Bekijk het origineel

Aanteekeningen op het Loofhuttenfeest. (Levit. 23.)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Aanteekeningen op het Loofhuttenfeest. (Levit. 23.)

6 minuten leestijd

Op het feest van het Pascha, en wel op den anderen dag na het Pascha, had de aanbieding van de eerstelingsgarve plaats, en werd zij voor den Heere bewogen. Men had dan begonnen den sikkel te zenden in het staande koren; — de oogst begon met de gerst.
Christus lag op dezen dag in het graf, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn, de Eerstgeborene uit de dooden.
De eerstelingsgarve werd bewogen; zoo houdt het geloove Christus als den Eersteling Gode voor, als onze Alpha en Omega, als ons leven.
Men telde van dien dag af zeven weken, of zeven maal zeven dagen. De gewisse weldadigheden Davids, die God beloofd "heeft, worden door Christus ingeoogst, en zoo komt de vyftigste dag. Wat God den erfgenamen der belofte bij Zichzelven gezworen heeft, wat Hij aan Christus heeft beloofd, dat is daar: de Trooster.
Christus heeft, nadat Hij door alle hemelen is doorgegaan, en voor ons met Zijn bloed voor God verschenen is, op den vijftigsten dag Zijnen oogst ingebracht in Zijne schuur. Het zal nu op aarde gepredikt worden, dat alles volbracht is, opdat het nu ook op aarde eene waarheid worde, wat in den hemel waarheid is. Daartoe komt de Heilige Geest. Pinksteren heet Lev. 23 * (Hakatsir) feestdag van het afgesneden koren, derhalve van het einde van den oogst.
De hoofden omhoog! God heeft Zijne hand opengedaan, Hij heeft alles gegeven. Nu komt het er op aan Zijne weldaden met waar geloof aan te nemen en er voor te danken.
Daartoe komt de Heilige Geest, om het geloof te werken, om met Christus te vereenigen; om te leeren, hoe men God danken zal.
Pascha zegt: De Heere heeft Zijn volk gered. Pinksteren zegt: De Heere geeft het brood, — Hij geeft het ook mij, — Hij geeft het aan alle liongerigen.
Twee brooden worden als beweegoffer gebracht voor het aangezicht des Heeren.
De Vader neemt Zijne kinderen in Zijne gemeenschap op, Hij persoonlijk, de almachtige, reddende, levende God; — hier zitten de volkeren genoodigd aan Zijnen disch.
Het zijn tarwebrooden. Op het Pascha : gerst, onbereide, — de gerst is het eerst rijp, — dus eene garve. Op Pinksteren: bloem van het tarwemeel; dit beteekent de wrare wijsheid, de rechte kennisse Gods.
Eén brood is voor Christus en één voor u.
Twee tienden meelbloem: een tiende een gomer, zooveel als eene garve bevat. Wijsheid breidt zich uit en leidt tot wijsheid; kennisse Gods neemt inwendig toe. Begin met het eerste gebod, zoo leert gij alle tien geboden goed verstaan.
Deze brooden zijn gedeesemd of gezuurd, opdat zij werkelijk tot voeding en levensonderhoud dienen. Dat is een heilig zuurdeeg des levens, — het zuurdeeg is de Heilige Geest.
Zonder dezen Geest blijft gij bij Christus toch niet in het leven; en Christus, uw Levensbrood, wil in uwe maag zuren, dat is: Hij wil bloed en leven in waarheid in beweging houden, en ook de spieren van de waarlijk goede werken sterken.
Zij zijn ook gebakken. Geheel gaar, opdat het werkelijk verteerd worde en het waarheid in het binnenste zij.
Deze brooden komen niet op liet altaar, maar zij zijn beweegbrooden, zij worden bewogen. Christus sterft niet meer, maar leeft, en wat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. De ellendigen zullen eten, dat zij verzadigd worden, en niet sterven.
Uit alle uwe woningen, — niemand wordt uitgesloten ; en.... het kome ons uit het hart! Wij hebben het echter van het veld van Golgotha en uit den hoogen hemel; wij nemen het in het hart op, en zoo komt het uit het hart.
Offeren noemt Lev. 23 : 16 „aanbrengen", en Ys. 18 „naderen". Hoe kom ik dan tot God, nadat nu alles in den hemel volbracht is?
Het antwoord luidt: Met zeven eenjarige lammeren, dat is door liet Lam Gods, zooals het verzevenvuldigd is, of zooals op Hem de zeven Geesten zijn, Jes. 61, — derhalve door den Geest Christi; volkomene, d. i. zonder gebrek, dat wil zeggen, het moet waarlijk de Geest van Christus zijn, geen valsche.
En eenen var1 het jong van een rund, — dat is: door Christus' Geest en door den Middelaar Gods en der menschen, den menscli Christus Jesus.
En twee rammen, — de eene ram is Christus' machten kracht bij den Vader, de andere ram Christus1 macht en kracht in mij.
De geitenhok beteekent: Christus, zooals Hij, die niets van zonde wrist, voor ons tot zonde gemaakt is.
De beteekenis van de eerstelingen zien wij Rom. 8 : 23.
De twee eenjarige lammeren beteekenen het Lam Gods, gelijk het voor den troon staat, en het Lam Gods, gelijk het in de Gemeente met Zijnen Geest tegenwoordig is. Boven dezen moet de Priester de brooden bewegen. Iedere weldaad der genade, waardoor wij leven, mag immers slechts rusten op het Gods-Lam.
Zij zullen den Heere een heilig ding zijn. Hij alleen moet de eere er van hebben.
Voor den Priester. Christus zal daardoor in de Gemeente verheerlijkt blijven.
Lev. 23 : 21. En gij zult op dienzelfden dag uitroepen, dat gij eene heilige samenroeping zult hebben; dat is: nadat Christus alles zal volbracht en Zich zal gezet hebben aan de Rechterhand des Vaders, zal het aan eenen iegelijk en openlijk gepredikt worden. Eene samenkomst der heiligheid zal het u zijn, dat is: waar gij voor zulk eene prediking te zamen komt, daar heiligt u dat gepredikte Woord.
Geen dienstwerk zult gij doen. Zoo spreekt ook de Apostel Paulus, Gal. 4 : 31; 5 : 1.
Geen . . . . doen, — in het geheel niet!
Eene eeuwige inzetting. Laat u dat door den duivel niet ontnemen, ook voor uw huis niet.
Na het Pinksterfeest komt het Loofhuttenfeest. Wij vinden de instelling er van in Lev. 23 : 34.
De Heere spreekt met Mozes. God de Vader heeft het aan Christus toevertrouwd, om dit door Zijn Woord te openbaren.
Spreek, — de zaak wil geloofd worden.
Tot de kinderen Israëls, — die aan hart en ooren besneden zijn, anders verstaat men het niet.
Op den vijftienden dag, — den dag, waarop de Heilige Geest God den Vader en Zijnen Zoon in ons openbaart.
Van deze zevende maand, — op den tienden dezer maand was de verzoendag. Derhalve ten tijde, dat de Geest zal werkzaam zijn, nadat u barmhartigheid geschied is.
Zal het feest zijn. Het hemelsche Hof geeft heerlijke Hoffeesten. Der loofhutten, — eigenlijk der hutten, geringe hutten, die gemakkelijk opgeslagen, en gemakkelijk afgebroken worden.
Zeven dagen, — uw leven lang.
Den Heere, — „Leven wij, zoo leven wij den Heere."
Ik dank God door Jesus Christus. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Aanteekeningen op het Loofhuttenfeest. (Levit. 23.)

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 juni 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken