Bekijk het origineel

Het Duizendjarig Rijk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Duizendjarig Rijk.

(Openb. 20).

9 minuten leestijd

Dat is het, waaruit men zich met eere zoekt te redden, als men zich niet aan Gods wil onderwerpt, om werken tot noodzakelijk gebruik te doen, maar zich inwendig godvruchtig wil maken, en telkens door de zeer gewone en platte levenstrein, waarin alles aan de ijdelheid is onderworpen geworden, uit zijn denkbeeldig hemelsch standpunt uitgebonsd wordt, dan zulk een rijk, een Godsrijk op aarde, dat komen moet, — zonderling vagevuur!
„Jungius verrekende zich, niettegenstaande hij er eene openbaring van had; Bengel's 1836 ging voorbij, het 1844 der nieuweren verstreek mede; de Fils de 1'Horame stierf jong; maar toch..... Christus de Heere is nog niet recht Koning, maar zal het nog eens in volle waarheid worden. Het moet nog eerst ééne kudde en één Herder worden. De kennis Gods moet nog eerst de aarde bedekken, als de wateren den bodem der zee. Dat heerlijk Godsrijk is er nog niet, de Joden moeten nog eerst bekeerd wrorden. Of er moet nog eerst een Elias komen, of..... "
Zoo hebben oudere theologen gedacht, zoo ook nieuwere.
Zoo reeds dachten eenigen in de eerste Christeneeuw, geleid door iemand, die zeide, dat hij het van Johannes den Apostel zelf gehoord had. En zoo was en is men even ver als de Joden; terwijl zij den Christus Gods in liun midden hadden, zeiden zij: Zijt Gij ook uit Galilea? onderzoek en zie, dat uit Galilea geen Profeet opgestaan is, Joh. 7 : 52. Verder verleid door hun eigen onverstand en hunne liefde tot het zichtbare, verklaarden zij de Profeten tot hun eigen verderf, droomende tot op dezen dag van een rijk, dat nimmer beloofd is. Zoudt gij ook doen, als de Joden, en de stemmen der Profeten tot uw eigen nadeel verdraaien en op de toekomst schuiven?
Zoo staat er geschreven: „Heden, heden, zoo gij Zijne stemme hoort, zoo verhardt uwe harten niet." — „Immers zijt gy gekomen tot den berg Zion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelsche Jerusalem, en de vele duizenden der engelen; tot de algemeene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte rechtvaardigen ; en tot den Middelaar des Nieuwen Testaments, Jesus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. Ziet toe!" (Hebr. 12: 22—25.)
De geheele Brief van Paulus aan de Hebreën roept, vermaant, predikt u, bidt, dreigt, smeekt u, dondert u in het oor: Geen uitstel, geene genade, tenzij gij u aan de genade onderworpen hebt, zooals gij zijt, en die erkent als over u verschenen, hoe gij ook zijt! Geen uitstel van beter maken, van zich anders te bevinden, van zich daartoe geschikt te maken, van zoeken naar hebbelijkheden, ontvangbaarheid, gestalte, gedaante, gesteldheid! Aan de genade u onderworpen, of — geene genade, in het bloed des Nieuwen Verbonds volkomene afwassching, volkomene reiniging, of geene, in het geheel geene; want dat bloed steekt al den zonden, den verkeerden wegen en het vasthouden aan zichzelven, en allen uitvluchten van „ik kan niet", en „ik deug er niet toe", en „laat mij dan eerst dit of dat doen en afwachten", in eens de levensader af, en het is sterven om te leven, of eeuwige dood. Kiest!
Gij zelf moet het weten: óf volkomene verlossing van zonden en van alle kwaad, öf een zich voortslepen in ketenen en verstrikkingen der slavernij van het zichtbare. De genade is geene plank in de groote zee, waarop wy groote menschen drijven mogen; maar zij is zelve eene groote zee van algenoegzaamheid; daarin! zonder plank; sla tot splinters die plank van ijdele hoop der zelfredding, — in die zee in, in de armen in van 's Heeren goedertierenheden , — die het diepst onder gaat, vindt zich uit de diepte het eerst opgehaald, het hoogst gezet.
O, wij muggen op dat water! de genade is geene plank, maar een heerlijke, koninklijke, van alles welvoorziene bodem, het rijkste koopmansschip, het machtigste oorlogsvaartuig; ja, de genade is eene rots, die niet wankelt, daarheen! Maar waartoe hier beeldspraak! Spreekt dat bloed onzes Heeren Jesu Christi niet genoeg tot u? zeggen u de ingewanden van eeuwige barmhartigheden over stof, aarde en assche niet genoeg? is u niet genoeg de stem des Geestes en der Bruid: Kom! ? Ik zal u gaarne alle bedenkingen trachten weg te nemen, die bij u op dit stuk zullen opkomen, ik zelf heb er voor gestaan, heb het geloofd, had het tot een vol systeem, maar toen ik de gerechtigheid Gods, toen ik het Lam, dat der wereld zonde heeft weggedragen, aan 'sYaders Rechterhand zag, en ik te zamen viel met al mijn doen, toen verdwenen al die ijdele denkbeelden, die uitvindingen en leeringen des onverstands, die wandel als van handelaars, die zich langs oneerlijke wegen zoeken staande te houden.
Want alzoo zoekt de mensch zich staande te houden met zulke leeringen, en te blyven smaken de genieting der zonde der tegenwoordige wereld; maar iets anders zoekt hij, die gewaar wrordt wat Gods Woord hem gebiedt, hij, bij wien het een strijd als op leven en dood is, dat hij overeenkomstig het Woord Gods zij. Zet de Wet Gods niet op zijde met een eigengemaakt evangelie. Dat Boek der Openbaring kan onmogelijk oorspronkelijk zoo onverstaanbaar geweest zijn, als het sedert geworden is.
Hoe, hebt gij niet zoo veel gezond verstand, om te zien, dat, als gij het ééne letterlijk opvat, gij het andere ook letterlijk moet opvatten? Heeft dan de stad Gods eenen muur van steenen uit steengroeven? Is die muur op letterlijk 144 ellen gemeten?
Is die stad letterlijk een cubiek ? Was er dan een letterlijke smid, die de keten en den sleutel maakte? Duizend jaren letterlijk, dan ook de keten letterlijk, dan ook een letterlijke draak!
Laat het u voor ditmaal genoeg zijn, dat duizend jaar een getal is van volkomen standhouden, van volkomene heerschappij en van volstrekte macht. Zoo hebt gij de hoofdmannen van duizend bij de kinderen Israëls en de afdeelingen in duizendtallen, letterlijk; en figuurlijk: „één zal er duizend jagen", en „de Heere komt met Zijne veel duizendmaal duizenden".
Ook is het een ronde tijd, een volkomen tijdperk van volharding, al duurde het ook maar één dag, of één jaar, of 2\ jaar, al hetzelfde. De kinderen Israëls hebben nog geen duizend jaar met hunnen God als koningen geheerscht. Yan Egypte tot Babel zijn slechts 903 jaar. Denkt gij, dat de Apostel dit niet heeft opgemerkt? Zij, die in het Woord der waarheid blijven, die bij het eeuwig Evangelie volharden, zullen er toch gevonden worden, wil de Apostel zeggen; zij zullen met Christus regeeren duizend jaren, dat is: zij zullen met Hem volharden als deelgenooten in Zijne verdrukking, Koninkrijk en lijdzaamheid. Zy zullen zoo met het getuigenis volharden, regeeren, dat op allen wederstand beslag zal gelegd worden, zoodat zich alle vijanden der genade, me hunnen aanvoerder den duivel, gebonden zullen gevoelen.
Die k e t e n is Gods AVoord; die s l e u t e l is de uitsluiting, waarmede allen buiten het Evangelie gesloten worden, die het tegenstaan; die s t e r k e E n g e l is een eenvoudig getuige des Woords; de e e r s t e o p s t a n d i n g is het zich te zamen verheugen in dat Woord en in deszelfs loop en macht; de t w e e d e dood is het doorgevloeid-zijn van diegenen, die vroeger bekeerd zijn, maar die zich aan de genade hebben gestooten, en er werken als van wet bij ingevoerd hebben; zij vloeien door, zoo zij zich niet onderwerpen. Er zal weder een tijd komen, dat dat Woord weggaat, dan zal alles, wat nog de genade tegenstaat, opnieuw den aanval beproeven en hen, die in de genade overgebleven zyn, aanvallen, maar hun doen en hun werk zal ten vure zijn. Die Openbaring ontving Johannes en gaf ze tot zijnen en der getrouwen troost; zij hebben dien tijd gehad en gezien, en dergelijke dingen herhalen zich overal, waar het Woord gepredikt wordt; die n i e u w e hemel en n i e u we a a r d e , Hoofdst. 21, is niet de hemel in de toekomst, maar is de Gemeente Gods; en als gij op het 4d e Vers van dit Hoofdstuk en op het 2d e van Hoofdstuk 22 met aandacht let, dan ziet gij, dat in dien nieuwen hemel en op die nieuwe aarde g e n e z i n g en v e r t r o o s t i n g is. Kom er mee inwonen!
De poorten worden des daags niet gesloten; en laat varen wat u tegenhoudt en wat niet mede in wil, en zeg aan de leugenaars, giftmengers en vreesachtigen, dat zij buitengesloten zyn; alleen hij, die waarachtig op de borst slaat en zegt: „God, maak mij zondaar vroolijk", ziet dat Rijk, hetwelk is, en hij is in dat Rijk, dat komt; die zich niet aan de genade onderwerpen wil, omdat hij wel weet, dat het dan uit is met de heerschappij der zonde, voedt zich met allerlei ongezonde woorden van allerlei ketterij , dat ook een werk des vleesches is.
Wie de zoete regeering der genade kent, leeft in dat duizendjarig Rijk, hetwelk die nog verwachten, welke hunne conscientiën niet gereinigd hebben van doode werken, en daarom niet in de rust Gods zijn ingegaan. Evenwel zult gij weten dat het Koninkrijk Gods tot u gekomen is, zeide onze Heere tot degenen, die, Hem hoorende, zich van de waarheid des Woords ontsloegen, hetwelk zoo luide in hun binnenste sprak: „Het is er."
(KOHLBRÜGGE, Opleiding tot recht verstand der Schrift.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 september 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Het Duizendjarig Rijk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 22 september 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken