend worde, daarboven echter met hare ouders de eeuwige vreugde en heerlijkheid beërve. Amen. Dat verleene de vrome God, van Wien alléén alle zegen nederdaalt.
Den 2Jen Maart 1621 heeft de rechtvaardige God naar Zijn alleen wijzen raad en allerheiligst welbehagen mijn lief zoontje David wederom tot Zich in de eeuwige vreugde en zaligheid opgeroepen, daar het lieve kind door de vreeselijke pokken werd aangetast, en daaraan 10 dagen heeft gelegen. Daar dit het welbehagen was van het ondoorgrondelijk raadsbesluit van zijnen Schepper, zoo zij alles den Heere bevolen. Die verleene ook aan ons achtergeblevenen een zalig navolgen in de eeuwige, hemelsche, ware, bestendige vreugde en heerlijkheid. Amen. — Amen. — Amen. Heere Jesus, kom met Uwen grooten dag haastelijk tot ons, en maak aan deze booze wereld een einde, en kom ijlings en leid ons uit deze ellende!
Den l4Jel1 Maart 1622 op een Maandag heeft de goede, vrome, barmhartige God mijne liefste gemalin wederom met vaderlijke genade van haren vrouwelijken last genadig en gelukkig verlost, en ons met eene jonge dochter mildelijk gezegend; deze is daarna den 17den Maart door den predikant dei Staten Hans (Johannes) Maier 3) in mijn huis 4) gedoopt en Judith Christina genaamd. Peters en Meters zijn geweest: Heer Weikhardt von Polheimb en zijne gemalin; Heer Wolf van Gera en zijne gemalin, mjjne waarde neven Heer Heinrich Wilhelm, Heer Gundacker en Heer Erasmus 5), Heeren van Starhemberg; Heer Caspar van Starhemberg; Vrouwe Benigna 6);
Vrouwe van Starhemberg, weduwe ; Vrouwe Christina von J ö r - ger, geb. Vrijvrouwe von Scherffenberg ; Vrouwe Anna Maria von Jörger, geb. Khevenhiiller ' ) ; Vrijvrouwe Sigmarin, weduwe, geb. vau Oedt; Heer Wolf Ludwig . . . . [onleesbaar]
De allerhoogste God verleene aan dit lieve kind de vreeze Gods, mitsgaders alle godzalige deugd, zoodat het niet met den naam, maar ook metterdaad eene ware Judith en belijderes des Heeren zij en blijve en eene ware Christin; in geloof, werk en leven zich als eene gezalfde des Heeren betoone, en hierbeneden steeds ijverig belijde, daarboven echter God met ons ouders in eeuwige glorie en heerlijkheid van aangezicht tot aangezicht aanschouwe. Dat verleene de hoogste Drieënheid: God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen. - Amen. — Amen.
Den 285ten Maart 1624 op een Donderdag heeft de barmhartige God mijne liefste gemalin wederom van haren vrouwelijken last genadig en gelukkig verlost en ons beiden met een zoon verheugd om kwart voor zessen, vroeg bij aanbreken van den dag, dien ik daarna door den Predikant van het huis der Staten Magister Johannes Maier liet doopen en Ruediger Gundacker noemen den 31sl™ Maart in mijn huis te Linz na de predikatie in het huis der Staten op Palm-Zondag 2J. Peters en Meters zijn geweest: Heer Wolf von Gera en zijne gemalin; Heer Heinrich Wilheimb en Heer Erasmus, gebroeders, mijne lieve neven; Heer Wolf Endling; Heer Wilheimb von Gera; Nielas Sigmar en zijne vrouw; Heer Weikliardt van Polheimb met zijne gemalin; Heer Helmhardt Jörger met zijne echtgenoote; Jonkvrouwe Susanna v. Starhemberg en Jonkvrouwe Judith Sabina Jörger. De barmhartige God verleene aan dit kind alle bestendige gelukzalige welvaart en zegene hetzelvenaar lichaam en ziel, opdat het in de ware vreeze Gods opwasse en in de wegen des Heeren ga en na volbrachten pelgrimstocht door dit moeilijk en vergankelijk leven de eeuwigeglorie en vreugde zonder einde met ons ouders in alle eeuwigheid bezitte. Amen. — Amen. — Amen.
Den lsle" Mei van het jaar 1626 heeft de goede God naar Zijn alleen wijs en ondoorgrondelijk raadsbesluit mijn liefkind Maria Barbara van deze wereld in het eeuwige hemelsche Rijk opgeroepen in mijne woning te Linz om 11 uur. Op eene met het grootste geduld geledene krankheid volgde een zacht einde na voorafgaand heilig gebed tot God, waarin zij haren Verlosser Jesus Christus om troost en bijstand heeft aangeroepen. Gedurende mijne afwezigheid, daar mijne echtgenoote «n ik ons te Weenen bevonden !), heb ik haar in het Staten- Tiuis van Linz laten inzegenen, en vanwege de groote onrust hier te lande niet eerder dan den 278t™ Februari 1628 in den grafkelder te Eferding laten bijzetten, alwaar haar lichaam rust, maar de ziel leeft in God. De groote , sterke God verleene haar op dien grooten, heerlijken dag eene vroolijke opstanding en ons achterblijvenden een zalig afscheiden uit dit tranendal. Amen. —
Den ie'16" November Anno 1627 heeft de goede God mijn lief kind Susanna Elisabeth, die ik den 3de" Juni aan mijne lieve dochter Eva Regina, Yrijvrouwe von Herberstein in het land Stiermarken had toevertrouwd, na groote lijfszwakte, in het slot Guettenhaag, na voorafgaande christelijke voorbereiding -en onder aanroeping van den Naam des Heeren en vurige drievoudige herhaling van het schoone gebed : „Heere Jesus, in U leef ik, in U sterf i k ; ik ben en blijf de Uwe", uit deze armzalige wereld in de eeuwigheid opgeroepen. Daarna is zij op des Heeren kerkhof en Godsakker te Wildern in Stiermarken christelijk ter aarde besteld. De goede God verleene haar eene •vroolijke opstanding.
Den 27ste" November Anno 1627 heeft de barmhartige God mijn lieven zoon Georg Hendrik te Florence, alwaar hij met zijn broeder Hans Reichardt van Parijs was aangekomen, na eene heete koorts en hevige krankheid tot Zich geroepen: na voorafgaande christelijke voorbereiding, hartelijk gebed en naarstige aanhooring van den 23'tc" Psalm, is hij zacht en zalig uit deze •wereld gescheiden, met het verzoek aan zijne ouders van hem vaarwel te zeggen en hun te melden, dat hij in het ware geloof aan zijn Verlosser Jesus Christus uit deze wereld tot zijnen genadigen God heenging, ook dat hij aan zijne lieve ouders en broeders en zusters steeds zaligheid toewenschte. Hij is ïuet de woorden: „Heere, nu laat Gij Uwen dienstknecht gaan in vrede; daarna: Heere Jesus, in U leef ik, in U sterf ik; in Uwe handen bevele ik mijnen geest; Heere Jesus, neem mijnen geest tot U", om twee uur 's namiddags zalig in God ontslapen. Het lijk van dezen mijnen lieven zoon is naar Siena gebracht en in de kerk der Dominikanen in den grafkelder der Duitsche natie eerlijk bijgezet den ls t e" December.
De treurige plechtigheid werd , behalve door Zijne Doorluchtigheid Heer Johan Landgraaf tot Hessen en vele Heeren van adel, nog door meer dan 100 Duitschers bijgewoond, en had om 5 uur tegen den avond plaats. De groote God verleene ook aan dezen mijnen lieven zoon op den lieven jongsten dag eene vroolijke opstanding; ons overigen een troostrijk navolgen vare geloof. Hij, in Wiens geweldige hand wij alles bevelen, geve hun aan 't eind de overwinning over alle kwaad. Leven wij, zoo leven wij den Heere; sterven wij, zoo sterven wij den Heere. Hetzij dan, dat wij leven, hetzij dan, dat wij sterven, wij zijn des Heeren. Want daartoe is Christus •ook gestorven en opgestaan en weder levend geworden, opdat Hij beide over dooden en levenden heerschen zoude. Amen.
Den 15dt" Juli 1629 heeft de getrouwe, alleen machtige God mijn lief, geduldig, vroom kind en dochtertje Judith Christina uit dit tranendal tegen avond na eene met het hoogste geduld geledene krankheid, zacht en stil in groot geduld tot Zich geroepen: het lieve kind had eenige dagen van te voren eene zeer zware verkoudheid en hoest met veel bloed opgeven en inwendige sterke hitte; toch is zij niet bepaald bedlegerig geweest, toen ik met mijne lieve vrouw en de andere kinderen ons den tweeden Juli naar Weenen begaven. Na onze afreize is zij echter van dag tot dag erger, kranker en zwakker geworden, tot zij eindelijk aan haren getrouwen God en almachtigen Schepper hare ziel wederom heeft overgegeven, in hare zwakheid hartelijk en herhaald biddende: Heere Jesus, in U leef ik, in U s t e r f i k , enz.
Dit mijn lief dochterken heb ik van Weenen weder Donauopwaarts vervoerd en den 2Jen April van het jaar 1630 te llelmonsödt ' ) in de familiegroeve der Yrijheeren van Starhemberg laten bijzetten. De allerhoogste God verleene haar genadiglijk op den grooten, heerlijken dag des Heeren eene vroolijke opstanding.
Den 30ste" Juni 1631 heeft de barmhartige God m[jne lieve dochter Margaretha Magdalena na voorafgaand, langdurig, met het grootste geduld gedragen lijden der uitteeringen en ware vurige aanroeping van den Heere Jesus Christus uit dit bange tranendal in de eeuwige, heerlijke feestzaal binnengeleid om 10 uur 's vooriniddags, toen het lieve kind te voren onder rustig en soms vurig gebed en naspreken veler godzalige gebeden, inzonderheid van: Heere Jesus, in U leef ik, in U sterf ik; ik bevele mij in Uwe handen, maak mij eeuwig zalig, Amen — hare ziel getrouwelijk en inniglijk haren Schepper overgaf. Een dag vóór haar einde heeft zij hare dienares Magdalena, die haar verpleegde, toen zij haar weenen zag, vermaanden gevraagd: Waarom weent gij toch, ik zal toch weldra in de eeuwige feestzaal komen. Toen men haar vroeg, hoe of het haar ging, en óf zij bereid was te sterven, zoo dit Gods wil ware, heeft zij dit in tegenwoordigheid aller aanwezige personen steeds met „ja" blijmoedig bevestigd en ten antwoord gegeven :
Het gaat mij wel, ik heb goed gerust, dat moet men aan Mevrouw mjjne lieve moeder zeggen. Aldus hoeft mijne lieve dochter als eene echte, edele Margarita 2) een redelijk 3) christelijk uiteinde gehad, en heeft hare jeugdige loopbaan christelijk ten einde gebracht. Nu leeft zij als eene ware hemelkoningin Gode, haren Schepper, ter eere. Da Almachtige trooste ons hoogst bedroefde ouders en geve ons een zalig navolgen, opdat wij, ridderlijk strijdend door dood en leven heen, ons hier den weg baneu tot Hem, den Heere Jesus Christus, en in eeuwige glorie en heerlijkheid God eeuwig prijzen en loven, waartoe wij geschapen zijn. Amen. — Dat verleene ons de lieve Heer en Heiland Jesus Christus.
_______
Tot zoover gaan de aanteekeningen. De zwaarbeproefde man verliet kort daarop 4) met de zijnen zijn vaderland, en nog ditzelfde j a a r ontviel hem zijne trouwe gade, die in Ortenburg in Beieren begraven ligt. Daarop schijnt hij zich in Regensburg bij de exulanten kolonie aldaar gevoegd te hebben, daar hij in 1632 weder in den echt treedt met Jonkvrouwe Maria Salome Jürger, Vrijvrouwe v. F o l l e t , de dochter van de reeds aangehaalde Anna Maria Jörger geb. Khevenhiiller, die zich met hare ouders te Regensburg had gevestigd.
Toen in 1632 opnieuw in Oostenrijk een boerenopstand uitbrak , en de oproerlingen alleen met den Heer Erasmus wilden onderhandelen, werd deze door de Staten verzocht als hun commissaris op te treden. Hij bewees toen zulke gewichtige diensten aan zijn vaderland, d a t , toen hij in 1633 met zijne jonge gemalin wegens familieaangelegenheden weder Oostenrijk bezocht, de landdrost en de Staten hem de schriftelijke verzekering zonden, dat hem een langer verblijf hier te lande nooit ten kwade zoude worden geduid, hoewel het hem als banneling verboden was ; daar hij om 's lands welzijn zich als commissaris had laten gebruiken. Hij keerde echter weder naar den vreemde terug. Op reis naar Regensburg verloor hij te Passau 1633 zijne tweede geliefde echtgenoote in den ouderdom van 23 jaren.
Zij ligt te Passau begraven naast haar kindje, dat te Regensburg geboren was. Nu bleef Heer Erasmus langen tijd in den vreemde, maar aan ' t eind zijns levens keerde hij naar Gstettenau in Oostenrijk terug, eene heerlijkheid, die hij in 1620 van Heer Peter Christoph Praunfalk had gekocht. Daar stierf hij den 14de" Juli 1648, 73 j a a r oud, en werd in het familiegraf te Helmonsödt begraven, waar men het volgende grafschrift leest:
Alhier rust in Christus het Grafelijke lichaam van wijlen den Hoog WelGeboren Heer Heer Erasmus den Ouderen, Graaf van het heilige Roomsche Rijk en Heer van Starhemberg op Wildberg, Riedegg en Lobenstein, Heer der Graafschappen Schaumburg, Eferding en G s t e t t e n a u , die Anno 1575 op deze wereld geboren werd, en vervolgens in het j a a r des Heeren Anno 1648 den 14d t n Juli te Gstettenau om 6 uur 's morgens in Christus Jesus na vurig gebed zeer zacht en zalig is ontslapen, in den ouderdom van 73 jaar. Den 23s t e" September anno 1648 is hij alhier begraven, en verwacht met alle Gods uitverkorenen eene vroolijke opstanding op den jongsten dag.
Jesu Salva
Salvator implorantum.

*) Onder vriendelijke dankbetuiging aan den geachten inzender der „ S c h e t s e n u i t O o s t e n r i j k " , gaven wij aan deze F a m i l i e - k r o n i e k gaarne eene plaats in ons Zondagsblad, vooral om de vreeze Gods, die deze mededeeling van de dingen uit het huiselijk leven kenmerkt; zoo lichtelijk wordt juist in het alledaagsche de hand Gods voorbijgezien, en terwijl men lacht om den eenvoud der vaderen, wordt het eerste Artikel van het ware Christelijke geloof (Heidelb. Catech. Zond. 9) yergeten.

DE REDACTIE.


Noten
1) Het geslacht der vrijheeren van Ungnad bekleedt eene eerste plaats onder de belijders van het Evangelisch geloof. Vrijheer Hans van Ungnad, zeker de oom der bruid, gaf eene eigene geloofsbelijdenis uit. In 1555 legde hij, als landvoogd van Stiermarken om des gewetens wille, vrijwillig al zijne eereambten neder, en vertrok naar Würtemberg. Hier vertaalde hij den Bijbel in de Windische of Croatische taal, en stichtte te Urach en te Tübingen drukkerijen, die met Cyrillische en Latijnsche letters Gods Woord en andere Evangelische boeken in die taal in 't licht gaven.
2) Deze kwam iu 1583 met diaconus Magister Johaun Bruder uit Würtemberg te Eferding, na de verdrijving der Flacciaansche predikanten. Het gelukte heul door wijsheid en zachtmoedigheid de aldaar zeer ontstoken gemoederen allengs tot bedaren te brengen. Iïaupach geeft van hem eenen zeer belangrijken brief aan het Würtembergsch Consistorie over den toestand der gemeente. Hij stierf 1601, en ligt in de kerk te Eferding begraven.
3) Peter Christoph Praunfalk stichtte twee beurzen: ééne voor eeu Evaugelisch student der Theologie en ééne voor een Evaugelisch student der Rechtsgeleerdheid.

1) Deze was van 1601—1615 met Martin Neumei9ter predikant te Eferding. Toen hij in 1608 zijn ambt wilde nederleggen, wegens lijfszwakte, schreef hem het Consistorie v. Wiirtemberg, dat hij deze aanzienlijke gemeente en zijnen vromen en ijverigen Heer niet mocht verlaten. Hij bleef dus in zijn ambt tot 1615 en stierf in 1616 te Eferding. Zijn grafschrift was nog 1830 in de Eferdingsche kerk te lezen, is nu met eene planken vloering bedekt. Het luidt aldus:
Hic quis ? E h r e n f r i e d u s Murschel, quae causa mali?
Mors. Cur m o r i t u r ? Culpa, qua
P a t r i s atque sua. P a t r i * quae? Ballinga. Pater quis? Consul ibidem.
Quid gessit? Docuit. Quid? Sacra jura Dei.
Die urbi ? In urbe ista. Haud alibi? Natalibus oris.
Hic quot l u s t r a ? Duo. Set quot in u r b e ? Tria.
Quando obiitp Medio cnrsu. Placidene? Profecto.
An doctns? Certe. Num pius? Eiimie.
Mens ubi? Sede poli. Quid membra ? Resurgent.
Quando ? Die e i t r e m o . Quo revocante ? Deo.
Aram hanc q u i s ? Conjux. Haec q u a e ? Catharina Scheres.
Solaue ? Cuin natis. Quis metra ? Fidus amor.
2) Als een bewijs der voortreffelijkheid van vrouwe Elisabeth, de gemalin van Heer Erasinus, diene het feit, dat de beroemde sterrekundige Johannes Kepler, die na den dood van keizer Rudolph II, te Linz een toevluchtsoord vond, om zijne alombekende tabulae Rudolphi te voleindigen, in 1613 zich eene weeze tot vrouwe nam, die bij vrouwe Elisabeth 12 jaren bescherming en liefdevolle verpleging had gevonden. Het huwelijk tusschen hem en Jonkvrouwe Susanna Keuttinger werd den SOsteu October 1613 in de stadskerk te Eferding gevierd.

1) I n 1613 stierf te Weenen Reichardt, Heer v. Starhemberg, de eenige broeder van Erasmus, ook een ijverig Lutheraan, die herhaaldelijk als gedelegeerde der P r o t e s t a n t s c h e Staten werd gezonden, om over vrijheid van religie te onderhandelen. Op zijne zerk in den Starhembergschen grafkelder te Helmonsödt staat onder meer vermeld; Hij is geweest een godvreezend, verstandig, geleerd, welsprekend, eerbaar, oprecht, waarachtig, trouw en aanzienlijk Heer, die zijn vaderland heeft liefgehad en door hetzelve wederom werd bemind, en die onder groote rouwe, niet slechts van zijn geslacht en zijner maagschap, inaar van vele Vorsten, Graven, Heeren en andere Staten des Roomschen Rijks, inzonderheid echter van de Staten der naburige geünieerde landen in deze zerk werd gelegd, in welke hij op den jongsten dag de vroolijke stem der bazuin zijns Verlossers hooren zal.
Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld .Mattheus 25 : 34. Tibi viïi, tibi morior - f - Tibi mortuus sed tibi viva.
2) Zonen vau Heer Reichardt. Heinrich Wilhelm was de eerste, die ongeveer in 1642 tot het Katholicismus terugkeerde. Hij werd derhalve 1643 in den Rijksgraveustand verheven. Daar de zeer katholieke geschiedschrijver van het huis Starhemberg, Schwerdling. hiervan zooveel ophef maakt, veronderstel ik, dat uit zijn slechts terloops aanhalen der kinderen van Heer Erasmus, veilig mag worden opgemaakt, dat geen der vijf overlevenden van het twaalftal in den schoot der moederkerk terugkeerde.
3) Deze was tot nog toe geheel onbekeud.

1) In 1620 werd Heer Erasmus met den Abt van Wilhering, Heer Simon vau Engel en Heer Christoph Puehner (als de vier vertegenwoordigers van den Heerenstand, den Geestelijken stand, den Ridderstand en den Burgerstand) in naam der Staten naar "Weenen op den Landdag gezonden, die echter toen weer werd afgezegd.
2) Ook nergens vroeger vermeld.
3) Ook nergens als predikant te Linz genoemd.
4) Te Linz bezaten de Starhembergs een buis, dat in 1619 door Heer Erasmus geheel werd vernieuwd.
5) Deze Erasmus, de jongere, ook een zoon van Heer Reichardt, wordt in 1652 vermeld (bij Raupach) als inzender van een smeekEchrift om geloofsvrijheid.
6) Vrouwe Benigna is de vrouw van Gotthard van Starhemberg, de zoon van l i e e r Riidiger IX, en eigenlijke bezitter van Eferding. Hij verkoos echter den krijgsdienst en verkocht in 15S8 de Heerlijkheid aan zijne neven Erasmus en Reichardt. In 1619 viel hij, tegen den keizer strijdende, met de troepen der Staten in Neder-Oostenrijk, werd in 1620 gevangen genomen, bij den slag aan den Witten berg (3 Nov. 1620) en stierf in strenge gevangenschap op het slot te Linz in 1628. Zijne vrouw Benigna verliet toen het land en was tot haren dood lid der Exulanten kolonie te Nürnberg.
1) De vrouw van Heer Georg Wilhelm Jörger, die toen nog gevangen zat. Zij was eene kloeke, vrome vrouw, die gedurende de gevangenschap van haren mau al zijne zaken bestuurde en al zijne brieven schreef. Ook moet zij in de heel- en kruidkunde zeer ervaren geweest zijn.
2) Men heeft nooit juist geweten, in welke maand van het jaar 1624 de godsdienstoefening in Linz werden gestaakt. In December 1887 werd bij een 81-jarigen boer te Scharten eene lijvige preekenverzameling van Joh. Spangenberg gevonden, gedrukt in 1540. Bij den 18den Zondag na Trinitatis staat navolgende kantteekening; „Dezen Zondag heb ik te Linz in het Statenhuis voor 't laatst op het orgel geslagen. Zoo is dan de reformatie ingevoerd en de prediking van Gods Woord afgeschaft. Geschied den lOden October 1624. Georg Wittemeier, Organist der Stateo te Linz."

1) Zeker om de opheffing der verbeurdverklaring der Starhembergsche goederen bij den keizer te verkrijgen. 17 Mei 1626 brak de boerenkrijg uit; van 26 Juni tot 1 September werd Linz door de boeren belegerd.

1) Nu Hörmansedt bij Hartkirchen.
2) Parel.
3) Naar Romeinen 12: 1.
4) Schwerdling laat hem reeds 1630 vertrekken, maar dit wordt door deze kroniek weersproken, die zeker ware voortgezet, indien de omvangrijke Bijbel niet te Linz ware achtergebleven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Schetsen uit Oostenrijk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 mei 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken