Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Overdenking over Ev. Matth. 22 : 1—14. (Slot).

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overdenking over Ev. Matth. 22 : 1—14. (Slot).

11 minuten leestijd

Nog treffender en schrikkelijker is het vonnis, dat de Koning in het andere deel der gelijkenis velt. Omdat de Koning goedertieren is, daarom geeft Hij Zijnen Zoon toch een volk. Al wordt ook de bruiloft veracht door de Joden en door allen, die aan den naam van Gods volk te zijn genoeg hebben. Hij roept een volk van de wegen en heggen; tot de Heidenen en tot ons, die niet de minste aanspraak kunnen maken om Gods volk te zijn, komt telkens door de prediking des Woords de ernstige roeping, om te komen tot de bruiloft; de arm sten en ellendigsten , de verminkten, de kreupelen en blinden, ja, die in heggen en wegen der zonden zich ophouden en verre van Gods heiligen tempel zijn, ook zij worden genoodigd en geroepen, en geen arme zondaar behoeft te twijfelen, of deze roeping ook hem geldt, want de Koning zegt: „ d w i n g t h e n om in te k o m e n , o p d a t Mijn h u i s vol w o r d e . "
Daar komen dan ook velen, kwaden en goeden worden vergaderd, de bruiloft wordt vervuld met aanzittende gasten. Maar de Koning komt ook, om de gasten te overzien, en Hij z i e t a l d a a r e e n m e n s c h z o n d e r b r u i l o f t s k l e e d . Hij zegt tot hem: „Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende?" En als de mensch verstomt, luidt het vreeselijke vonnis: „Bindt zijne handen en voeten, neemt hem wsg en werpt hem uit in de buitenste duisternis: daar zal zijn weening en knersing der tanden; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren." Waarom verstomde deze mensch? Omdat het hem genoeg was om aan te zitten, om te genieten van het licht in de bruiloftszaal. Maar hij onteert zoowel den Koning, als den Zoon, door niet om te zien naar een passend bruiloftsgewaad. Immers op eene aardsche bruiloft zou men ten hoogste gekrenkt worden, als iemand onverschillig en minachtend meu vuile slechte kleederen verscheen. Zulk eene verachting straft de Koning dan ook; de mensch verstomt, overtuigd van zijne zonden, en verliest het licht, dat hij nog had; li ij wordt uitgeworpen, waar hij zoo zeker dacht te zitten, in de buitenste duisternis. Hij was niet goed, maar kwaad, omdat hij zulk eene verachting had getoond. Die verachting was te grooter, omdat het in het oosten gewoonte was, dat de rijke, die de bruiloft bereidde, ook aan eiken gast het bruiloftskleed gaf. Deze booze gast alzoo had zijne eigene slechte kleederen voor goed genoeg gehouden, daarom verwierp hij de genade des Konings, die hem een kleed schonk, en deed der heerlijkheid des Konings en der bruiloft schande aan. Waarom was deze gast boos!' Omdat hij zoo smadelijk handelde. Wat is het kenteeken, dat hij wel geroepen was, maar niet uitverkoren? Dit dat hij er zich niet om bekommerde, in welk kleed hij aan de bruiloft aanzat. Nemen wij deze woorden ter harte, want de woorden: „Velen zijn geroepen, doch weinigen uitverkoren", zijn geschreven ons ten nutte, zoo wij hooren, om ons te leeren, dat, hoe wij God ook onteeren, Hij, de Almachtige, toch zal triomfeeren over alle Zijne haters.
Wij zitten te zamen aan de bruiloft, die de Vader van onzen Heere Jesus Christus gemaakt heeft. De spijze van Gods Woord, van het Evangelie der genade, dat Christus Jesus in de wereld is gekomen, om zondaren zalig te maken, ligt voor ons en wordt ons in de jjrcdiking des Woords voorgezet; daarbij ontvangen wij de Sacramenten, die dit Evangelie bevestigen en verzegelen. Wij leven in het licht, dat aan de bruiloft is, want God spaart de wereld en ook ons nog alleen, omdat Christus nog niet al Zijne uitverkorenen heeft vergaderd en daarom nog met het licht van Zijn Woord in ons midden is. Maar hoe zitten wij nu aan? hoe bevinden wij ons bij de spijze des Woords, bij het licht des Evangelies? Hoe zal ons de Koning vinden, als Hij met vlammende oogen alles in eens doorziet? Zullen wij eeuwig in het licht blijven? Wat is tocli dat bruiloftskleed, zonder hetwelk de toorn des Konings ons doet vergaan? De g o e d e bruiloftsgasten, de u i t v e r - k o r e n e n doen het aan ter eere des Konings , want de Apostel Paulus getuigt: „God heeft ons uitverkoren in Christus voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde." Trekken alzoo de uitverkorenen Gods het bruiloftskleed aan ter eere des Konings, het wil ons zeggen , dat dat het kenteeken der uitverkorenen Gods is, dat het hun gaat om heiligheid en gerechtigheid, nog meer, dan om van het licht der bruiloft te genieten. Verstaan wij het wel, d i t is het kenmerk van de uitverkorenen Gods, van hen, die goede bruiloftsgasten zijn, dat het hun te doen is, om zelf rechtvaardig te zijn voor God en om heiliglijk voor Zijn aangezicht te wandelen tot Zijne eere. Z inder volkomene gerechtigheid naar de W e t , zoo innerlijk als uiterlijk, kunnen wij niet bestaan voor God, en dan alleen leven w[j Hem ter eere, wanneer wij recht doen en weldadigheid liefhebben en ootmoediglijk wandelen met onzen God, j a dan alleen , wanneer wij in de waarheid wandelen en ons kruis dagelijks opnemen en onszelven verloochenen. Dat kleed van volmaakte rechtvaardigheid en van eenen stillen wandel voor God wordt aan de bruiloft aan eiken geroepenen gast geschonken. God kent ons wel, dat wij in het paradijs geheel in zonde zijn gevallen. Hij weet wel, dat wij in Zijn gericht niet kunnen bestaan, ook, dat wij gansch verdorven zijn geworden, onbekwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad. Waar Hij ons nu door Zijn Woord roept aan de bruiloft Zijns Zoons, daar heeft Hij Zelf voor ons dit bruiloftskleed bereid. Christus Zelf heeft door Zijnen dood alle schuld der zonde betaald en "volmaakte gerechtigheid aangebracht, en wie IIem heeft, heeft geenen dooden Christus, maar eenen, Die uit de dooden is opgestaan; daarom schenkt Hij Zijnen verworvenen Geest aan eenen iegelijk, die in Hem gelooft, en door dezen alinachtigen Geest leidt Hij de Zijnen midden in de paden der gerechtigheid, — door dien Geest hebben zij een ernstig voornemen om naar alle geboden Gods te leven. Hoe gaat het nu met ons, als wij aanzitten aan de bruiloft, waar Christus Zelf en Zijne gave de spijze zijn? Gaat het ons, om den Koning en der bruiloft ter eere in gerechtigheid te wandelen? O, zoo velen is het genoeg, als zij nog in het licht verkeeren; zoo velen zitten aan, hebben somwijlen gaarne de vooraanzittingen, meenen, dat God wel gebonden is om hen zalig te maken, en bekommeren zich niet om het kleed der gerechtigheid, noch om in Gods geboden te wandelen naar geest en waarheid. Zoo velen zitten er aan de bruiloft, hooren Gods Woord en willen daar alléén komen, om met hunne eigene kleederen goedgekeurd te worden. Zoo velen hebben de eigene kleederen, uit den zondenval medegebracht, opgesierd met uitwendigen godsdienst, met vleeschelijke werken, met veel kennis en veel woorden. Maar God wil niet de woorden, maar de kracht. Het is de vraag: is u waarlijk de volkomene genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van God als de uwe geschonken? Dan zult gij ook zelf in al uwen wandel naar gerechtigheid jagen, dan zult gij bij uzelven beginnen, en omdat het bruiloftskleed geschonken wordt, u niet onttrekken, j a , u niet verontschuldigen, omdat gij een arme zondaar zijt; hoeveel te meer gij uwe armoede en uw onvermogen gevoelt, des te begeeriger zult gij het bruiloftskleed aannemen en niet rusten, voor dat gij het hebt aangetrokken.
Dit is het kenmerk der goede bruiloftsgasten. Zij zijn niet goed in zichzelven, maar de eere huns Konings, Wiens roeping hen getrokken heeft tot Zijne bruiloft, en Wiens genade hen verheugt, de eere huns Konings gaat hun zeer ter harte. Daarom doen zij Hem de smaadheid niet aan, van in hunne eigene kleederen, in hunne zonden en zelfgemaakte vroomheden zichzelven te rechtvaardigen. Als door en door arme zondaars heeft God Zijne uitverkorenen getrokken uit alle wegen, en dat doet Hij nog. O, de weinige uitverkorenen waren te voren overweldigd van zonde en misdaden, gansch verloren. De stem Gods, het Woord der hemelsche roeping doet hen verlangen naar leven, naar gerechtigheid , naar vrede. Het is hun genade, dat zij geroepen worden tot de bruiloft des Zoons; zij komen, getrokken met koorden der eeuwige liefde; zij kunnen niet zien op velen, die ook geroepen worden; zij moeten gerechtigheid hebben voor God, zij moeten in gerechtigheden wandelen, want met hun gansche hart zeggeu zij: „De Heere is groot, genadig en rechtvaardig; en onze God ontfermt Zich op 't gebed." Daarom is het hun genade, dat de Koning ook het bruiloftskleed hun schenkt, en in deze kleeding willen zij gaan , willen zij zitten aan de bruiloft.
Zoo doen de goede bruiloftsgasten, de uitverkorenen Gods; en deze worden niet uitgeworpen in de buitenste duisternis. Aan de bruiloft is Christus Jesus hun licht, omdat Hij hen als Zijne bruid Zich heeft ondertrouwd, hoewel zij had geboeleerd met alle afgoden der wereld. Hij schijnt in hunne duisternis, waarin zij door de zonden zijn; Hij is hun licht in elke duisternis van kruis en tegenspoed, en licht hun voor tot den vollen middag, waar zon noch maan van noode zijn, waar de heerlijkheid Gods het licht geeft, waar het Lam de kaars is deieeuwige stad. Dan zullen alle die geroepenen, die rustig zaten aan de bruiloft, zonder hat bruiloftskleed te hebben aangedaan, weenen en knersen op de tanden; dan zullen in debuitenste duisternis worden uitgeworpen allen, die eene wijle het licht zagen, maar hunue eigene kleederen van eigene vroomheid en eigene gerechtigheid goed genoeg hebben geacht. Verstommen zal de onrechtvaardige mond, die to voren zoo stoutmoedig was, alsof hij over hemel en hel bad te beschikken, en God zal gerechtvaardigd zijn.
Een iegelijk beproeve zichzelven aan het waarachtige Woord des Heeren! Zullen wij niet vreezen voor den toorn des Konings, die de stad der doodslagers in brand steekt? Zullen wij eenig licht behouden, wanneer de Koning werpt in de buitenste duisternis? Zullen wij onszelven kunnen verontschuldigen als arme zondaars, tot niets goeds bekwaam, waar aan de bruiloft alle dingen gereed zijn, ook het bruiloftskleed ? Zal iemand zeggen: als ik niet ben uitverkoren, dan baat het toch niets? Staat er geschreven, dat die mensch werd uitgeworpen, omdat hij niet uitverkoren was? of staat er, dat hij verstomde en uitgeworpen werd, omdat hij het bruiloftskleed niet had aangetrokken? Zal dan ook iemand in zijne eigene kleederen, door zijne eigene vroomheid, zich als een uitverkorene kunnen handhaven? zooals ook de Joden en inzonderheid de Faiizeën en Schriftgeleerden zich hielden voor het uitverkoren volk, maar zijn geoordeeld, omdat ook zij het bruiloftskleed versmaadden. Zal iemand vragen: hoe weet ik, dat ik het bruiloftskleed aan heb? „De Trooster zal u in alle waarheid leiden; Die zal u indachtig maken, wat Ik gesproken heb; Die zal uit het Mijne nemen en het u verkondigen", dat is des Heeren Jcsus Woord. Die Geest schenkt ons de gerechtigheid van Christus alleen, als het ons om gerechtigheid te doen is; Die Geest trekt ons dat bruiloftskleed aan, als ons de wil en de «ere des Konings ter harte gaat; die Geest echter is heilig, daarom komt Hij niet neder op de onrechtvaardigen, zoolang zij hunnen zondedienst en hunne wereldliefde met bedriegelijke en schoonschijnende woorden, met werken des vleesches bedekken en rechtvaardigen.
Wien het echter te doen is om eeuwig leven, die klaagt zichzelven aan wegens zijne ongehoorzaamheid aan de roeping des Heeren, soms door menige kastijding vergezeld, die doet de goede keuze en vernieuwt ze telkens; het is hem tot troost geschreven, dat eens menscben onwaardigheid enkel daarin bestaat, dat hjj niet komen wil tot de bruiloft, en dat de Koning ook den alleronwaardigste, die den werelddienst vaarwel zegt, voor een waardig bruiloftsgast zal houden. Wien het te doen is om rechtvaardig te zijn en rechtvaardig te wandelen, die zij niet al to zeer mismoedig, wanneer zijn geweten hem beschuldigt, dat hij tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen derzelve gehouden heeft, j a , dat hij ook nog geneigd is tot alle kwaad, — dat is onze naaktheid, die door onze eigene kleederen niet wordt bedekt, maar wel door het bruiloftskleed, waarmede de Koning Zijne gasten Iaat kleeden. Wie in dat kleed aanzit en daarin rond gaat, behoeft niet te verstommen, als de Koning komt, — dat kleed is het kleed >van het hemelsch paleis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 februari 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

Overdenking over Ev. Matth. 22 : 1—14. (Slot).

Bekijk de hele uitgave van zondag 16 februari 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken