Bekijk het origineel

Tot recht verstaan der Schrift.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tot recht verstaan der Schrift.

Het boek Job.

2 minuten leestijd

Het Boek Job behandelt deze vraag: of ook den vrome van Gods wege onheil wedervaart? Hier staat Job vast en houdt staande, dat God ook den vromen, zonder oorzaak, alleen tot Zijne verheerlijking, smart aandoet, gelijk Christus in Joh. 9 : 3 van dengene, die blind geboren was, eveneens getuigt, zeggende: „Noch deze heeft gezondigd, noch zijne ouders; maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden." Daartegen verzetten zich zijne vrienden en houden lange en wijdloopige redenen; zij willen het recht Gods doen uitkomen daarin, dat Hij geenen vrome straft; straft Hij echter, zoo moet de vrome gezondigd hebben, en dus hebben zij hunne aardsche en menschelijke gedachten van God en Zijne gerechtigheid, als ware Hij, zooals de menschen zijn, en Zijn recht gelyk het recht der wereld is. Ofschoon nu ook Job, als hij in doodsnooden komt, uit menschelijke zwakheid te veel tegen God spreekt en in het lijden zondigt, zoo blijft hij toch daarop staan, dat hij zulk lijden voor anderen niet verdiend heeft, gelijk zulks dan ook waar is. Maar in het eind oordeelt God, dat Job, terwijl hij tegen God gesproken heeft, in het lijden ten onrechte — verkeerd — gesproken heeft, doch dat hij in wat hij tegenover zijne vrienden van zijne onschuld vóór het lijden staande gehouden heeft, recht gesproken heeft. Zoo voert dit Boek de geschiedenis ten laatste daarheen, dat God alleen rechtvaardig is, en toch wel een mensch ten aanzien van den ander rechtvaardig is en ook voor God. Het is evenwel tot onzen troost geschreven, dat God Zijne groote heiligen alzoo laat struikelen, inzonderheid in wederwaardigheid. Want eer Job in doodsangst komt, looft hij God wegens de berooving zijner goederen en den dood zijner kinderen. Maar daar hem de dood voor oogen staat, en God Zich onttrekt, laten zijne woorden zien, wat voor gedachten een mensch (hij zij nog zoo heilig) tegenover God heeft; hoe het hem dunkt, dat God geen God, maar een ijdel rechter en verbolgen tiran is, die met geweld handelt en naar niemands goede leven vraagt.
Dit is het hoogste stuk in dit Boek. Dat verstaan alleen zij, die ook ervaren en gevoelen wat het is, Gods toorn en oordeel te lijden en Zijne genade niet te aanschouwen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Tot recht verstaan der Schrift.

Bekijk de hele uitgave van zondag 24 maart 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken