Bekijk het origineel

Ter verklaring van Handelingen der Apostelen, Hoofdstuk 17.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ter verklaring van Handelingen der Apostelen, Hoofdstuk 17.

7 minuten leestijd

„Deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijnen Naam te dragen voor de Heidenen en de koningen en de kinderen Israels, want Ik zal hem toonen, hoeveel hij lijden moet om Mijnen Naam." Deze woorden sprak de verheerljjkte Heiland van d e n Apostel, die zich niet waardig keurde een Apostel genaamd t e worden, maar wiens arbeid nochtans overvloediger is geweest dan van eenen van 's Heeren jongeren , die boven allen de hitte der verdrukking heeft gevoeld, en ondervonden lieeft, hoe alle vleesch, hetzij vrocm of goddeloos, zich kant tegen de waarheid Gods, waar deze de zonde ontdekt en alleen Hem verheerlijkt, Die geene zonde heeft gekend, maar nochtans van God zonde is gemaakt voor onB, opdat wij zcuden zijn gerechtigheid Gods in Hem.
Een weg van vele smarten was het leven van den Apostel Paulus, maar ook een weg van menigvuldige verlossing, een weg, waarop de overste Leidsman onzer zaligheid de getrouwe God wilde zijn en Zich wilde bewijzen als de Heere, Die de Zijnen ondersteunt en hen de overwinning doet wegdragen over eiken vijand, die zich tegen hen stelt, al schijnen zij ook menigmaal onder te liggen, en er niets schijnt waar te zijn van het Woord, dat zij met zich dragen.
Geplant is de wijnstok in het land van Jafetli en . . . Ik, de Heere, behoede dien , alle dagen zal Ik hem bevochtigen ! Wat wonder dan, dat deze wijnstok groeit en bloeit en zijneranken wijd uitbreidt? Het is des Heeren planting, waar Hij Zelfde vossen uitdrijft, die dezen wijngaard zouden verderven. Den vijanden des Evangelies te Pilippi, wier beurs hun liever was dan de zaligheid hunner zielen, was het zwijgen opgelegd geworden; te voren zoo overmoedig en vermetel, had de vrees voor menschen , waar zij God niet vreesden, hen er toe gebracht zich voor de Apostelen te vernederen en hun te smeeken, in plaats van hun te bevelen.
Nu trekken dezen verder Griekenland door, en wij vinden in Hoofdstuk 17 der Handelingen der Apostelen hun wedervaren opgeteekend in de steden Thessalonika, Berea en Athene.
Langs de zeekust nemen zij hunnen weg door Amfipolis en Apollonia, beide steden in Macedonië, zonder zich aldaar op te houden, en begeven zich naar Thessalonika, alwaar eene synayoge der Joden was. (Ys. 1.) Allergunstigst gelegen aan de zuidkust van Macedonië, had deze stad, waar ook de zetel was van den Romeinschen landvoogd over dit deel van Macedonië, zich ontwikkeld tot eene bloeiende handelskolonie, waar alle volken der toen bekende wereld elkander ontmoetten; dit feit maakte haar bij uitnemendheid geschikt, om daar het Evangelie te verkondigen, hetwelk, eenmaal gehoord, de vreemdelingen, die daar gekomen waren om hunne koopwaren van de hand te doen, door hen verder zou gebracht worden naar hun vaderland tot hunne betrekkingen. Wij mogen gerust aannemen, dat Paulus hiermede rekening heeft gehouden, en zeker weten wij uit zijne Brieven, dat zijne hoop in deze niet is beschaamd geworden; want hij prijst daarin de Gemeente als een voorbeeld voor de geloovigen, niet alleen in Macedonië en Achaje, maar ook voor alle plaatsen, waarheen door hun toedoen het Woord des Heeren is uitgegaan. Maar er was meer, dat den Apostel dreef, om juist deze stad te verkiezen: te midden der vreemdelingen bevonden zich ook velen zijner broederen naar het vleesch, tot welken in de eerste plaats zijn hart uitging: eene synagoge der Joden was aldaar. Het was voornamelijk in deze stad, waarin nog heden ten dage vele Joden wonen, dat zij hunne hoofdschool hadden, waartoe ook velen uit de omliggende steden te zamen stroomden. Hier vond Paulus dus een wijd uitgestrekt arbeidsveld, en als een getrouw arbeider aarzelt hij geen oogenblik, om het zaad des Woords, dat hij draagt, met kwistige hand daarin uit te strooien, niet vragende daarnaar, of zich ook mogelijk een storm zou verheffen en geweldige plasregens de ontwikkeling en den groei van dat zaad zouden belemmeren; immers: „wie op den wind acht geeft, die zal niet zaaien, en wie op de wolken ziet, die zal niet maaien"; den Heere geeft hij de uitkomst in handen en is slechts daarop uit, dat hij niets van dit zaad terughoudt, maar Israël en den Heidenen verkondigt den vollen raad Gods, opdat hun alle verontschuldiging ontnomen zij en God gerechtvaardigd worde in aller menschen geweten.
Opmerking verdient het voorzeker, dat Lukas schrijft: En Paulus, gelijk hij gewoon was, ging tot hen (de Joden) in (Vs. 2); het is den Apostel, die zichzelven noemt der Heidenen Apostel, eene heilige gewoonheid geworden, zich nochtans in de eerste plaats te begeven tot hen, die tot hiertoe de genade huns Konings verwierpen, maar die toch in bijzonderen zin Zijn volk waren, hetwelk de Heere Zieh ten eigendom verkoren had uit allo volken, hetzelve zegenende met Zijne genadige wetten en inzettingen; een volk, dat door Hem eenmaal met teekenen en wonderen was omringd geworden, en waartegen de Heidenen niets vermochten, omdat de heerlijkheid des Heeren op dit volk lag tot eene verschrikking voor al zijne vijanden. Nog leefde dit volk in het heden der genade, en dat het van den Heere niet verworpen was ; hiervan is de Apostel heilig overtuigd, hij zelf is immers daarvan een bewijs. Met de zekerheid des geloofs getuigt hij dan ook: er is een overblijfsel naar de verkiezing der genade, eene rest, die hij, de Apostel, niet ziet, evenmin als Elia in zijnen tijd dezelve zag, maar die de Heere wel kent, en die Hij er uit zal halen als een brandhout, dat reeds half verteerd in het midden des vuurs met de overigen der vertering scheen overgegeven Er is geen onderscheid tusschen dit overblijfsel en de groote menigte, allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden, maar het is alleen de vrije genade Gods, die niet allen verwerpt, maar hier en ginds een grijpt, hem reinigt van de ongerechtigheden en bekleedt met wisselkleederen. Paulus heeft die genade ondervonden en ondervindt haar nog steeds , zij draagt en bedekt hem en maakt hem voortdurend klein voor God en zoo tot een waardig voorwerp, om deze genade te prediken en aan te prijzen aan zijne medezondaren, opdat ook zij toegaan en nemen uit des Heeren volheid, zonder prijs en zonder geld, wijn en melk om niet. Er is genoeg spijze en drank bij den Heere voor alle hongerenden en dorstenden naar de genade; de dorschvloeren zijn vol koren en de perskuipen loopen over van most en olie, zulk een rijkdom als daar is verzadigt eene geheele wereld, en geen arme wordt van de deur dezes Konings ledig weggezonden, maar ontvangt zooveel, dat hij dronken wordt van de vettigheid van des Heeren huis en tegenover al zijne zonden over zulk eene genade juichen moet van goeder harte Slechts bij God is verzadiging te vinden voor allen geestelijken honger; slechts bij dezen Arts is de oogenzalf te" verkrijgen, die der blinde oogen opent, zoodat zij zien, wat zij te voren niet zagen, al meenden zij goed te zien. In de inzettingen der ouden, bij de rabbijnen, bjj Paulus en in zijne bevindingen zullen zijne broederen geene hulpe vinden, — dit weet de Apostel zeer wel, daarom wijst hij henen op de Schriften, die onder hen waren, die als het ware voor de hand lagen; daarin is de troost te vinden, die de eenige is. Zij hadden slechts deze te openen en behoefden daarvoor niet in den hemel op te klimmen , noch in den afgrond neder te dalen, de Heere heeft hun als het ware het Woord in den mond gelegd. Paulus vraagt er niet naar, of er tegensprekers zijn, maar hij verdraagt dezelven, zooals zijn God hem, den grootsten der zondaren, draagt; Hij is een geduldig leermeester en wordt niet moede telkens en telkens weer hetzelfde te herhalen: Drie sabbaten lang handelde hij met hen uit de Schriften, dezelve openende en voor oogen stellende, dal de Christus moest lijden en opstaan uil de dooden, en dat deze Jesus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondig (Ys. 2 en 3).
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 juni 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Ter verklaring van Handelingen der Apostelen, Hoofdstuk 17.

Bekijk de hele uitgave van zondag 15 juni 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken