Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

8. Over de Engelen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

8. Over de Engelen.

De christelijke geloofsleer voor school en huisgezin.

13 minuten leestijd

E n g e l e n of b o d e n zijn g e e s t e l i j k e w e z e n s, d i e God m i t s g a d e r s d e n h e m e l op d e n e e r s t en d a g s c h i e p en m e t u i t n e m e n d e k r a c h t e n b e g i f - t i g d e t o t h e t v o l b r e n g e n Z i j n e r b e v e l e n en t ot d e n d i e n s t d e r G o d v r e e z e n d e n . Er z i j n t w e e ë r l ei E n g e l e n : g o e d e en b o o z e . De g o e d e E n g e l e n zijn d e g e e s t e n , d i e in h u n v o r s t e n d o m ( h u n n e w a a r - d i g h e i d ) en in de r o e p i n g , h u n d o o r G o d a a n g e - w e z e n , g e b l e v e n z i j n ; d a a r o m h e e t e n z u l k e e n g e - l e n h e i l i g . De b o o z e E n g e l e n zijn g e e s t e n , die h u n v o r s t e n d o m n i e t b e w a a r d , m a a r h u n n e e i g e ne w o o n s t e d e v e r l a t e n h e b b e n , t e g e n God o p s t o n d en e n zóó t e n v a l k w a m e n . De g o e d e E n g e l e n h e e t en i n de H e i l i g e S c h r i f t h e i r s c h a r e n , t r o o n e n , o v e r - h e d e n , m a c h t e n , C h e r u b i m , S e r a f i m en d i e n s t b a re g e e s t e n of E n g e l e n G o d s ; h u n g e t a l is o n m e t e l i j k, e n h u n w e r k e n g e h e i m . De b o o z e E n g e l e n w o r d en i n d e H e i l i g e S c h r i f t o n d e r d e n a l g e m e e n e n n a am v a n B e ë l z e b u b , d u i v e l en S a t a n a a n g e h a a l d . Met a a r d s c h e o o g e n k a n men de E n g e l e n n i e t z i e n. H o e w e l d e E n g e l e n z u l k e h e e r l i j k e en u i t n e m e n de g e e s t e n z i j n , d a t zij d o o r h u n n e w a a r d i g h e i d en m a c h t b o v e n a l l e a a r d s c h e s c h e p s e l e n v e r h e v en z i j n , zoo z i j n zij e v e n w e l s l e c h t s s c h e p s e l e n , aan w i e g e e n G o d d e l ij k e e r b e t o o n t o e k o m t , en d i e wij n i e t m o g e n a a n b i d d e n . De E n g e l des H e e r e n, D i e Z i c h a a n de g e l o o v i g e n van het O u d e V e r - b o n d d i k w i j l s o p e n b a a r d e , is g e e n g e s c h a p en E n g e l , m a a r h e t H o o f d a l l e r E n g e l e n en de V o r s t v a n h e t h e i r d e s H e e r e n (Ex. 3 ; J o z . 5 : 1 4; H e b r . 1 : 6 ) , d a t is: de Z o n e Gods Z e l f , w a a r om H e m o o k G o d d e l ij k e e e r w o r d t b e w e z e n.
__________
1. Hoewel de Heilige Schrift dikwijls deEngelen vermeldt, toch geeft zij nergens eene stelselmatige leer der Engelen, maar bij gelegenheid van hun verschijnen en werken onderricht zij ons over hun wezen en hunne roeping. Dat de Engelen bestaan, wordt in de Schrift algemeen aangenomen, maar nergens wordt ons duidelijk gezegd, wanneer zjj in het aanzijn zijn geroepen. Van hunne schepping in het algemeen door Christus wordt gezegd: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij troonen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten (d. i. Engelen), Coloss. 1 : 16. Eveneens zegt Gen. 2 : 1 : Alzoo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir, — dit heir beteekent zoowel de sterren als de Engelen. Bij Job 38 : 7 lezen wij, dat de Engelen als kinderen Gods bij de schepping der aarde tegenwoordig waren en juichten, waaruit wij besluiten, dat God de Engelen op den eersten dag schiep voor het begin der aarde.
2. Over het wezen en de roeping der Engelen openbaart ons deHeilige Schrift de navolgende dingen: De Engelen zijn geesten, en daardoor onderscheiden zij zich van alle aardsche, belichaamde wezens. Matth. 22 : 30; Ps. 104 : 4. Als geesten vormen zjj het heir of de heirscharen des hemels, daarom noemt God Zich zoo dikwijls : Heere der heirscharen. Hun getal is onmetelijk: Duizendmaal duizenden dienden IIem, en tienduizendmaal tienduizenden stonden vóór Hem (Dan. 7 : 10); hunne heerlijkheid, kracht en kennis is groot (Ps. 103 : 2 0 , 21; Matth. 24 : 36; 26 : 53; 2 Thess. 1 : 7). Hunne roeping bestaat daarin, dat zij boden Gods zijn, om Zijnen raad te dienen, Zijne bevelen en oordeelen te volbrengen en den geloovigen ter hulp te komen. Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen ? (Hebr. 1 : 14.) Een éénige Engel, van God gezonden, is voldoende, om het machtigste leger te verslaan (2 Kon. 19 : 35), en om uit den diepsten kerker te verlossen (Hand. 12: 7 —10, 23); niets kan de Engelen verhinderen, Gods bevelen uit te voeren.
Als dienaren Gods zijn de Engelen bij de vergaderingen der geloovigen aanwezig (1 Cor. 11 : 10; 1 Tim. 5 : 21 ; Ef. 3 : 10; 1 Petr. 1 : 12); er is blijdschap voor de Engelen Gods over eenen zondaar, die zich bekeert (Luk. 15 : 10); de Engelen dragen de zielen der geloovigen in Abrahams schoot (Luk. 16 : 22), en beschermen vooral de kleinen. (Matth. 18 : 10.)
3. Wij ontmoeten de Engelen in de geheele Heilige Schrift, reeds dadelijk in het paradijs, als ons gezegd wordt, dat Cherubim met een vlammig lemmer eens zwaards den weg van den boom des levens bewaarden Gen. 3 : 24 — tot in de Openbaring van Johannes (Hoofdst. 22 : 8 , 9). Bij elke belangrijkere openbaring van Gods raadsbesluit tot ons heil ontmoeten wjj tevens Engelen; in het Nieuwe Testament aanschouwen wij de Engelen in hunne roeping hoofdzakelijk bij Zacharias, bij Maria, bij de herders op het veld, bij Jozef in den droom; bij Cornelius en bij Petrus in de gevangenis; bij den Heere Jesus bij Zijne geboorte, in de woestijn, in Geth- 8émane, bij Zijne opstanding en hemelvaart; zij zullen ook bij Zijne wederkomst tegenwoordig zijn.
4. De geloovigen mogen God aanroepen en Hem bidden, hun hulp te zenden, ook door eenen Engel; nooit echter mogen wij rechtstreeks ons tot de Engelen wenden in het gebed, hen om hulp vragen, hen aanbidden of bij hunnen naam zweren; zulke eer komt aan God alléén toe. Ook zijn de Engelen noch alwetend, noch alomtegenwoordig, zoodat zij ons zouden kunnen hooren; zij wijzen zelfs zulke eer van de hand, gelijk wij lezen, dat, toen de Apostel Johannes nederviel om aan te biddon voor de voeten des Engels, die hem verschenen was, deze tot hem zeide: Zie, dat gij het niet doet, want ilc ben uw mededienstknecht en uwer broederen, der Profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren: aanbid God; Open. 19: 10; 22 : 9. Daarom is het vereeren van Beschermengelen eene afgoderij, die tegen God strijdt. De namen der Engelen, die ons in de Heilige Schrift , genoemd worden, zijn: M i c h a ë 1, dat is: Wie is zóó machtig als Gij, sterke God? en G a b r i ë l , dat beteekent: God is mijne kracht.
5. De Heilige Schrift spreekt bovendien, behalve van j goede, ook van booze Engelen. Deze zijn door opstand en ongehoorzaamheid tot booze Engelen geworden. God Zelf, God alléén is onveranderlijk goed, maar de goedheid Zijner Engelen, evenals die van den mensch, dus die Zijner schepselen, is veranderlijk. De booze Engelen kwamen in opstand tegen Gods gebod, naardien zij de menschen, als de zwakkere schepselen, niet dienen wilden, en liever hunne eigene heerlijkheid er aan gaven. Daarom kon God hen niet langer bij Zich dulden, en zij wilden daarentegen niet langer bij God blijven; hun hoogmoed bracht hen dus ten val. In den Brief van den Apostel Judas, vs. 6, lezen wij van hen: En de Engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hunne eigene woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des grooten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard. — Daar God niet bij Zichzelven besloten had, de booze Engelen, zooals de menschen, na hunnen val weêr op te richten, maar hen in het oordeel hunner verdoemenis laten wilde, zoo geeft ons de Heilige Schrift geen nader bericht over den val der Engelen, maar geeft ons slechts te kennen, dat zij gezondigd hebben , 2 Petr. 2 : 4. De val der Engelen had plaats vóór den val des menschen, en de gevallen duivel heeft den mensch verleid. De aanvoerder der booze Engelen is'de duivel, maar de duivel is, evenals zijne Engelen , aan Gods macht onderworpen. De Heilige Schrift verklaart ons den i naam duivel (diabolos) daardoor, dat zij hem den verklager der broederen noemt. Openb. 12 : 10. Christus noemt hem menschenmoorder, leugenaar en vader der leugen, Joh. 8 : 44.
Zoo leeren wij door den duivel het begin van het booze verstaan; zonder den duivel zouden wij den oorsprong van het booze in God moeten zoeken. De duivel kan slechts derhalve bestaan , omdat God bestaat; evenals het booze slechts daarom bestaat, omdat het goede bestaat, of de schaduw uit oorzaak van het licht, zonder licht zoude er immers ook geene schaduw zijn; de duivel werd tot duivel alléén door zijnen tegenstand tegen God, het booze ontstond door tegenstand tegen het goede. Aan den duivel hebben zich .velé bijgeloovigheden verbonden, omdat de Heidenen, toen zij het Christendom aannamen, uit hunne goden booze geesten maakten, en daardoor aan den duivel grootere eere en macht toekenden, dan aan den Heere Christus; den duivel af te beelden is geheel onzinnig, omdat niemand hem ooit met vleeschelijke oogen heeft aanschouwd.
6. Voor den duivel en zijne Engelen bestaat er geene hoop, dat hun val ooit hersteld worde; hun oordeel is onherroepelijk geveld. Daarom dwaalden eenige oude kerkvaders (o. a Origenes) zéér, die beweerden, dat bij de laatste wederoprichting aller dingen ook de duivel en zijne Engelen tot de zaligheid zullen geraken. Deze valsche meening ontstond uit de verkeerde opvatting der woorden van Petrus in Hand. 3 : 21 en heet: de wederoprichting aller dingen (apokatastasis panton). Tegenover deze dwaling zegt de Apostel Paulus: Want waarlijk, Hij neemt de Engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan. Hebr. 2 : 16.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

8. Over de Engelen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken