Bekijk het origineel

32. Van de Heiligmaking.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

32. Van de Heiligmaking.

De Christelijke Geloofsleer voor School en Huisgezin.

13 minuten leestijd

De z o n d a a r , die voor Gods R e c h t e r s t o e l r e c h t - v a a r d i g is v e r k l a a r d , w o r d t ook door den Geest v a n C h r i s t u s n a a r Gods b e e l d v e r n i e u w d , en d it w o r d t in de H e i l i g e S c h r i f t g e n o e m d H e i l i g m a - k i n g ; deze H e i l i g m a k i n g is de d a g e l i j k s c h e v e r - n i e u w i n g n a a r Gods b e e l d in C h r i s t u s , een ged u r i g zich v a s t h o u d e n aan C h r i s t u s en a a n Z i j ne g e n a d e , h e t s c h e p p e n uit Zijne v o l h e i d van a 11 e s7 w a t t o t het l e v e n en de g o d z a l i g h e i d b e h o o r t, 2 P e t r . 1: 3, z o o d a t C h r i s t u s met Z i j n e v e r d i e n - s t e n de e e n i g e F o n t e i n bl ij ft zoowel van onzere c li tv a a rd i g m a k i n g als v a n onze H e i l i g m a k i n g ,, w a n t : II i j is ons g e w o r d e n w ij s h e i d van God. en r e c h t v a a r d i g h e i d , en h e i l i g m a k i n g , en verlossing. 1 Cor. 1 : 30, en het b l o e d van Je sus C h r i s t u s, « r G o d s Z o o n , r e i n i g t ons van alle z o n d e , 1 J o h . 1: 7.
De B e w e r k e r van o n z e H e i l i g m a k i n g is de H e i l i ge G e e s t , 1 P e t r . 1 : 2, Die ons met h e t w a r e g e l o of b e g i f t i g t , Gods W e t op de t a f e l e n van ons h a rt s c h r i j f t , ons door Zijne m a c h t l e i d t op den w egvan Gods g e b o d e n , en ons l e e r t b i d d e n in G e e st en w a a r h e i d , o p d a t wij Go de voor Z i j n e w e l d a d en d a n k b a a r zijn. H i e r u i t zien w i j , dat de H e i l i g m a - k i n g niet is: het l e i d e n van een zedelijk leven, het v o l b r e n g e n v a n C h r i s t e l i j k e deugden, of g o e de w e r k e n , of het zich v o l m a k e n in de g o d z a l i g h e i d r m a a r het zich laten leiden door den H e i l i g e n Geest o p d e n w e g , d i e Cot d e n Y a d e r l e i d t , w e l k e is C h r i s t u s . Opdat wij de H e i l i g m a k i n g niet z o e k e n in een ordelijk b u r g e r l i j k leven of in het v o l b r e n g en d e r C h r i s t e l ij ke d e u g d e n , g e e f t ons de H e i l i g e Geestr in Zijn Woord het r i c h t s n o e r onzer H e i l i g m a k i n g ,, dat is: het gebod, n a a r h e t w e l k H i j ons leidt in de door C h r i s t u s v e r v u l d e VYet, n a m e l i j k : de goede w e r k e n . Het g a a t met onze H e i l i g m a k i n g n i e t dien weg op, dat wij ons steeds heiliger, en tot zonde o n b e k w a m e r zien worden; maar als wij steeds meer onze v e r d o r v e n h e i d voelen en in het licht van Gods- Geest e r k e n n e n , dat tot het o v e r w i n n e n ook der k l e i n s t e zonde en het blijven bij de g e n a d e a l l é én de macht van C h r i s t u s g e l d t , zal C h r i s t u s in ons w a s s e n , en z u l l e n wij in onszei ven m i n d e r worden, Joh. 3 : 30.
__________
1. Heiligmaking, zich heiligen heet in de Heilige Schrift een zich van gemeene dingen afzonderen ; derhalve heet het volk Israëls een heilig volk, omdat God hen van de overige natiën heeft afgezonderd, gelijk Deuteron. 7 : 6 geschreven staat: Want gij zijt een heilig volk den Heere, uwen God; u heeft de Heere, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardboden zijn. De fontein van onze Heiligmaking is het bloed van Jesus Christus, <lat in het Oude Testament werd afgebeeld door het bloed der •offeranden, en dat onze zonden afwascht, gelijk do Apostel Paulus zeo-t: Want O indien het bloed der stieren en bokken en de asch -der jonge koe, besprengende de onreinen, hen heiligt tot de reinigheid des vleesches: hoeveel te meer zal het bloed van «Christus, die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van doode werken, om den levenden God te dienen. Hebr. 9: 13, 14; Openb. 1 : 5. Daarom noemt de Apostel de geloovigen „heiligen of geheiligden in Christus en geroepene heiligen'"; 1 Cor. 1 : 2 ; Rom. 1 : 7.
Door de bevlekking der zonde is de mensch onrein voor God geworden, en daarin is geen onderscheid onder de volken: Wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn 4ils een wegwerpelijk kleed. Jes. 64 : 6. Daar echter alle onreinheid der zonde Gode een gruwel is, en God den zondaar niet bij Zich kan dulden, zoo moet de mensch allereerst gereinigd en geheiligd zijn, om tot den heiligen God te mogen naderen, gelijk de Apostel Paulus zegt: Jaagt de Heiligmaking na, zonder welke niemand den Heere zien zal, Hebr. 12: 14; en de Heere Jesus zegt: Zalig zijn de reinen van harte, want zij zullen God zien, Matth. 5 : 8. Gelijk God ons uit genade heeft zalig gemaakt en ons heeft gerechtvaardigd door het geloof in Christus zonder onze verdiensten, evenzeer heiligt Hij ons ook zonder ons toedoen: "Want dit is de wil van God, •uwe Heiligmaking, 1 Thess. 4 : 3. Christus heeft Zichzelven voor ons geheiligd, opdat ook wij geheiligd mogen worden in waarheid, Joh. 17 : 19; daarom betuigt de Heere zoo dikwijls aan Zijn volk: Ik ben de Heere, Die u heilig! Lev. 22 : 32, opdat wij onze Heiligmaking enkel in Christus zoeken.
2. Wat echter is de waarachtige Heiligmaking des Geestes? De Apostel Paulus zegt: Dewijl wij dan deze belofte hebben, •Geliefden: laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods, 2 Cor. 7 : 1. Op grond van deze en dergelijke -uitspraken der Schrift houdt men de vroomheid, het volbrengen van Christelijke werken der liefde en de beoefening der deugd voor de Heiligmaking des Geestes. In het werk der rechtvaardigmaking erkent men nog de genade van Christus als iets 'noodzakelijks, maar in het werk der Heiligmaking meent de mensch, dat het aan hem blijft overgelaten, zijne krachten te beproeven, hoever hij het in de heiligheid kan brengen en hoevele overwinningen hij over de zonde zal behalen; bij de rechtvaardigmaking hebben wij nog Christus van noode, maar de Heiligmaking hangt van onze eigene macht af, zoodat wij trapsgewijze steeds hooger moeten klimmen en onszelven volmaken , tot wij niet meer in staat zijn zoovele en grove zonden te begaan, en Gods Wet niet meer van noode hebben. Dit is echter Heidensche zedeleer onder Christelijken naam. Zulke 'Heiligmaking doodt niet de oude vleeschelijke natuur, maar versterkt haar nog meer in haren wederstand tegen den Geest en de genade van Christus; het einde van zulke Heiligmaking is geestelijke hoogmoed en farizeesclie eigengerechtigheid, -dat is het reinigen van het buitenste der drinkbekers en «der schotels, Matth. 23 : 25. Hierbij vergeet men, dat de Heere Jesus juist van onze Heiligmaking zegt: zonder Mij kunt gij niets doen; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, Joh. 15 : 5, en dat God het is, Die in u werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen. Fil. 2 : 13.
3. De ware Heiligmaking brengt niet de mensch tot stand door zijne vrome gezindheid of door zijn streven naar reiniging, maar alleen de Heilige Geest, Die derhalve in de geloovigen woont. Voor God iets te willen schijnen is slechts zelfbedrog, en de Heilige Geest begint het volbrengen der Heiligmaking in de rechtvaardigverklaarden door hun zulk een zelfbedrog te openbaren en hen daarvan af te brengen. Hij leidt hen daarentegen tot Christus, in Wien wij niet slechts alle gerechtigheid bezitten, maar ook de kracht tot overwinning. De ware Heiligmaking komt slechts door het ware geloof in Christus en geenszins door ons doen tot stand. In. Christus7 dood zijn wij der zonde gestorven, en slechts zoolang wij ons aan Christus houden, dat is: zoolang de Heilige Geest door de kracht van Christus in ons werkt, doen wij, wat voor Gods aangezicht goed is. Met het oog hierop zegt de Apostel Paulus: Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft, Fil. 4: 10; en: Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons liefgehad heeft, Rom, 8: 37. Opdat wij echter in onze Heiligmaking niet wederom in zelfvertrouwen vervallen, werkt de Heilige Geest tegelijkertijd in ons met het levend geloof het ware gebed. Het gebed is de polsslag des geestelijken levens, en de geloovigen bidden des te meer, hoe meer dit bewustzijn in hen leeft, gelijk ook de Apostel vermaant, zeggende: Bidt zonder ophouden, 1 Thess. 5: 17. Het gebed behoeft niet uit vele woorden te bestaan, is ook niet een bestendig handenvouwen, maar is een zich in het verborgene vasthouden aan den Heere en Zijne genade, een gedurig uitgaan tot den Heere in al onze zwakheden en noodeu, en een prijzen des Heeren voor elke van Hem ontvangene genade. Het voorbeeld van een waarachtig gebed is voor ons het Gebed des Heeren, Matth. 6: 9 —13, of ook de verzuchting, door den Heiligen Geest gewerkt: Abba, Vader! Gal. 4: 6.
4. Opdat wij echter in onze Heiligmaking niet bedoelen eigene eer en niet voor Heiligmaking houden, wat zij niet is voor God, brengt de Heilige Geest ons Gods heilige Wet onder het oog, opdat Hij ons Gods wil doe kennen, die het richtsnoer is onzer Heiligmaking, 1 Thess. 4 : 3 . De Heilige Geest schrijft Gods Wet niet in het hart der wedergeborenen, opdat zij wederom aan die Wet zouden onderworpen zijn, zoodat zij door de vervulling derzelve iets bij God zouden verdienen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade, Rom. 6: 14, — maar opdat Hij hen leide tot de ware dankbaarheid aan God voor Zijne weldaden.
Wat de geloovigen, nadat zij gerechtvaardigd zyn, door de kracht des Heiligen Geestes volgens Gods Wet volbrengen, dat doen zij niet, om daardoor Gode te behagen of lof in te oogsten, maar uit dankbaarheid jegens God en uit liefde tot den naaste, omdat de liefde van Christus hen dringt, 2 Cor. 5: 14. En dat zijn goede werken, die door den goeden Geest van Christus in de geloovigen zijn gewerkt. De goede werken hebben tot richtsnoer: Gods Wet, en tot éénig doel: Gods verheerlijking in Christus; derhalve is in hetgeen de menschen in hunne eigenliefde en schijnbare godzaligheid goede werken noemen, bitter weinig goeds voor Gods heilig aangezicht.
Het voornaamste , ja liet eenige goede werk is eigenlijk het geloof, dat zich aan Christus vastklemt, in Wien de volheid woont van alle goed, gelijk de Heere Jesus van Maria getuigde, die zich aan Hem vasthield: dat zij het goede had gekozen, dat niet van haar zou genomen worden. Luk. 10: 42.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

32. Van de Heiligmaking.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 november 1889

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken