Bekijk het origineel

Ter verklaring van Handelingen der Apostelen, hoofdstuk VI : 8 vv., VII. (Vervolg).

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ter verklaring van Handelingen der Apostelen, hoofdstuk VI : 8 vv., VII. (Vervolg).

(Stefanus.)

8 minuten leestijd

De rede van Stefanus, die niets anders dan een vertellen van de geschiedenis schijnt te zijn, heeft dus g e w e r k t.
Waardoor? Dit is nu het derde punt, dat tot het karakter van die rede behoort en haar voornaamste oogmerk bevat: S t e f a n u s l e g t h u n de b i j b e l s c h e g e s c h i e d e n i s zoo u i t , dat zij e e n s p i e g e l is, w a a r i n zij op eens e n o n w i l l e k e u r i g h u n n e e i g e n e g e d a a n t e aans c h o u w e n . Zij zeiven, juist met hunne vroomheid, staan daar voor God en voor Zijn getuigenis als onrechtvaardigen en goddeloozen; niets deugt aan hen, zij zijn verwerpelijk en verworpen! Waarom ? omdat zij niet g e 1 o o v e n , maar h u n n e gerechtigheid pogen op te richten door de w e t . Dat willen zij zich niet laten gezeggen, daarom worden zij niet slechts boos, maar vergeten ook geheel en al hunne waardigheid, zoo zelfs, dat zjj zich aanstellen op eene manier, die hun eigen volk nimmer voor mogelijk zou gehouden hebben.
Dit zijn eenige opmerkingen in het algemeen; nu nog eenige aanteekeningen in het bijzonder.
1. A b r a h a m , — om hem toch gaat het, hij mag toch gelden! hij is toch de vader en het voorbeeld! Voorzeker!
Maar juist van hem maakt men zich zulke voorstellingen, die louter inbeeldingen der eigengerechtigheid zijn. Daarom juist beroepen de Joden zich altijd op hem: Abraham is een heilig man, en wij zijn zijne nakomelingen en de daadwerkelijke erfgenamen van zijne heiligheid! — Hoe hebben niet Johannes de Dooper en de Heere Jesus tegen dezen waan gestreden! Wat heeft de Apostel Paulus toch geijverd, om het den geloovigen — ik zeg den geloovigen — steeds weder duidelijk te maken aan het voorbeeld van Abraham, en hen te overtuigen: niet w e r k , maar g e l o o f , niet verdienste der vroomheid, maar Gods gen a d e ! — Geheel op dezelfde wijze begint nu Stefanus (Vs. 22) met eene bewonderenswaardige wijsheid des Geestes. Hij roemt G o d , hij roemt de g e n a d e , hij prijst het geloof, bewijst het en beveelt het aan! Abraham is niet de eerste (evenmin als Adam Gen. 3), maar God is de eerste: vDe God der heerlijkheid (d. i. Christus!) ver scheen onzen vader Abraham!"
Abraham verschijnt niet voor God (zooals die vrome man in den tempel, die daar bidt, groot vertoon maakt en vertelt, hoe vroom hij is, en wel hoe vroom tegenover zulk een armen tollenaar!), maar God v e r s c h i j n t a a n A b r a h a m ! Van God, van den God der genade en den Engel des Verbonds gaat het uit. Zonder Zijne verschijning ware Abraham eeuwig in de duisternis gebleven en had Gods aangezicht in eeuwigheid niet gezien. Ja, wat nog duidelijker is, — hij zegt: „nog zijnde in Mesopotamië, eer hij woonde in Charratl." Dit staat ook Joz. 24 : 3 ; doch welke Farizeër wist daarmede iets aan te vangen? Daarvoor heeft alleen een arm en verloren zondaar (zooals de heilige Stefanus er een was) een oog. Wat is dan hiermede gezegd? Joz. 24 : 2 lezen wij: „Over gene zijde der rivier hebben u w e vaders van ouds gewoond, namelijk Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben a n d e r e g o d en gediend!" Dit hoorde het volk niet gaarne uit den mond van Jozua, zij hielden ook werkelijk hunne ooren daarvoor gesloten; want als het zoo staat, dan is het uit met den roem van eigene vroomheid, en dan moet ik mij eerst nog van de afgoden bekeeren. Mogelijk zou menige Jood en Schriftgeleerde dit woord (Joz. 24 : 2 , 3) gaarne uit den Bijbel verwijderd hebben, wanneer zij maar gekund en gedurfd hadden, zooals ook nog heden menige Christen en Christenleeraar wel gaarne vele plaatsen uit den Bijbel zou schrappen, als dit maar mogelijk was. Nu dit echter niet mogelijk is, moet men de menschen óf er over henen helpen, óf hen er aan doen voorbijgaan, opdat zij toch maar niet wakker worden en gaan twijfelen aan de inzettingen, die hun door de vaderen aangegeven zijn (doch ook werkelijk slechts aangegeven! er is niets achter!).
Maar recht moet toch recht blijven, en dat zullen alle v r o m e n , d. i. op alle rechte en eerlijke zielen toevallen. En hun zal het licht ook weder opgaan in de duisternis; God de Heere zal er wel voor zorgen, dat een Stefanus het getuigenis van eenen Jozua weder te voorschijn brengt, — al waande men dit getuigenis ook door de ouden onder het puin van menscheninzettingen bedekt en bedolven, verdonkerd en begraven , — dit getuigenis bovenal: „Uit g e n a d e — door het geloof — en dat n i e t u i t u — het is Gods g a v e ; niet uit de w e r k e n , opdat n i e m a n d r o e m e . " (Ef. 2 : 8), alsmede het getuigenis: „Indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zoo heeft hij roem, maar niet bij God. Want wat zegt de Schrift?" enz. (Rom. 4 : 2—5). Op deze wijze spreekt Stefanus: Abraham is niet den Heere God te gemoet of voorgekomen, maar God de Heere kwam tot Abraham en is hem voorgekomen.
Abraham lag met de vaderen (Joz. 24) in de duisternis en ver - zonken in de goddeloosheid der afgoderij; toen was h i j het niet, die zich het eerst opmaakte uit deze gruwelen om God te zoeken (doordien hij uit Mesopotamië, uit Ur der Chaldeën, uit eigene beweging zou getrokken zijn naar Charran, en God hem a l d a a r , nadat hij, Abraham, dus de eerste schrede van tegemoetkoming gedaan had, verschenen was, en God mitsdien den tweeden stap gedaan had ! — want zoo wordt het door het Joodsch-Christelijke Pelagianisme voorgesteld!), maar God, die rijk is in barmhartigheid (Ef. 2 : 1—-5), heeft Abraham, toen hij dood was in zonde en misdaden (Ef. 2), gegrepen en er hem uitgetrokken; Hij is aan Abraham verschenen , toen deze nog in Mesopotamië was (midden in den stroom der zonde van afgodendienst), e e r hij woonde in Charran.
Do zaak is niet zoo, dat God aan Abraham verscheen, o m d a t hij geloofde of zich tot God wendde of zich heiligde, maar o p d a t hij tot geloof, bekeering, heiliging en eeuwig leven kwame. Zoo schrijft Paulus Ef. 1 : 4 : „Hij heeft ons uitverkoren in Hem (in Christus) voor de grondlegging der wereld, o p d a t (niet: omdat) wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde." De raad van Zijne erbarming, de keuze van Zijne vrije genade, de daad van Zijne eeuwige liefde is het, waarvan Stefanus uitgaat. Dit is het, wat ook Augustinus zegt: „God verkiest niet o m d a t , maar o p d a t wij gelooven," terwijl hij in den aanvang van zijne bekeering nog geleerd had: „God verkiest het geloof in den mensch (dus den mensch om des geloofs wil)."
Kortom: in de roeping van Abraham verheerlijkt God Zijne vrije genade; het is Gods barmhartigheid, niet Abrahams verdienste! dit is het, waarop Stefanus opmerkzaam maakt, wat echter lijnrecht tegen de alom gangbare voorstelling ingaat. Gods daad was het, dat hij uit Ur der Chaldeën uitkwam (Ys. 2, 3), Gods daad evenzeer, dat liij in Charran niet bleef zitten (Vs.4), „van d a a r b r a c h t Hij h e m o v e r in d i t l a n d ."
Hoe liet hier nu alles zaak des geloofs en niet eigen werk, maar in waarheid ook g e l o o f s g e h o o r z a a m h e i d en geloofsdaad was, dit merkt Stefanus in het volgende op (Ys. 5—8), evenals Paulus Hebr. 11 : 8—19.
Dus g e n a d e alleen, g e l o o f alleen! dat gaat door alles henen. Denzelfden weg gingen Izak en Jakob, in hetzelfde geloof aan dezelfde belofte. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 september 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Ter verklaring van Handelingen der Apostelen, hoofdstuk VI : 8 vv., VII. (Vervolg).

Bekijk de hele uitgave van zondag 2 september 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken