Bekijk het origineel

30. Van de Wedergeboorte.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

30. Van de Wedergeboorte.

De Christelijke Geloofsleer voor School en Huisgezin.

12 minuten leestijd

Door de k r a c h t i g e i n w e n d i g e r o e p i n g doet de H e i l i g e Geest den mensch o n t w a k e n , die dood is in zonden en o n g e r e c h t i g h e d e n , brengt hem uit den dood in het l e v e n (1 Joh. 3 : 1 4 ) en g e e f t hem al wat tot het g e e s t e l i j k bestaan n o o d i g is. Deze w e r k i n g van den H e i l i g e Gee s t h e e t Wedergeboorte. De W e d e r g e b o o r t e is w e r k i n g van de g e n a d i ge s c h e p p e n d e macht van den Geest G o d s , waartoe de mensch even w e i n i g kan b ij d r a g e n als tot zijne l i c h a m e l i j k e g e b o o r t e . De W e d e r g e b o o r t e is altijd o n v e r b r e e k b a a r verbonden met het g e l o o f , hetwelk de H e i l i g e Geest steeds in ons v e r n i e u w t en d a a r d o o r ware kennis Gods en o p r e c h t berouw over e l k e zonde w e r k t ; dus e e n s d e e l s een hartelijk l e e d w e z e n over zijne zonde, a n d e r d e e l s echter eene h a r t e l i j k e v r e u g d e in God door C h r i s t u s en de b e r e i d w i l l i g h e i d om een l e v e n te l e i d e n naar Z i j n e n wil. Naar hare o n d e r s c h e i d e n e w e r k i n g en h e e f t de W e d e r g e b o o r t e v e r s c h i l l e n d e namen; zij h e e t : v e r n i e u w i n g , eene n i e u w e s c h e p p i n g, 2 Cor. 5 : 1 7 , b e r o u w ( z i n s v e r a n d e r i n g ) of bekeer i n g ; b e s n i j d i n g des h a r t e n ; het a f l e g g e n van den o u d e n en het aandoen van den n i e u w e n mensch. Hoewel de Heilige Geest in eens den mensch uit den dood in het l e v e n o v e r z e t , zoo moet de mensch d a g e l i j k s zijn v l e e s c h k r u i s i g e n , nadat het ééns g e k r u i s t is, Gal. 5 : 25. Z o n d e r W e d e r g e b o o r t e of b e k e e r i n g hebben wij ook niet de minste hoop op de z a l i g h e i d : T e n z i j , dat iemand w e d e r g e b o r en w o r d e , hij kan het K o n i n k r i j k Gods niet zien, Joh. 3 : 5.
__________
1. Hoe noodzakelijk de Wedergeboorte uit God is, zien wij het duidelykst uit de uitspraak van Gods Woord, dat wij moeten wedergeboren worden. Ieder mensch, zonder onderscheid, is, als hij ter wereld komt, geestelijk dood voor God en voor de dingen Gods, vervreemd van liet leven Gods, Ef. 4 : 18; en tot het wegnemen van dezen geestelijken dood zijn geene goede voornemens, geen zedelijke wil voldoende, — bij eenen lichamelijk dooden brengt het herstel van de enkele organen geen leven terug, — maar is eene nieuwe schepping noodig, Ezech. 37. Derhalve mogen wij de Wedergeboorte niet voor een herstel houden van de zedelijke kracht, die na den val in den mensch zou sluimeren, maar voor eene nieuwe schepping; de Heilige Geest handelt in de Wedergeboorte met den mensch geheel naar Zijne scheppende kracht, gelijk wij bij de eerste schepping lezen : en Hij had in zyne neusgaten geblazen den adem des levens; alzóó werd de mensch tot eene levende ziel, Gen. 2 : 7. Zoo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel, het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden, 2 Cor. 5 : 17. Want in Christus Jesus heeft noch besnijdenis eenige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel, Gal. 6 : 15. Yan onze Wedergeboorte zegt de Apostel Paulus : Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijne groote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook, toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden) en heeft ons mede opgewekt, Ef. 2 : 4—6; en de Apostel Petrus zegt: Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwigblijvende Woord van God, 1 Petr. 1 : 23. Bij de Wedergeboorte zoekt de Heilige Geest niets bij den mensch, wat nog zou kunnen hersteld en ver! beterd worden, om Gode welgevallig te zijn, maar Hij moet alles nieuw scheppen: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw, Openb. 21 : 5, want: vleesch en bloed (of de mensch, zooals hij van nature is) kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven, 1 Cor.. 15 : 50, daarom geeft God de belofte: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal eenen nieuwen geest geven in het binnenste van u , en Ik zal het steenen hart uit uw vleesch wegnemen , en zal u een vleeschen hart geven, Ezech. 36 : 26.
2. In de Wedergeboorte ontvangt de mensch het ware Goddelijke licht, en in dit licht leert hij God kennen, Zijne gerechtigheid en heiligheid, en zichzelven in zijne zondigheid en verdorvenheid. De onwedergeboren mensch kan niet anders dan de zonde liefhebben, omdat hij haar naar zijn vleeschelijk verstand beoordeelt, anderdeels kan het licht van den Heiligen Geest niet anders dan aan den mensch de zonde in al hare afschuwelijkheid vertoonen, omdat zij in alles Gods heiligheid wederstreeft, daarom is haat tegen de zonde altijd met de Wedergeboorte verbonden; j a , de mensch begint allereerst zichzelven te verafschuwen , omdat hij tot nog toe zich zoo bereidwillig aan de zonde overgaf; zoodra het hemelsch licht den rechtvaardigen Saulus op den weg naar Damaskus omscheen, noemde hij zich den voornaamste der zondaren, 1 Tim. 1 : 15, en was over zichzelven in de hoogste mate bekommerd, Rom. 7 ; met de kennis der afschuwelijkheid der zonde is verbonden het inzicht en de bekentenis van eigene zonde voor God, Ps. 32 : 5 , zoodat het hart geenen vrede heeft, zoolang het niet al zijne zonde tot prijs der genade voor God bekend heeft. De onwedergeborene kan niet anders dan liefhebben dat, wat het verstand prijst, en waarnaar de wil uitgaat, en haten, wat verstand en wil wederstreeft; vanwege de zonde nu zijn de dingen Gods strijdig tegen verstand en wil, daarom kan de vleeschelrjke mensch niet anders dan God en Zijnen wil haten, evenals Adam, die dadelijk na den val voor God vluchtte en zich voor Zijn aangezicht verborg, en de Apostel Paulus zegt klaarlijk, dat het bedenken des vleesches vijandschap is tegen God, Rom. 8 : 7. In de Wedergeboorte geeft de Heilige Geest niet enkel de erkentenis, dat God alleen aller liefde waardig is, maar ook het hartelijk verlangen om naar den wil van God te leven; in Christus, Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, aanschouwt hij alle volheid der Godheid en de fontein van alle zaligheid; daaruit ontstaat eene hartelijke liefde tot God door Jesus Christus, een oprecht verlangen naar Zijne gemeenschap en waarachtige, kinderlijke vreeze, opdat wij dezen goeden God niet opnieuw beleedigen en zoodoende wedero'm van Hem, de fontein des levens en der zaligheid 7 afgesneden worden. Het vleeschelijk leven openbaart zich in verlangen naar spijze en drank, desgelijks openbaart zich het geestelijk leven bij de wedergeborenen in verlangen naar God en Zijne genade, gelijk David zegt: Mijne ziel dorst naar God, naar den levenden God, Ps. 42 : 2, 3; 03 : 2. Daarom spreekt de Heere Christus hen zalig, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, Matth. 5 : 6. De wijze der Wedergeboorte laat zich wel is waar beschrijven, maar de kracht en de heerlijkheid van haar kunnen wij niet naar waarde schatten, zoolang wij niet door den Heiligen Geest Zelven wedergeboren zijn.
3. Het veelvuldigst noemt men de Wedergeboorte naar hare werkingen: bekeering en berouw (verandering van zin). De bekeering wijst ons onze verkeerde richting aan, waarmede wij ons van nature van God afwenden, gelijk de Profeet Jeremia met nadruk zegt: Zij keeren Mij den nek toe en niet het aangezicht, Jer. 2: 27; al onze gedachten en begeerten wenden zich van nature van God af, daarom noodigt God ons uit: Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde, Jes. 45 : 22. Door de Wedergeboorte geeft de Heilige Geest aan de ziel des menschen in alles de richting tot God, bij Wien zij veilig is, gelijkerwijs het schip eerst dan veilig is, als het den haven heeft bereikt, of gelijk de duif veilig was, toen zij in de arke Noachs was teruggekeerd: Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen, 1 Petr. 2: 25. De waarachtige bekeering is niet eene zedenverbetering, het nalaten van eenige ongerechtigheid en het navolgen van eenige deugden, maar de vernieuwing des. harten, zoodat wij in waarheid alle zonde en onszelven haten, (terwijl wij beide vroeger liefhadden), en van ganscher harte God in Christus zoeken, in Wien alleen wij alle geluk aanschouwen. Waarin de waarachtige bekeering bestaat, leert ons de Apostel Paulus, als hij zegt, dat hem de Heere gezonden heeft: om hunne oogen te openen en hen te bekeeren van de (luisternis tot het licht, en van de macht des Satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof, dat in Christus is, Hand. 26 : 18. — Evenmin mogen wij het berouw houden voor een boetvaardig ondergaan der straf voor begane zonden, alsof grootere zonde door grooter berouw werd weggenomen, of denken, dat de mensch hier of daar boete kan doen; dat is lijnrecht tegen Gods Woord. Het berouw (*) is verandering van zin, een zich afkeeren van de ijdele en vleeschelijke dingen, en een zich keeren tot den levenden God, wat alleen de Heilige Geest in den mensch kan werken, en dat niet uit menschelijke voornemens ontspringt.
4. Waarheid is hetgeen Johannes zegt 1 Joh. 3 : 9 : Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. De Apostel heeft hier echter het oog op de zonde van het verlaten der leere Christi en dientengevolge het prijsgeven der gemeenschap dergenen, die belijden Jesus Christus in vleesche gekomen; deze zonde begaat de wedergeborene niet; zij is het zondigen tegen den Heiligen Geest, waarvoor geene vergeving is. Zoo zegt ook de Heere Christus: dat het niet mogelijk is, dat de uitverkorenen verleid worden, Matth. 24: 24. Maar overigens staat het vast, dat ook de wedergeborene blijft zondigen. De Apostel zegt: Want het vleesch begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vleesch, Gal. 5 : 17; Rom. 8 : 7. Het vleesch onderwerpt zich der Wet Gods niet, en het kan ook niet. — Ook de allerheiligsten, zoolang zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel van de gehoorzaamheid. (Heidelb. Catechismus Vraag 114.) Maar tegenover de heerschappij des vleesches staat de Heilige Geesty en Die laat door het vleesch Zich niet verslaan. Intusschen weet niemand, hoe zwaar en verschrikkelijk de strijd tegen het vleesch en de aangeborene zondigheid is, dan degene, die waarlijk uit Gods Geest geboren is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 oktober 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

30. Van de Wedergeboorte.

Bekijk de hele uitgave van zondag 20 oktober 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken