Bekijk het origineel

Schets uit de Kerkgeschiedenis.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schets uit de Kerkgeschiedenis.

De tijd der eerste christenvervolgingen. (Vervolg.)

7 minuten leestijd

Sommige geschiedschrijvers meenen. dat Poljcarpus, bisschop van Smyrna, reeds onder Antoninus Pius den marteldood stierf, anderen echter stellen zijnen dood in het jaar 167, dus onder Marcus Aurelius. Hij was de laatste leerling der Apostelen en stond als bisschop van Smyrna inhoogeeere; op raad zijner vrienden trok hij zich, bij het losbreken der vervolging, op het land terug, maar toen het woeste volk zijne schuilplaats ontdekte en zijnen dood eischte, gaf hjj zich vrijwillig gevangen en was duur niets te bewegen, zijnen Heere en Heiland te verloochenen, Dien hij reeds zes en tachtig jaren had gediend, en Die hem al die jaren met trouwe zorg had gedragen en bewaard, en reeds was opgestaan, om Zijnen grijzen dienaar te ontvangen en hem de plaats te geven, die in den hemel voor hem was bereid. Met vroolijken moed beklom hij den brandstapel, niet slechts door Heidenen, maar ook door de Joden voor hem bereid, en verzocht als laatste gunst hem niet vast te nagelen, omdat hij vertrouwde op God, Die machtig was, hem niet alleen de pijnen des vuurs te helpen dragen, maar Die hem ook krachten zou geven, om op de houtmijt te blijven staan. Na innig dankgebed aan God, Die hem waardig keurde om Zijns Naams wil smaadheid te lijden, ging ook deze strijder in de rust zijns Heeren in.
De apologeet en schrijver Justinus haalde zich door zijn moedig optreden voor het geloof, dat eenmaal den heiligen is overgeleverd, en door zijn getuigenis, dat de Goddelijke waarheid alleen in Christus volkomen zuiver is geopenbaard, den haat op den hals van den philosoof Crescens, die hem aanklaagde en oorzaak was, dat hij veroordeeld werd tot den dood door het zwaard. Met T e r t u l l i a n u s , die mede onder Marcus Aurelius optrad, behoort J u s t i n u s M a r t v r als de e e r s t e a p o l o g e e t (verdediger van het Christendom) uit dien tijd genoemd te worden. Geboren in Palestina uit Grieksche ouders, had hij als Heiden langen tijd te vergeefs in de onderscheidene philosophenscholen naar waarheid gezocht, totdat het getuigenis van eenen eerwaardigen grijsaard hem de weg werd tot Christus. Uit zijne schriften wordt het evenwel openbaar, dat hij zich ook als Christen nimmer geheel van de philosophische meeningen uit dien tijd heeft kunnen losmaken. Aanbidding van den waren God, deugdzaam leven naar de geboden van Christus, en de hoop op eene toekomstige vergelding maken den hoofdinhoud van zijn Christendom uit. Nochtans trad hij met waren heldenmoed op tegenover de keizers Antoninus Pius en Marcus Aurelius, en wees hen er op, hoe het „vromen en wijzen", gelijk zij zich lieten noemen, niet betaamt de Christenen te vervolgen, die toch niets kwaads deden, maar veeleer door hunne deugden uitblonken. „Wij hebben", zoo drukt hij zich uit, „de ware godsvrucht, de rechte godsvereering, omdat wij den eenigen, eeuwigen God en Zijnen Zoon aanbidden; wij hebben ons onder de tucht gesteld, terwijl wij vroeger in ontucht leefden; te voren beminden wij geld en goed boven alles, nu leggen wij te zamei», wat wij hebben en deelen gaarne aan eiken behoeftige mede; te voren waren wij vol haat onder elkander en met bloed bevlekt, en hadden geene gemeenschap met zulken, die niet onzes gelijken waren; sedert de verschijning van Christus echter zijn wij verdraagzaam geworden en bidden voor onze vijanden, terwijl wij ons beijveren degenen te overtuigen, die ons ten onrechte haten , opdat ook zij naar de leere Christi leven en in hope zalig zouden zijn en gelijke erfenis met ons ontvangen van God, Die een Heer is van allen.'' Op gelijke wijze Iaat ook Tertullianus zich hooren, en verdedigt het Christelijk geloof tegenover de blinde woede van het Heidendom ; deze beiden openen de rei dier mannen, wien God talenten gaf, om de schriften der spotters, die ook in dien tijd reeds menigvuldig opstonden, (als Lucianus en Celsus) te weerleggen en te ontzenuwen; was het laatstgenoemden daarom te doen, het oude Heidendom met wijsgeerige stelsels op te sieren, om het zoodoende tot den godsdienst der beschaafden te maken, en daartegenover het Christelijk geloof in de schaduw te plaatsen en te brandmerken als de godsdienst van den gemeenen hoop, de apologeten stelden het zich tot taak, de waarheid en heerlijkheid des Evangelies in een helder licht te plaatsen en het te ontdoen van alle valsche beschuldiging; in verband daarmede vorderden zij luide erkenning van het Christendom en ten minste vrijheid van geloof en geweteiu Al kan het niet ontkend worden, dat deze apologeten in velezaken dwaalden, zoo heeft toch de uitkomst hun getuigenis in hoofdzaak glansrijk bekrachtigd, en hun werk is voor de Christelijke Kerk niet ijdel geweest, maar heeft haar mede er toe gebracht, zich dieper in te werken in het Woord Gods, om uit dediepte van dezen oceaan de eene parel na de andere op te halen.
Iveeren wij na deze korte beschouwing van het werk der Christelijke wetenschap uit die dagen, waartoe ons denaam van Justinus Martyr aanleiding gaf, tot de vervolging onder Marcus Aurelius terug.
Het heftigste woedde zij tien jaar na deze gebeurtenissen in het zuiden van Frankrijk, — toen een keizerlijk edict de aanklagers in het bezit der goederen stelde van die Christenen, welke zjj zouden aanbrengen. Geen wonder, dat dit roekelooze edict vele offers vorderde; lieeft de geldduivel eenmaal het hart des mensehen in bezit,, dan giet zich dit uit in de gruwelijkste goddeloosheid, —• de geldgierigheid toch is een wortel van alle kwaad Bij hoopen lagen de lijken der martelaren op de straten, totdat zij eindelijk werden verbrand, en hunne ascli in de Rhóne werd geworpen, onder den spotkreet der Heidenen: ,.Nu willen wij toch eens zien, of zij zullen opstaan". Pothinus, bisschop van Lvon, stierf opnegentigjarigen leeftijd na vreeselijke martelingen in eene walgelijke gevangenis; hunne woede spaarde ouderdom noch jeugd. Zoo werden op de slavin Blandina nog ontzettender folteringen toegepast; het gevoel weigert haast al die gruwelen te beschrijven. Kan men zich vljjmender smarten denken, dan die, welke deze jonge vrouw moest ondergaan, die eerst gegeeseld, daarna op gloeiende stoelen werd geroosterd, om ten slotte den wilden dieren te worden voorgeworpen? Nochtans, bleef onder dat alles haar geloof onwankelbaar, eu zij volhardde tot den laatsten snik bij de blijmoedige belijdenis: „Ik ben eene Christin, en onder ons geschiedt niets kwaads. Zulk lijden verdraagt alleen degene, die als een vrijgekochte des- Heeren in de armen des Heeren Jesus ligt en uit Zijnen mond de verzekering ontvangt, dat niets hem scheiden zal van Zijne liefde, die sterker is dan de dood, en die voor eeuwig behoudt, wat door duivel en wereld in de hel geworpen wordt. Als die tijden der benauwdheid eens weder kwamen, hoe velen onzer zouden dan blijven ? Kan ons geloof de vuurproef doorstaan, of bezwijkt het reeds bij liet eerste gerucht? Wèl hem, die geduriglijk vreest, hij is te midden van den strijd een held, en heeft overwonnen, eer hij het weet. De sage meldt, dat de keizer later den Christenen gunstiger werd gestemd, toen hij gedurende eenen veldtocht, op het gebed der Christenen, door' eene donderbui het gevaar, om van dorst te versmachten, ontkwam. De geschiedenis heeft echter de waarheid van dit verhaal niet gestaafd, veeleer hebben wij alle redenen r hetzelve te betwijfelen.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

Schets uit de Kerkgeschiedenis.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 juli 1890

Amsterdamsch Zondagsblad | 6 Pagina's

PDF Bekijken