Bekijk het origineel

Het Ambts-jubileum van Prof. Dr. Böhl te Weenen.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Ambts-jubileum van Prof. Dr. Böhl te Weenen.

(Uit het Evangelisches Vereinsblatt aus Oberösterreich.)

8 minuten leestijd

Den 12den Januari was het 25 jaren geleden, dat Dr. Eduard Böhl door Z. M. den keizer van Oostenrijk tot professor in de gereformeerde Dogmatiek en Symboliek aan de evangelische theologische faculteit te Weenen benoemd werd. Hij zelf was daarop eerst den dag te voren opmerkzaam gemaakt geworden, en daarom kon de viering van dit jubileum slechts binnen enge grenzen plaats hebben. Het college van professoren stelde den jubilaris een adres ter hand; 't zelfde deden de studenten.
In dit adres wordt o. a. gezegd: „Het was Uw eenig streven mannen te vormen, die in alle eenvoudigheid, zonder menschelijk gezag of eigene eere in aanmerking te nemen, het zuivere Woord Gods verkondigen zouden. Dat is niet zonder vrucht gebleven."
Aan den avond van den dag had de jubilaris eene kleine feestelijkheid aangericht en daartoe uitgenoodigd Prof. Dr. Albert Ritter von Yogel als oulste lid der faculteit, den Heer Dr. Herman von Tardy, lid van den Opperkerkeraad, als oudsten vriend uit de Gereformeerde Kerk, beiden met hunne echtgenooten, en mij als zijnen oudsten vriend uit de Luthersche Kerk van Opper-Oostenrijk.
Prof. Dr. Vogel nam het woDrd en wierp eenen blik terug op de 25 jaren, gedurende welke zijn ambtgenoot aan de faculteit gewerkt had; hij bracht in herinnering, dat de faculteit zich tegen het beroep van Böhl uitgesproken had, maar op een tijdstip, toen de benoeming reeds was geschied; hoe hij zich daarna over die beroeping had leeren verblijden en in Prof. Böhl, ondanks vele verschillen, steeds eenen trouwen vriend gevonden had. In de warmste bewoordingen schetste daarop Prof. Dr. Vogel den ijverigen arbeid van Böhl op den katheder, in het schrijven eener reeks van boeken en zijne toewijding aan de studenten.—
De heer von Tardy sprak van den eersten indruk, dien hij van Prof. Böhl had ontvangen, toen deze hem, die destijds nog predikant te Horatev in Boliemen was, in gezelschap van zijnen schoonvader, Dr. Kohlbrügge, bezocht had; reeds toen bleek het hem, dat het beroep van dezen man der Gereformeerde Kerk in Oostenrijk tot zegen verstrekken zou; en sedert hij (von Tardy) in 1868 tot medelid des Opperkerkeraads was benoemd geworden, had hij in den gemeenschappelijken arbeid met Prof. Böhl ook diens uitnemende invloedrijke werkzaamheid als medelid der Superintendentieaal-vergadering , der Synode en der Synodale commissie leeren waardeeren.
Ook ik sprak eenige woorden. Allereerst gaf ik mijne vreugde te kennen, dat ik juist t[jdens het jubileum te Weenen vertoefde, en het voorrecht genieten mocht, het te mogen bijwonen. Ik herinnerde, hoe ik het eerst met Prof. Böhl in kennis gekomen was. In den zomer van 1878 was ik naar Mondsee gekomen, waar ik van ambtswege werkzaamheden had. In een winkel gaande, om een potlood te koopen, vond ik op de vreemdelingenlijst o. a. vermeld: Prof. Dr. Böhl met familie. Ik had tot dusver niet met hem in eenig verkeer gestaan, zelfs kende ik hem niet; toch besloot ik aanstonds van de gelegenheid gebruik te maken, oin hem te leeren kennen, en vond eene zeer hartelijke ontvangst. Yan dien tijd af onderhield ik den omgang met Prof. Böhl, wat mij in menig opzicht tot opwekking en vreugde gestrekt heeft. Hij, de streng-gereformeerde dogmaticus, heeft mij telkens weder op Luthers schriften en vooral op diens leer van de rechtvaardigmaking heengewezen, en mij in het geloof aan het heerlijk Evangelie versterkt. Ik dankte hem bij deze gelegenheid ook voor den zegen, die rechtstreeks en onmiddelijk van hem tot de Luthersche Kerk was uitgegaan, naardien niet weinige Luthersche leeraren het hebben uitgesproken, dat zij door Prof. Böhl in het geloof der Heilige Schriften zijn bevestigd geworden. Ook Mevrouw Böhl, die haren echtgenoot zoo getrouw ter zijde staat, gedacht ik met enkele woorden.
Hierop nam de jubilaris zelf het woord. Hij dankte in de eerste plaats den Heere voor den zegen, hem geschonken; hij deelde ons mede, dat hij gemeend had zijn jubileum te zullen vieren op den dag, waarop hij, 25 jaren geleden, zijn ambt aanvaard liad; waar het hem echter was duidelijk gemaakt, dat de dag der benoeming het juiste tijdstip was, wilde hij dit aanzien als eene getuigenis, dat wij onzen genadestaat niet te rekenen hebben van den tijd af, waarop wij beginnen te werken, maar van dien tijd af, waarop de Heere ons rechtvaardig verklaard en in genade aangenomen heeft.
Toen later de viering van het jubileum bekend was geworden, werden den waarden hoogleeraar nog vele bewijzen van deelneming en dankbare vereering gebracht. Moge liet den jubilaris beschoren zijn nog lang tot zegen onzer Kerk aan onze faculteit werkzaam te zijn, alsmede krachtig de rechten der Kerk voor te staan en te bevorderen.
A. KOTSCHY, Luthersch Predikant te Attersee.
__________
Uit de H l a s i j ze Siona'' — Stemmen uit Zion — een B o h e e m s c h Blad.
Den 12den Januari was het 25 jaren geleden, dat de Professor der Godgeleerdheid, Eduard Böhl, te dier tijd privaatdocent aan de Bazelsche universiteit, aan de Weener hoogeschool werd beroepen, om daar de gereformeerde dogmatiek en symboliek voor te dragen.
De viering van het 25-jarig jubileum was op den 30sten Maart bepaald, omdat Prof. Böhl op dien dag zijn ambt aanvaardde.
Maar op den 9den Januari werd aan de faculteit officieel bekend gemaakt, dat het Jubileum reeds 12 Januari zou gevierd worden. Ondanks den zoo korten tijd vereenigden zich toch alle hoorders, om den Jubilaris een blijk van hoogachting aan te bieden. Het meest voor de hand liggende was een adres, dat door den pedel der faculteit met kunstenaarshand was gecalligraplieerd. De deputatie der hoorders bestond uit de heeren Skalak (uit Bohemen)? Johner (uit Zwitserland) en Babyion (uit Silezië), tevens vertegenwoordigers der drie jaargangen. Om 11 uur voormiddags werd het adres aan den jubilaris overreikt, die, aangenaam verrast, in warme woorden zijnen dank betuigde, er bijvoegende, dat deze dag getuigenis aflegt, hoe na vele jaren vol moeite en strijd ook eens een vreugdedag aanbreekt. „Per crucem ad lucem!"
Daarna verscheen de deputatie der „Vereeniging van Boheemsche evangelische theologen", bestaande uit de Heeren Linka en Juren, aan wie Prof. Böhl de verzekering gaf van zijne bijzondere toegenegenheid voor de gereformeerde Boheemsche theologen en voor de Bolieemsche gereformeerde Kerk in het algemeen. Bijna alle professoren der theologische faculteit brachten hunne gelukwenschen, evenzoo Oberkirchenrath Von Tardy; anderen deden dit schriftelijk, daar zij niet persoonlijk konden komen. De overige schriftelijke geluk wenschen en telegrammen, ook de adressen van eenige Gemeenten in Bohemen kwamen later, toen het Jubileum meer bekend werd.
Professor Böhl's arbeid en verdiensten zijn algemeen bekend.
Nog zeer jong zijnde, toen hij te Weenen beroepen werd, had hij dadelijk in de eerste jaren tegen zeer vele wederwaardigheden te strijden; met grooten ijver behartigde hij de belangen der Gereformeerde Synode (Agende, Catechismus, Helvetische Belijdenis); hij droeg steeds de grootste zorg voor de gereformeerde studenten der faculteit (Calvijn-stipendium) en werkte onvermoeid op theologisch-literarisch gebied. Vooral zijne oud-testamentische en dogmatische werken zijn alom bekend en worden steeds met vreugde begroet. Gedurende al deze 25 jaren was het zijn eenig streven, de studeerenden in de theologie tot het ware doel te leiden, niet volgens eigen opvatting, maar alléén volgens Gods Woord.
Van ganscher harte wenschen wij, dat God dezen leeraar nog lang in 't leven spare, en zijnen arbeid in 's Heeren wijngaard rijkelijk zegene!
__________
Wij kunnen deze ons toegezondene berichten niet plaatsen , zonder er een woord bij te voegen.
Prof. Böhl is ook hier te lande geen onbekende. Onder de mannen, die zich het monopolie der wetenschap geven, moge hij bespotting of een minachtend schouderophalen vinden, — de geleerde, die nooit te wetenschappelijk wordt om discipel te wezen, weet zijn arbeid te waardeeren.
En onder de gereformeerde theologen heeft hij menigen vriend, die met de Kerke Christi God dankt voor dezen Hoogleeraar die den studenten toeroept: „Tot de Wet en tot de Getuigenis."
Met belangstelling en ingenomenheid zijn zijne uitnemende geschriften: o. a. „Bladen ter herinnering aan de Dordtsche Synode", „de Paedagogiek", de „Twaalf Messiaansche Psalmen", en de „Christologie des Ouden Verbonds" ter hand genomen en gelezen. Ook de uitgave zijner Biblischen Dogmatik heeft velen verblijd en voorziet tegenover den geest o. a. van Ritschl en Heppe in eene schreiende behoefte.
Wij verheugen ons van harte over zijn 25-jarig jubileum, en bidden van den Heere, dat Hij aan den geachten Professorwijsheid, moed en krachten vermenigvuldige om te arbeiden tot getuigenis der waarheid tegenover allen leugengeest, en tegenover eene wetenschap, die hare wapenen niet ontleent aan, maar smeedt tegen Gods heilig Woord en het Evangelie onzes Heere Jesus Christus.
Zoo stelle de Heer der Gemeente hem nog vele jaren tot een zegen voor de Hoogeschool te Weenen, voor de Kerke Christi in Oostenrijk en . . . . in Nederland,
(DE REDACTIE.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 februari 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Het Ambts-jubileum van Prof. Dr. Böhl te Weenen.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 februari 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken