Bekijk het origineel

Aanteekeningen op Luk. 5 : 1—16. (Slot.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekeningen op Luk. 5 : 1—16. (Slot.)

6 minuten leestijd

3. Vs. 12—16.
Vs. 12. In eene dier sleden, — die aan het meer lagen.
De stad wordt niet genoemd. Zet er uwe eigene stad voor, en kom zelf als eeu melaatsche. — Ziel, — ziet daarop, en hoe ook g i j bij Hem van uwe eigene melaatschheid verlost wordt. De melaatschen mochten niet in de bemuurde steden (die ten tijde van Jozua bemuurd waren), wonen, maar wel in de anderen, evenwel zij kwamen ook wel in de steden en leefden daar in eenen bijzonderen hoek. Zij moesten eenen ieder, die hun tegenkwam, waarschuwen, om hun niet te naderen, en „onrein, onrein" roepen. Waarom wilt gij bij de menschen wat gelden en aangezien wezen, zoo wij toch melaatsch zijn? Een man, vol melaatschheid — en wat die ziekte bijzonder eigen was: vol schandelijken brand. — „Een man" en „vol melaatschheid" is wel een beeld des jammers! „Heeft God u zoo boos en zoo verkeerd geschapen ?" — Vol, — van de voetzool tot den schedel. Lev. 13 : 12, 13; Jes. 1 : 6. (Zie VAN TIL op Matth. 8.)
Melaatschheid is een soort van witte schurft, van zeer kwaadaardigen aard; de scherpe stof der wonden knaagt huid, vleesch en been weg; het gansche lichaam doet zulken lijders pijn, zij zien er afschuwelijk uit. De ziekte gelijkt zeer wel naar de pokken, maar is veel erger. Avicenna noemde dezelve eenen algemeenen kanker, even ongeneeslijk als deze kranlcte.
Zulke lijders hadden dus: 1. zware kwelling en hevige smarten des lichaams; 2. zij verkeerden in den hopeloozen toestand van nimmer genezen te kunnen worden; 3. zij leden het hevigst nog in hun gemoed; 4. zij gevoelden zich door de Wet (Lev. 13 : 46) van alle menschelijk gezelschap uitgesloten; 5. zij wisten, hoe afschuwelijk zij er uitzagen; 6. zij spraken met groote moeite en konden nauwelijks meer zeggen, dan „onrein, onrein!"
Alles een spiegel van de uiterste rampzaligheid; zij waren volgens de Wet van God geslagen met eene plage. O zonde! o vlammend zwaard, dat omwroet in het geweten! — Mattheus en Markus zeggen alleen, dat hij melaatsch was; Lukas, de medicijnmeester, zegt, dat hij een man was vol melaatschheid.
Erger dan zoo erg kan het niet. Hier kan de almachtige Ontfermer Jesus alleen redden; zal Hij het willen ?
En Jesus ziende, — hij kwam tot Jesus, en als hij Hem nu zag! Ik ga tot Jesus, ik zie Hem in Zijn Woord, — en hoe zie ik IIem daar ? 't Is alles Jesus, wat aan Hem is. Ziet gij niet, hoe Jesus duivelen uitdrijft en allerlei booze krankheden geneest ? „Dat doe Hij ook aan mij!" Ik zie geen toorn in Hem, noch dat Hij iemand verstoot. Ik zie niet, dat Hij iemand, die tot Hem komt, wegzendt, omdat zijne kwaal te erg is. — Hij viel op het aangezicht, — hier blijf ik aan Zijne voeten liggen en verwacht van Hem de beslissing van mijn lot voor lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid. — En bad Hem, zeggende, — ik bid Hem niet als een onverschillige, maar als een, die den eeuwigen dood en verwerping verdien; ik bid Hem, omdat ik geloof, dat Hij niet anders is, dan Zijn Naam mij zegt. Ik zeg tot Hem drie dingen: ik ben krank, — Gij alleen kunt mij genezen, — dat hangt alleen af van een daad van Uwen vrijen wil. — Heere! — immers ligt alles aan Uwe voeten, gelijk ik, ik ellendige. — Indien Gij wilt, — ik heb niets te zeggen, niets te eischen, i k heb geene belofte tegen mijne kwaal; hot hangt van Uw vrijmachtig welbehagen af. Maar het zal Uwen Naam groot maken. Zulk eenen ellendige, als ik ben, hadt Gij nog nimmer aan Uwe voeten. — Gij kunt mij reinigen: — de Heere Jesus kan alles.
Vs. 13. En Hij, de hand uitstrekkende, — voor die heilige hand vlood de melaatschheid. Zoo is des Heeren hand eene scheppende en reinigende hand. — Raakte Hij hem aan, — dit was tegen"de Wet, eenen melaatsche aan te raken. Maar Deze is onze Wetgever. Jes. 33 : 22—24. Jes. 53 : 4 .— Heere Jesus, Gij neemt mijne melaatschheid op U en schenkt mij Uwe reinheid. Daarmede is de Wet voldaan. Gij vattet mij, melaatsche, bij de hand en richttet mij op! Gij bleeft rein en maaktet mij rein. — Ik wil, — één woordje in het Grieksch: * (thelö) — God sprak: er zij licht! en er werd licht. Wat twijfel ik, wat twijfelt gij nog aan Jesus'wil? Wat wil Hij? Hij zegt het, wat Hij wil: Wees gereinigd. Jes. 50 : 4; 43: 25; 44 : 22, 23; Ps. 103 : 3, 4. Dit „Ik wil" komt zóó slechts eenmaal voor in de Evangeliën. Ps. 33 : 9. — En terstond, — als Jesus maar spreekt, dat eene woord, . . . weg is de zonde, de schuld, de verdoemenis, — het zware pak, de ondragelijke last is afgewend, lichaam en ziel zijn op eens gezond, want Hij is beider volkomen Zaligmaker. — Welk een vrede en welk eene rust op eens! Dat kan Jesus alleen.
Vs. 14. Dat hij het niemand zeggen zou. — Des Heoren oogen zien naar het geloof, en de uiterlijke gezondmakingen geschieden slechts om de innerlijke. — Vertoon uzelven den priester, — opdat Qode de eer gegeven worde; de priester mocht onderzoeken, vanwaar de genezing, die hij toch niet kon daarstellen, gekomen was. Zulks kan toch de wet niet; en Mozes kon zijne eigene zuster niet genezen, maar moest bidden: o God! heel haar toch! Num. 12: 13. — En offer voor uwe reiniging, gelijk Mozes geboden heeft, — u tot opleiding, wat dat offer beduidt volgens do meening des Geestes, — den priesteren tot een getuigenis, dat het ware Otter nu verschenen is, waarvan Mozes door die wet der reiniging getuigenis heeft gegeven. De priesters mogen nu oordeelen, of Ik u niet in overeenstemming met de Wet heb gesteld. Zij kunnen nu zien, wat het is, dat zij niet opgeven willen, en wat het is, dat zij Mij tegenstaan.
Vs. 15. Het gerucht van Hem — gaat ook nu voort, liet Evangelie wordt gepredikt. Komt, zoo velen als gij wilt, om Hem te hooren en door Hem genezen te worden van uwe zielsen, wil Hij, ook van uwe lichaamskrankheden. Wat de reiniging van éénen hier alweder veler genezing ten gevolge had!
Vs. 16. En bad aldaar. En waar bidt Hij nu? Rom. 8: 34; Job 33: 14—28. Het Grieksch zegt, dat de Heere zoo pleegt te doen.
1862. 30 Aug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 september 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Aanteekeningen op Luk. 5 : 1—16. (Slot.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 30 september 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken