Bekijk het origineel

Vijf-en-negentig stellingen. (Vervolg.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vijf-en-negentig stellingen. (Vervolg.)

4 minuten leestijd

58.
Het is de roeping van de Christelijke Overheid, te waken over de b e i d e tafelen der Wet Gods.

59.
God, in Wiens hand de harten der koningen zijn, en die dezelve neigt als waterbeken, heeft naar Zijne belofte Jes. 49 : 23 altijd koningen en vorsten verwekt, die de Gemeente Christi als verzorgers en voedsterheeren dienden, d. i. met het beste, wat zij hadden, haar in hunne landen gespijsd en gedrenkt, baar verzorgd en behoed hebben.

60.
Om hare roeping tegenover de Gemeente in hare landen te vervullen, heeft de Christelijke Overheid vrijheid, zooveel bevoegde macht aan te stellen, als zij noodig acht voor het volk, dat zij geroepen is te regeeren.

61.
Bij het woeste geschreeuw der wereld over vrijheid der Kerk van den Staat, des Staats van de Kerk, of over eene vrije Kerk in eenen vrijen Staat, is men zich meestal niet eens duidelijk bewust, wat „Staat" is, laat staan wat „Kerk" is.

62.
Waar de Staat tegenover de Kerk gesteld wordt, kan deze niets anders willen zijn dan de samenvatting der regeerende machten, die God de Heere tot schrik der booze en tot lof der goede werken verordineerd heeft.

63.
Die regeeren zijn dienaars en beambten Gods, wier voornaamste plicht is, er voor te waken, dat afgoderij en de zuurdeesem des bijgeloofs onderdrukt worde, dat de zuivere prediking van Gods Woord evenwel beschermd, en aan dezelve vrije loop en vrije ontwikkeling gelaten worde.

64.
Wie zijne volkskerk losscheurt van dezen band, die haar met de regeering des volks verbindt, geeft, zoo veel in hem is, zijn volk, wiens vleesch en been hij is, öf prijs aan Rome— öf aan de vertwijfeling. De Kerke Gods zal toch b l i j v e n.

65.
De koning Uzzia werd melaatsch, omdat hij in het heilige ging en de hand uitstrekte om te reukoflferen. Het reukwerk zijn de gebeden der heiligen.

66.
Zoo nauw eenerzijds het volk en Christus' Gemeente, anderzijds de regeering des volks en de Gemeente van Christus Jesus, onzen eenigen Hoogepriester, onzen oversten Leeraar en Profeet, en onzen eeuwigen Koning, verbonden zijn, naar het voorbeeld van het oude Israël, zoo ver staat de Overheid van het Priesterdom verwijderd. Vergel. 1 Petr. 2 : 5 , 9 . Openb. 1 : 6. Zoo wordl gij ook zeiven, als levende steenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tol een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jesus Christus. — Maar gij zijl een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, die u uit de duisternis geroepen heeft tol Zijn wonderbaar licht. — Die ons gemaakt heeft tol koningen en priesters Gode en Zijnen Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

67.
Hier ligt de waarheid van de „vrijheid der Kerk van den Staat."

68.
Dit is de eer van de Christelijke Overheid, voor het Woord Gods ruimte gemaakt te hebben te midden van een krom en verdraaid geslacht, opdat het Koninkrijk Gods gekomen zij en kome tot allen, die God verordineerd heeft tot het eeuwige leven ; eene omtuining gesteld te hebben om het heiligdom, opdat de Gemeente der heiligen des te vrijer haren God diene, ook voor Overheid en volk bidden kunne.

69.
Wie het Woord Gods weert van de volksschool, — het geldt hier zoowel de hoogere (Universiteiten) als de lagere scholen — neemt het zout weg van het vleesch.

70.
Alle pogingen om door verwijdering van het Woord Gods de volksschool „neutraal" te maken, berusten op zelfmisleiding en voeren het volk öf naar Rome — öf tot vertwijfeling.

71.
Wie het moedwillig versmaadt, waar hem de gelegenheid geboden is, uit den nood ontstane, van den Staat vrije, Christelijke scholen in te lijven in het bestaande organisme , aan het volksleven eigen, blijkt iemand te zijn, die zijn volk niet liefheeft.

72.
Daarom heeft God den Koning van Pruisen de keizerskroon op het hoofd gezet, omdat hij het Woord Gods in de volksscholen zijner landen vasthield.

73.
De benaming „Kulturkampf' (die men in Duitschland bezigt voor den strijd van den Staat tegen liet Ultramontanisme) is uit den duivel, — de zaak, voor zooverre zij den strijd tegen Rome betreft, het heerlijkste en verhevenste, dat wij in deze laatste tijden beleven. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 november 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Vijf-en-negentig stellingen. (Vervolg.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 18 november 1888

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken