Bekijk het origineel

Verklaring van Galaten III vs. 20.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verklaring van Galaten III vs. 20.

3 minuten leestijd

Bij het gezegde van den Apostel Paulus: „De middelaar is niet middelaar van écnen, maar God is één", verwart men het begrip, hetwelk men aan den naam „Middelaar", — naarmate, waar die naam voorkomt, — moet geven, met het woord „middelaar". Als Mozes een „middelaar" heet, heet hij het niet, zooals onze Heere Jesus Christus Middelaar heet. Middelaar — in den ziu, waarin Mozes het is, — is een tu9schenkomend persoon, die iets aan anderen komt brengen. God heeft aan Abraham en aan zijn zaad d i r e c t iets gezegd, beloofd, gebracht; Hij heeft aan Abraham iets gezegd, beloofd zonder tusschenkomend persoon. Dit begrip van „tusschenkomend persoon", waarin Mozes „middelaar" was , staat gelijk met het begrip „nuntius" of „makelaar" of „zaakwaarnemer". Zulk een zaakwaarnemer kan wel wat zeggen, of brengen, waaraan ik mij in mijnen nood, — als ik niet kan , niets heb en van mijzelven nooit iets hebben zal, als het dus van mijn doen niet afhangt, maar alles alleen van des H e e r e n Woord en doen, — niet behoef te storen; ik heb mijnen H e e r gesproken, en die spreekt nog tot mij. „God is één", wil dus zeggen: Hij is één en o n v e r d e e l d ; Hij is geen t w e e , dat het half van genade en half van mijn doen zou afhangen. In het Koninkrijk Zijner genade bedient Hij Zich niet van een tusschenkomend persoon, die Zijne genade van zekere condities laat afhangen, waaraan ik nog eerst zou hebben te beantwoorden. Onze Heere Jesus Christus heet en is Middelaar in den zin van „Verzoener"; Hij verzoent God en de menschen met God. Zoo is Hij een Verzoener Gods en der menschen; dat was Mozes niet. De Middelaar Jesus Christus is vol van genade en waarheid; wat Hij doet, zegt en belooft, doet Hij als één met den Vader, en is dus Zijne genadige, koninklijke heerschappij uit de eenheid en onverdeeldheid van het eenig, eeuwig, genadig, Goddelijk Wezen. Een nuntius kan van den paus gezonden zijn; komt een vorst met hem niet overeen, zoo wendt hij zich tot den paus; kom ik met eenen makelaar niet overeen, zoo wend ik mij tot den heer van het goed, die kan niet uit twee monden spreken. Is dan de wet tegen God? Geenszins. Komt zij met God niet overeen? Zeer zeker; maar de wet drijft tot de genade, en als ik de wet niet houden kan en nooit houden zal, zoo laat ik de wet wet zijn, respecteer haar als zoodanig, maar houd mij aan de éénheid Gods, dat is aan de éénheid en onverdeeldheid van de belofte uit Zijnen mond gegaan van oen eeuwig genadeverbond. Tot eenen armen en goddeloozen, die om genade kermt, spreekt God niet uit twee monden; niet „neen" en „ja", maar: „ja, u, vloekwaardigen, die uwen vloek en uwe goddeloosheid erkent, zal Ik zegenen." Nog eens, daar stoor ik mij niet aan hetgeen een tusschenkomend persoon zegt, niet aan den middelaar Mozes, maar houd mij ook één en onverdeeld aan den Middelaar Jesus Christus, die gezegd heeft tot Zijne gunstgenooten: „Hij Zelf, de Vader, heeft u lief!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Verklaring van Galaten III vs. 20.

Bekijk de hele uitgave van zondag 11 november 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken