Bekijk het origineel

Uit Slavonië. (Vervolg der Correspondentie in No. 28.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit Slavonië. (Vervolg der Correspondentie in No. 28.)

6 minuten leestijd

De gereformeerde Gemeente te Banovce verkreeg in het jaar 1874 het recht tot oprichting van eene eigene confessioneele school. Met welke groote offers zulks ook verbonden was, de Gemeente deinsde niet terug, kocht met geleend geld een klein boerenhuisje en beriep aanstonds eenen onderwijzer. Naardien men echter voor het geringe salaris, dat voor den onderwijzer bepaald werd, niet altijd eenen geëxamineerden onderwijzer bekomen kon, wat nochtans door de landsregeering als voorwaarde gesteld was geworden, leed het onderwijs vaak stoornis; de school moest ten laatste gesloten worden. Moede van den veelvuldigen strijd om de school, wierp zich do Gemeente in het jaar 1877 in de armen van de grootere Lutliersclie Gemeente en verkreeg met dezelve in naam althans eene gemeenschappelijke protestantsche school tot het einde van 1887. Zooals bijna altijd en overal strekte ook hier de vereenigiug den Gereformeerden evenmin tot stoffelijke als tot geestelijke bate. Toen ik in het najaar van 1885 hier aankwam, was het voor mij al te laat om de geschilpunten tusschen do „vereenigde" Gemeenten bij te leggen. Ik deed, wat ik kon, doch zag reeds vooruit, dat het tot eene breuke komen moest.
Het is te onverkwikkelijk, dan dat ik nog langer bjj deze zaak zou stilstaan. Mutatis mutandis (met verandering van wat veranderd moet worden) had er plaats, wat in Lukas 10 : 30 bericht wordt. Zjj togen ons uit, gingen van daar en lieten ons half dood op den weg liggen. Bij de vereeniging hadden de Gereformeerden hun klein huisje verkocht, en zoo stonden wij daar eensklaps — zonder kerk, zonder school ; omstreeks 1000 gulden was onze gansche bezitting. Ik woonde zelf en woon nog in een gehuurd boerenhuis. Nog in den herfst des vorigen jaars besloten wij tot het bouwen van een bedehuis, tevens school en van eene pastorie en onderwijzerwoning. Opdat evenwel het onderwijs zou voortgezet worden, huurden wij een lokaal voor school en voor de samenkomst der Gemeente op den dag des Heeren. Voor den te beroepen onderwijzer huurden wij evenzeer eene woning en stelden zijn salaris een weinig hooger dan het minimum, dat in Croatië-SIavonië eenen onderwijzer aan eene openbare school betaald wordt, namelijk ongeveer 400 florijnen, alles medegerekend. De Ileere zond ons eene voor deze betrekking geschikte kracht toe. De vrucht zijner werkzaamheid, gebleken bij hot onlangs gehouden examen onzer kinderen, gaf aan ons allen reden tot tevredenheid. —
Ook werd met het bouwen een begin gemaakt. Een half jaar moesten wjj op de vereischte vergunning wachten. Dit jaar kunnen wij dientengevolge met het bouwen niet geheel gereed komen. Het lokaal voor de godsdienstoefeningen en de school zullen echter nog voor het einde dezes jaars afgewerkt worden.
Ik heb alles aangewend om dezen bouw te doen slagen, want ik heb hoop, dat uit de overige districten of kringen, die geene school hebben, de kinderen ons zullen toegezonden worden, en zoo op deze wijze onze school ook voor de anderen tot zegen kan zijn. Wij hebben zonder twijfel schulden gemaakt, want de helft van de voor dezen bouw vooraf bepaalde som is geleend, maar met Gods hulp zal men mettertijd wel kunnen aflossen.
De grootste moeite had ik om in alle districten lokalen te vinden, voor onze bijeenkomsten geschikt. De gemeentescholen en dienstlokalen staan des Zondags ongebruikt, maar zelfs dezen broodkruimel gunden de Roomsche geestelijkheid en lagere overheden ons niet. Waar de Joodsche Rabbijn godsdienstonderwijs geven mag, daar mogen wij, gereformeerde Christenen, geene bijeenkomst houden. Tien of nog meer schoolvertrekken staan des Zondags in de stad Yinkovce ledig, maar ons verzoek werd kortweg afgeslagen, toen wij een request indienden om eenmaal in de 5 of 6 weken voor 15 uur een zaal te mogen gebruiken. En wat op dit alles nog treuriger licht doet vallen, is, dat wij aan de zijde onzer tegenstanders ook den Lutherschen predikant vonden , die zich zoozeer vergat, dat hij ons zelfs in eene particuliere woning liet storen, daar hij het plaatselijk bestuur valschelijk van ons berichtte en verklaarde, dat wij eene secte waren. Ik gaf daarvan onverwijld bericht aan het gewestelijk bestuur, dat het plaatselijk bestuur van Yinkovce toen liet weten, dat wij vrije godsdienstoefening hebben. Bijna hetzelfde wedervoer ons ook in Vukovar, waar ongeveer 30 Magyaarsche gereformeerde gezinnen wonen; te Yinkovce evenzeer als te Vukovar, was het de Grieksch-oostersche (Servische) kerkgemeente, die ons gastvrij een lokaal voor onze bijeenkomsten aanwees. Dank zij ook hun gebracht in uw land, die ons tot bereiking van dit doel ondersteunden! In vier kringen komen wij nu nog in particuliere huizen samen; omdat anders het vertrek bewoond wordt, wordt het voor den Zondag opgeruimd.
Jammer maar, dat zoodanige vertrekken dikwijls te bekrompen blijken te zijn om al de toehoorders te bevatten. Dan wordt de deur daar uit de hengels genomen en uit kamer en keuken een zaal gemaakt. Aanvankelijk moesten de meesten staan ; wij hadden geen zitplaatsen genoeg; in dat gebrek is nu reeds overal voorzien. Ook van Bijbels, gezangboeken (met goedvinden van den Superintendent voerde ik de Psalmen weder in) en catechismussen zijn zij — dank der mildheid van vele broeders en zusters in den Heer! — behoorlijk voorzien.
Konden zij er slechts beter gebruik van maken! Met het lezen en het zingen is het over het algemeen niet best gesteld. Wanneer ik in eenen kring kom, houd ik mij gewoonlijk eerst met de kinderen bezig, om na te gaan, of zij gedurende mijne afwezigheid hunnen tijd in dit opzicht wel besteed hebben, ('s Winters kom ik gemeenlijk eenen dag vooraf; dan houden wij reeds 's avonds eene bijeenkomst en oefenen ons in het lezen der Heilige Schrift en in het gezang.) Dan geef ik hun onderricht uit den Bijbel en den Catechismus; daartusschen wordt gezongen, waarbij zich ook de volwassenen voegen. Mijne viool mag nooit ontbreken; anders zou ik het onmogelijk zoolang kunnen uithouden. Op den tijd der gewone godsdienstoefening van 10 tot uur, houden wij onze gemeenschappelijke godsdienstoefening. De leiding van bet gezang vermoeit mij nu niet zoo meer als vroeger, daar reeds verscheidene Psalmen en liederen 'vrij goed gezongen worden, 's Namiddags houd ik in het bijzijn der volwassenen — die gaarne tegenwoordig zijn — catechisatie, en oefenen wij ons weder in het zingen.
In mijne praktijk heb ik geleerd groot gewicht aan deze zaak te hechten. Bijna telkenmale wordt het eene of het andere Sacrament bediend. Dat geeft dan gelegenheid de daarop betrekking hebbende vragen en antwoorden van onzen Catechismus meer bijzonder te verklaren. Door een collega in Moravië opmerkzaam gemaakt, bezoek ik deze kringen ook dikwijls op Roomsche feestdagen. Behalve in mijne woonplaats, moeten ook onze lieden op de Roomsche feestdagen het werk laten rusten, vooral zij, die bij Roomsche heeren in dienst zijn. Het is mij tot groote vreugde en verlevendigt mij telkens den moed, dat verscheidenen, ook van twee en drie uren ver, zich opmaken, en wel te voet met vrouw en kinderen en geregeld verschijnen.
(Wordt vervogd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 augustus 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Uit Slavonië. (Vervolg der Correspondentie in No. 28.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 augustus 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken