Bekijk het origineel

Het getuigenis van Jesus aangaande Zichzelven. (Slot.) (4)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het getuigenis van Jesus aangaande Zichzelven. (Slot.) (4)

7 minuten leestijd

Zeer duidelijk vat Jesus, Matth. 20 : 28, Zijn levensdoel met deze woorden saam : De Zoon des menschen is niet gekomen om gediend te worden (5i«xoinj!trivai), maar om te dienen en om Zjjne ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Door dit rantsoen, dat in Zijn prijsgegeven leven bestaat, zullen velen vrijgekocht worden, en wel uit hunnen staat van slavernij en dienstbaarheid. Jesus veronderstelt dus dienstbaarheid, gevangenschap voor deze velen, en voor dezen geeft Hij Zich als Den- <^ene over, die met Zijn lichaam voor deze velen losgeld geeft, opdat zij vrij zouden zijn. Hij betoont Zich dus als het rechte Paaschlam, wiens bloed weleer de verlossing uit Egypte heeft bewerkt. Hij veronderstelt, dat de heilige God den dood over de zondaren besloten heeft, en wel om hunner zonden wil. Zij zijn in den dood besloten. Terwijl Jesus voor deze zondaren den dood onderging, beweegt Hij God daardoor, dezen vrij te laten. Deze woorden behelsen voor hen, die jaarlijks met het gansche Israël het paaschlam slachtten en hunne deuren met het bloed des lams bestreken en alzoo een losprijs hadden, niets nieuws. Deze Israëlieten waren daaraan gewoon, zich door een losgeld van de straf vrij te koopen, en niet door de eigene zedelijke inspanningen des menschen. De geheele offerdienst had reeds Jesus' hoorders bekend gemaakt met de gedachte, welke de Heere hierbij uitspreekt, namelijk dat er een rantsoen is, en dat de Messias het tegenbeeld der offers is, en bewerken zal hetgeen de offers in beeld voorstellen, zonder dat deze volkomen de zonde zouden kunnen verzoenen. Dit kon alleen de Messias, die juist eene volle betaling bracht van hetgeen de schuldbewijzen der offerdieren in zich hielden. Nog meer waren de Israëlieten door hunne Profeten met de gedachte bekend gemaakt, dat eenmaal een Mensch van God komen zou, die door Zijn lijden en sterven voor alle zonden des volks verzoening zou aanbrengen, Jes. 53 : 10, 11. Wat een stom dier niet vermocht, maar alleen in beeld, dat doet deze Man Gods in werkelijkheid : Hij neemt zonden weg. Om dit te verstaan, moet men wel is waar in deze theologie opgegroeid zijn. De geheele Israëlietische wereld kende toen geene andere verwachtingen, en Jesus zegt niets onverstaanbaars. Der tegenwoordige wereld zijn deze dingen onverstaanbaar. Anderen zijn er, die ze niet willen verstaan. God heeft juist den Messias tot Borg, tot Plaatsvervanger van Zijn met schuld beladen volk uitverkoren. Jesaia 53 verkondigt zulks met bazuingeschal. Hij komt om tot stand te brengen, wat de offers slechts in schaduwbeeld beloven konden, namelijk verzoening der zondaren. Het was de eenige weg om het doel te bereiken, om zonde van zondaren weg te nemen, dat juist zulk een optreedt, wien zij kan worden toegerekend. Dat zulks geschieden kon, dat men zonden op eenen Middelaar kon overdragen, daarvan zijn de Wet en de Profeten getuigen, en millioenen offerdieren. Er wTas Eén, om zonden weg te nemen.
De overneming van Zyn lijden en van Zijnen dood noemt Jesus in hetzelfde verband, Matth. 20: 22, een doop, die Hem wacht. Ook de zalving, welke Maria aan Hem volbrengt, beweegt Jesus wederom, Zijne jongeren op het einde heen te wijzen, namelijk op Zijne aanstaande begrafenis; Joh. 12: 7, 8, 20—24, vergelijkt Jesus Zich met het tarwegraan, dat eerst sterven moet om vrucht voort te brengen; sterft het niet, zoo blijft het alleen; hoofdzaak is dus, dat het sterft. Ook bij het heilige Avondmaal is de betrekking tot Jesus' dood, n. 1. tot het gebroken lichaam en het te vergieten bloed, ten dienste van een Nieuw Verbond, de hoofdzaak, en het gebruik des Avondmaals dient alleen daartoe, des Heeren dood te verkondigen totdat Hij komt. Wij zien daaruit, dat het lijden de tol is, welken Jesus der gerechtigheid Gods betalen moet. Het gaat om eene genoegdoening, eerst dan kan de liefde doen wat zij wil, want anders zou de zonde eeuwig blijven en tegen den mensch getuigen. Juist dit is het diep geheim der vleeschwording van den Logos, dat God geen onderscheid maakt tusschen Hem en ons in de dagen Zijns vleesches, en dit geschiedt, opdat God daarna, na de verhooging, geen onderscheid behoeft te maken tusschen ons en IIem. Christus is met Zijne leden dan in den zaligen stand, waar alles verzoend, alles weder terecht is gebracht. Hij is Borg, Plaatsbekleeder en Hoofd niet voor Zichzelven, maarvoor de Zijnen. De vraag echter, het zwaar geheim is: hoe de zonde te vernietigen zij. Zoo God den zondaar naar recht wilde straffen, dan bleef van den zondaar niets over ; de zonde zou eerst met den laatsten ademtocht weggedaan zijn uit de wereld. Opdat zulks niet hebbe te geschieden, heeft God eerst als schaduwbeelden alle offerdieren goedgekeurd, en aan de toebrenging van dezen eene verzoening verbonden, daarna echter heeft God Christus, Zijnen Zoon, gezonden en van Hem genoegdoening geëischt en ook verkregen. Deze Verlosser vervult de Wet, is ook in staat haar te vervullen als mensch; Hij is in staat gehoorzaam te zijn, gehoorzaam tot den dood des kruises; Hij geeft Gode de eer; Hij onttrekt Zich aan het lijden niet; Ilij erkent daarin den wil van God, dat Hem de verzenen vermorzeld worden, dat Hij drinke uit den kelk, dien Hem de Vader toereikt. Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede. Hij is het tegenbeeld der offers, het piaculum mundi, op Hem wordt op den grooten verzoenda g de geheele zonde van Joden en Heidenen overgedragen. Hij bewerkt de volheid der gaven en den zegen Gods voor Israël en alle volken.
Niet minder vast is Jesus van de tweede hoofdzaak Zijns werks overtuigd, namelijk dat eene heerlijkheid daarna volgt. Reeds op meerdere plaatsen, waar het lijden genoemd wordt,, voegt Jesus bij de schaduwzijde ook de lichtzijde. Zoo verkondigt Jesus in Joh. 2 : 19 reeds ook de opstanding: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten. Dit is geen vermoeden noch ijdele verwachting, maar eene vaste afgebakende zaak. Ook Luk. 9 : 20—22 stelt nadrukkelijk Zijne opstanding op den voorgrond. Joh. 12 : 20 komen Grieksche Joden, om Jesus te bewonderen als een groot wonderwerk. Jesus wijst echter zulk een verlangen en zulk eene tentoonstelling af; Hij wil niet bewonderd worden. Ilij geeft Zijnen discipelen den eenigen mogelijken weg ter verheerlijking aan, namelijk: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft . . . . Hij is het tarwegraan; Hij moet eerst sterven, dan zal Hem de geheele wereld weder zien.
Ook in de reeds behandelde plaats, waar Hij, na de belijdenis van Petrus, Zijne jongeren op het lijden van den Christus heenwijst, ook hier laat Hij de heenwijzing op Zijne verheerlijking volgen, Matth. 16 : 27, 28: De Zoon des menschen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders met Zijne engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar Zijn doen. Voorwaar zeg Ik u: er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des menschen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.
Ook bij het Heilige Avondmaal ontbreekt niet eene lichtgevende heenwijzing naar de opstanding. Voor Zijn afscheid wijst Hij heen naar den tijd, waar Hij op geheel andere (nieuwe) wijze met Zijne jongeren discligemeenschap hebben zal. Ook hier behoudt Hij Zich de opstanding voor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 april 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Het getuigenis van Jesus aangaande Zichzelven. (Slot.) (4)

Bekijk de hele uitgave van zondag 13 april 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken