Bekijk het origineel

4. Van de Heilige Drieëenheid. (Vervolg.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

4. Van de Heilige Drieëenheid. (Vervolg.)

De christelijke geloofsleer voor school en huisgezin.

8 minuten leestijd

3. Dat in God drie onderscheidene Personen zijn, bewijst ons ook de bijzonderheid, dat, ondanks het gestrenge verbod, om eenig gesneden beeld of eenige gelijkenis van God te maken, omdat God onzichtbaar is en op geenerlei wijze kan afgebeeld worden, nochtans God Zich op verschillende plaatsen in menschelijke gedaante openbaart, en de geloovigen buigen zich voor Hem en aanbidden, zonder hiermede afgoderij te bedrijven; zie Gen. 18 : 1—4; 3 2 : 24 vv.; Richt. 6 : 2 2 ; 13 : 22 ; Ex. 3 : 2 ; Ex. 33 en 34. Daar wordt overal gezegd, dat de geloovigen God gezien hebben, alhoewel God onzichtbaar is. Deze schijnbare tegenspraak verklaart ons de Zoon Gods, terwijl Hij het i s , die Zich van den beginne af aan de geloovigen geopenbaard heeft, en van Zichzelven zegt: Die Mij gezien h e e f t , die heeft den Vader gezien. (Joh. 14: 9.)
4. Deze drie Personen hebben één Wezen, dat wil zeggen: zij zijn één God, — of, zooals de oude Kerk het uitdrukte: De Zoon en de Heilige Geest zijn van hetzelfde Wezen met den Vader (ófioovaiog) — (Geloofsbelijdenis van Nicea). De Heere Jesus zegt: Ik en de Vader zijn één (Joh. 10 : 30). Dat de Vader God is, is eene grondwaarheid (axioma), die niet behoeft bewezen te worden. Dat de Zoon God is, bewijzen ons de plaatsen : Joh. 1 : 1 ; 8 : 5 8 ; 20 : 28 ; Rom. 9 : 5 ; I Tim. 3 : 16; Tit. 2 : 13; Ilebr. 1; 1 Joh. 5 : 20. Do Godheid des Zoons wordt verder door Zijne namen bewezen, dat Hij namelijk „God" heet, „Heere" en „Zone Gods": Ps. 2 : 7 ; 45 : 7 , 8 ; 110 : 1 ; 2 Sam. 7 : 14 ; Jes. 7 : 14 ; 9 : 6 ; Micha 5 : 1 ; Jer. 33 : 16; Mal. 3 : 1 . De Godheid des Zoons blijkt ook uit Zijne eigenschappen, dat Ilij eeuwig i s , almachtig, alomtegenwoordig, enz.; Matth. 2 8 : 18—20; I I : 27 ; 18 : 2 0 ; Joh. 2 : 25.; 3 : 35 ; 16 : 3 0 ; 21 : 17.
De Godheid des Zoons blijkt ook uit Zijne werken, dat Hij den Heiligen Geest gezonden heeft, de Kerk regeert, levend maakt, de zonden vergeeft en voor ons bidt: Joh. 1 5 : 2 5; 16 : 7; Ef. 1 : 19—23; 1 Cor. 15: 25; Joh. 5: 21; Matth. 9: 2, 6; Hebr. 7 : 25. De Godheid des Zoons blijkt uit de Goddelijke eer, die Hem wordt bewezen: Mark. 1 : 4 ; Joh. 9 : 3 8; Openb. 5 : 12, 13.
5. De Godheid van den Heiligen Geest wordt aldus bewezen: 1) Uit de namen, die aan den Heiligen Geest gegeven worden, want Hij heet „Geest Gods", en dat dit geene bloote Goddelijke kracht, maar een zelfstandig persoon beteekent, weten wij uit Hand. 10 : 19, 20; 13 : 2. Aan den Heiligen Geest wordt v e r s t a n d en w i l toegekend: Jes. 4 0 : 13; 1 Cor. 2 : 10, 11; 12: 11, evenals een persoonlijk handelen; de Heilige Geest zendt uit: Jes. 48 : 1 6 ; Hand. 13 : 2 ; 15 : 2 8 ; Hij leidt in al de waarheid: Joh. 16 : 13; de Heilige Geest vernieuwt: Tit. 3 : 5 . — 2) Uit Zijne Goddelijke eigenschappen: Hij is alomtegenwoordig: Ps. 139: 7; almachtig; 1 Cor. 1 2 : 1 1 ; alwetend: 1 Cor. 2 : 1 1 . — 3) Uit Zjjne Goddelijke werken ; want Ilij geeft genade en vrede: Openb. 1 : 4 ; Hij draagt zorg voor de Gemeente: Hand. 15 : 28; 20 . 28. — 4) Uit de Goddelijke eer, Hem toegebracht: 2 Cor. 13 : 13. De zonde tegen den Heiligen Geest kan niet vergeven worden : Matth. 12 : 31 , 32. Met het oog op den Heiligen Geest zegt de Apostel Petrus tot Ananias . Gij hebt den mensclien niet gelogen, maar Gode. Hand. 5 : 4 . —
6. Deze drie Personen in het ééne Goddelijke Wezen zijn van elkander duidelijk onderscheiden, daar Elk Hunner uit eigene machtvolkomenheid handelt. Dat de Yader uit eigene machtvolkomenheid handelt, weten wij uit Matth. 3 : 1 7 ; Ex. 23 : 20. De Yader heeft al hot oordeel den Zoon gegeven (Joh. 5 : 22); do Yader wil, dat allen den Zoon eeren.
Dat de Zoon een zelfstandig Persoon is, die uit eigene machtvolkomenheid Goddelijke bevelen uitvaardigt en als God handelt, weten wij uit Joh. 1 5 : 2 6 ; 8 : 5 8 ; 1 0 : 3 0 ; Hand. 9 : 5; Openb. 2 2 : 1 6 . Dat de Heilige Geest een zelfstandig Persoon is, Wiens woorden en bevelen wij als Gods wil moeten gehoorzamen, weten wij uit Hand. 10 : 19, 20; 13 : 2; Hebr. 3 : 7.
IIet zelfstandig handelen dezer drie onderscheidene Personen in het ééne Goddelijke Wezen wordt het duidelijkst aldus gekenmerkt: God, de Vader, heeft ons geschapen; God, de Zoon, heeft ons verlost; en God, de Heilige Geest, heiligt ons of eigent ons de verlossing toe. (Heidelb. Catech. Yr. 24.)
7. Als wij vragen, waardoor zich deze drie Personen in het Goddelijke Wezen onderscheiden, dan antwoordt ons de Heilige Schrift: 1. dat de Yader den Zoon van eeuwigheid af gegenereerd heeft, dat de Zoon van den Vader gegenereerd en gezonden is als de Middelaar Gods en der menschen. Ps. 2, 7: Ik zal van het besluit verhalen : de Heere heeft tot Mij gezegd: „Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd." Dit „heden" beteekent de eeuwigheid, omdat bij God geen gisteren noch morgen bestaat, namelijk geene wisseling des tijds, maar het steeds bij den Heere „heden" heet, 1 Tim. 2: 5; Joh. 1: 18; 3: 17. — 2. Dat de Heilige Geest van den Vader en van den Zoon uitgaat, volgens Joh. 15: 26: Maar wanneer do Trooster zal gekomen zijn, dien Ik u zenden zal van den Yader, namelijk de Geest der waarheid, die van den Yader uitgaat, Die zal van Mij getuigen. Joh. 16: 7; 20: 22. Het onderscheid der Personen in de Heilige Drieëenheid mogen wij niet zoeken in meerdere of mindere waardigheid en macht, alsof de eene Persoon uitnemender ware dan de andere, of de eene aan de andere ondergeschikt ware. Alle dria Personen hebben een even groot aandeel aan onze Schepping, Verlossing en Heiliging, en alle drie Personen zijn gelijke eere en heerlijkheid waardig. Als de Heere Jesus zegt: Mijn Vader is meerder dan allen (Joh. 10, 29), of wanneer wij plaatsen vinden in de Heilige Schrift, waaruit het schijnt, dat de Vader hooger is dan de Zoon, boven den Zoon staat, zoo wordt daarin Christus als Middelaar naar Zijne menschelijke natuur bedoeld, niet naar Zijne Godheid; want wij hebben daarentegen vele plaatsen, waarin ons gezegd wordt, dat de Vader en de Zoon één zijn. Joh. 10: 30; Rom. 9 : 5 . En wat op ééne plaats God den Vader wordt toegeschreven, wordt op eene andere den Zoon en den Heiligen Geest toegekend: Jes. 6; Joh. 12: 41 en Hand. 28: 25, 26. Ps. 97 en 102 vergeleken met Hebr. 1.
8. De leer van de Heilige Drieëenheid, dat er één God is in drie Personen, en dat deze drie Personen één zijn, blijft voor ons verstand eene ondoorgrondelijke verborgenheid, en zoo dikwijls de menschelijke philosophie zich waagde aan de oplossing van dit geheim, geraakte zij steeds op dwaalwegen; want het is ons niet geopenbaard, opdat wij ons met onze gedachten in den afgrond der Godheid zouden verdiepen, en ons afvragen, hoe het mogelijk is, dat drie één zijn, maar opdat wij God recht zouden erkennen, zooals Hij onze God is, als Schepper, Verlosser en Heiligmaker, de Drieëenige God. De verborgenheid van de Heilige Drieëenheid, hoewel door ons ondoorgrond, blijft steeds een hoofdartikel van ons geloof, zonder hetwelk wij allen troost en alle vertrouwen op God verliezen zouden. De ware erkentenis der Heilige Drieëenheid blijft steeds alleen die, welke ons leert, den Drieëenigen God te erkennen als den God en Zaligmaker des zondaars, en leidt ons daartoe, dat wij weten en gelooven, dat de eenige en ware God voor ons leeft, heerscht en regeert; daarom belijden wij van harte met de oude Christelijke Kerk : Uiius Deus in Trinitate et Trinitas in Unitate. (Een eenig God in de Drieëenheid en de Drieëenheid in de Eenheid.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 september 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

4. Van de Heilige Drieëenheid. (Vervolg.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 september 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken