Bekijk het origineel

Verkapt.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verkapt.

Ingezonden.

5 minuten leestijd

„Er zijn hier in de Gemeente vele verkapte doleerenden", zeide onlangs een dorpspredikant tot mij, en de man sprak de waarheid, ook naar mijne ervaring.
Er zijn zoo menschen, die nooit recht voor eene zaak uitkomen, hetzij omdat zij niet durven, of omdat zij er slechts gedeeltelijk vóór of tegen zijn. Voor Synodalen en Doleerenden zijn beiden verkapt; bij de laatsten zijn het verkapte Synodalen, bij de eerste verkapte Doleerenden.
Deze menschen zijn voor zichzelven onklaar en voor God onwaar.
En ik dacht: zoo zijn er meer! Velerlei verkappingen zijn er in deze wereld.
Er zijn niet alleen verkapte Doleerenden , maar er zijn ook verkapte Groningers, verkapte Modernen, verkapte Socinianen en Remonstranten, verkapte Liberalen, verkapte Revolutionairen en — wie kent de verkapte bedriegers, de verkapte dieven en de verkapte wellustigen niet? wie niet de verkapte haters van God en den naaste? Een ieder steke de hand slechts in eigen boezem !
Deze allen doen zich voor in eene andere gedaante dan zij in waarheid zijn.
Zoo leven wij in eene verkapte wereld, en het gereformeerde Nederland, dat verkapt onder het liberalisme is gebracht en daar thans onder leeft, behoeft zich niet te verwonderen, dat onder Gods rechtvaardig oordeel de monnikskap en monnikspij weder in haar midden gezien worden als nooit te voren, en de kennis van de ware gereformeerde Belijdenis bijna niet meer wordt gevonden.
Maar waar komen al die verkappingen vandaan ?
In Edens hof was eens alles onverkapt: blanke waarheid en oprechtheid bij den mensch. Eén echter sloop dien hof binnen in eene verkapte gedaante; hij was vijand van den mensch, omdat hij vijand van diens God Avas; hij zette eene vriendenkap op, en de mensch liet zich daardoor vangen in het net, dat hij hem gespannen had. Sinds dien tijd heeft de mensch lust in de werken van zijnen verkapten vijand gekregen, en Satan — zoo is de naam van dien verkapte — heeft in zijn magazijn eenen goeden voorraad van zulke kappen voorhanden, welke zijne leergierige discipelen naar keus kunnen verkrijgen, en dat voor niet.
Zijn rijk is een rijk van verkappingen. Het is een rijk van leugen en bedrog, en de kap van waarheid wordt er over henen getrokken, om des te gemakkelijker de zielen der menschen te bedriegen en hen onder zijne heerschappij te behouden. De Satan, engel der duisternis — zoo lezen wij — verandert zich in eenen engel des lichts, geen wonder dat zijne dienaren het dus ook doen. De leugen tooit zich met den schijn van waarheid, om daardoor te beter ingang te vinden en toegang te behouden bij de menschen, die de leugen liefhebben en doen.
Hoe gelukkig voor ons, dat de Heere Christus in Satans strik niet gevangen is, toen hij Hem op deze wijze verzocht in de woestijn. Niemand onzer ware dan dien strik ooit ontkomen!
De Heilige Geest, Welken Christus door Zijn standhouden verworven heeft, is trouw in Zijne leering voor al de gekochten, opdat zij aan deze Satans strikken, welke hij hun gedurig spant, mogen ontkomen. Hij noemt de dingen bij hunnen waren naam en zegt het ons tevens, wrelke verkappingen zij aannemen. „Sprinkhanen1' noemt Hij in Openb. 9 de geesten, die uit den rook van den put des afgronds op de aarde komen, en toont ons hunne verpestende en verwoestende werking in de Gemeente; Hij verbergt ons echter ook de kap niet, welke zij zich hebben opgezet, 't Zijn verdervers, die zich voordoen als behouders. (Zie Vs. 7.)
Menschen, die zich deze kap hebben opgezet, zijn verhemeld, wandelen als met het hoofd in de wolken, schijnen met macht de wereld te zullen bekeeren en het Rijk van Christus te doen komen, het zijn echte heilssoldaten — en toch, wij zijn gewaarschuwd : het zijn verkapte dienaars van den Antichrist.
Zoo toont ons ook de Heilige Geest de gruwelijke gedaante en de booze werken van den Antichrist in het beeld der beide beesten, ons in Openb. 13 beschreven, maar verbergt het ons tevens niet, dat zij verkapt, zich gansch anders voordoen, dan zij zijn. Vooral het laatste beest tooit zich met de kap van des Lams d. i. van Christus' sterkte. Zijne hoornen zijn als des Lams hoornen. Wederom dus de Antichrist, zoowel in zijne ware gedaante, als in zijne verkapping. En de arme mensch, door Satans begoocheling verblind, zich deze kap opzettende, doet wonderlijke daden, — groote teekenen doet hij; — hy doet zelfs het vuur van godsdienstijver uit den hemel afkomen op de aarde, daartoe mede gebruikende het Woord des Lams; doch alles dient slechts tot en loopt uit op verheerlijking van het lieve IK, dat zich in de plaats van Christus gesteld heeft, en de vrucht van al zijne werken valt den Antichrist ten buit.
Doch, zoo dacht ik verder, eenmaal komt aan alle verkapping een einde, want zoo getuigt de Apostel des Heeren : En ik zag eenen grooten witten troon en Dengene, die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geene plaats is voor die gevonden. En ik zag de dooden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend: en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de dooden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hunne werken. Openb. 20: 11, 12.
Dan zullen wij allen staan in onze ware gedaante voor Hem, Wiens oogen als vuurvlammen zijn. En ik prees dien mensch gelukzalig, die in tijds zijne verkapping voor God inziet en aflegt, en die zijne vuile kleederen wit gewasschen heeft in het bloed des Lams. Psalm 32 : 1 , 2.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Verkapt.

Bekijk de hele uitgave van zondag 19 mei 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken